Mensen met een beperking

10

Het groeipakket niet altijd ondersteunend©

Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig om te groeien. Voor hen bevat het Groeipakket naast het basisbedrag een extra zorgtoeslag die de kosten in hun specifieke situatie beter afdekt. Wie een of beide ouders heeft verloren, wie in een pleeggezin opgevangen wordt of wie door een beperking of handicap ondersteuning nodig heeft, krijgt maandelijks een zorgtoeslag bovenop het basisbedrag. Welnu, het is soms maandenlang wachten om deze zorgtoeslag te ontvangen, zeker als het gaat om de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, want daarvoor moet het gezin zelf een aanvraag indienen.  Ook de eerste coronatoeslag op het groeipakket kwam er enkel voor wie het actief heeft aangevraagd.

Sinds 1 januari 2019 hebben niet-begeleide minderjarige vreemdelingen recht op het groeipakket. Het OCMW houdt het groeipakketbedrag af van het leefloon van de niet-begeleide minderjarigen. Dit geldt ook voor Belgische jongeren die alleen wonen. Het groeipakket zou er eigenlijk moeten zijn om deze jongeren in een kwetsbare situatie te ondersteunen.

Het groeipakket is een Vlaamse bevoegdheid waarop vanuit het lokale niveau weinig invloed kan worden uitgeoefend. Het aanvragen van de zorgtoeslag gebeurt inderdaad niet automatisch, het gezin moet daarvoor een hele procedure doorlopen. De tussenkomst van een arts is noodzakelijk om de zorgbehoefte via een puntenschaal te evalueren. Maatschappelijk werkers van OCMW kunnen mensen die daar nood aan hebben, ondersteunen in hun aanvraag. Hetzelfde geldt voor de coronatoeslag op het groeipakket.

De voorwaarden voor het leefloon zijn vastgelegd in de Wet betreffende maatschappelijke integratie (de RMI-wet). Het is een bijstandsuitkering waarop men enkel recht heeft in de mate waarin er geen andere inkomsten zijn. Het gevolg is dat alle bestaansmiddelen aangerekend moeten worden op het leefloon. Via een Koninklijk Besluit kunnen daarop uitzonderingen voorzien worden: inkomsten die geheel of gedeeltelijk niet in aanmerking komen bij het berekenen van de bestaansmiddelen. Gezinsbijslag (= Groeipakket) is zo een uitzondering, op voorwaarde dat de aanvrager gezinsbijslag krijgt voor kinderen die hij opvoedt en ten laste heeft. Het Groeipakket dat iemand voor zichzelf ontvangt, voldoet niet aan deze voorwaarden en valt dus niet onder de vrijstelling. Het Groeipakket wordt beschouwd als een inkomen van en voor deze persoon zelf, dat aangevuld kan worden met leefloon.

Reeds ondernomen acties

11

Te weinig ondersteuning voor tienerouders

Tienerouders worstelen bovenop het ouderschap ook met school en beperkte middelen. De uitwerking en toekenning van ouderschap gerelateerde verloven moet beter; en er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Tienerouders met een verstandelijke beperking blijven nog te veel in de kou staan. Meer dan welke groep hebben zij nood aan extra ondersteuning, informatie in duidelijke taal en trajecten op maat.

Tot op heden is er geen sociaal verlof voor tienerouders en geen vaderschapsverlof voor schoollopende tienervaders. Tienermoeders staan er vrijwel meteen helemaal alleen voor. Ze kunnen niet als koppel voor het kindje zorgen en dit resulteert voor de tienermoeder vaak in een B-code op school. Uit onderzoek blijkt dat jonge vaders zich vaak uitgesloten en weinig betrokken voelen in de opvoeding van hun kind. Door het niet toekennen van vaderschapsverlof blijft deze kloof aanhouden.

Momenteel is de moederschapsrust voor schoollopende tienermoeders 10 weken en hebben ze geen recht op borstvoedingsverlof. Vaak kunnen de baby’s op 10 weken nog niet terecht in een kinderopvang, omdat ze hun eerste vaccinaties nog niet hebben gehad. De leerplicht wordt als drukkingsmiddel gebruikt, maar dit zorgt er voor dat de mama’s volledig afhaken. Er is nood aan een flexibel schooltraject op maat.

In Buitengewone Secundaire scholen kan de jongere vaak, eens ze meldt dat ze zwanger is, niet meer aanwezig zijn op school (veiligheidsrisico’s). Anderzijds zijn er ook jonge meisjes die omwille van medische redenen verbonden aan de zwangerschap, niet meer op school geraken. De afstand tussen jongere en school wordt hierdoor enorm groot, evenals de drempel om na de zwangerschapsrust terug te keren. Scholen en CLB-netten geven de nood aan voor Tijdelijk Onderwijs Aan Huis, dat in deze situaties verplicht zou moeten worden.

Er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Seksuele opvoeding wordt onvoldoende aangeboden, evenals thema’s als gezondheid, budgettering, en (begeleid) wonen om je als jongere beter voor te kunnen bereiden op het volwassen leven. Het is onduidelijk in welke vakken dit is opgenomen, en jongeren hebben baat bij een leerkracht/begeleider die zich hiertoe engageert.

Ook de kinderopvang is ontoereikend. In Gent is het bekend dat de zoektocht naar een gepaste kinderopvang vinden niet van een leien dakje loopt. Problemen waar velen op botsen zijn: ‘geen opvangmogelijkheid op de gewenste startdatum’, ‘geen opvangmogelijkheid in de buurt van de school of huis’ of ‘geen weet hebben van de voorziene crisisplaatsen voor kwetsbare situaties’. Het vroegtijdig aanmelden is niet altijd een garantie en ouders die een aanvraag indienden krijgen vaak alsnog te horen dat er geen mogelijkheden zijn in de gewenste kinderopvang. Ze zijn dus genoodzaakt om hun aanvraag te wijzigen en verder van huis te zoeken. Bij tienermoeders zien we dat deze ‘ochtendrush’ zorgt voor het afhaken op school. Zij hebben nood aan een flexibel opvangsysteem in samenwerking met omliggende scholen.

In 2017 zijn 12 meisjes per 1.000 van 15 tem 19 jaar zwanger. (Belgische gegevens, Bron: Sensoa). Gent telt in 2017: 6158 meisjes van 15 tem 19 jaar. Omgerekend zouden er naar schatting zo’n 74 Gentse meisjes van 15 tem 19 zwanger zijn.

Reeds ondernomen acties

14

Geen geld in opstartmaanden van bewindvoering©

Bij de opstart van een bewindvoering worden de rekeningen geblokkeerd. Het duurt soms erg lang alvorens de bewindvoerder  een nieuwe rekening opent en alles wat erop gestort moet worden ook effectief toekomt. Soms 1 à 2 maanden, zeker in coronatijden. Als de bewindvoerder zelf geen geld kan voorschieten, moet men gedurende 1 à 2 maanden zien te overleven zonder inkomen.

Het klopt dat de rekeningen worden geblokkeerd na publicatie in het Belgisch Staatsblad. De aangestelde bewindvoerder moet intussen zo snel mogelijk een nieuwe rekening openen en moet er voor zorgen dat de inkomsten zo snel mogelijk op de nieuwe rekening toekomen. In geval van problemen in dit verband moet men zich eerst wenden tot de bewindvoerder en desnoods tot de vrederechter die de bewindvoerder aangesteld heeft en die toezicht houdt op het verloop van de procedure bewind.

We zullen dit signaal ook bespreken met een of meerdere vrederechters.  Mogelijk hebben zij suggesties.

Een goede praktijk kan zijn om reeds in het verzoekschrift tot aanstelling van een bewindvoerder de gegevens van de uitbetalingsinstellingen/werkgevers en van de rekeningen te vermelden indien deze gegevens beschikbaar zijn.

Reeds ondernomen acties

15

Overlevingspensioen of uitkering teruggevorderd via belastingen

Mensen die hun partner verliezen, krijgen gedurende een bepaalde periode een overlevingspensioen. Zij worden echter niet voorbereid op het feit dat de belastingen een groot deel hiervan terugvorderen. Ook bij mensen met een uitkering is dit zo. Vaak ondervinden deze mensen problemen om het geld te kunnen terugbetalen.

"Terugvordering" is hier niet het juiste woord: er wordt enkel teruggevorderd in geval van ten onrechte ontvangen pensioenen. Door het overlevingspensioen verhoogt het totale inkomen, wat er wel toe kan leiden dat er meer belastingen moeten betaald worden. De pensioendienst  stelt dat ze mensen daar niet voor waarschuwen, omdat iedere individuele situatie anders is.

Reeds ondernomen acties

58

Ondersteuningsnoden voor scholen buitengewoon onderwijs met precaire doelgroepen

Er is een grote nood aan ondersteuning in scholen buitengewoon onderwijs. Deze scholen hebben meer en meer gezinnen met een meervoudige complexe problematiek. Bijvoorbeeld kinderen met ernstige mentale beperkingen die opgroeien in precaire gezinssituaties. Het beperkte communicatievermogen van zowel de kinderen als de ouders vraagt om een specifieke aanpak. Ze komen handen tekort om de sociale uitdagingen die deze doelgroep met zich meebrengt (onbetaalde facturen, huisvestingsproblemen, op te volgen medische problematieken en afspraken, onvermogen van de doelgroep om zich te verplaatsen, …) zelf aan te pakken en hebben nood aan ondersteuning  zodat ze weer meer tijd hebben voor hun kerntaken.

Vanuit de OKAN-scholen (vervolgschoolcoaching) wordt in het schooljaar 2021-2022 een ‘professionaliseringstraject’ opgezet voor BuSO-scholen in Groot-Gent, om hen wegwijs te maken met betrekking tot (ex-)OKAN’ers, waar specifieke problematieken of beperkingen gecombineerd worden met (zeer) beperkte taalvaardigheid in het Nederlands.

Scholen buitengewoon onderwijs kunnen geen beroep doen op brugfiguren, maar kunnen wel een vraag richten aan de trajectbrugfiguren die hen ondersteunen in het bereiken van kwetsbare kinderen en gezinnen. De trajectbrugfiguren hebben in het schooljaar 2020-2021 een lerend netwerk opgestart waar scholen van het buitengewoon onderwijs samenkomen voor uitwisseling van good practices en intervisie.

Reeds ondernomen acties