Jongeren

1

Schoolmaaltijden zijn essentieel

Mensen in armoede zouden graag hun kind op school laten eten, zodat zij op zijn minst één volwaardige maaltijd per dag hebben. Maar voor veel gezinnen is de kostprijs voor een warme schoolmaaltijd te hoog. Soms halen ouders hun kinderen van school om te vermijden dat de lege brooddoos zichtbaar wordt. Jongeren hangen op straat rond tijdens de middagpauze, om niet te laten zien dat ze geen lunch kunnen betalen.

In stedelijke scholen krijgen gezinnen met een laag inkomen kortingen of volledige vrijstelling op maaltijden en toezicht. In scholen van alle netten waar er OCMW-zitdag of -consult is, kunnen kinderen in precaire situaties na een beperkt sociaal onderzoek gratis warme maaltijden krijgen. Daarnaast zetten steeds meer  scholen in op gezonde voeding en het voeren van een kostenbewust beleid. Toch zijn er nog steeds veel lege en ongezonde brooddozen op school. Dit is een structureel armoedeprobleem dat scholen niet alleen kunnen oplossen.

vzw Jong merkt deze honger ook op. Omdat honger en vrije tijd niet samen gaan, bieden zij vaak kookactiviteiten en verse soep aan.

Toegang tot gezonde en volwaardige maaltijden op school kan een belangrijk element zijn in de strijd tegen armoede: kinderen voelen zich beter op school, zijn aandachtiger in de klas. De dienst Lokaal Sociaal Beleid bereidde in 2020 samen met het Onderwijscentrum het project 'LEkker(s) Op School: maaltijden op school voor kleuters in kwetsbare situaties' voor. Vertrekkend vanuit bestaande goede praktijken wordt een proeftuin opgezet waarbij in een aantal deelnemende scholen betaalbare of gratis maaltijden aangeboden worden voor kleuters.  In september 2021 zullen we starten met de schoolmaaltijden in de proeftuinscholen. Het onderzoekstraject (uitgevoerd door partners KULeuven en Hogeschool Gent) zal twee schooljaren lopen en afgerond worden eind 2023. We zorgen ervoor dat we de maaltijden aanbieden op een niet-stigmatiserende manier met een eenvoudig administratief systeem voor de scholen. Binnen de proeftuin onderzoeken we welke positieve effecten we zien op welbevinden en aanwezigheid van de kinderen, betrokkenheid van de ouders, … De resultaten en good practices vanuit de proeftuin zullen ook gebruikt worden om op de verschillende beleidsniveaus aanbevelingen vorm te geven. 

2

Voedselondersteuning kan nog meer bereiken

Voedselondersteuning bestaat in vele variaties (KRAS op doorverwijzing of na gesprek, sociale kruidenier, via vzw JONG vooral aan hun eigen gezinnen en kinderen maar soms ook aan andere behoeftigen,…) en bereikt veel Gentenaars in een kwetsbare situatie, maar zou nog meer kunnen bereiken.

Jongeren bijvoorbeeld doen weinig beroep op de voedselondersteuning. Zij zijn vaak met andere zaken bezig zoals werk zoeken of volgen een opleiding waardoor ze geen voedsel kunnen afhalen tijdens de openingsuren, en lopen niet graag  met hun problemen te koop. Vzw jong is één van de weinige organisaties die hier op inspeelt door voedselondersteuning aan te bieden aan hun jongeren en families, ook buiten de kantooruren. De vraag naar voedselondersteuning neemt overal toe.

De voedselondersteuning kan aangegrepen worden om een link te leggen met de hulpverlening of om beleidssignalen te verzamelen.  De vrijwilligers doen hun best om mensen verder door te verwijzen. De aanwezigheid van OCMW-medewerkers in de Olijfboom tijdens de eerste lockdown, zorgde voor een meer directe rechtentoekenning.

Stad Gent ondersteunde in 2020 de voedselinitiatieven op verschillende manieren: stadsmedewerkers staken mee de handen uit de mouwen, we zochten extra vrijwilligers via GentHelpt, leverden beschermingsmateriaal en gaven logistieke steun. 
Er werden vanuit Stad Gent extra werkingsmiddelen aan KRAS en het Gents Solidariteitsfonds gegeven voor in totaal 239.000 euro. Dit zorgde, samen met de 3 groepsaankopen voor beschermings- en hygiënisch materiaal, voor het opvangen van de meest acute noden. Er wordt ook bekeken of er een systeem van thuislevering kan worden opgezet.
Foodsavers bleef aan de slag en garandeerde de noodzakelijke bevoorrading van de voedselinitiatieven. Regelmatig overleg zorgde ervoor dat bestaande en nieuwe organisaties samen de noden van de meest kwetsbaren konden opvangen.
Het traject Materiële Hulp werd in juni 2020 vervroegd opgestart om te komen tot een duurzaam model voor elke kwetsbare Gentenaar. Er werden 3 plenaire bijeenkomsten georganiseerd en 7 thematische panels. In 2021 worden de stadsbrede principes omtrent zonering, gelijkwaardig aanbod, aanbod voor mensen zonder wettig verblijf, dak- en thuislozen, toegankelijkheid, ... concreet uitgewerkt in 2 wijken (Ledeberg/Gentbrugge en Bloemekeswijk).
Tijdens de coronacrisis kwamen er veel nieuwe mensen terecht bij de voedselinitiatieven. Door een vernieuwde manier van werken konden deze mensen eenvoudig worden toegeleid naar het Welzijnsonthaal (mits toestemming van de mensen zelf). Dankzij deze nieuwe werkwijze realiseren we niet alleen een goede doorverwijs naar materiële hulp, maar kunnen we verschillende gezinnen meteen hulp- en dienstverlening aanbieden, rechten onderzoeken en ook leefloon of andere vormen van financiële steun bieden. Complementair met deze actie werden er middelen via het Sociaal Innovatiefonds toegekend aan KRAS vzw voor de uitwerking van het project: Innovatieve benaderingen van materiële steun als hefboom naar duurzame armoedebestrijding: in 10 stappen van voedselhulp naar structurele oplossingen voor armoede in Gent. 

8

Drempels naar sociale rechten©®

Veel mensen blijven onderbeschermd doordat zij niet automatisch krijgen waar zij recht op hebben en nog te moeilijk zelf hun weg vinden naar hun sociale rechten. Voor mensen die geen cliënt (meer) zijn van het OCMW is dit nog moeilijker. Velen geraken niet zelfstandig bij de juiste diensten of slagen er niet in om de juiste documenten aan te leveren om hun recht(en) te doen gelden. De procedures worden als te complex ervaren, er zijn te grote verschillen tussen de diensten en de juiste toekenning van rechten is nog te vaak afhankelijk van de hulpverlener. Op het internet kan men informatie vinden, maar voor mensen in een kwetsbare situatie is dit geen evidente bron van informatie. Dit vereist een laptop, de nodige digitale vaardigheden, en legt teveel de verantwoordelijkheid bij henzelf om de juiste informatie te vinden.

Daar bovenop komt dat veel mensen en vooral ook jongeren de drempel naar het OCMW als hoog ervaren.  En ze is soms ook hoog: tijdens corona werd de onthaaldienstverlening niet als open ervaren. Je moest telefonisch een afspraak maken. Ook tussen kerst en nieuwjaar en in de week van de Gentse feesten is de fysieke toegankelijkheid laag.

Ook de corona steunmaatregelen komen niet vanzelf tot bij wie er recht op heeft: de Covid-toeslag op het groeipakket, tijdelijke werkloosheid, de gratis treinritten, de corona-werkloosheidsuitkering, uitstel betaling hypotheek, …

Er is nood aan ondersteuning bij het laten gelden van de sociale rechten, aan huis, of via herhaaldelijk telefonisch contact met iemand die ze vertrouwen.

Trekker: Krist Poffyn

Het staat buiten kijf dat de uitputting van rechten een moeilijke zoektocht is: de voorwaarden voor ieder recht of sociaal voordeel zijn verschillend, naargelang het doel dat men met die maatregelen wil bereiken. De snel vorderende technologie geeft langzamerhand meer mogelijkheden tot automatisering en administratieve vereenvoudiging, maar dit is vaak niet verzoenbaar met de noodzakelijke regels rond gegevensbescherming, boet in aan efficiëntie door onbetrouwbare brondatakwaliteit, of botst op budgettaire grenzen. Stad/OCMW Gent zet in op het wegwerken van die obstakels waar mogelijk.

Via het ter beschikking stellen van gratis digipakketten (zie ook signaal 57) werd deels tegemoetgekomen aan de nood aan toegang tot internet. Men kan ook terecht op de digipunten voor gratis toegang tot een computer en internet.

De brochure "Hoe kunnen we je helpen?" en de flyer "Hulp nodig? Neem contact met het welzijnsbureau in je buurt." zijn middelen om niet-digitale informatie over sociale rechten te verspreiden. 

De in 2020 opgestarte welzijnsonthaal-werking van de welzijnsbureaus heeft onder andere tot doel om aanspreekpunt te zijn voor alle Gentse burgers met alle mogelijke sociale vragen, ook als ze geen uitkeringen van het  OCMW ontvangen of op een andere manier in een  traject actief begeleid worden.  Door meer naar buiten te treden (vindplaatsgericht werken), beter samen te werken met andere organisaties (Single Point of Contact, Geïntegreerd Breed Onthaal) en meer informatie te geven wil het OCMW mensen in onderbescherming beter bereiken en ondersteunen.

Eens de coronacrisis onder controle is, zullen de Welzijnsbureaus hun normale openingsuren hervatten.

10

Het groeipakket niet altijd ondersteunend©

Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig om te groeien. Voor hen bevat het Groeipakket naast het basisbedrag een extra zorgtoeslag die de kosten in hun specifieke situatie beter afdekt. Wie een of beide ouders heeft verloren, wie in een pleeggezin opgevangen wordt of wie door een beperking of handicap ondersteuning nodig heeft, krijgt maandelijks een zorgtoeslag bovenop het basisbedrag. Welnu, het is soms maandenlang wachten om deze zorgtoeslag te ontvangen, zeker als het gaat om de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, want daarvoor moet het gezin zelf een aanvraag indienen.  Ook de eerste coronatoeslag op het groeipakket kwam er enkel voor wie het actief heeft aangevraagd.

Sinds 1 januari 2019 hebben niet-begeleide minderjarige vreemdelingen recht op het groeipakket. Het OCMW houdt het groeipakketbedrag af van het leefloon van de niet-begeleide minderjarigen. Dit geldt ook voor Belgische jongeren die alleen wonen. Het groeipakket zou er eigenlijk moeten zijn om deze jongeren in een kwetsbare situatie te ondersteunen.

Trekker: Krist Poffyn

Het groeipakket is een Vlaamse bevoegdheid waarop vanuit het lokale niveau weinig invloed kan worden uitgeoefend. Het aanvragen van de zorgtoeslag gebeurt inderdaad niet automatisch, het gezin moet daarvoor een hele procedure doorlopen. De tussenkomst van een arts is noodzakelijk om de zorgbehoefte via een puntenschaal te evalueren. Maatschappelijk werkers van OCMW kunnen mensen die daar nood aan hebben, ondersteunen in hun aanvraag. Hetzelfde geldt voor de coronatoeslag op het groeipakket.

De voorwaarden voor het leefloon zijn vastgelegd in de Wet betreffende maatschappelijke integratie (de RMI-wet). Het is een bijstandsuitkering waarop men enkel recht heeft in de mate waarin er geen andere inkomsten zijn. Het gevolg is dat alle bestaansmiddelen aangerekend moeten worden op het leefloon. Via een Koninklijk Besluit kunnen daarop uitzonderingen voorzien worden: inkomsten die geheel of gedeeltelijk niet in aanmerking komen bij het berekenen van de bestaansmiddelen. Gezinsbijslag (= Groeipakket) is zo een uitzondering, op voorwaarde dat de aanvrager gezinsbijslag krijgt voor kinderen die hij opvoedt en ten laste heeft. Het Groeipakket dat iemand voor zichzelf ontvangt, voldoet niet aan deze voorwaarden en valt dus niet onder de vrijstelling. Het Groeipakket wordt beschouwd als een inkomen van en voor deze persoon zelf, dat aangevuld kan worden met leefloon.

11

Te weinig ondersteuning voor tienerouders

Tienerouders worstelen bovenop het ouderschap ook met school en beperkte middelen. De uitwerking en toekenning van ouderschap gerelateerde verloven moet beter; en er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Tienerouders met een verstandelijke beperking blijven nog te veel in de kou staan. Meer dan welke groep hebben zij nood aan extra ondersteuning, informatie in duidelijke taal en trajecten op maat.

Tot op heden is er geen sociaal verlof voor tienerouders en geen vaderschapsverlof voor schoollopende tienervaders. Tienermoeders staan er vrijwel meteen helemaal alleen voor. Ze kunnen niet als koppel voor het kindje zorgen en dit resulteert voor de tienermoeder vaak in een B-code op school. Uit onderzoek blijkt dat jonge vaders zich vaak uitgesloten en weinig betrokken voelen in de opvoeding van hun kind. Door het niet toekennen van vaderschapsverlof blijft deze kloof aanhouden.

Momenteel is de moederschapsrust voor schoollopende tienermoeders 10 weken en hebben ze geen recht op borstvoedingsverlof. Vaak kunnen de baby’s op 10 weken nog niet terecht in een kinderopvang, omdat ze hun eerste vaccinaties nog niet hebben gehad. De leerplicht wordt als drukkingsmiddel gebruikt, maar dit zorgt er voor dat de mama’s volledig afhaken. Er is nood aan een flexibel schooltraject op maat.

In Buitengewone Secundaire scholen kan de jongere vaak, eens ze meldt dat ze zwanger is, niet meer aanwezig zijn op school (veiligheidsrisico’s). Anderzijds zijn er ook jonge meisjes die omwille van medische redenen verbonden aan de zwangerschap, niet meer op school geraken. De afstand tussen jongere en school wordt hierdoor enorm groot, evenals de drempel om na de zwangerschapsrust terug te keren. Scholen en CLB-netten geven de nood aan voor Tijdelijk Onderwijs Aan Huis, dat in deze situaties verplicht zou moeten worden.

Er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Seksuele opvoeding wordt onvoldoende aangeboden, evenals thema’s als gezondheid, budgettering, en (begeleid) wonen om je als jongere beter voor te kunnen bereiden op het volwassen leven. Het is onduidelijk in welke vakken dit is opgenomen, en jongeren hebben baat bij een leerkracht/begeleider die zich hiertoe engageert.

Ook de kinderopvang is ontoereikend. In Gent is het bekend dat de zoektocht naar een gepaste kinderopvang vinden niet van een leien dakje loopt. Problemen waar velen op botsen zijn: ‘geen opvangmogelijkheid op de gewenste startdatum’, ‘geen opvangmogelijkheid in de buurt van de school of huis’ of ‘geen weet hebben van de voorziene crisisplaatsen voor kwetsbare situaties’. Het vroegtijdig aanmelden is niet altijd een garantie en ouders die een aanvraag indienden krijgen vaak alsnog te horen dat er geen mogelijkheden zijn in de gewenste kinderopvang. Ze zijn dus genoodzaakt om hun aanvraag te wijzigen en verder van huis te zoeken. Bij tienermoeders zien we dat deze ‘ochtendrush’ zorgt voor het afhaken op school. Zij hebben nood aan een flexibel opvangsysteem in samenwerking met omliggende scholen.

In 2017 zijn 12 meisjes per 1.000 van 15 tem 19 jaar zwanger. (Belgische gegevens, Bron: Sensoa). Gent telt in 2017: 6158 meisjes van 15 tem 19 jaar. Omgerekend zouden er naar schatting zo’n 74 Gentse meisjes van 15 tem 19 zwanger zijn.

Trekker: Els De Vos

19

Wachtlijsten (kinder)psychiatrie

Het is moeilijk om mensen met psychische problemen door te verwijzen door de lange wachttijden voor de (kinder)psychiatrie.

Trekker: Joke Vasseur

De Stad heeft hierop weinig rechtstreekse impact. We zetten echter wel in op preventie van psychische klachten bij kinderen en jongeren, op determinanten (via kinderarmoedebelid, via jeugdwelzijnswerk, via onderwijs, ...). Daarnaast is het ook belangrijk om jongeren met beginnende klachten op tijd toe te leiden naar de zorg, zodat gespecialiseerde zorg vaak kan vermeden worden. Belangrijke spelers hierin in Gent zijn o.m. Overkop en TEJO. Beide worden structureel financieel ondersteund vanuit de Stad en hebben via hun werking en aanbod een cruciale rol in preventie en vroegdetectie bij jongeren. 

 

22

Onrustwekkende tienerzwangerschappen

Kwetsbare Intra-Europese tienermeisjes hangen rond inloopcentra waar dak- en thuisloze mensen komen, om hun diensten aan te bieden in ruil voor geld. Daar bovenop komt dat deze meisjes geen anticonceptiva nemen wegens te duur, geen zelfbeschikkingsrecht of omdat ze kiezen voor zwangerschap en er fier op zijn.  Vaak komen daar dus tienerzwangerschappen in precaire situaties uit voort.

Bijkomend probleem is dat de meest geschikte anticonceptiva (niet-orale zoals spiraaltje, ring, pleister, implantaat ...) niet aangevraagd kunnen worden via de medische kaart, maar abortus wel. 

Trekker: Wim De Moor

25

Toename druggebruik©®

Er is een toename in druggebruik merkbaar en zichtbaar. Het gaat zowel om cannabis als om andere psychoactieve middelen. Ook het gebruik van psychofarmaca stijgt. Dit zijn voorgeschreven geneesmiddelen zoals angstremmers en antidepressiva, die al dan niet in combinatie met alcohol worden genomen. Ook bij jongeren vergroot het druggebruik en de zichtbaarheid ervan. Vooral bij jongeren in kwetsbare situaties maakt dit vaak deel uit van een meervoudige problematiek.    

Tijdens de lockdowns is druggebruik en dealen nog duidelijker geworden, vooral in de parken. Bij volwassenen en daklozen is tijdens corona een toename van alcoholgebruik merkbaar. Wellicht gaat dit gepaard met de druk op het psychosociaal welbevinden.

Waar tijdens de eerste lockdown vele gebruikers "mindfulll" bleven en vaak verwonderlijk sterk, bracht de tweede lockdown minder goed nieuws: meer herval en gedachten over zelfdoding, gevaar door verandering van middel omdat de vertrouwde dealer niet kan leveren of uit beeld is, problematisch gamen door wegvallen structuur en door eenzaamheid en verveling, minder (zelf)controle door wegvallen sociale controle, meer intrafamiliale stress, vergroten van de reeds bestaande kwetsbaarheid (ook financieel), minder jongeren geraken tot bij het Centrum GGZ waardoor vroeginterventie stil valt, …

26

Enkel kortlopende psychologische zorg is betaalbaar

Kortlopende psychologische zorg is ondertussen financieel toegankelijk geworden. Veel mensen zijn gebaat met een beperkt aantal sessies. Bij een eerstelijnspsycholoog kan men 2x4 keer terecht, bij het CAW 10 keer, in het ziekenhuis na een medische ingreep ook enkele keren. Ook kinderen en jongeren kunnen genieten van kortlopende financieel toegankelijke psychologische begeleiding.

Sommige mensen hebben echter nood aan langdurige psychologische begeleiding om volledig te kunnen herstellen van trauma’s uit het verleden of van zwaardere problematieken. De langdurige psychologische behandelingen zijn voor de meeste mensen financieel ontoegankelijk. 

Trekker: Joke Vasseur

27

Stress bij gezinnen©

Algemeen kunnen steeds meer  gezinnen, ook uit de middenklasse, de combinatie werk en gezin niet aan. De toenemende stress zorgt vaak ook voor lichamelijke en psychische klachten.

Deze gezinnen zaten echt op hun tandvlees toen de scholen gesloten waren of niet alle kinderen naar school of naar een vrijetijdsaanbod konden. Ze voelden zich bang, opgesloten en neerslachtig. Vaak zijn ze het helemaal niet gewoon om zo lang samen met hun kinderen te zijn en te werken.

Sommige kinderen/jongeren mochten (bijna) niet naar buiten van hun ouders. In combinatie met niet voldoende afleiding in huis en kleine behuizingen leidde dit ook tot meer melding van intrafamiliaal geweld.

De professionele hulplijn 1712 voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling zag het aantal oproepen over geweld tijdens de eerste lockdown verdubbelen.

Trekker: Joke Vasseur

Sedert 2021 biedt de stad ook zelf laagdrempelige groepsgerichte psycho-educatieve cursussen aan. Tijdens de lancering in het najaar van 2021 worden 13 cursussen gratis aangeboden rond thema’s zoals angst, stress, piekeren, slaap, eenzaamheid, hoe in je kracht komen, … Deze cursussen zijn zowel gericht op preventie en vroegdetectie van psychische klachten als op mensen in herstel. Om een kwetsbaarder publiek toe te leiden naar dit aanbod, wordt er samengewerkt met diverse toeleiders, vertrouwenspersonen, sleutelfiguren, … en worden hiervoor plaatsen vrij gehouden. Bovenstaand aanbod omvat o.m. ook een cursus 'stress en ouderschap', maar ook in de andere cursussen kome thema's gelikt aan dit signaal aan bod. Er is verder ook een aanbod rond balans tussen werk en privé. 

Vanuit Huis van het Kind worden initiatieven rond ontmoeting en opvoedingsondersteuning gestimuleerd. Dit via projectsubsidies, maar ook vanuit de wijkgerichte Huizen van het Kind en o.m. de inloopteams is er een aanbod voor ouders op vlak van ontmoeting, informatie, hulpaanbod, ...