Informatie en communicatie

8

Drempels naar sociale rechten©®

Veel mensen blijven onderbeschermd doordat zij niet automatisch krijgen waar zij recht op hebben en nog te moeilijk zelf hun weg vinden naar hun sociale rechten. Voor mensen die geen cliënt (meer) zijn van het OCMW is dit nog moeilijker. Velen geraken niet zelfstandig bij de juiste diensten of slagen er niet in om de juiste documenten aan te leveren om hun recht(en) te doen gelden. De procedures worden als te complex ervaren, er zijn te grote verschillen tussen de diensten en de juiste toekenning van rechten is nog te vaak afhankelijk van de hulpverlener. Op het internet kan men informatie vinden, maar voor mensen in een kwetsbare situatie is dit geen evidente bron van informatie. Dit vereist een laptop, de nodige digitale vaardigheden, en legt teveel de verantwoordelijkheid bij henzelf om de juiste informatie te vinden.

Daar bovenop komt dat veel mensen en vooral ook jongeren de drempel naar het OCMW als hoog ervaren.  En ze is soms ook hoog: tijdens corona werd de onthaaldienstverlening niet als open ervaren. Je moest telefonisch een afspraak maken. Ook tussen kerst en nieuwjaar en in de week van de Gentse feesten is de fysieke toegankelijkheid laag.

Ook de corona steunmaatregelen komen niet vanzelf tot bij wie er recht op heeft: de Covid-toeslag op het groeipakket, tijdelijke werkloosheid, de gratis treinritten, de corona-werkloosheidsuitkering, uitstel betaling hypotheek, …

Er is nood aan ondersteuning bij het laten gelden van de sociale rechten, aan huis, of via herhaaldelijk telefonisch contact met iemand die ze vertrouwen.

Trekker: Krist Poffyn
Opvolging:

Het staat buiten kijf dat de uitputting van rechten een moeilijke zoektocht is: de voorwaarden voor ieder recht of sociaal voordeel zijn verschillend, naargelang het doel dat men met die maatregelen wil bereiken. De snel vorderende technologie geeft langzamerhand meer mogelijkheden tot automatisering en administratieve vereenvoudiging, maar dit is vaak niet verzoenbaar met de noodzakelijke regels rond gegevensbescherming, boet in aan efficiëntie door onbetrouwbare brondatakwaliteit, of botst op budgettaire grenzen. Stad/OCMW Gent zet in op het wegwerken van die obstakels waar mogelijk.

Via het ter beschikking stellen van gratis digipakketten (zie ook signaal 57) werd deels tegemoetgekomen aan de nood aan toegang tot internet. Men kan ook terecht op de digipunten voor gratis toegang tot een computer en internet.

De brochure "Hoe kunnen we je helpen?" en de flyer "Hulp nodig? Neem contact met het welzijnsbureau in je buurt." zijn middelen om niet-digitale informatie over sociale rechten te verspreiden. 

De in 2020 opgestarte welzijnsonthaal-werking van de welzijnsbureaus heeft onder andere tot doel om aanspreekpunt te zijn voor alle Gentse burgers met alle mogelijke sociale vragen, ook als ze geen uitkeringen van het  OCMW ontvangen of op een andere manier in een  traject actief begeleid worden.  Door meer naar buiten te treden (vindplaatsgericht werken), beter samen te werken met andere organisaties (Single Point of Contact, Geïntegreerd Breed Onthaal) en meer informatie te geven wil het OCMW mensen in onderbescherming beter bereiken en ondersteunen.

Eens de coronacrisis onder controle is, zullen de Welzijnsbureaus hun normale openingsuren hervatten.

9

Sociaal tarief internet/telefoon enkel aanvraagbaar door rechthebbende

Het recht op sociaal tarief wordt nog steeds niet automatisch toegekend en kan enkel door de rechthebbende worden aangevraagd. Hulpverleners kunnen geen sociaal tarief voor internet/telefoon aanvragen voor hun cliënten als ze niet bij hen zitten.

Trekker: Krist Poffyn
Opvolging:

Door de volledig geprivatiseerde telecommunicatiemarkt zijn de procedures voor aanvraag van het sociaal tarief internet en telefoon volledig afhankelijk van de goodwill van de aanbieders, ook al is er een wettelijk kader dat aan grote providers verplicht om minimale sociale tarieven toe te kennen. De betreffende wet stelt voor alle begunstigdencategorieën dat het voordeel "op hun verzoek" kan worden genoten. Het sociaal tarief kan wel aangevraagd worden door de maatschappelijk werker voor de cliënt als de maatschappelijk werker beschikt over het rijksregisternummer en abonnementsgegevens van de cliënt.  Het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat aan de voorwaarden voor het verlenen van het sociale tarief is voldaan. Zolang de wet niet verandert, blijft het zeer omslachtig om dit voordeel te verkrijgen.

Gent participeert samen met Leuven en Mechelen in een proefproject van de Sociale Dienst van de VUB en Telenet. Het product 'Telenet Essential' biedt basisinternet via het mobiele netwerk aan kwetsbare gezinnen of personen zonder of met zeer beperkte connectiviteit thuis. Intekenen kan enkel onder bepaalde voorwaarden en via sociale organisaties en digitale inclusie-organisaties.

39

Sociale medewerkers Woningent niet meer rechtstreeks te bereiken

De sociale medewerkers van Woningent hebben geen individueel telefoonnummer en emailadres meer, maar wel een teammailadres en algemeen nummer. Op die manier willen ze de mensen beter en sneller kunnen helpen. Ze verwachten dat mensen hun zaken telefonisch, en bij voorkeur via mail regelen. Voor veel huurders en kandidaat-huurders bemoeilijkt dit de toegankelijkheid, ze willen liefst persoonlijk contact (zie signaal 67). Het is bovendien zeer moeilijk om een afspraak te bekomen.

Opvolging:

Stad Gent kan de interne werking van Woningent niet regelen. Stad Gent kan dit signaal wel aan de sociale huisvestingsmaatschappij laten weten.

42

Communicatie van sociale huisvestingsmaatschappijen

Huurders en wijkorganisaties voelen zich machteloos tegenover beleid en communicatie van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Communicatie van sociale huisvestingsmaatschappijen naar de huurders en de wijkorganisaties laat volgens hen te wensen over. En dit in 2 richtingen. Ze zijn niet of nauwelijks bereikbaar voor klachten. En er is weinig duidelijkheid rond hun nieuwe plannen en beleidskeuzes, zoals bvb over herhuisvesting na renovatie (niet meer buurtgericht maar gezamenlijk van oude naar vernieuwde blok).

Uitzonderlijk enkele voorstellen:

Voldoende communicatie

  • Pro-actief contact opnemen met bewoners n.a.v. een geplande verhuisbeweging is belangrijk. Momenteel verloopt contact in deze vaak eerder receptief.
  • Het is van belang dat de huurders steeds zeer duidelijk en op maat geïnformeerd worden, zodat geruchten in de kiem kunnen gesmoord worden. Als dit niet op tijd gebeurt, ontstaat er paniek, onrust en verkeerde verwachtingen bij bewoners.
  • Zelfs wanneer er weinig nieuwe informatie voorhanden is, wordt dit best meegedeeld.  Niets laten weten over het (gewijzigde) verloop bij een verhuisbeweging brengt alleen meer onrust.

Keuzemogelijkheden voor nieuwe woning/nieuwe buurt voldoende breed laten

  • Een verhuis naar een andere buurt heeft een grote impact op de levenssituatie van sociale huurders. De impact manifesteert zich op verschillende levensdomeinen: gezondheid (stress, nieuwe huisarts zoeken), sociaal netwerk, bevoorrading, mobiliteit, vertrouwensbanden, hulpverlening, …)
  • Men kan een wijkkeuze doorgeven, maar het gebied kan zo groot zijn dat sociale huurders nog steeds ergens anders belanden dan dat ze verwachtten.
  • Er gaat weinig of geen aandacht naar het behoud van sociale netwerken. Er moeten maximale inspanningen geleverd worden om gezinnen, mantelzorgers, … samen te verhuizen als ze dat wensen.
  • Herhuisvesting naar sociaal patrimonium van een andere maatschappij zou ervoor kunnen zorgen dat sociale huurders dichterbij hun een gewenste setting komen, maar er is op dit moment geen centraal inschrijvingsregister

Inzicht in budgettaire impact van verhuisbeweging op verhuizers tijdig mogelijk maken

  • Verhuizen naar een ander (nieuwer) pand in een andere buurt kan een grote impact hebben op de toekomstige woonkost. De huurkorting valt weg waardoor sociale huurders het gevoel hebben dat hun huurgeld opgeslagen is.
  • Sociale huurders die moeten verhuizen willen tijdig een goed zicht hebben op de effectieve huurprijs van hun nieuwe plek.
  • Ook de kosten die gepaard gaan met de verhuis zelf zijn vaak onduidelijk. Men willen beter kunnen inschatten wat een verhuis precies zal kosten en welke ondersteuning men kan krijgen.

Begeleiding van sociale huurders die verhuizen is noodzakelijk voor, tijdens én na de verhuisbeweging.

Opvolging:

Stad Gent bepaalt de communicatie van de sociale huisvestingsmaatschappijen niet. We kunnen dit signaal doorgeven.

54

School- en studiekeuze zonder info

Om een passende school te kiezen voor je kind, heb je informatie nodig over het schoolsysteem en de -methodes. Daarover is te weinig informatie terug te vinden in de ‘meld je aan’-boekjes, en op de schoolwebsites. Wijkwandelingen om scholen te leren kennen worden niet overal georganiseerd en zijn beperkt tot het Lager Onderwijs. Door het gebrek aan informatie is het voor ouders niet altijd duidelijk welke scholen het best aansluiten op de talenten en de wensen van hun kind. Hierdoor gaan ze vaak niet zelf kiezen, maar de adviezen van anderen volgen, ook al is dit niet altijd het beste voor hun kind.

Veel actoren leveren inspanningen om gezinnen in kwetsbare situaties toe te leiden naar een school: brugfiguren, brede scholen, inloopteams, project kleuterparticipatie,… Maar het blijft hoogdrempelig en er wordt niet altijd rekening gehouden met talenten en wensen van de kinderen/jongeren.

De kansrijke gezinnen trekken ondertussen naar andere gemeenten in de buurt van Gent  (Melle, Merelbeke, Destelbergen, …).

Ook de overstap van het lager onderwijs naar het secundair onderwijs verloopt niet altijd even gemakkelijk voor jongeren uit de kansengroepen. Al te vaak worden deze jongeren te vroeg naar de B-stroom gestuurd. Ouders vinden soms moeizaam de weg naar informatie over het secundair onderwijs en het aanbod is groot, divers en complex. Een goed overwogen advies van de klasleerkrachten of CLB is zeer belangrijk omdat de ouders doorgaans dit advies volgen. Nog te vaak onderschatten zij de impact van hun advies op de beslissing van de ouders. Een verkeerde studiekeuze kan immers leiden tot demotivatie en in soms ook tot een vroegtijdige schooluitval.

Opvolging:

CLB’s in Gent bieden informatiesessie voor leerlingen basisonderwijs in scholen én netoverschrijdend infosessies voor ouders en intermediairen. Over volgende belangrijke stappen in de onderwijsloopbaan van kinderen en jongeren worden infofilmpjes voorzien :

  • De overgang van lager naar secundair onderwijs
  • De overgang van de eerste graad secundair onderwijs naar de tweede graad secundair onderwijs
  • De overgang van de tweede graad secundair onderwijs naar de derde graad secundair onderwijs.

Elke filmpje legt de nadruk op één van deze overgangsmomenten. Daarnaast is er ook informatie terug te vinden over 'zorg op school', 'buitengewoon secundair onderwijs', 'het aanmeldingssysteem in Gent', 'Waar terecht met vragen', ...

In de ‘meld je aan’-boekjes is weinig informatie terug te vinden over het schoolsysteem of over de methode. De boekjes zijn gericht op het aanmeldingssysteem en moeten de ouders wegwijs maken in de handeling van het aanmelden. De concrete informatie over de scholen zelf zijn terug te vinden op de schoolwebsites. Vanuit het LOP werd in schooljaar 2020-2021  een oproep gedaan naar de scholen voor het hebben van aandacht van duidelijke, transparante en actuele informatie op de schoolwebsite. 

Naar aanleiding van de modernisering van het secundair onderwijs wordt de oriënterende functie van de 1ste graad secundair onderwijs versterkt:

  • Leerlingen ontdekken en ontplooien in de 1ste graad hun interesses, talenten en mogelijkheden, voortbouwend op het lager onderwijs. De eerste graad bereidt leerlingen voor om trapsgewijs, geïnformeerde en bewuste studiekeuzes te maken doorheen het secundair onderwijs.
  • De toegang tot de 1ste graad is strikt gekoppeld aan het getuigschrift basisonderwijs. Een leerling met een getuigschrift basisonderwijs start in het 1ste leerjaar A, een leerling zonder getuigschrift in het 1ste leerjaar B.
  • In de 1ste graad is er structureel ruimte voor differentiatie op maat: leerlingen worden extra uitgedaagd of extra ondersteund. De differentiatie-uren kunnen ook gebruikt worden voor verdieping in klassieke talen.
  • Leerlingen hebben doorheen de 1ste graad ook meer mogelijkheden om te schakelen tussen de B- en de A-stroom.

 

Voor OKAN (van waaruit ook doorgestroomd wordt naar het secundair onderwijs) nemen de vervolgschoolcoaches hier een belangrijke rol in op, zowel naar de leerling toe als naar de ouders toe. Ze werken daarvoor ook samen met partners als De Stap en de CLB’s, en wisselen onderling uit over concrete casussen en nieuw onderwijsaanbod, zodat ze maximaal op de hoogte zijn van wat er kan en bestaat.

Brugfiguren stimuleren scholen om een traject op te zetten in de overgang van leerlingen van basis naar secundair. Dit op maat van het kind, rekening houdend met talenten en wensen, en samen met de ouders. Het traject kan kort of lang zijn, naargelang de noden. We geven informatie door van bv. De Stap en in samenwerking met partners; bv. het Beroepenhuis. Brugfiguren faciliteren bezoeken aan deze organisaties of gaan zelf mee met de gezinnen. Het team Partnerschap School-Gezin zorgt ervoor dat de brugfiguren de meest recente informatie ter beschikking hebben door samenwerking met de LOP-ondersteuners. We faciliteren uitwisseling tussen de brugfiguren die in de basisschool staan en brugfiguren die in de 13 secundaire scholen met eerste graad B-stroom staan.

 

57

Huiswerk op de computer niet voor iedereen mogelijk©

Leerkrachten geven vaak  digitaal huiswerk. Dit zorgt voor uitsluiting van een groep kinderen/jongeren die thuis geen PC heeft. Sommige leerlingen moeten de lessen volgen op een gsm. Veel scholen vragen ook om een eigen laptop te hebben en het moet vaak een specifieke zijn. Dit is voor gezinnen met meerdere kinderen problematisch, aangezien niet alle gezinnen over meerdere laptops/computers beschikken. Deze kinderen/jongeren dienen dan momenten bijeen te sprokkelen om ergens anders op een computer te kunnen voortwerken. Bijkomend probleem is dat zowel de digitale vaardigheden van school, ouders en leerlingen onvoldoende zijn om hiermee zelfstandig aan de slag te kunnen gaan.

Dit werd versterkt door corona. Gezinnen met schoolgaande kinderen hebben vaak onvoldoende geschikte computers in huis om elk kind de lessen te laten volgen. Tijdens de coronapandemie werden laptops en computers ingezameld en ter beschikking gesteld. Ook kregen gezinnen in kwetsbare situaties free wifi van Proximus en Telenet. Dit is heel fijn maar vaak ontoereikend en ook voor na corona zijn er geen garanties.

Opvolging:

Via E-inclusie:

  • Ontleenactie laptops voor leerlingen BaO ingeschreven bij een erkend initiatief studieondersteuning. Momenteel wordt bekeken om dit aanbod ook uit te breiden naar leerlingen SO.
  • 10 digipunten voor kinderen en jongeren
  • Extra vrijwilligers voor ondersteuning van kinderen en jongeren in De Krook en in de wijkbibliotheken
  • In 2020-2021 werden laptops ontleend aan scholen voor kwetsbare leerlingen ifv het verplicht afstandsonderwijs in SO.
  • Digilessen voor ouders van leerlingen basisonderwijs 3e graad. Doelstelling is om 4 proeftuinen op te starten in schooljaar 2021-2022. Dit in samenwerking met Ligo.
  • Digihulp aan huis door stagestudenten. Opstart proeftuin schooljaar 2021-2022. Doel is om zowel een proeftuin te starten in SO als in BaO.
  • In september 2021 bekijken we samen met de OKAN-scholen hoe we hun leerlingen en leerkrachten extra kunnen ondersteunen op digitaal vlak. Doel is om een proeftuin op te starten, waarbij we de ontlening van laptops combineren met ondersteuning van het ontwikkelen van digitale vaardigheden.
  • Mediacoachopleiding voor Gentse scholen: tijdens deze opleiding krijgen de deelnemers de nodige info en handvaten om meer in te zetten op mediawijsheid op school. Doel van de opleiding is ook het opstarten van een project op maat van de school. In deze Gentse opleiding zal dit project focussen op e-inclusie.

 

Inzamelactie van digitale toestellen: Gentse burgers kunnen hun oude toestellen binnen brengen in verschillende punten. Deze toestellen worden hersteld door vrijwilligers uit het RepairCafé, via de KRAS-diensten worden ze vervolgens geschonken aan Gentse kwetsbare personen en gezinnen. Ook mensen die (nog) niet aangesloten zijn bij een KRAS-dienst maar wel nood hebben aan een toestel en zich in een kwetsbare situatie bevinden, kunnen zich aanmelden. 

61

Mogelijkheden tot levenslang leren immens maar onoverzichtelijk

De mogelijkheden tot levenslang leren zijn voortdurend in evolutie. Een groeiend en flexibel educatief aanbod creëert meer leermogelijkheden en -faciliteiten, maar werpt ook drempels op door zijn onoverzichtelijk karakter. Vaak is leren ook moeilijk te combineren met een job of gezin. Bovendien staat dit aanbod niet op zichzelf, maar krijgt het voor de persoon pas betekenis in een specifieke levenssituatie of tijdens een transitiemoment. En dan spelen verschillende factoren een rol: de kwaliteit, de kostprijs (behoud van loon, werkloosheidsuitkering, kinderbijslag, betaald educatief verlof, …), het moment waarop de opleiding plaatsvindt, de faciliteiten en randvoorwaarden, diploma, tewerkstellingskansen, …   

Opvolging:

De Stap - Leerwinkel Oost-Vlaanderen maakt leerlingen, studenten, volwassenen, professionelen wegwijs in alle mogelijkheden van LevensLangLeren  in Oost-Vlaanderen. Je kan gratis terecht met je vragen bij De Stap. De leerloopbaancoaches gaan samen op zoek naar een opleidingstraject op maat.

67

Nood aan vertrouwensband met hulpverlener

Hulpvragers hebben nood aan een vaste, vertrouwde hulp- of zorgverlener. Veelvuldige wissels van hulpverleners (bv. OCMW, Woningent, huisarts), maken een duurzame ondersteuning van en samenwerking met mensen in nood moeilijk tot onmogelijk. Ook bestaat de kans dat ze niet de juiste hulp krijgen omdat de nieuwe hulpverlener hun dossier onvoldoende kent, laat staan het volledige verhaal erachter.

Men wil geholpen worden door dezelfde persoon.

Opvolging:

Binnen de sociale dienst zijn de eerste stappen gezet om de verschillende dimensies van het probleem goed te kennen (gebruikers-, medewerkers- en organisatieperspectief) . Er werden focusgesprekken gevoerd met groepen van gebruikers van de dienstverlening en met maatschappelijk werkers zelf. Ook de recentste tevredenheidsmetingen bieden de nodige aangrijpingspunten. We onderzoeken verder welke sporen we kunnen bewandelen om naar gerichte oplossingen te werken.

73

Drempels bij doorverwijzing naar gezinshulpverlening

Gezinnen komen opeenvolgend in onthalen van verschillende organisaties (bv. huisarts - opvoedingswinkel - CLB) terecht. Daar moeten ze steeds opnieuw een kort onthaal- of intakegesprek doen met een onbekende medewerker. De focus van de intakegesprekken ligt vooral op praktische elementen en procedures, eerder dan op het welzijn en de beleving van het gezin.

Als er na intake moet worden doorverwezen, is er bijna altijd een wachtlijst van minstens 6 maanden: bij de beide Gentse CKG’s, CGG, CAW en jeugdhulp. Voor jongeren 12+ is er een tekort aan passend aanbod van intensieve (thuis)ondersteuning.

vb. een jongere van 18 jaar, die bij zijn alleenstaande mama en 3 jongere broers/zussen woont, vindt geen passend aanbod na beëindiging van z’n middelbaar doordat in de DOP aanvraag geen dringende elementen opgemerkt werden op het intakeformulier. Het formulier is afgenomen tijdens een éénmalig gesprek met een onbekende consulent, terwijl er rond het gezin een hulpverlenersnetwerk van minstens 5 organisaties actief is (OCMW, CGG, CKG, Opvoedingswinkel, de huisarts, psychiater UZ en de laatst betrokken begeleiders van de middelbare school). Het netwerk stuit op een gebrek aan passend aanbod voor de jongere.

Ondersteuning via tolken wordt niet vaak geboden (zeker bij CKG en Jeugdhulp), of is een bijkomende reden van wachtlijsten.

Door de korte duur van trajecten en de nadruk op doelgerichtheid worden maatwerk en een cultuur sensitieve houding bij hulpverleners bemoeilijkt.

Opvolging:

75

Digitalisering, hoogdrempelige telefonische dienstverlening en moeilijk taalgebruik in brieven zorgt voor administratieve druk op de eerstelijn©®

Heel veel eerstelijnswerkers nemen door de digitalisering noodgedwongen administratieve taken op voor hun cliënten. Daardoor komt hun regulier werk in het gedrang.

Hulpverleners krijgen daarnaast vaak van hun cliënten te horen dat ze de brieven die ze ontvangen van banken, verzekeringen, overheden, andere organisaties, … niet begrijpen. De maatschappelijk werkers verliezen veel tijd door deze brieven voor hen uit te pluizen, te vertalen en te zeggen wat de cliënt moet doen. Hun regulier werk komt daardoor in het gedrang.

Daarnaast zijn ook openbare diensten weinig toegankelijk, zeker in coronatijd. Politiecommissariaten, Welzijnsbureaus, mutualiteiten, vakbonden, VDAB, … deden de deuren dicht (zeker tijdens de eerste lockdown) of openden beperkt op afspraak. Veel (stads)diensten werken sinds de eerste lockdown enkel nog op afspraak (naast telefonisch en via mail). Dit werkt niet voor mensen in kwetsbare situaties. Zij zijn niet in staat om via de computer een afspraak te maken of ze hebben een te beperkt beltegoed om te telefoneren. (Vrijwilligers)organisaties en diensten die wel openbleven en fysiek op het terrein aanwezig waren, werden daardoor overspoeld met hulpvragen bij administratieve zaken.

Digitale of telefonische dienstverlening is vaak heel hoogdrempelig. Je moet beschikken over een telefoon, computer of internet, het Nederlands voldoende machtig zijn, voldoende skills en een goede concentratie hebben, … Tijdens corona werd dit probleem nog eens versterkt doordat sommige loketfuncties werden afgeschaft en je vaak niet meer aan het loket of enkel op afspraak werd geholpen. De meeste telefoonlijnen zijn bovendien betalend. Voor daklozen waren er in de lockdowns weinig mogelijkheden om gebruik te maken van diensten waar men kan telefoneren of online gaan.

Enkele voorbeelden:

  • Digitale aanmeldingsprocedures voor kampen (hier moet je ook nog snel zijn)
  • Digitaal aanmeldingssysteem voor kinderopvang
  • Gentinfo is betalend en daarom voor sommige mensen ontoegankelijk.
  • Als mensen vragen hebben over hun factuur (gsm, EGW,...) wordt het steeds moeilijker om echte personen telefonisch aan de lijn te krijgen. Vroeger kon je als hulpverlener nog het menselijke verhaal achter een achterstallige betaling vertellen aan de gsm provider of andere leverancier, waardoor je nog boetes en incassobureaus kon tegenhouden. Het keuzemenu dat nu bij de meeste bedrijven is opgericht, is alsmaar minder gericht op het aan de lijn krijgen van een 'live' persoon aan wie je bijvoorbeeld kan uitleggen dat men de factuur betaalde, maar niet wist dat de mededeling belangrijk was. Op die manier kreeg je nog de kans het bewijs van betaling op te sturen waardoor je verdere boetes nog kon laten annuleren. Deze digitalisering is problematisch voor mensen in een kwetsbare situatie. Een groeiende groep mensen dient een belastingbrief in te vullen zonder de taal (volledig) machtig te zijn. Corona heeft dit nogmaals versterkt, omdat er geen zitdagen meer waren waar je met een tolk kon langsgaan, enkel  telefonische dienstverlening. Je mag niets meer vragen aan de chauffeur van De Lijn en de nieuwe betaalsystemen worden vaak niet begrepen (via GSM, Elektronische lijnkaarten)
Opvolging: