Lokale Overheid

1

Schoolmaaltijden zijn essentieel

Mensen in armoede zouden graag hun kind op school laten eten, zodat zij op zijn minst één volwaardige maaltijd per dag hebben. Maar voor veel gezinnen is de kostprijs voor een warme schoolmaaltijd te hoog. Soms halen ouders hun kinderen van school om te vermijden dat de lege brooddoos zichtbaar wordt. Jongeren hangen op straat rond tijdens de middagpauze, om niet te laten zien dat ze geen lunch kunnen betalen.

In stedelijke scholen krijgen gezinnen met een laag inkomen kortingen of volledige vrijstelling op maaltijden en toezicht. In scholen van alle netten waar er OCMW-zitdag of -consult is, kunnen kinderen in precaire situaties na een beperkt sociaal onderzoek gratis warme maaltijden krijgen. Daarnaast zetten steeds meer  scholen in op gezonde voeding en het voeren van een kostenbewust beleid. Toch zijn er nog steeds veel lege en ongezonde brooddozen op school. Dit is een structureel armoedeprobleem dat scholen niet alleen kunnen oplossen.

vzw Jong merkt deze honger ook op. Omdat honger en vrije tijd niet samen gaan, bieden zij vaak kookactiviteiten en verse soep aan.

Opvolging:

Toegang tot gezonde en volwaardige maaltijden op school kan een belangrijk element zijn in de strijd tegen armoede: kinderen voelen zich beter op school, zijn aandachtiger in de klas. De dienst Lokaal Sociaal Beleid bereidde in 2020 samen met het Onderwijscentrum het project 'LEkker(s) Op School: maaltijden op school voor kleuters in kwetsbare situaties' voor. Vertrekkend vanuit bestaande goede praktijken wordt een proeftuin opgezet waarbij in een aantal deelnemende scholen betaalbare of gratis maaltijden aangeboden worden voor kleuters.  In september 2021 zullen we starten met de schoolmaaltijden in de proeftuinscholen. Het onderzoekstraject (uitgevoerd door partners KULeuven en Hogeschool Gent) zal twee schooljaren lopen en afgerond worden eind 2023. We zorgen ervoor dat we de maaltijden aanbieden op een niet-stigmatiserende manier met een eenvoudig administratief systeem voor de scholen. Binnen de proeftuin onderzoeken we welke positieve effecten we zien op welbevinden en aanwezigheid van de kinderen, betrokkenheid van de ouders, … De resultaten en good practices vanuit de proeftuin zullen ook gebruikt worden om op de verschillende beleidsniveaus aanbevelingen vorm te geven. 

2

Voedselondersteuning kan nog meer bereiken

Voedselondersteuning bestaat in vele variaties (KRAS op doorverwijzing of na gesprek, sociale kruidenier, via vzw JONG vooral aan hun eigen gezinnen en kinderen maar soms ook aan andere behoeftigen,…) en bereikt veel Gentenaars in een kwetsbare situatie, maar zou nog meer kunnen bereiken.

Jongeren bijvoorbeeld doen weinig beroep op de voedselondersteuning. Zij zijn vaak met andere zaken bezig zoals werk zoeken of volgen een opleiding waardoor ze geen voedsel kunnen afhalen tijdens de openingsuren, en lopen niet graag  met hun problemen te koop. Vzw jong is één van de weinige organisaties die hier op inspeelt door voedselondersteuning aan te bieden aan hun jongeren en families, ook buiten de kantooruren. De vraag naar voedselondersteuning neemt overal toe.

De voedselondersteuning kan aangegrepen worden om een link te leggen met de hulpverlening of om beleidssignalen te verzamelen.  De vrijwilligers doen hun best om mensen verder door te verwijzen. De aanwezigheid van OCMW-medewerkers in de Olijfboom tijdens de eerste lockdown, zorgde voor een meer directe rechtentoekenning.

Opvolging:

Stad Gent ondersteunde in 2020 de voedselinitiatieven op verschillende manieren: stadsmedewerkers staken mee de handen uit de mouwen, we zochten extra vrijwilligers via GentHelpt, leverden beschermingsmateriaal en gaven logistieke steun. 
Er werden vanuit Stad Gent extra werkingsmiddelen aan KRAS en het Gents Solidariteitsfonds gegeven voor in totaal 239.000 euro. Dit zorgde, samen met de 3 groepsaankopen voor beschermings- en hygiënisch materiaal, voor het opvangen van de meest acute noden. Er wordt ook bekeken of er een systeem van thuislevering kan worden opgezet.
Foodsavers bleef aan de slag en garandeerde de noodzakelijke bevoorrading van de voedselinitiatieven. Regelmatig overleg zorgde ervoor dat bestaande en nieuwe organisaties samen de noden van de meest kwetsbaren konden opvangen.
Het traject Materiële Hulp werd in juni 2020 vervroegd opgestart om te komen tot een duurzaam model voor elke kwetsbare Gentenaar. Er werden 3 plenaire bijeenkomsten georganiseerd en 7 thematische panels. In 2021 worden de stadsbrede principes omtrent zonering, gelijkwaardig aanbod, aanbod voor mensen zonder wettig verblijf, dak- en thuislozen, toegankelijkheid, ... concreet uitgewerkt in 2 wijken (Ledeberg/Gentbrugge en Bloemekeswijk).
Tijdens de coronacrisis kwamen er veel nieuwe mensen terecht bij de voedselinitiatieven. Door een vernieuwde manier van werken konden deze mensen eenvoudig worden toegeleid naar het Welzijnsonthaal (mits toestemming van de mensen zelf). Dankzij deze nieuwe werkwijze realiseren we niet alleen een goede doorverwijs naar materiële hulp, maar kunnen we verschillende gezinnen meteen hulp- en dienstverlening aanbieden, rechten onderzoeken en ook leefloon of andere vormen van financiële steun bieden. Complementair met deze actie werden er middelen via het Sociaal Innovatiefonds toegekend aan KRAS vzw voor de uitwerking van het project: Innovatieve benaderingen van materiële steun als hefboom naar duurzame armoedebestrijding: in 10 stappen van voedselhulp naar structurele oplossingen voor armoede in Gent. 

5

Ouderenarmoede

Vele ouderen in Gent leven onder de armoedegrens maar weten niet dat ze de inkomensgarantie voor ouderen kunnen aanvragen. Of ze schamen zich hiervoor of ze vrezen dat de kinderen de toelage op het pensioen zullen moeten terugbetalen. 

Opvolging:

In principe krijgen rechthebbenden de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) automatisch toegekend:  het onderzoek start automatisch als men:

  • een pensioen aanvraagt in België;
  • al een pensioen krijgt in België;
  • een tegemoetkoming aan gehandicapten krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd bereikt;
  • een leefloon krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.

Het is niet duidelijk welk probleem achter dit signaal schuil gaat: mogelijks gaat het om mensen die niet voldoen aan de nationaliteitsvoorwaarde (Belg zijn of in een ermee gelijkgestelde situatie verkeren), of wiens recht vervallen is wegens langdurig verblijf in het buitenland, zie signaal 6.

7

Verdringing door toeristen en shoppers

Gent is zeer aantrekkelijk voor toeristen en shoppers, en zet daar zelf ook meer en meer op in. Enkele voorbeelden:  

  • Vervoer: Stad Gent zet onder meer via het mobiliteitsplan in op gratis wandelbusjes in het centrum, gratis shuttles tussen de Park-and-Rides en het centrum, gratis openbaar vervoer op shopzondag, en een hop-on-hop-off-watertram.
  • Economie: Gent trekt low-budget en chique winkels aan, leegstaande winkelpanden worden ter beschikking gesteld als pop-up, en er komen veel chocolade- en souvenirwinkels bij.

De tijdelijke bezoekers zorgen er ook voor dat woningen worden gebruikt als bed and breakfast, Airbnb, of als bedrijfsappartementen. Daardoor wordt Gent minder en minder betaalbaar voor haar eigen bewoners, en dreigt ze slachtoffer te worden van haar eigen succes.

Opvolging:

8

Drempels naar sociale rechten©®

Veel mensen blijven onderbeschermd doordat zij niet automatisch krijgen waar zij recht op hebben en nog te moeilijk zelf hun weg vinden naar hun sociale rechten. Voor mensen die geen cliënt (meer) zijn van het OCMW is dit nog moeilijker. Velen geraken niet zelfstandig bij de juiste diensten of slagen er niet in om de juiste documenten aan te leveren om hun recht(en) te doen gelden. De procedures worden als te complex ervaren, er zijn te grote verschillen tussen de diensten en de juiste toekenning van rechten is nog te vaak afhankelijk van de hulpverlener. Op het internet kan men informatie vinden, maar voor mensen in een kwetsbare situatie is dit geen evidente bron van informatie. Dit vereist een laptop, de nodige digitale vaardigheden, en legt teveel de verantwoordelijkheid bij henzelf om de juiste informatie te vinden.

Daar bovenop komt dat veel mensen en vooral ook jongeren de drempel naar het OCMW als hoog ervaren.  En ze is soms ook hoog: tijdens corona werd de onthaaldienstverlening niet als open ervaren. Je moest telefonisch een afspraak maken. Ook tussen kerst en nieuwjaar en in de week van de Gentse feesten is de fysieke toegankelijkheid laag.

Ook de corona steunmaatregelen komen niet vanzelf tot bij wie er recht op heeft: de Covid-toeslag op het groeipakket, tijdelijke werkloosheid, de gratis treinritten, de corona-werkloosheidsuitkering, uitstel betaling hypotheek, …

Er is nood aan ondersteuning bij het laten gelden van de sociale rechten, aan huis, of via herhaaldelijk telefonisch contact met iemand die ze vertrouwen.

Opvolging:

Het staat buiten kijf dat de uitputting van rechten een moeilijke zoektocht is: de voorwaarden voor ieder recht of sociaal voordeel zijn verschillend, naargelang het doel dat men met die maatregelen wil bereiken. De snel vorderende technologie geeft langzamerhand meer mogelijkheden tot automatisering en administratieve vereenvoudiging, maar dit is vaak niet verzoenbaar met de noodzakelijke regels rond gegevensbescherming, boet in aan efficiëntie door onbetrouwbare brondatakwaliteit, of botst op budgettaire grenzen. Stad/OCMW Gent zet in op het wegwerken van die obstakels waar mogelijk.

Via het ter beschikking stellen van gratis digipakketten (zie ook signaal 57) werd deels tegemoetgekomen aan de nood aan toegang tot internet. Men kan ook terecht op de digipunten voor gratis toegang tot een computer en internet.

De brochure "Hoe kunnen we je helpen?" en de flyer "Hulp nodig? Neem contact met het welzijnsbureau in je buurt." zijn middelen om niet-digitale informatie over sociale rechten te verspreiden. 

De in 2020 opgestarte welzijnsonthaal-werking van de welzijnsbureaus heeft onder andere tot doel om aanspreekpunt te zijn voor alle Gentse burgers met alle mogelijke sociale vragen, ook als ze geen uitkeringen van het  OCMW ontvangen of op een andere manier in een  traject actief begeleid worden.  Door meer naar buiten te treden (vindplaatsgericht werken), beter samen te werken met andere organisaties (Single Point of Contact, Geïntegreerd Breed Onthaal) en meer informatie te geven wil het OCMW mensen in onderbescherming beter bereiken en ondersteunen.

Eens de coronacrisis onder controle is, zullen de Welzijnsbureaus hun normale openingsuren hervatten.

11

Te weinig ondersteuning voor tienerouders

Tienerouders worstelen bovenop het ouderschap ook met school en beperkte middelen. De uitwerking en toekenning van ouderschap gerelateerde verloven moet beter; en er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Tienerouders met een verstandelijke beperking blijven nog te veel in de kou staan. Meer dan welke groep hebben zij nood aan extra ondersteuning, informatie in duidelijke taal en trajecten op maat.

Tot op heden is er geen sociaal verlof voor tienerouders en geen vaderschapsverlof voor schoollopende tienervaders. Tienermoeders staan er vrijwel meteen helemaal alleen voor. Ze kunnen niet als koppel voor het kindje zorgen en dit resulteert voor de tienermoeder vaak in een B-code op school. Uit onderzoek blijkt dat jonge vaders zich vaak uitgesloten en weinig betrokken voelen in de opvoeding van hun kind. Door het niet toekennen van vaderschapsverlof blijft deze kloof aanhouden.

Momenteel is de moederschapsrust voor schoollopende tienermoeders 10 weken en hebben ze geen recht op borstvoedingsverlof. Vaak kunnen de baby’s op 10 weken nog niet terecht in een kinderopvang, omdat ze hun eerste vaccinaties nog niet hebben gehad. De leerplicht wordt als drukkingsmiddel gebruikt, maar dit zorgt er voor dat de mama’s volledig afhaken. Er is nood aan een flexibel schooltraject op maat.

In Buitengewone Secundaire scholen kan de jongere vaak, eens ze meldt dat ze zwanger is, niet meer aanwezig zijn op school (veiligheidsrisico’s). Anderzijds zijn er ook jonge meisjes die omwille van medische redenen verbonden aan de zwangerschap, niet meer op school geraken. De afstand tussen jongere en school wordt hierdoor enorm groot, evenals de drempel om na de zwangerschapsrust terug te keren. Scholen en CLB-netten geven de nood aan voor Tijdelijk Onderwijs Aan Huis, dat in deze situaties verplicht zou moeten worden.

Er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Seksuele opvoeding wordt onvoldoende aangeboden, evenals thema’s als gezondheid, budgettering, en (begeleid) wonen om je als jongere beter voor te kunnen bereiden op het volwassen leven. Het is onduidelijk in welke vakken dit is opgenomen, en jongeren hebben baat bij een leerkracht/begeleider die zich hiertoe engageert.

Ook de kinderopvang is ontoereikend. In Gent is het bekend dat de zoektocht naar een gepaste kinderopvang vinden niet van een leien dakje loopt. Problemen waar velen op botsen zijn: ‘geen opvangmogelijkheid op de gewenste startdatum’, ‘geen opvangmogelijkheid in de buurt van de school of huis’ of ‘geen weet hebben van de voorziene crisisplaatsen voor kwetsbare situaties’. Het vroegtijdig aanmelden is niet altijd een garantie en ouders die een aanvraag indienden krijgen vaak alsnog te horen dat er geen mogelijkheden zijn in de gewenste kinderopvang. Ze zijn dus genoodzaakt om hun aanvraag te wijzigen en verder van huis te zoeken. Bij tienermoeders zien we dat deze ‘ochtendrush’ zorgt voor het afhaken op school. Zij hebben nood aan een flexibel opvangsysteem in samenwerking met omliggende scholen.

In 2017 zijn 12 meisjes per 1.000 van 15 tem 19 jaar zwanger. (Belgische gegevens, Bron: Sensoa). Gent telt in 2017: 6158 meisjes van 15 tem 19 jaar. Omgerekend zouden er naar schatting zo’n 74 Gentse meisjes van 15 tem 19 zwanger zijn.

Opvolging:

16

Veerkracht onder druk©

De effecten van de coronacrisis zullen nog lang nazinderen bij iedereen maar vooral bij mensen en jongeren in een kwetsbare situatie, bij mantelzorgers en eerstelijnswerkers. Gevoelens van angst, isolement, eenzaamheid, verhoogde psychische kwetsbaarheid... zullen niet zomaar overgaan. De eerstelijnswerkers zullen dit moeten opvangen maar zitten nu al aan hun limiet omdat er geen pauze was tussen de eerste en tweede golf.

Opvolging:

Het versterken van de mentale veerkracht is één van de 4 prioritaire krijtlijnen binnen de beleidsnota gezondheid 2020-2025. Hierbinnen wordt extra gefocust op doelgroepen met extra kwetsbaarheden. Initiatieven vanuit de stad, in samenwerking met diverse partners uit de algemene welzijnssector en de (geestelijke) gezondheidszorg zijn bijvoorbeeld:

  1. 10-daagse van de veerkracht: jaarlijks evenement begin oktober. Met de 10-daagse focussen we op doelstellingen zoals het bespreekbaar maken van dit thema, informatie en kennis over mentale veerkracht vergroten en bekendmaking van het preventieve en curatieve aanbod rond mentale veerkracht.
  2. Sedert 2021 biedt de stad ook zelf laagdrempelige groepsgerichte psycho-educatieve cursussen aan. Tijdens de lancering in het najaar van 2021 worden 13 cursussen gratis aangeboden rond thema’s zoals angst, stress, piekeren, slaap, eenzaamheid, hoe in je kracht komen, … Deze cursussen zijn zowel gericht op preventie en vroegdetectie van psychische klachten als op mensen in herstel. Om een kwetsbaarder publiek toe te leiden naar dit aanbod, wordt er samengewerkt met diverse toeleiders, vertrouwenspersonen, sleutelfiguren, … en worden hiervoor plaatsen vrij gehouden.
  3. Voor zorgpersoneel en ondernemers werden, met financiële ondersteuning van de stad, vanuit het PAKT, de Zuurstofinitiatieven opgericht.
    1. De Zuurstoflijn: een gratis (en anoniem) telefonisch ondersteuningsaanbod voor zorgverleners en ondernemers.
    2. Zuurstoftank: ondersteuning aan teams rond veerkracht
    3. Zuurstoffles: kortdurende trajecten voor mensen die aanhoudende stress ervaren
  4. Relancepsychologen: de Stad Gent heeft in 2020 4 extra psychologen aangeworven, die gratis, ter aanvulling van het bestaande aanbod op de eerste lijn, eerstelijnspsychologische hulp bieden aan kwetsbare burgers. Deze psychologen werken vanuit huisartsenpraktijken en wijkgezondheidscentra en focussen vnl. op individuele, kortdurende, krachtgerichte trajecten. Er gelden geen vooraf vastgelegde beperkingen m.b.t. thema’s, problematieken, ernst, … Dit aanbod liep al snel vol. In 2021 besliste de Stad om dit aanbod te verlengen tot eind 2022.
  5. Het laagdrempelig aanbod voor jongeren bleek tijdens de Covid-pandemie heel snel overbevraagd te zijn. De Stad bood extra financiële steun aan Overkop en TEJO, om de capaciteit uit te breiden, maar ook om jeugd(welzijns)werkers te ondersteunen en begeleiden, om aanklampend te werken e.d.m. Ook voor studenten werden verschillende initiatieven opgezet tijdens de pandemie.
  6. Kinderen en jongeren zijn binnen het (geestelijke) gezondheidsbeleid een prioritaire doelgroep. Binnen het programma ‘Warme Stad’ worden verschillende acties, projecten ontwikkeld. Enkele voorbeelden: psycho-educatie voor jongeren, HotSpot, Klik-app, educatieve koffers, …

Ook binnen het project Gezonde School, waarbij lagere en middelbare scholen worden begeleid in het voeren van een gezondheidsbeleid binnen de school, wordt veel aandacht geschonken aan het thema mentale veerkracht. Leerkrachten, directie en zorgcoördinatoren worden opgeleid om hiermee aan de slag te gaan binnen de school.

Dit signaal werd geselecteerd voor het Sociaal Innovatiefonds 2022

34

Steeds meer mensen thuisloos door woningcrisis

Er zijn zo goed als geen woningen meer te vinden in Gent. Mensen die een opzeg van hun huurovereenkomst hebben gekregen, vinden geen betaalbare woning meer. Ze komen dan in de laatste weken voor de deadline aankloppen bij eerstelijnswerkers voor hulp bij het zoeken. Vaak zijn het alleenstaande ouders of mensen met een vervangingsinkomen maar steeds meer ook werkende mensen met een laag inkomen. De machteloosheid bij de eerstelijnswerkers is zeer groot. Zij kunnen hooguit voorzien in een warme doorverwijzing, maar zien steeds meer dat mensen ‘dak- of thuisloos’ worden. Ze logeren bij familie of vrienden tot er een oplossing komt, of komen noodgedwongen in precaire woonomstandigheden terecht.

Noot: er is een telling gebeurd van de dak- en thuislozen waardoor er vanaf maart 2021 voor het eerst betrouwbare cijfers zullen zijn.

Opvolging:

Kennisverzameling: het project ROOF initieerde de eerste dak- en thuislozentelling in Gent en organiseert de local action group in het kader van het Europees project. Stad Gent engageert zich om naar Functional Zero te gaan en in te zetten op Housing First.

Bundeling van krachten: Taskforce Wonen en Opvang blijft beleid, administratie en middenveld samenbrengen om signalen te capteren en oplossingen uit te werken.

Projecten: via projectoproepen geeft Stad Gent het middenveld de kans om nieuwe modellen van betaalbare huisvesting voor de meest kwetsbare doelgroepen te ontwikkelen. De oproepen zijn gericht op daklozen, instellingverlaters en mensen met beperkingen.

Dienstverlening: enerzijds werden woningzoekers aangeworven om mensen te begeleiden bij hun zoektocht naar een huurwoning, anderzijds worden de woonwijzers versterkt met bijkomende consulenten om informatie en advies te geven aan woningzoekenden. 

Financiële ondersteuning: de relance huurpremie voor gezinnen tussen twee en vier jaar op de wachtlijst voor een sociale woning biedt een eenmalige tijdelijke ondersteuning van 40 euro per maand. Uit dit project worden leerpunten gehaald om gezinnen beter toe te leiden naar de Vlaamse huursubsidie en huurpremie.

35

De ontoegankelijke huurmarkt®

  • Verhuurders willen vaak niet verhuren aan mensen met een vreemde familienaam, maar ook niet aan mensen met een vervangingsinkomen, een leefloon of aan alleenstaande gepensioneerden (tenzij hun kinderen borg staan).
  • Nieuwbouwwoningen zoals aan Dok-Noord zijn onbetaalbaar en dit werkt gentrificatie in de hand.
  • Sommige gezinnen staan al heel lang op de wachtlijst voor een sociale woning.  Als ze dan uiteindelijk een woning aangeboden krijgen, moeten ze soms binnen de maand verhuizen om die woning niet te verliezen. Omdat ze een vooropzeg van 3 maanden hebben, moeten  ze 2 maanden dubbele huur betalen.
  • Voor gezinnen met meer dan 5 kinderen is er geen aanbod.
  • De huurprijs van een sociale woning is berekend op de belastingaangifte van 3 jaar terug. Soms is het verschil in inkomen groot in vergelijking met 3 jaar terug. Ondertussen zijn mensen soms gepensioneerd, of werkloos geworden, … Vaak is het ook even wachten op een aanpassing van de huurprijs na een scheiding, en je inkomen moet bovendien gedurende 3 maanden 20% lager zijn om in aanmerking te komen voor een aanpassing.
Opvolging:

Aanbodverruiming: Stad Gent wil het aantal SVK woningen verdubbelen, het aantal betaalbare huurwoningen via Huuringent verdrievoudigen en 1.200 bijkomende sociale woningen laten bouwen. Daartoe is budget voorzien en een investeringssubsidie voor de huisvestingsmaatschappijen. 

Discriminatie: de praktijktesten op de private huurmarkt worden verdergezet. De werking voor ondersteuning aan verhuurders wordt uitgebouwd met een Verhuurderspunt. Verhuurders zullen begeleid worden in objectieve verhuur. De samenwerking met de immokantoren wordt versterkt.

Huurgeschillen: voor huurders die problemen ondervinden wordt de drempel voor juridisch advies verlaagd door gratis zitdagen van Huurdersbond Oost-Vlaanderen in het stadskantoor en via doorverwijsbrieven naar Huurdersbond Oost-Vlaanderen.  

Gentrificatie: in elk stadsproject wordt 20% sociale huurwoningen en 20% budgethuurwoningen voorzien. Budgetkoop wordt omgezet in budgethuur. Via renovatietrajecten voor verhuurders wordt gestimuleerd dat bestaande huurwoningen gerenoveerd en verder verhuurd worden in plaats van verkocht.

Woningen voor grote gezinnen: bij de bouw van nieuwe SVK woningen en van nieuwe sociale woningen wordt gestreefd naar een maximaal aantal gezinswoningen met drie en meer slaapkamers. In de renovatiepremie voor verhuurders wordt extra subsidie gegeven vanaf meer dan drie slaapkamers.

Dit signaal werd geselecteerd voor het Sociaal Innovatiefonds 2022

36

Onderhoudsproblemen woningen

Omdat gezinnen in een kwetsbare situatie vaak in slechte woningen wonen, zijn onderhoudskosten vaak een grote kost, waardoor mensen dit uitstellen. Het gevolg daarvan is dat mensen niet meer in orde zijn met hun brandverzekering of in de wintermaanden in de kou zitten door problemen met de verwarmingsketel.

Heel wat mensen hebben het moeilijk om zelf hun woning te onderhouden: herstellen van een lekkende kraan of een kapotte lamp, huisvuil sorteren, schimmelvorming voorkomen. Ze ontberen heel wat skills voor een gezond woonklimaat.

Opvolging:

Kwaliteit huisvesting: het project Gent Knapt Op ondersteunt eigenaars met een beperkt inkomen zodat zij hun woning kunnen renoveren. Het oplossen van kleinere herstellingen die voorkomen dat een woning achteruit gaat in kwaliteit, wordt nog niet door de stad ondersteund.  

41

Leegstand®

Leegstand is een doorn in het oog van de vele kandidaat-huurders, van de slachtoffers van de kraakwet, van de omwonenden die hun buurt zien verloederen. Nog steeds is er in Gent veel leegstand. Op de private woonmarkt wordt leegstand soms verdoezeld via een domicilieadres, door het vragen van extra hoge huurprijzen, door ander gebruik van de woning (Airbnb bijvoorbeeld). Sociale woningen hebben te maken met ‘frictieleegstand’ of langdurige leegstand omwille van renovaties.

Opvolging:

Stad Gent zal intensiever inzetten op leegstandsbeleid en bereidt zich voor om sociaal beheer toe te passen. Sociaal beheer wil zeggen dat Stad Gent bepaalde leegstaande woningen zelf kan verhuren in plaats van de eigenaar. Het Verhuurderspunt dat midden 2021 opgericht wordt, zal eigenaars adviseren om hun woning te renoveren en te verhuren en leegstand kan gemeld worden bij Diest Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu per mail leegstand@stad.gent.

43

Toegankelijkheid sociale hoogbouw®

Sociale hoogbouwblokken zijn vaak moeilijk toegankelijk. Het is in sommige gebouwen niet evident om met een kinderwagen binnen en buiten te gaan omdat de drempel (letterlijk) te hoog is zonder oprijplank. Daarnaast zijn de gangen en liften vaak smal waardoor je niet kan draaien met een kinderwagen.

Oudere of minder mobiele mensen wonen soms op hogere verdiepingen. Als een lift stuk is, kan die niet altijd onmiddellijk gerepareerd worden waardoor mensen opgesloten zijn in hun eigen appartement. Soms dagenlang. De trap nemen is geen optie.

Opvolging:

Stad Gent pleit voor snelle herstellingen bij sociale woningen, ook bij sociale hoogbouw. In nieuwe projecten geven de stadsdiensten adviezen om alle appartementen maximaal toegankelijk te maken, voldoende bergruimte te voorzien en de gemeenschappelijke delen groot genoeg te maken, bijvoorbeeld in functie van kinderwagens. Oude gebouwen worden omwille van toegankelijkheid en verouderde oppervlaktenormen uit de tijd dat ze gebouwd werden, vervangen door nieuwe gebouwen (vb Rabot, Nieuw Gent).

45

Geen plaats voor kwaliteitsvol mobiel wonen in Gent

Gent investeert in vooruitstrevende woonprojecten, maar voorziet geen ruimte voor kwaliteitsvol mobiel wonen (woonwagen, caravan, Tiny House, …) als volwaardige woonvorm. Sommige mensen kiezen expliciet voor deze vorm van wonen, net als mensen die verkiezen om in een woonboot te wonen. Kwaliteitsvol mobiel wonen is een waardevolle aanvullende vorm van wonen, die kan inspelen op de grote woonnood in Gent.

Momenteel wordt dit enkel projectmatig toegelaten via het project postmobiel wonen, en via wonen op sites met een tijdelijke invulling (vb. Meibloemsite).

Opvolging:

Stad Gent streeft naar functional zero voor dak- en thuislozen en zet al haar middelen in om maximale structurele oplossingen te realiseren. Dit betekent dat personeel en budget ingezet wordt voor bijkomende sociale huisvesting. Binnen het dak- en thuislozenbeleid krijgt Housing First voorrang op tijdelijke oplossingen. Hoewel de vraag naar mobiel wonen groot is, biedt dit geen duurzame oplossing. Het is een beleidskeuze om hier slecht in experimentele vorm op in te zetten (Meibloemsite, Lübecksite). In deze experimentele projecten is de oplossing tijdelijk en duur. Andere oplossingen voor het betaalbaarheidsvraagstuk genieten de voorkeur.

46

Hoge energiekosten uit noodzaak©®

Door de krapte op de woonmarkt is een energiezuinige woning vaak geen prioriteit voor mensen in armoede die een woning zoeken. Huurders in een kwetsbare positie zijn vaak al tevreden als ze een dak boven hun hoofd hebben.  Zo worden zij vaker geconfronteerd met hoge kosten voor energie en water, waardoor zij verder in de armoedespiraal geraken.

Een groepsaankoop voor energie kan een verlichting van het krappe gezinsbudget betekenen, maar de informatie en de inschrijvingsprocedure zijn voor hen vaak onvoldoende toegankelijk. Mensen moeten ook alert zijn om na 1 jaar en na afloop van het contract via groepsaankoop, opnieuw in te tekenen voor de groepsaankoop. Anders blijven ze klant van de leverancier via een ander en duurder contract.

Ook corona zorgde voor een stijging van de energiekosten doordat iedereen tijdens de lockdowns zoveel mogelijk thuis moest blijven.

Opvolging:

vanuit de energiecel zetten we verder in op de bestrijding van energie-armoede en het verlagen van de energiekost, zeker bij de kwetsbare doelgroep, en dit op verschillende manieren

  • operationeel: verdere uitbouw van de werking van de lokale adviescommissie
  • financieel: extra inzetten op het toekennen van energiepremies, financiële tussenkomsten, winterpremie, stookoliepremie, ten laste name energiekosten. Bovendien kenden we in december 2020 een eenmalige coronaforfait toe aan cliënten die de winterpremie gas (via de budgetmeter) ontvingen, alsook aan cliënten in budgetbeheer bij OCMW Gent
  • methodisch: verder inzetten op een outreachende hulpverlening en proactieve rechtentoekenning. Eind 2020 deden we ook een actie, in samenwerking met Fluvius, om de vermogensbegrenzers voor elektriciteit weg te werken bij cliënten met een energieschuld
  • preventief: samenwerking met de Energiecentrale en DBSE; (digitaal) verder zetten van het preventieproject van de Energiecel (“mijn digitale meter, een allesweter”). Aanbieden van een woonmeter en/of een dominostekker aan de doelgroep waar de Energiecentrale een energiescan uitvoert.

47

Vervuilde thuissituaties

Buurtzorgers (outreachende medewerkers van een Lokaal Dienstencentrum) worden regelmatig geconfronteerd met ouderen die een verzamelwoede hebben en niet gemakkelijk hulp toelaten. Omdat deze verzamelwoede vaak veroorzaakt wordt door een psychische problematiek, is een multidisciplinaire aanpak aangewezen:  een langdurige psychosociale begeleiding, een eenmalige grote opkuis of een gefaseerde opkuis, de situatie verder onder controle houden door regelmatige thuiszorg, … Belangrijk hierbij is dat de oudere terug vertrouwen krijgt in de hulpverlening.

Opvolging:

De sociale dienst kan hierin financieel ondersteunend zijn. Signaal wordt in overleg met departement gezondheid en zorg besproken, met als doel, procesvereenvoudiging, informatiedoorstroming enz... 

48

Gewenning aan inbraak in bergruimtes van sociale appartementsgebouwen

Steeds vaker wordt er in de bergkelders of fietsruimtes van sociale appartementsgebouwen ingebroken, gestolen en vernielingen aangebracht. Daardoor maakt men steeds minder gebruik van deze ruimtes. Door gewenning en gebrek aan vertrouwen in officiële instanties (‘ze doen er toch niks aan') , worden deze vandaalstreken  bijna nooit meer gemeld aan de politie of de huisvestingsmaatschappij.

Opvolging:

Bureau Politionele Misdrijfpreventie van de politie zal technopreventief advies geven aan WoninGent

49

Nood aan tijdelijke opvang voor zieke dak- en thuisloze mensen®

Bij ontslag uit het (psychiatrisch) ziekenhuis is er nood aan een plek met medische opvolging en verzorging waar dak- en thuisloze mensen tijdelijk kunnen verblijven om te herstellen. Nu weten ziekenhuizen, wijkgezondheidscentra en andere actoren vaak geen blijf met deze patiënten. Daarnaast zijn er ook meer dakloze oude intra-Europese migranten met medische en psychische problemen die nergens terecht kunnen.

Opvolging:

Van 2018 tot augustus 2020 was er via het project Vesalius de mogelijkheid om time out te voorzien voor een aantal zieke dak-en thuisloze personen. In augustus 2020 stopte deze werking. 

Ondertussen wordt bekeken of er een nieuw vorm van opvang en medische begeleiding vorm kan krijgen. Hiervoor zijn er reeds gesprekken geweest met mogelijke uitvoeringspartners om de voorwaarden te bespreken. 

Momenteel zijn er gesprekken lopende met een aantal actoren om het aanbod van medische ondersteuning en opvang in Gent uit te breiden. 

50

Zichtbare dakloosheid©

Dakloosheid is zichtbaar in het straatbeeld. Een 140-tal mensen kiest voor de straat en niet voor de nachtopvang of voor opvangcentra voor dak- en thuislozen. Sommigen weigeren alle hulp, anderen geven zelf een aantal redenen op waarom ze de opvanginitiatieven mijden: er zijn psychiatrische patiënten, er zijn mensen die ze niet willen zien, ze vinden het daar onveilig, ze werden tijdelijk uitgesloten of ze willen zich niet aan de regels houden.

Ondanks de vele inspanningen vanuit Stad Gent zijn er nog steeds mensen die geen huisvesting vinden, en in woonwagens of illegale constructies her en der in de stad gaan wonen.

Door de lockdowns en de nachtklok wordt het nog duidelijker welke mensen niet in hun kot kunnen blijven, omdat ze er geen hebben.

Naast nachtopvang, hebben dak- en thuisloze mensen ook overdag nood aan warme rustplekken verspreid over de stad. De inloopcentra en de Enchanté-partners bieden dit al maar de vraag is groter dan het aanbod, zeker tijdens de lockdown. 

Opvolging:

In oktober 2020 werd de Gentse daklozentelling uitgevoerd door de KUL in opdracht van de Koning Boudewijn Stichting. Dit biedt een inzicht in zowel de zichtbare als de verdoken dakloosheid. 

Gent heeft 2 inloopcentra, uitgebaat door CAW. Daarnaast is er, zoals het signaal ook aangeeft, een ruimer aanbod van ontmoetingsplaatsen zoals OpStap, Villa Voortman,... Tijdens de COVID-19 periode werd de toegang tot de inloopcentra effectief strikter in functie van het managen van de beperkte capaciteit. Deze kwam er door de strikte regels in verband met 'social distancing',... Dit betekende dat enkel mensen zonder ander alternatieven in de inloopcentra terecht konden. Daarnaast sloten een aantal werkingen tijdelijk de deuren. 

Op dit moment is de situatie anders. De meeste werkingen openden terug de deuren, natuurlijk met veiligheidsvoorschriften. De inloopcentra evolueren ook terug naar hun reguliere werking. Stilletjes aan gaan we terug richting normalisering van dit aanbod. 

Daarnaast is Gent een plan huisvestingsgerichte aanpak van dakloosheid aan het uitwerken. Het doel is om structurele dakloosheid aan te pakken. 

51

Nood aan toegankelijk sanitair en drinkwater, en aan laagdrempelige was- en douchegelegenheden©

In de buurt van de lockers en in de parken (Citadel, Baudelo, Groene Vallei, Keizerspark) worden veel menselijke uitwerpselen teruggevonden. Buitenslapers kunnen ’s avonds of ’s nachts nergens naar het toilet gaan want het publiek sanitair is dan gesloten. Tijdens de eerste coronapiek waren ze zelfs overdag gesloten.

De kraantjes van het publiek sanitair zijn zo gemaakt dat mensen hun flesjes daar niet kunnen vullen, waardoor ze genoodzaakt zijn ergens anders aan te kloppen. Bij de wijkgezondheidscentra bijvoorbeeld, of bij de Enchanté-partners. Laagdrempelige openbare drinkwaterpunten ontbreken. Door corona werd dit pijnpunt nog versterkt want samen met de andere fonteinen werden ook de drinkwaterfonteinen afgesloten. Ook de nachtwinkels en horeca waren beperkt of niet open.

Er is ook een tekort aan laagdrempelige en toegankelijke was- en douchegelegenheden. Daardoor  kunnen mensen  met een laag inkomen en in een precaire woonsituatie (zonder wasgelegenheid) onvoldoende inzetten op persoonlijke hygiëne. Wat dan weer gevolgen heeft op medisch gebied en op het vlak van beeldvorming. Ook belangrijk tijdens de corona-pandemie om het mondmasker hygiënisch te kunnen houden.

Opvolging:

52

Toename dakloosheid jongeren

We zien een toename van jongeren die dak-of thuisloos worden. Jongeren hebben nood aan zorg, ‘communities’ en een veilige plek. In de zoektocht naar een woning hebben ze nood aan ondersteuning. De woonwijzer is door hen weinig gekend en er bestaat geen digitale tool. Na dak- en thuisloosheid is de opstap naar een vaste woonplek niet evident omdat ze niks hebben en van nul moeten beginnen. Eigenaars willen niet verhuren aan mensen zonder vast inkomen.

Opvolging:

54

School- en studiekeuze zonder info

Om een passende school te kiezen voor je kind, heb je informatie nodig over het schoolsysteem en de -methodes. Daarover is te weinig informatie terug te vinden in de ‘meld je aan’-boekjes, en op de schoolwebsites. Wijkwandelingen om scholen te leren kennen worden niet overal georganiseerd en zijn beperkt tot het Lager Onderwijs. Door het gebrek aan informatie is het voor ouders niet altijd duidelijk welke scholen het best aansluiten op de talenten en de wensen van hun kind. Hierdoor gaan ze vaak niet zelf kiezen, maar de adviezen van anderen volgen, ook al is dit niet altijd het beste voor hun kind.

Veel actoren leveren inspanningen om gezinnen in kwetsbare situaties toe te leiden naar een school: brugfiguren, brede scholen, inloopteams, project kleuterparticipatie,… Maar het blijft hoogdrempelig en er wordt niet altijd rekening gehouden met talenten en wensen van de kinderen/jongeren.

De kansrijke gezinnen trekken ondertussen naar andere gemeenten in de buurt van Gent  (Melle, Merelbeke, Destelbergen, …).

Ook de overstap van het lager onderwijs naar het secundair onderwijs verloopt niet altijd even gemakkelijk voor jongeren uit de kansengroepen. Al te vaak worden deze jongeren te vroeg naar de B-stroom gestuurd. Ouders vinden soms moeizaam de weg naar informatie over het secundair onderwijs en het aanbod is groot, divers en complex. Een goed overwogen advies van de klasleerkrachten of CLB is zeer belangrijk omdat de ouders doorgaans dit advies volgen. Nog te vaak onderschatten zij de impact van hun advies op de beslissing van de ouders. Een verkeerde studiekeuze kan immers leiden tot demotivatie en in soms ook tot een vroegtijdige schooluitval.

Opvolging:

CLB’s in Gent bieden informatiesessie voor leerlingen basisonderwijs in scholen én netoverschrijdend infosessies voor ouders en intermediairen. Over volgende belangrijke stappen in de onderwijsloopbaan van kinderen en jongeren worden infofilmpjes voorzien :

  • De overgang van lager naar secundair onderwijs
  • De overgang van de eerste graad secundair onderwijs naar de tweede graad secundair onderwijs
  • De overgang van de tweede graad secundair onderwijs naar de derde graad secundair onderwijs.

Elke filmpje legt de nadruk op één van deze overgangsmomenten. Daarnaast is er ook informatie terug te vinden over 'zorg op school', 'buitengewoon secundair onderwijs', 'het aanmeldingssysteem in Gent', 'Waar terecht met vragen', ...

In de ‘meld je aan’-boekjes is weinig informatie terug te vinden over het schoolsysteem of over de methode. De boekjes zijn gericht op het aanmeldingssysteem en moeten de ouders wegwijs maken in de handeling van het aanmelden. De concrete informatie over de scholen zelf zijn terug te vinden op de schoolwebsites. Vanuit het LOP werd in schooljaar 2020-2021  een oproep gedaan naar de scholen voor het hebben van aandacht van duidelijke, transparante en actuele informatie op de schoolwebsite. 

Naar aanleiding van de modernisering van het secundair onderwijs wordt de oriënterende functie van de 1ste graad secundair onderwijs versterkt:

  • Leerlingen ontdekken en ontplooien in de 1ste graad hun interesses, talenten en mogelijkheden, voortbouwend op het lager onderwijs. De eerste graad bereidt leerlingen voor om trapsgewijs, geïnformeerde en bewuste studiekeuzes te maken doorheen het secundair onderwijs.
  • De toegang tot de 1ste graad is strikt gekoppeld aan het getuigschrift basisonderwijs. Een leerling met een getuigschrift basisonderwijs start in het 1ste leerjaar A, een leerling zonder getuigschrift in het 1ste leerjaar B.
  • In de 1ste graad is er structureel ruimte voor differentiatie op maat: leerlingen worden extra uitgedaagd of extra ondersteund. De differentiatie-uren kunnen ook gebruikt worden voor verdieping in klassieke talen.
  • Leerlingen hebben doorheen de 1ste graad ook meer mogelijkheden om te schakelen tussen de B- en de A-stroom.

 

Voor OKAN (van waaruit ook doorgestroomd wordt naar het secundair onderwijs) nemen de vervolgschoolcoaches hier een belangrijke rol in op, zowel naar de leerling toe als naar de ouders toe. Ze werken daarvoor ook samen met partners als De Stap en de CLB’s, en wisselen onderling uit over concrete casussen en nieuw onderwijsaanbod, zodat ze maximaal op de hoogte zijn van wat er kan en bestaat.

Brugfiguren stimuleren scholen om een traject op te zetten in de overgang van leerlingen van basis naar secundair. Dit op maat van het kind, rekening houdend met talenten en wensen, en samen met de ouders. Het traject kan kort of lang zijn, naargelang de noden. We geven informatie door van bv. De Stap en in samenwerking met partners; bv. het Beroepenhuis. Brugfiguren faciliteren bezoeken aan deze organisaties of gaan zelf mee met de gezinnen. Het team Partnerschap School-Gezin zorgt ervoor dat de brugfiguren de meest recente informatie ter beschikking hebben door samenwerking met de LOP-ondersteuners. We faciliteren uitwisseling tussen de brugfiguren die in de basisschool staan en brugfiguren die in de 13 secundaire scholen met eerste graad B-stroom staan.

 

56

Vraag en aanbod bij studieondersteuning©

De nood aan studieondersteuning is groter dan het aanbod. Veel ouders vinden het moeilijk om hun kinderen schoolse ondersteuning te bieden. Als ouders die ondersteuning elders willen halen botsen ze op een wachtlijst van 6 tot 12 maanden. De capaciteit van de organisaties die studieondersteuning bieden is vaak onvoldoende, en er kruipt veel tijd in het bieden van een goeie opleiding en ondersteuning aan de vrijwilligers.

Daarom biedt ook vzw Jong studieondersteuning aan in alle kinderwerkingen. Zij zien ook de vraag bij tieners en jongeren stijgen. Corona zorgde bovendien voor leerachterstand.

Opvolging:

Het tekort aan studieondersteuning werd via Onderwijscentrum Gent en Leerbuddy Vlaanderen via een nota aangekaart bij minister Ben Weyts. Een degelijke opleiding en begeleiding van vrijwilligers/buddy's vraagt tijd en middelen van de organisaties. Stad Gent ondersteunt Gentse organisaties financieel en inhoudelijk, maar de financiering van de lokale overheden is niet voldoende om tegemoet te kunnen komen aan de vraag. Met de nota's als uitgangspunt is het tekort aan studieondersteuners via verschillende kanalen tot bij de minister geraakt. Voorlopig kwam er geen positief antwoord.

Onderwijscentrum Gent ondersteunt financieel en inhoudelijk Gentse initiatieven studieondersteuning. 

  • subsidiereglement voor initiatieven studieondersteuning
  • vorming voor de vrijwilligers: versterken in studieondersteuning en digitale vaardigheden
  • voorzien van intervisie en uitwisseling met de verschillende initiatieven

 

63

De vele gevolgen van telewerk©

Sinds corona en ook in de toekomst wordt telewerk meer en meer de norm. Zonder ondersteuning kan telewerk vele gevolgen hebben. Eerst en vooral zijn er financiële gevolgen. Niet meer de werkgever maar de mensen zelf staan in voor bijkomende kosten op het vlak van verwarming, verbruik, printen, comfortabel bureaumateriaal, … En dan zijn er ook de gevolgen op het vlak van gezondheid. Het mentale welzijn lijdt onder het gebrek aan contacten, pauzes, samenwerken, … Ook hebben veel mensen door slecht werkmateriaal (bureau, stoel, voetsteun, …) fysieke klachten.

Opvolging:

67

Nood aan vertrouwensband met hulpverlener

Hulpvragers hebben nood aan een vaste, vertrouwde hulp- of zorgverlener. Veelvuldige wissels van hulpverleners (bv. OCMW, Woningent, huisarts), maken een duurzame ondersteuning van en samenwerking met mensen in nood moeilijk tot onmogelijk. Ook bestaat de kans dat ze niet de juiste hulp krijgen omdat de nieuwe hulpverlener hun dossier onvoldoende kent, laat staan het volledige verhaal erachter.

Men wil geholpen worden door dezelfde persoon.

Opvolging:

Binnen de sociale dienst zijn de eerste stappen gezet om de verschillende dimensies van het probleem goed te kennen (gebruikers-, medewerkers- en organisatieperspectief) . Er werden focusgesprekken gevoerd met groepen van gebruikers van de dienstverlening en met maatschappelijk werkers zelf. Ook de recentste tevredenheidsmetingen bieden de nodige aangrijpingspunten. We onderzoeken verder welke sporen we kunnen bewandelen om naar gerichte oplossingen te werken.

68

Hulpverlening toegankelijker met sociale professional aan jouw zijde©

Basishulp wordt gemakkelijker toegekend als een sociale professional meegaat naar het loket van het OCMW, burgerzaken of de mutualiteit. Na een eerste individuele poging, lijkt het beter en sneller te gaan als de cliënt vergezeld wordt van een sociale professional. Dit zorgt voor ongelijke behandeling en hoge drempels. Een ander gevolg hiervan is dat mensen afgeleerd worden om het alleen te proberen. Ze worden afhankelijker van professionelen en de sociale professional krijgt nog meer werk.

Opvolging:

75

Digitalisering, hoogdrempelige telefonische dienstverlening en moeilijk taalgebruik in brieven zorgt voor administratieve druk op de eerstelijn©®

Heel veel eerstelijnswerkers nemen door de digitalisering noodgedwongen administratieve taken op voor hun cliënten. Daardoor komt hun regulier werk in het gedrang.

Hulpverleners krijgen daarnaast vaak van hun cliënten te horen dat ze de brieven die ze ontvangen van banken, verzekeringen, overheden, andere organisaties, … niet begrijpen. De maatschappelijk werkers verliezen veel tijd door deze brieven voor hen uit te pluizen, te vertalen en te zeggen wat de cliënt moet doen. Hun regulier werk komt daardoor in het gedrang.

Daarnaast zijn ook openbare diensten weinig toegankelijk, zeker in coronatijd. Politiecommissariaten, Welzijnsbureaus, mutualiteiten, vakbonden, VDAB, … deden de deuren dicht (zeker tijdens de eerste lockdown) of openden beperkt op afspraak. Veel (stads)diensten werken sinds de eerste lockdown enkel nog op afspraak (naast telefonisch en via mail). Dit werkt niet voor mensen in kwetsbare situaties. Zij zijn niet in staat om via de computer een afspraak te maken of ze hebben een te beperkt beltegoed om te telefoneren. (Vrijwilligers)organisaties en diensten die wel openbleven en fysiek op het terrein aanwezig waren, werden daardoor overspoeld met hulpvragen bij administratieve zaken.

Digitale of telefonische dienstverlening is vaak heel hoogdrempelig. Je moet beschikken over een telefoon, computer of internet, het Nederlands voldoende machtig zijn, voldoende skills en een goede concentratie hebben, … Tijdens corona werd dit probleem nog eens versterkt doordat sommige loketfuncties werden afgeschaft en je vaak niet meer aan het loket of enkel op afspraak werd geholpen. De meeste telefoonlijnen zijn bovendien betalend. Voor daklozen waren er in de lockdowns weinig mogelijkheden om gebruik te maken van diensten waar men kan telefoneren of online gaan.

Enkele voorbeelden:

  • Digitale aanmeldingsprocedures voor kampen (hier moet je ook nog snel zijn)
  • Digitaal aanmeldingssysteem voor kinderopvang
  • Gentinfo is betalend en daarom voor sommige mensen ontoegankelijk.
  • Als mensen vragen hebben over hun factuur (gsm, EGW,...) wordt het steeds moeilijker om echte personen telefonisch aan de lijn te krijgen. Vroeger kon je als hulpverlener nog het menselijke verhaal achter een achterstallige betaling vertellen aan de gsm provider of andere leverancier, waardoor je nog boetes en incassobureaus kon tegenhouden. Het keuzemenu dat nu bij de meeste bedrijven is opgericht, is alsmaar minder gericht op het aan de lijn krijgen van een 'live' persoon aan wie je bijvoorbeeld kan uitleggen dat men de factuur betaalde, maar niet wist dat de mededeling belangrijk was. Op die manier kreeg je nog de kans het bewijs van betaling op te sturen waardoor je verdere boetes nog kon laten annuleren. Deze digitalisering is problematisch voor mensen in een kwetsbare situatie. Een groeiende groep mensen dient een belastingbrief in te vullen zonder de taal (volledig) machtig te zijn. Corona heeft dit nogmaals versterkt, omdat er geen zitdagen meer waren waar je met een tolk kon langsgaan, enkel  telefonische dienstverlening. Je mag niets meer vragen aan de chauffeur van De Lijn en de nieuwe betaalsystemen worden vaak niet begrepen (via GSM, Elektronische lijnkaarten)
Opvolging:

Dit signaal werd geselecteerd voor het Sociaal Innovatiefonds 2022

76

Wat als de vervuiler niet kan betalen?

De sociale correctie (tegemoetkoming voor gratis vuilniszakken en ophaalkrediet) voor mensen met verhoogde tegemoetkoming of in budget- of schuldbegeleiding, wordt maar 1 maal per jaar geüpdatet. Ook hebben mensen zonder wettig verblijf geen recht op sociale correctie en kunnen zij enkel dure zakken kopen.

De zakken zijn ondertussen ook aangepast, van geel naar groen. De zakken zijn kleiner van formaat en duurder. Volgens IVAGO wordt dit gecompenseerd door beter te recycleren (cfr. er mag meer plastiek in de PMD-zak). Voor een aantal groepen is dit niet evident, zoals mensen die klein behuisd zijn of geen buitenruimte hebben en mensen die het sorteren niet onder de knie hebben.

In en aan de sociale woningbouw is er meer sluikstort sinds er ondergrondse sorteerpunten werden geplaatst. Deze sorteerpunten van IVAGO zijn hoogdrempelig. Je moet een kaart hebben, minstens 25€ betalen om hem op te laden, het schermpje is moeilijk leesbaar, er staan geen pictogrammen op, mensen weten niet hoe het systeem efficiënt te gebruiken (ze bieden bv. dagelijks kleine zakjes aan zonder te beseffen dat er telkens geld van de kaart gaat). IVAGO wil het systeem van ondergrondse containers breder uitrollen maar heeft geen zicht op het omgevingsvuil dat hierdoor wordt veroorzaakt. De sociale huisvestingsmaatschappij ruimt het zwerfvuil vaak zelf op en verhaalt de kosten daarvoor op de huurders (over alle woningen van Woningent heen).

Ook in bepaalde wijken (bv. Rabot) en sociale woonblokken, is er sinds de corona-pandemie veel meer zwerfvuil en sluikstort zichtbaar. De mensen hebben meer afval en minder geld om vuilzakken te koppen. Ze droppen hun huisvuil waar het hen uitkomt (bij leegstaande gebouwen, in groenzones, aan de vuilnisbakken, in de gemeenschappelijke delen van het sociale woongebouw). Ook de medewerkers van IVAGO, de gemeenschaps- of flatwachters zijn minder aanwezig om een oogje in het zeil te houden. De tijdelijke sluiting van de containerparken deed hier ook geen goed aan.

Opvolging:

De sociale tegemoetkoming in de afvalkosten wordt automatisch toegekend. Naast de jaarlijkse toekenning zijn er 3 tussentijdse verdelingen voor nieuwe rechthebbenden. Nieuw is dat sinds 2021 de kruispuntdatabank voor de tussentijdse bedelingen geraadpleegd wordt en men sneller en pro-actiever zijn rechten krijgt. Sinds 2020 werden de fracties pmd en grofvuil toegevoegd. Deze tegemoetkoming wordt in 2021 geëvalueerd.
Voor wie geen recht heeft op deze tegemoetkoming, maar wel in nood is, kan terecht bij organisaties voor materiële hulp en Dienst Outreachend Werk voor gratis huisvuilzakken. Naar aanleiding van de signalen van de welzijnsorganisaties wordt deze tegemoetkoming aangepast om te voldoen aan de noden op het terrein.

De tarieven van huisvuil werden aangepast met de nieuwe sorteerboodschap voor pmd. Wie goed sorteert (pmd), betaalt niet meer dan voorheen. IVAGO werft een afvalsteward aan om de Gentenaren nog beter te bereiken om hun afval goed te sorteren en correct aan te bieden. Ook werden mobiele recyclageparken opgestart.

De sorteerpunten maken het sluikstorten zichtbaarder, nu het niet meer in de eerdere verzamelcontainers kan. Samen met de sociale huisvestingsmaatschappijen werkt IVAGO aan de problematiek van sluikstorten aan sorteerpunten en wordt bekeken hoe de communicatie kan verbeteren. Bij de opstart van nieuwe sorteerpunten gaat IVAGO persoonlijk langs.

Tijdens de coronacrisis is het sluikstorten enorm toegenomen, blijkt ook uit het netheidsrapport 2019-2020. IVAGO en Stad Gent blijven inzetten op een meervoudige aanpak. Daarbij gaat het om preventie en sensibilisering, opruimen, handhaven, beleid op basis van data en het betrekken van Gentenaars bij een proper Gent.

79

Zonder identiteitskaart niet zwemmen

Na enkele incidenten op het vlak van overlast heeft LAGO, het moederbedrijf van het Rozebroeken-zwembad, alle zwemmers ouder dan 12 jaar verplicht om zich te registeren. Daartoe doen ze identiteitscontroles.  Voor een aantal groepen is dit moeilijk: gezinnen zonder (geldige) identiteitspapieren, kinderen jonger dan 12 jaar die er ouder uit zien, begeleiders met een groep kinderen, minderjarigen tussen 12 en 18 jaar die hun identiteitskaart niet mee hebben,…

Opvolging:

In het begin van de zomer 2019 werden er enkele gevallen van overlast gemeld.

Vanaf half juli werd de Safe Swim Zone gelanceerd. Op burgemeesterlijk besluit worden sindsdien de identiteitskaarten van elke bezoeker vanaf 12 jaar geregistreerd. Dankzij deze bezoekersregistratie is het mogelijk om een mogelijke overtreder te herkennen en hem de toegang tot het zwembad te ontzeggen.  Sinds de invoering van Safe Swim Zone merkt Lago dat de overlast sterk afgenomen is en krijgen ze positieve feedback over het veiligheidsgevoel van onze bezoekers.

Deze controles moeten voor iedereen hetzelfde zijn, dus kunnen zij ook geen uitzondering maken voor minderjarigen. Het is trouwens gebleken dat zij minderjarigen de toegang hebben moeten ontzeggen na wangedrag in het zwembad.

  • Als een groep komt zwemmen, kan de begeleider een groepsfiche invullen. Hierbij tekent hij dat hij verantwoordelijk is voor de groep. De namen van alle groepsleden worden ook genoteerd.
  • Minderjarigen die hun identiteitskaart niet bijhebben en komen zwemmen met hun ouders, kan er een familiefiche worden ingevuld. Hierdoor zijn de ouders verantwoordelijk voor de daden van hun kinderen.
  • Minderjarigen die zonder ouders komen zwemmen, moeten hun identiteitskaart bij hebben.
  • Gezinnen dienen een geldig identiteitsbewijs voor te leggen.

Uiteraard staat Lago open voor het verbeteren van het systeem.

Belangrijk hierbij is dat iedereen gelijk behandeld wordt en er geen willekeur is bij het al dan niet toelaten van bezoekers.

82

Registratie door gemeentebestuur

De registratie van nieuwe mensen via de gemeente verloopt nog altijd heel traag. Soms moet men 3 maanden wachten voordat alles in orde gebracht is en men de elektronisch ID kan ophalen.

Bijkomend probleem is dat je ook een pasfoto nodig hebt om een identiteitskaart aan te vragen. Omdat privé-fotografen voor gezinnen in kwetsbare situaties te duur zijn, maken ze gebruik van een foto-cabine. Foto’s uit deze in het station Gent-Sint-Pieters voldoen niet aan de voorwaarden.  De foto-cabine in het administratief centrum Gent-Zuid is tijdens corona enkel toegankelijk als je daar een afspraak hebt (en niet in een dienstencentrum). De foto-cabine in het shoppingcentrum Zuid is er niet meer.  

Opvolging:

We werkten de wachttijden om een afspraak te maken bij Dienst Burgerzaken weg. We blijven deze monitoren zodat iedereen binnen de week een afspraak kan maken. 

We plaatsen vanaf eind mei een extra fotocabine zodat er aan beide ingangen van het EGW gebouw een fotocabine beschikbaar is. Burgers kunnen er tijdens de openingsuren zonder afspraak gebruik van maken. 

83

Genderidentiteit

Nog te weinig worden de verschillende vormen van gender erkend.  X, die, hen en hun wordt vaak vergeten en deze mensen voelen zich dan niet aangesproken. Tot op heden is er  structureel weinig aandacht voor genderidentiteit en geaardheid.

Opvolging:

84

Onbereikbaar openbaar vervoer

In veel Gentse wijken is er een tekort aan openbaar vervoer. Ofwel is er geen openbaar vervoer, ofwel niet in het weekend, ofwel zijn de haltes te ver van elkaar of de uren teveel afgestemd op schoolgaande jeugd. 

De Lijn heeft een plan klaar voor een nieuw busnet vanaf eind 2021. Er komen nog méér ‘rechte’, verbindende ‘kernlijnen’ langs de steenwegen. Bedoeling is dat deze bussen minder lang onderweg zijn en meer reizigers vervoeren. Maar omdat dit nieuwe openbaarvervoerplan budgetneutraal is, worden ontsluitende lijnen en bushaltes in woonbuurten geschrapt. Dit heeft een grote impact op minder mobiele mensen die in de wijken Macharius-Heirnis, Scheldeoord, Sint-Amandsberg en Sluizeken wonen.

Stad Gent zet in op gratis wandelbusjes in het centrum, gratis shuttles tussen de Park-and-Rides en het centrum, op gratis openbaar vervoer op shopzondag, en op een hop-on-hop-off-watertram. Deze initiatieven bieden echter geen antwoord op de nood van minder mobiele Gentenaars aan openbaar vervoer.

Opvolging:

Na protest van bewoners en onderhandelingen met De Lijn is er deels een oplossing gevonden voor de geschrapte buslijnen. Een nieuwe buslijn zal een paar haltes van de geschrapte buslijn 6 bedienen (oa. Scheldeoord en andere haltes in de Dampoortwijk). Tegelijk zal deze bus ook gaan rijden via de Lousbergkaai  en de halte Puinstraat daar bedienen (WZC De Horizon).  Het gaat om een nieuwe buslijn tussen de Weba en Bij Sint-Jacobs, die via zwembad Van Eyck, de Lousbergkaai, Forelstraat, Delvinlaan en Gentbruggebrug zal rijden.

Daarnaast zal er in principe in Mariakerke een shuttledienst worden ingezet om de lus van de huidige buslijn 9 gedeeltelijk te vervangen. De nadruk wordt daarbij gelegd op de bediening van het WZC Zuiderlicht en de sociale woonwijk in de buurt.

Het nieuwe busnet voorziet geen negatieve impact op de buurt Sluizeken.

Ten slotte zal er nog een zgn. “OV-taxi” (werknaam) worden ingezet. Dit is een vorm van vraagafhankelijk Openbaar Vervoer (dus op voorhand te bestellen) die vervoer kan verzorgen van een afgeschafte halte naar een nog wel bediende halte/knooppunt in de buurt. Dit systeem is vooral bedoeld voor mensen die het moeilijk hebben met de langere loop- of fietsafstanden die ontstaan door de afschaffing van een aantal haltes.

85

Gent fietsstad voor iedereen?

Gent is een fietsstad geworden: er werd geïnvesteerd in fietsvoorzieningen (fietspaden, onderdoorgangen, fietsstraten, …) om meer mensen te laten fietsen. Voor vele mensen is de fiets het enige vervoersmiddel. Deze mensen worden hard getroffen als hun fiets wordt gestolen. Er zijn te weinig veilige fietsstelplaatsen, en ook een betaalbaar fietsdeelsysteem ontbreekt. In andere steden kunnen mensen voor een jaarabonnement van 50 euro heel het jaar een fiets halen op een afhaalpunt in hun wijk. Op die manier kunnen zij altijd over een fiets beschikken en dragen ze niet de gevolgen van diefstal.

Opvolging:

Voor de korte termijn zet het Mobiliteitsbedrijf in op fietsenstallingen op straat. Dit type parkeeraanbod is zeer toegankelijk: vrij te gebruiken door iedereen, om het even wanneer en gratis. Het Mobiliteitsbedrijf pakt dit systematisch aan wijk per wijk, en plaatst ook ad hoc in bepaalde situaties. Deze stallingen kunnen relatief makkelijk geplaatst worden na onderzoek en als er geen bezwaren zijn. 

Daarnaast zoekt het Mobiliteitsbedrijf geschikte locaties voor overdekte en afgesloten buurtfietsenstallingen. We onderzoeken dit wanneer we zelf een leegstaand pand zien, maar ook Gentenaars of andere diensten (bv. Sogent) kunnen suggesties doorgeven voor nieuwe locaties. Aan de Karperstraat in Macharius-Heirnis, aan buurtpark Luizengevecht in de Brugse Poort en recent (april 2021) in de Ham zijn nu al zulke fietsenstallingen. We streven ernaar om de komende twee jaar een tiental buurtfietsenstallingen in te richten.

Bestaande panden zijn niet altijd geschikt of vragen veel infrastructurele aanpassingen wat het project vaak duur maakt. Door het beperkte aanbod, de hoge kostprijs en de beheerskosten is een plaatsje in de buurtfietsenstalling niet gratis. De Fietsambassade beheert en verhuurt de stallingen eens ze in gebruik zijn. Het kost 65€/plaats voor een jaar huur en eenmalig 30€ waarborg. Doelgroepenkorting (kansentarief) voor een plaats in een buurtfietsenstalling is er momenteel niet.

Wat fietsdeelsystemen betreft, vergunt de Stad momenteel aan 1 fietsdeelbedrijf, Donkey Republic, dat voldoet aan alle duurzame en andere voorwaarden van het Gentse vergunningenreglement. Donkey Republic heeft momenteel geen sociale kortingen. Dit komt omdat dit een privaat bedrijf is en de Stad hierrond geen voorwaarden heeft opgelegd in het huidige reglement. Wel zijn er verschillende abonnementsformules. Voor 25€/maand kun je onbeperkt fietsen lenen met een maximum van 7 opeenvolgende dagen huurperiode. Dit wil zeggen dat je na 7 dagen de fiets terug moet zetten in een hub maar je mag wel onmiddellijk een andere huur starten. Voor 19€/maand heb je hetzelfde systeem met een maximum van 12 opeenvolgende uren.

Bij de Fietsambassade kan men ook fietsen huren. Voor een gewone stadsfiets kost dit 250€/jaar, met waarborg 40€. Ook hier zijn momenteel geen sociale tarieven. Er  ontbreekt onder meer een objectieve tool om te bepalen wie recht heeft op een korting. Aan zo’n tool wordt momenteel wel stadsbreed gewerkt.

86

Groene longen nodig in wijken met slechte luchtkwaliteit

In wijken met een slechte luchtkwaliteit zoals Meulestede of Ledeberg, worden de schaarse groene zones vaak nog bebouwd. Terwijl luchtzuiverende ingrepen zoals groen en bomen als buffer hier een wezenlijk verschil kunnen maken. Het zou goed zijn om bij stadsvernieuwing ook met de luchtkwaliteit rekening te houden. Wonen in een groene omgeving heeft immers een gunstig effect op de gezondheid en het welbevinden.

Opvolging:

De beleidsnota lucht en geluid 2020-2025 bevat alle acties die we deze legislatuur zullen nemen om de luchtkwaliteit in Gent verder te verbeteren. We zetten hierbij in op een aanpak aan de bron. Op deze manier willen we de uitstoot van wegverkeer, huishoudens (houtverbranding) en industrie verder verminderen. Voorbeelden van acties zijn:

  • Het verhogen van het aandeel verplaatsingen te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer
  • Inzetten op elektrische voertuigen met focus op taxi’s, deelvoertuigen, tweewielers, bussen en de stadsvloot
  • Verstrengen van de lage-emissiezone in 2025 en uitbreiden
  • Ontraden van huishoudelijke houtverbranding
  • Bijkomende maatregelen opleggen of adviseren in de omgevingsvergunningen

Bij stadsvernieuwingsprojecten is het op vlak van luchtkwaliteit vooral belangrijk om maatregelen te nemen die de modal shift bevorderen en om voorzieningen voor gevoelige doelgroepen in te plannen op locaties met een gunstigere luchtkwaliteit. Via intense samenwerking, kennisuitwisseling en advisering integreren we deze doelstellingen zoveel mogelijk in de relevante stedelijke beleidsplannen, instrumenten en processen. Hoewel groen heel veel voordelen heeft, is de luchtzuiverende werking verwaarloosbaar. Inzetten op groen is dus geen specifieke luchtkwaliteitsdoelstelling. Uiteraard zet de stad hier wel heel sterk op in vanuit andere beleidsdomeinen. 

87

Voedselwoestijnen

Afgelegen gebieden zoals de Robinia-wijk in Gentbrugge, Watersportbaan en andere wijken waar er weinig voedselvoorzieningen zijn, hebben nood aan een toegankelijk voedselaanbod in de vorm van bereikbare en betaalbare winkels. Ook de vraag naar boerenmarkten is daar groot, omdat die naast voedsel ook informele ontmoeting kunnen stimuleren tussen buren en diverse doelgroepen.  De mogelijkheid tot mobiele sociale kruidenier wordt in deze voedselwoestijnen positief onthaald omdat dit voeding toegankelijker maakt voor een bredere groep.

Opvolging:

De mobiele sociale kruidenier in een paar wijken komt hier aan tegemoet.

88

Hulpverlening worstelt met grote toestroom van Intra-Europese migranten in een kwetsbare situatie

Hulpverleners merken een grote toestroom van intra-Europese migranten in het algemeen en Bulgaarse Roma in het bijzonder. De kwetsbaarheid bij deze groep is heel groot, maar de taalbarrière en de cultuurverschillen zorgen ervoor dat het niet evident is om met hen te werken. Doordat ze met verschillende gezinnen samenwonen, zorgen ze vaak voor overlast in de buurt, ze komen voedselpakketten halen maar laten voedsel achter dat ze niet kunnen gebruiken, …

De professionelen die momenteel met deze doelgroep werken zijn overbevraagd. Zo blijft een deel van de groep in de kou staan, nemen de problemen toe en raken ze meer en meer gestigmatiseerd. Er is nood aan meer intermediairen, interculturele bemiddelaars of taalondersteuners om met deze doelgroepen aan de slag te gaan. Alle mensen die één van deze talen kennen: Slowaaks, Roemeens, maar vooral Bulgaars zijn overbevraagd.  

Opvolging:

Signaal dat naar aanleiding van de eerste lockdown werd gegeven. In samenspraak met organisaties waar deze doelgroepen zich aanboden werden afspraken gemaakt om deze doelgroep toe te leiden naar hulpverlening.

Het signaal aangaande inzet van intercultureel medewerkers nabij aan de doelgroep kan eventueel opgenomen worden met outreachend werk (buurtstewards) om bij aanwerving hierop te sturen.

89

Extra controle jongeren (en mensen) met een migratieachtergrond©

Jongeren krijgen vaak GAS-boetes, terwijl ze eigenlijk vooral nood hebben aan een plek om samen te komen, aan ondersteuning. Jongeren en mensen met een migratie-achtergrond worden nog vaker gecontroleerd (etnische profilering) door de politie, De Lijn, andere overheidsdiensten… Dit op basis van uiterlijke kenmerken , soms zonder aanleiding. Daardoor hebben sommigen ook extra schrik om buiten te komen tijdens de lockdown. Een gasboete heeft veel meer impact op mensen in een kwetsbare situatie.

Opvolging:

90

Rondtrekkenden in het vizier

Rondtrekkenden zoals foorreizigers, vrachtwagenchauffeurs, schippers, … hebben vaak een referentieadres bij een organisatie of particulier. Dit heet ‘referentieadres mobiele  woning’. De fiscus aanvaardt geen zelfstandigen meer op dergelijk referentieadres omdat zij daar geen controle kunnen uitoefenen. Sommige rondtrekkenden die hun officiële documenten in orde hebben gebracht krijgen het daardoor enorm moeilijk.

Ook de jeugdbrigade van de politie controleert meer op de aanwezigheid van minderjarige kinderen van rondtrekkenden op school. Bijkomend probleem is dat er geen passend onderwijsaanbod is voor deze kinderen én dat er onvoldoende residentiële standplaatsen zijn die gezinnen toelaten om op één plek te blijven zodat ze hun kinderen naar het regulier onderwijs kunnen sturen.

Opvolging:

Dit signaal omvat meerdere signalen.

Aanvaarden van een referentieadres voor zelfstandig rondtrekkende groepen is geen lokale regelgeving. Het aanbod reguliere standplaatsen met mogelijkheid tot langdurig gebruik ten aanzien van deze doelgroep is inderdaad beperkt doch zit ook vervat in signaal 45.

93

Mensen voelen zich geïsoleerd in hun “sociale” woning

De infrastructuur van (sociale) woonwijken is vaak niet bevorderend voor het samenleven. Er zijn geen aangename gemeenschappelijke delen, er is weinig groen, men woont zeer dicht op elkaar, … Als gevolg hiervan hebben mensen weinig kansen om anderen te leren kennen. De mensen hebben nood aan ruimte en voldoende groen en laagdrempelige ontmoetingsplaatsen zowel in de woonblokken als in de nabije omgeving.

Mensen in een kwetsbare situatie hebben behoefte aan een ondersteunend sociaal netwerk. Nu zijn ze vaak op zichzelf of op wijkorganisaties aangewezen voor klusjes en doe-het-zelf-materiaal, boodschappen, ritjes naar containerpark, … en dit is voor sommige mensen niet evident.

Opvolging:

Sociale woningconcentraties (al dan niet in hoogbouw), zijn in vele buurten waar de dienst Ontmoeten en Verbinden (OTV) op inzet, belangrijke targets. Zeker in corona hebben we vastgesteld dat op deze sites meer dan elders extra incentives nodig zijn om mensen uit hun isolement te halen.

We zetten hier extra in op dorpelgesprekken. Een eerste babbel doet soms al wonderen. Maar we proberen meteen ook door te verwijzen naar het lokale aanbod van de soms talrijke organisaties die de ruimere buurt rijk is. Hier en daar organiseren we ook gezamenlijke bezoeken.  Een voorbeeld hiervan is de Leiekaai op de Brugse Poort, waar, in het begin onder begeleiding van de buurtwerker, samen afgesproken werd om een voorstelling bij te wonen bij De Vieze Gasten.

Waar nodig zetten we zelf ontmoetingsmomenten op, meestal in de buitenruimte. Zo zijn er op verschillende plaatsen leefpleinen opgestart.

Tijdens corona moesten de activiteiten natuurlijk aangepast worden. Maar ook dan werden de sociale woningen aangedaan met balkonbingo’s, fitnesssessies,... Veelal waren dit initiatieven in samenwerking met partners en bewoners uit de wijk, al dan niet in de schoot van de wijkactieteams. Tijdens de donkere maanden werden lichtjes verdeeld, ook in de blokken, wat soms tot mooie effecten leidde, en wat bij de bewoners toch een samenhorigheidsgevoel opwekte. En het gevoel dat ze niet vergeten werden. Maar belangrijkste hierbij was weer de babbel, even iemand kunnen aanspreken, al is het vanop afstand en met mondkapjes aan.

We voelen echter heel sterk aan dat veel mensen op hun tandvlees zitten, en snakken naar het moment dat er opnieuw samen een potje koffie kan gedronken worden.

Als er zich grote verhuisbewegingen voordoen (cfr. Nieuwe blokken Rabot – heropbouw Nieuw Gent) zetten we extra in op onthaal van de nieuwe bewoners.

 Specifieke aandacht voor:

Sint Baafsdorp (Macharius)

Scheldeoord

Marseillestraat (Muide-Meuledestede)

Groene Briel (Sluizeke-Tolhuis-Ham)

Sociale woningblokken in de Bloemekenswijk (met extra aandacht voor Jan Yoens)

Malpertuus, Wielewaal en Manila in Rooigem

Griendeplein en Tondelier in Rabot (grote verhuisbeweging komende)

Leiekaai, Charles de L’Epéeplein en Biezenstuk (later misschien Malem) in Brugse Poort

Watersportbaan

Nieuw Gent

94

Sociaal isolement©®

Ondanks de vele initiatieven zijn meer en meer mensen eenzaam en sociaal geïsoleerd. Corona heeft dit nog versterkt, zeker ook voor mensen die psychisch kwetsbaar zijn. Veel mensen, ook ouders met kinderen, hebben weinig sociale contacten of plaatsen waar ze naartoe kunnen om mensen te ontmoeten. Plekken waar mensen normaal komen en contact met elkaar hebben, werden tijdens corona allemaal gesloten. Grote en betaalbare ruimtes van Stad Gent om groepswerkingen en ontmoetingsactiviteiten te laten doorgaan, zijn niet beschikbaar voor derden tijdens corona. De meest kwetsbare bewoners van Gent zijn hier (opnieuw) het grootste slachtoffer van.

Uit de survey Stadsmonitor 2017 (Vlaamse Statistische Autoriteit en Agentschap Binnenlands Bestuur) blijkt dat 8,2% van de Gentenaren zich eenzaam voelt.

Opvolging:

Als dienst Ontmoeten en Verbinden (OTV) zijn we ook tijdens corona de straat en de wijk blijven ingaan. Groepsactiviteiten konden niet plaats vinden, maar in plaats daarvan is massaal ingezet op dorpelbezoekjes en alternatieve verbindende acties. We denken aan cité-bingo’s, kleine animatieacts tijdens de dag van de buren, of verlicht je straat in de winterperiode. Veelal waren dit initiatieven in samenwerking met partners en bewoners uit de wijk, al dan niet in de schoot van de wijkactieteams.

Uitzonderlijk werden in alle 25 wijken van de stad in december 2020 – januari 2021 kwetsbare bewoners (die dreigen geïsoleerd te worden) of actieve buren en vrijwilligers in het kader van de actie ‘covitesse’ bezocht door teams artiesten en wijkwerkers.

Meer dan tevoren werd er hiervoor ook ingezet op dorpelgesprekken, individuele contacten met buurtbewoners. Dat werd enorm geapprecieerd door veel mensen die anders weinig tot geen contacten (meer) hadden. Dit leverde ook veel nieuwe contacten op, die allemaal worden bijgehouden. Van zodra het kan, kunnen we die dan weer aanspreken om toe te leiden naar ontmoetingsactiviteiten.

Maar in sommige wijken gaan we nog verder, en zetten we initiatieven à la straatambassadeurs op. Hierbij worden bewoners zelf ingeschakeld en ondersteund om nieuwe buren te onthalen. Vaak hebben deze personen ook het beste zicht op het isolement van sommige buren, en kunnen ze stap voor stap de nodige relatie aangaan om hen te verbinden met andere buren.

We zetten ook meer en meer in op herkenning en ontmoeting in de publieke ruimte. Her en der zijn leefpleinen opgestart, niet in het minst in de omgeving van sociale woonblokken. Maar ook op het Seghersplein bijv. of in het Lousbergspark, willen we de komende zomer experimenteren met tijdelijke invullingen. Bedoeling is om van deze plekken sociale kruispunten te maken, waar bewoners omwille van verschillende of juist gemeenschappelijke belangen de weg naartoe vinden. Daar kan dan in eerste instantie herkenning ontstaan, maar van daaruit ook ontmoeting en dialoog. Zo proberen we van deze plaatsen gedeelde plekken te maken.

Maar we zetten niet enkel zelf initiatief op. Bewoners(groepen) die initiatief willen nemen om buren samen te brengen, kunnen bij de buurtwerkers terecht voor inhoudelijke, administratieve en (beperkte) logistieke ondersteuning. Via het regelement Samen aan Zet kan een subsidie verkregen worden. Tijdens corona merkten we natuurlijk een grote terugval van aanvragen. De klassieke nieuwjaarsrecepties en straatbarbecues konden immers niet plaats vinden. Maar hier en daar waren er toch zeer creatieve mensen die een coronaproof alternatief uitvonden.

project rond eenzaamheid en sociaal isolement 

Dit project heeft als doel om alle initiatieven op Gentse grondgebied in kaart te brengen die inwerken op sociaal isolement en eenzaamheid, de drempels en hiaten binnen dit aanbod te inventariseren en het bestaande aanbod beter te ontsluiten tav de diverse doelgroepen met aandacht voor taboedoorbreking.

In de eindfase van het project worden diverse initiatieven genomen om het bestaande aanbod beter bekend te maken tav alle Gentenaars en met specifieke aandacht voor diverse doelgroepen. In de communicatie wordt aandacht besteed aan de drempels tav het aanbod en in het bijzonder de mythes en het taboe over eenzaamheid. De communicatie is zoveel mogelijk op maat van de diverse doelgroepen.

Er wordt ook een overzicht opgemaakt met mogelijke next steps en quick wins. Dit kan gaan om hiaten en opgemerkte tekorten, suggesties om het thema te verankeren in de bestaande dienstverlening, enz. Waar kansen liggen om die reeds te realiseren tijdens de projectduur, wordt die kansen genomen. Dit overzicht maakt het mogelijk om er een plan van aanpak uit te distilleren.

95

Stress door (samenlevings)problemen in sociale huisvesting

In sociale huisvesting zorgen muziek en lawaai van buren, en de ontoegankelijkheid van de gebouwen (voor minder mobiele mensen of ouders met buggy’s) vaak voor overlast en stress. De bewoners hebben het gevoel niet gehoord en serieus genomen te worden wanneer ze deze klachten melden aan de sociale huisvestingsmaatschappij. Vaak wordt hen gesuggereerd mutatie aan te vragen, maar dit kan tot 5 jaar duren.

In een aantal sociale woningsites is zelfs sprake van steaming, afpersing en intimidatie tussen bewoners, en toenemend geweld tegen senioren. Dit zorgt ervoor dat bewoners (ook gezinnen met kinderen) zich niet meer op hun gemak voelen, en er ook niet altijd  melding van durven maken.

Voorbeeld afpersing: Iemand belt aan, zet meteen zijn voet tussen de deur en vraagt naar geld om medicatie te kopen voor zijn kind. Meerdere bewoners gaven de man geld. Velen aarzelen daardoor om de deur te openen of buiten te komen.  

Opvolging:

We stellen vast dat sociale woningconcentraties en hierbij vooral sociale hoogbouw voor een hogere concentratie van kwetsbare bewoners zorgt. Deze kwetsbaarheid uit/vertaalt zich vaak ook in een psychische kwetsbaarheid.  Dit op zijn beurt leidt weer tot een hogere druk op het samenleven in de blokken. Vaak zijn mensen met een psychische kwetsbaarheid slachtoffer in de samenlevingsproblemen, soms worden ze ook gezien als dader.

Via verschillende projecten wordt proactief gewerkt met mensen met een psychiatrische problemen in sociale huisvesting. Een voorbeeld hiervan is het project Tango (Team Aanklampende & NetwerkGerichte Ondersteuning). Project voor sociale huurders met een psychische kwetsbaarheid die niet tot bij de juiste hulpverlening geraken. We spreken hier van zorgwekkende zorgmissers of zorgmijders. Door aanklampend te werken proberen we hen naar de gepaste hulpverlening toe te leiden.

 

Ook het project mobiele wijkwerkers geestelijke gezondheid zet in op ondersteuning van psychisch kwetsbare mensen in wijken met sociale hoogbouw (project loopt momenteel in Nieuw Gent, Watersportbaan en Nieuw Gent). Doel hiervan is gepaste zorgnetwerken bouwen rond mensen met psychische nood, maar ook zeer sterk inzetten op de ondersteuning van de omgeving van deze mensen. Via methodieken van aanklampend werken, gedeelde zorg met buurtnetwerken, kwartiermaken, mutlilogem, wordt gewerkt naar zorgzame buurten.

96

Noodopvang voor huisdieren

Dieren zijn heel belangrijk voor mensen in een kwetsbare situatie. Ze voelen zich beter en hebben gezelschap. Een veelvoorkomend probleem is echter dat mensen zich niet laten opnemen in drughulpverlening, psychiatrie of ziekenhuis omwille van hun huisdier. Ook weigeren ze een sociale woning of andere opvang omdat huisdieren niet zijn toegelaten. Mensen die noodgedwongen langer opgenomen blijven (gevangenis, ziekenhuis, psychiatrie), maken zich zorgen om hun huisdier. Een asiel is ontoereikend en dierenopvang is te duur.

Opvolging:

Dit thema wordt bekeken met een aantal collega's van andere diensten. Ook input van andere middenveldsorganisaties nemen we hierin mee. Naar aanleiding hiervan maken we een visienota op met een aantal concrete actiepunten.

97

Dierenwelzijn

Veldwerkers die huisbezoeken doen komen in contact met dieren die worden verwaarloosd of mishandeld. Deze dieren worden als speelbal gebruikt, hebben niet voldoende ruimte, worden niet (genoeg) buiten gelaten, worden niet verzorgd als ze verwondingen hebben, … Voor dierenmishandeling op grote schaal kun je bij de lokale politie of dierenbescherming terecht. Maar er is geen laagdrempelig contactpunt om individuele gevallen van dierenmishandeling te melden.

Opvolging:

Het is de bedoeling om deze legislatuur een centraal punt te hebben op de stadswebsite waar alle info met betrekking tot dieren te vinden is. Dit gaat over verschilllende diersoorten, maar ook contactgegevens voor de burger voor het melden van bijvoorbeeld inbreuken op de dierenwelzijnswet. Sowieso heeft elke wijkcommissariaat een aanspreekpunt voor Dierenwelzijn. 

98

Betrokkenheid van mensen in een kwetsbare situatie

Participatie blijft nog te veel hangen bij de sterkere groepen. Te snel wordt de verantwoordelijkheid hiervoor gelegd bij organisaties die "geen mensen toeleiden uit de doelgroep" of bij de doelgroep zelf. Op die manier komt de stem van maatschappelijk kwetsbare groepen echter niet naar het beleid. 
De vraag wordt vanuit de stad gesteld in de vorm van wijkbudgetten en debatten over beleidsnota’s. Maar als het antwoord dan uitblijft, omwille van de korte termijn of van taal- of assertiviteitsdrempels, ligt het aan de doelgroep zelf.

Hetzelfde geldt voor de adviesraden (zoals bv. de woonraad) . Het beleid vraagt hier naar vertegenwoordiging van alle bewoners, maar er is dan ook nood aan procesbegeleiding en laagdrempelige communicatie. Zodat het effectief toegankelijk is voor alle bewoners en niet enkel zij die algemene mails kunnen lezen, tot een organisatie behoren of hun stem durven verheffen.

Er wordt nog te veel gewerkt vanuit het beleid. Echte participatie zou betekenen dat de doelgroep ondersteund wordt in het zelf vormgeven en uitschrijven van beleid. Een probleem met taligheid los je niet op door foto’s van mensen met een andere origine op te nemen in jouw nota. Dit doe je door de taal te spreken van de mensen die het lezen. En die taal leer je spreken door naar hen te luisteren.

Opvolging:

Sinds 2020 zijn er verschillende initiatieven ontwikkelt om kwetsbare doelgroepen te betrekken bij het beleid. Vanuit concrete wijkprojecten worden er linken gelegd naar de doelgroep. Dit is een leertraject voor alle betrokken partners. 

In het kader van de wijkbudgetten zijn er overeenkomsten gesloten met verschillende middelveldorganisaties met als doel kwetsbare doelgroepen bij deze trajecten te betrekken. Eind 2021 volgt een evaluatie van deze trajecten, met als doel de betrokkenheid van de doelgroepen bij de tweede cyclus van wijkbudgetten te vergroten. 

In kader van de wijkmobiliteitsplannen zijn er specifieke trajecten gelopen naar moeilijk bereikbare doelgroepen. Mobiliteit is een thema dat iedereen aanbelangd. Via de wijkregisseurs, middenveldorganisaties en sleutelfiguren zijn er extra initiatieven ontwikkeld. 

100

Toegankelijkheid informatie voor doelgroepen in een kwetsbare situatie©

Informatie over dienst- en hulpverlening is heel versnipperd en vertrekt vaak vanuit de beschikbare dienstverlening of structuren van organisaties en dus niet vanuit de noden van de burgers. Doelgroepen in een kwetsbare situatie hebben hierdoor het gevoel te weinig geïnformeerd te zijn en weten niet bij wie ze terecht kunnen.

Voorbeelden vanuit het Huis van het Kind: gezinnen in een kwetsbare situatie weten niet waar ze terecht kunnen voor een toelage van het Groeipakket, ontmoeting, groepswerking, …

Ook de corona-informatie was, zeker in het begin ontoegankelijk voor veel mensen: te veel informatie, onduidelijke communicatie, ontoegankelijk taalgebruik, telkens nieuwe richtlijnen die nieuwe vragen en onduidelijkheden oproepen, foute informatie., …

Opvolging:
  • Stadsbreed is de nood aan toegankelijke communicatie op maat van de doelgroep opgenomen in verschillende beleidsplannen (Communicatie en Merkbeleid, Burgerzaken en Publiekzaken en het Armoedebeleidsplan). Waar mogelijk pakken we pijnpunten in de eigen informatiedeling en communicatie aan, bijvoorbeeld door boodschappen (in brieven, brochures, folders, op de website,...) te herschrijven vanuit het perspectief van de ontvanger en met oog op heldere taal. Ook toegankelijk en helder beeldgebruik is hierbij van belang. Waar mogelijk zorgen we voor communicatie op maat van de wijk.
    Interactie en communicatie met en door deze doelgroepen speelt een belangrijke rol. De stadsdiensten (o.a. Communicatie) kregen of krijgen een bad in de gelijkekansenmethodiek, zodat ze hun eigen referentiekader kunnen uitbreiden, meer zicht krijgen op mogelijke drempels in hun communicatie en deze kunnen aanpakken. Focusgroepen, representatieve testpanels en good practices helpen de communicatie beter af te stemmen op de noden van de doelgroep. De dienst Lokaal Sociaal Beleid, de dienst Communicatie en De Zuidpoort vzw sloegen de handen in elkaar . In het project bekijken mensen met armoede-ervaring een aantal communicatiedragers van stadsdiensten en doen zij aanbevelingen om de communicatie te verbeteren. De inzichten die we opdoen kunnen we ook op andere bestaande en toekomstige communicatie toepassen. 
  • Stad Gent zorgde voor een vertaling van de sociale kaart op burgerniveau, via het zakboekje en de vernieuwde webtool Met weinig geld leven in Gent. Gentenaars met een beperkt budget vinden er een thematisch overzicht van toegankelijke hulp- en dienstverlening in beknopte, heldere taal. De webtool verlaagt de drempel via duidelijke foto's van de organisaties en een interactieve routeplanner.
  • Eenduidige communicatie blijft echter een uitdaging, aangezien we als stad maar vat hebben op een deel van de communicatie en informatie die de burger bereikt. Door de veelheid van kanalen en communicatoren (lokaal, bovenlokaal, overheid, privé, middenveld,...) blijft het een uitdaging om de toegankelijkheid en enkelvoudigheid van informatie te garanderen.
     

Coronacommunicatie

  • Het kostte enige tijd om de coronacommunicatie van Stad Gent beter af te stemmen op kwetsbare doelgroepen. Tijdens de eerste golf werd een werkgroep opgericht die de specifieke noden rond communicatie naar kwetsbare Gentenaars bekijkt. Enkele resultaten:
    • een webpagina met overzicht van de sociale initiatieven in coronatijd
    • een pictogrammendatabank die toelaat om coronamaatregelen snel en helder te communiceren (via afdrukbare posters - verdeling on- en offline via stad en middenveld)
    • meertalige en visueel uitgewerkte folders rond specifieke thema's (vb. ramadan, eindejaarsmaatregelen, vaccinatie,...),
    • filmpjes op sociale media met ECM-influencers, videoboodschappen (rond ramadan, maatregelen, vaccinatie,...), animatiefilmpjes (vb. rond eindejaarsmaatregelen, maatregelen aan de loketten), 
    • webinars om informatie te verstrekken aan middenveldorganisaties en stadspersoneel in samenwerking met een professor van UZ Gent, een imam, arts van Turkse origine en moderator van Marokkaanse afkomst: werking vaccin, vaccinatie en geloof (halal, ramadan,..), hoe mensen motiveren tot vaccinatie, omgaan met weerstand en twijfels,…
  • Sommige doelgroepen zijn niet of moeilijk te bereiken via de beschikbare kanalen. Hier moeten we op zoek naar alternatieve pistes. Zo toonde de coronacrisis bv. aan dat nieuws uit het thuisland of berichtgeving via Facebook de lokale communicatie overstemt. Door bv. influencers uit de eigen gemeenschap in te schakelen probeert de stad de boodschap toch dichterbij de doelgroep te brengen.

 

Dit signaal werd geselecteerd voor het Sociaal Innovatiefonds 2022

102

Aanbod vrije tijd voor gezinnen in een kwetsbare situatie©®

Het vrijetijdsaanbod voor mensen in een kwetsbare situatie vertoont, ondanks vele inspanningen, nog heel wat lacunes.

  • Toegankelijke en betaalbare naschoolse en vakantie-opvang is zeer belangrijk voor kinderen die opgroeien in een kwetsbare situatie. Daar worden ze niet alleen opgevangen maar kunnen ze ook nieuwe interesses ontdekken. Nu hangen ze vaak rond in de wijk of worden ze opgevangen door hun broers of zussen. Ouders die het nodig hebben, en niet alleen omwille van werk of een opleiding, maar ook omwille van een zware gezinslast, zouden hier gebruik van moeten kunnen maken om even op adem te komen. Gezinnen in een kwetsbare situatie vinden nog te weinig hun weg naar buitenschoolse opvang, onder andere door administratieve en digitale drempels, maar ook doordat ze het nog te weinig kennen.
  • Er zijn meer en meer naschoolse activiteiten op de scholen (vb. muziekinstrument bespelen), waarvoor kinderen worden warmgemaakt in een proefles. Maar de kostprijs ervan is te hoog voor gezinnen in een kwetsbare situatie (70€/semester).
  • Er zijn drempels als het gaat om alternatieve dagbesteding of om Naadloos Flexibel Traject voor jongeren: vrijwilligersverzekering niet voorhanden, moeilijke bereikbaarheid van de initiatieven met openbaar vervoer, gebrek aan langdurig en voltijds aanbod, wachtlijsten en aanmeldingstops, het aanbod sluit niet aan bij de interessesfeer (nu vaak boerderij of buitenwerk, geen ICT, niets voor meisjes), …
  • Er is een tekort aan specifiek aanbod voor meisjes binnen de Gentse jongerenwerkingen. Nu heeft enkel vzw Jong een aanbod en meer bepaald in de wijken Sluizeken en Brugse Poort, en in andere wijken waar vzw Jong actief is.
  • Alleen de stap zetten naar een sportclub is vaak moeilijk, zeker voor  gezinnen in een kwetsbare situatie. Hierbij is behalve het Sportaround-project weinig begeleiding voorzien. Er zijn niet alleen financiële drempels, maar ook drempels rond afspraken en verwachtingen.
  • UITpas:
    • aanbod te beperkt voor jongeren in een kwetsbare situatie (activiteiten uitbreiden naar concerten, gaan poolen, fitness en Kinepolis), aanbod niet gekend, incentives spreken niet aan (bijvoorbeeld een brooddoos)
    • niet voor mensen zonder wettig verblijf: groeps- en organisatiepassen zijn veel te omslachtig zodat mensen er weinig gebruik van maken en zo weinig of niet deelnemen aan vrije tijd.
  • Vakantieparticipatie blijft te duur: tijdens de vakantie willen ouders hun kinderen een nuttige vrije tijdsbesteding aanbieden, maar hier hangt vaak een serieus kostenplaatje aan vast. Dierenkampen zijn bijvoorbeeld heel erg in trek, zeker voor kinderen met een beperking, maar vaak zeer kostelijk. Ook het vervoer voor een daguitstap is meestal te duur. Ouders geven aan dat er moet ingezet worden op de opleiding van de animatoren. Zodat zij ook voorbereid zijn om om te gaan met kinderen met specifieke noden.
Opvolging:

* Eind 2020: Open Call --> verenigingen met kinderen en jongeren uit maatschappelijk kwetsbare situaties worden vanaf nu financieel en inhoudelijk ondersteund door de Jeugddienst. Ook Zelforganisaties (via extra aangeworven stadsondersteuner)

* Extra inzet Jeugdstraathoekwerkers

* Organisatie Zomerbeurs voor intermediaren + ontwerp zomerkalender met alle laagdrempelige activiteiten 

* Jeugddienst en Sportdienst gaan langs op verschillende locaties (scholen, inloopteams) om mee met ouders de inschrijvingen voor vrije tijd in orde te maken

* In alle huidige subsidiereglementen van de Jeugddienst is het gebruik van een sociaal tarief als verplichting opgenomen

* Er werd een projectsubsidie goedgekeurd (samenwerking JES en Jong) voor middelen om extra aanbod uit te werken voor meisjes. 

* Komeet project: nieuw project vanuit Jeugddienst waarbij dmv peer support/buddywerking jongeren andere jongeren helpen toeleiden naar vrije tijd

* Uitpas: gerichte mailing naar fitnesscentra: voorlopig zonder resultaat. Nieuwe incentives (bvb powerbanks) worden momenteel bekeken. 

* Binnen de animatorcursussen van VDS (Vlaamse Dienst Speelpleinwerk vzw) wordt extra aandacht besteed aan vorming rond maatschappelijke kwetsbaarheid en kinderen en jongeren met een beperking als doelgroep.

* In 2021 zal Oranje vzw in opdracht van de Jeugddienst een onderzoek voeren naar de toegankelijkheid van het reguliere vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren met een beperking. Uit dit onderzoek zullen we signalen en tips halen, waarmee we aan de slag kunnen gaan om het aanbod laagdrempeliger te maken voor deze doelgroep.

* Kampengids: bundeling van aanbod voor kinderen en jongeren met beperking of uit financieel minder draagkrachtige gezinnen.

 

103

Tekort aan zwemlessen voor vrouwen

Sinds kort kunnen vrouwen maar op 1 plek en 1 moment niet-gemengd leren zwemmen, met name in ’t Strop op zondagochtend. Omdat deze zwemles niet in samenwerking met de sportdienst of een buurtpartner wordt georganiseerd, is het ook duur en is er niet altijd een lesgever voorhanden. Hiervoor inschrijven moet al in mei voor de start in september. Anders is het volzet. Vrouwenzwemmen op vrijdag in UZ is geschrapt en op dinsdag in Rozebroeken is enkel het wellness-gedeelte voor vrouwen.

Opvolging:

Opvolging:

  1. De situatie nu

Er zijn een aantal factoren die ertoe leiden dat er een tekort is aan zwemlessen enkel voor vrouwen:

  • Het aanbod in UZ Gent werd inderdaad stop gezet. Dit was een keuze van het UZ Gent om het zwembad terug meer voor therapie in te zetten.
  • De zwemclub Adrenaline vzw organiseert een aanbod specifiek voor vrouwen. Ze huren het zwembad Strop hiervoor af en zorgen zoals andere clubs zelf voor een redster. De prijs om te zwemmen in zwembad Strop op zondagochtend bij vzw Adrenaline bedraagt 6 euro per beurt. De organisatie acht het op dit moment niet mogelijk om in het UiTPAS systeem te stappen. 
  1. Ons antwoord op dit signaal

Het Stadsbestuur opteert voor inclusief zwemmen.  Er is vandaag al een groot tekort aan zwemwater. Het voorbehouden van het zwembad voor specifieke doelgroepen zou dit tekort alleen maar doen toenemen. Specifiek doelgroepenzwemmen is enkel mogelijk indien dit via clubs georganiseerd wordt zoals bvb Adrenaline VZW. 

We willen ook opmerken dat in de Farys zwembaden lichaamsbedekkende zwemkledij is toegelaten wat maakt dat er geen enkele reden is om  in deze zwembaden een exclusief aanbod voor vrouwenzwemmen te organiseren. Sommige vrouwen hebben angst voor negatieve reacties van andere bezoekers en dat ze zouden worden weggestuurd door de redders. De communicatie rond de kledijreglementen in het zwembad  zal daarom worden herbekeken samen met enkele redders van het zwembad.

De cursussen “leren zwemmen voor volwassenen” van de sportdienst zijn nu heel snel volzet. Er zijn 3 groepen met een beginners- midden- en vervolmakingsniveau en de volwassenen schuiven door naarmate ze beter kunnen zwemmen.  Als het zwembad Neptunus af is, kunnen er extra lessen voor volwassenen georganiseerd worden.