Lokale Overheid

1

Digitalisering zorgt voor uitsluiting en verhoogt de druk op de eerstelijn®

Organisaties en (overheids-)diensten lanceren steeds vaker online toepassingen. Ze zetten alsmaar minder in op fysieke en telefonische bereikbaarheid.

Veel burgers hebben onvoldoende digitale vaardigheden en/of mogelijkheden om de online toepassingen te gebruiken. De groep die niet mee kan, groeit en wordt diverser: het zijn niet enkel de ‘kwetsbare’ groepen. Daardoor ervaren steeds meer burgers problemen om een beroep te doen op (overheids-)diensten.

Organisaties en (overheids-)diensten werken idealiter volgens het click-call-connect-principe. Ze verwijzen hun klanten eerst door naar de website (click). Als dat niet lukt helpen ze hen via telefoon of e-mail (call). Als laatste mogelijkheid helpen ze de klant via een persoonlijke afspraak (connect). De tweede en derde stap (call en connect) vallen dikwijls weg. De financiële motivatie om minder op frontoffice in te zetten verlaagt de toegankelijkheid.

De digitale kloof treft mensen in een kwetsbare positie extra hard. Bijvoorbeeld ouderen of mensen die laaggeletterd zijn. Dit zorgt voor uitsluiting en vermindert de zelfredzaamheid. Meer en meer mensen hebben ondersteuning nodig bij simpele administratieve handelingen. Ook op hun privacy heeft dit impact: ze delen gevoelige gegevens met kennissen of professionals die hen helpen bij digitale administratie. De ondersteuningsvragen komen bovendien dikwijls terecht bij nulde- en eerstelijnshulpverlening die wél nog laagdrempelig toegankelijk zijn (vb. maatschappelijk werk in de wijkgezondheidscentra en OCMW, stekwerkingen van SAAMO, inloopteams, ...). Daardoor komt er extra druk op deze eerstelijnshulpverlening.

Voorbeelden:

  • De aanvraag van een huuraanpassing voor een sociale woning kan enkel nog digitaal.
  • Bij het groeipakket verloopt het indienen van documenten digitaal. Het is wettelijk gezien mogelijk om documenten fysiek in te dienen, maar het is niet duidelijk voor ouders dat/hoe dat kan. 
  • Scholen communiceren met ouders en leerlingen via smartschool en andere digitale platformen. Ook facturen worden vaak via mail bezorgd.
  • De aanmelding voor het onderwijs gebeurt digitaal. De inschrijving op school verloopt op sommige scholen ook digitaal, op andere scholen fysiek.
  • Communicatie met de sociale huisvestingsmaatschappij WoninGent (nu Thuispunt) kan enkel digitaal. Als je telefonisch contact opneemt kom je terecht bij de technische dienst. Zij kunnen veel vragen niet beantwoorden en kunnen je ook niet doorschakelen naar een andere dienst.
  • Mensen zonder digitale identiteitskaart (o.a. mensen met voorlopig verblijf) worden op veel vlakken uitgesloten. Bijvoorbeeld bij het raadplegen van documenten, covid safe ticket, … Gentinfo en andere eerstelijnsdiensten helpen soms door documenten af te drukken, maar dit is geen structurele oplossing.
  • Bij veel diensten (vb. banken, vakbonden, ziekenfondsen, energieleverancier, politie...) verdwijnen de loketten. Daardoor vermindert de fysieke bereikbaarheid.
  • Veel winkels, restaurants, koffiehuizen, ... aanvaarden geen cash betalingen meer, terwijl dat wettelijk verplicht is. Mensen in een kwetsbare positie (omwille van armoede, leeftijd, beperking) hebben geen beschikbaar krediet op een kaart of betalen liever cash om overzicht te houden.
  • De federale overheidsdienst sociale zekerheid is telefonisch niet bereikbaar. Wanneer het online niet lukt om een aanvraag in te dienen (bijvoorbeeld erkenning handicap), word je niet verder geholpen.
  • De VDAB bouwde haar fysieke toegankelijkheid af. Daardoor is ze onvoldoende zichtbaar en toegankelijk voor mensen die het meest nood hebben aan begeleiding naar een job.
  • De jobbonus moet je ofwel online aanvragen via itsme, ofwel kan je bellen naar een nummer van de Vlaamse overheid. Er is geen ‘live’ alternatief, waardoor er veel vragen over de jobbonus bij eerstelijnswerkers terechtkomen.
Opvolging:

Vanuit Stad en OCMW Gent zetten we vanuit verschillende diensten (Lokaal Sociaal Beleid, Werk &Activering, Publiekszaken, LDC’s) samen met de E-inclusiewerking van de Stad Gent en D09 actief in op het digitaal versterken en ondersteunen van digitaal kwetsbare Gentenaars. Een greep uit de vele acties:

  • Digipunten
  • Digicoaching in de welijnsbureaus, U-Connect en LDC’s
  • Digitale uitleendienst
  • Inzamelactie digiatel toestellen
  • Digitale inclusie op school
  • Digilessen voor ouders
  • Digitaal werkt
  • DigicafesDigitaal inclusieve wijken
  • Digihulp in het stadskkantoor
  • actie digitale aansluiting maatschappelijke kwetsbare ouders inloopteam Nieuw Gent ism LIGO 
  • Digitale oefenkansen integreren in de hulpverlening
  • ....

 

Voor een overzicht en detail zie hier

Vanaf 2024 wensen we extra in te zetten op:  De wijk/wijkpartners en het verbinden van diverse acties om zo een duurzamere verankering op maat van de wijk te bekomen. Samen de noden vaststellen, oplossingen zoeken en uitvoeren is hierbij het sleutelwoord.

2

Druk op vrijwilligerswerk®

Vrijwilligerswerk is zinvol en is complementair aan professionele hulpverlening, maar wordt steeds meer ingezet als structurele oplossing voor tekorten in beleid en professionele hulpverlening. Door de druk op de eerstelijn en de personeelstekorten (zie signaal 6. Druk op de eerstelijn) worden meer en meer taken op vrijwilligers afgeschoven. Door de toenemende armoede, versterkt door de opeenvolgende crisissen (corona, energie, asiel…), komen er bovendien steeds meer hulpvragen tot bij (vrijwilligers)organisaties en zijn de hulpvragen steeds complexer.

Ook het engagement van vrijwilligers is veranderd. Het engagement is meer afgelijnd, er zijn minder vrijwilligers die zich jarenlang op regelmatige basis inzetten voor een organisatie en de groep mensen die zich overdag kan inzetten veroudert en verkleint. Dit moet meegenomen worden in de manier waarop vrijwilligers ingezet en ondersteund worden.

Een belangrijk deel van de vrijwilligers heeft zelf een kwetsbare achtergrond. Ze zijn in sommige gevallen verplicht om vrijwilligerswerk te doen, bijvoorbeeld in het kader van een activeringstraject, maar velen zijn ook persoonlijk gemotiveerd om zich in te zetten als vrijwilliger. Om de positieve effecten van vrijwilligerswerk (sociaal netwerk versterken, een mogelijke stap naar de reguliere arbeidsmarkt, grote maatschappelijke meerwaarde, ...) te realiseren is er nood aan voldoende begeleiding en ondersteuning van de vrijwilligers. Die begeleiding is niet altijd voorhanden door de druk op de vrijwilligersorganisaties, onvoldoende ‘dragende’ vrijwilligers en het personeelstekort in de eerstelijn. Dat kan zorgen voor negatieve ervaringen bij de doelgroep, vrijwilligers en medewerkers.

Onvoldoende begeleiding op de werkvloer voor vrijwilligers en de organisatie zelf vormt een drempel voor mensen in een kwetsbare positie die zich willen engageren als vrijwilliger. Mensen in een kwetsbare positie ervaren naast het gebrek aan ondersteuning nog meer drempels naar vrijwilligerswerk. Personen die een ziekte-uitkering ontvangen durven bijvoorbeeld geen (officieel) vrijwilligerswerk te doen uit schrik om hun uitkering te verliezen. De controlearts laat vrijwilligerswerk soms niet toe omdat het te nauw aansluit bij economische activiteit. Vrijwillige inzet zou betekenen dat je ook op de arbeidsmarkt terecht kan. Maar duur en aard van deze inzet zijn totaal verschillend. Soms wordt vrijwilligerswerk niet aanvaard omdat het de gezondheidstoestand niet ten goede zou komen. Wanneer de controlearts geen goedkeuring geeft voor vrijwilligerswerk, dreig je je uitkering te verliezen als je je toch vrijwillig engageert.

Opvolging:

Om organisaties te ondersteunen in het werken met vrijwilligers en vrijwilligerswerkingen in Gent te versterken, biedt het Vrijwilligerspunt Gent gratis vormingen aan. Sinds 2022 is dit aanbod niet enkel gericht op vrijwilligerscoaches, maar ook op vrijwilligers zelf. Met dit vormingsaanbod willen we de vaardigheden van vrijwilligerscoaches verhogen om zo meer in te zetten op talentgericht en inclusief vrijwilligersbeleid en in te spelen op het hedendaags vrijwillig engagement. Voor vrijwilligers ligt de focus op (mentaal) welzijn en (cultuursensitieve) communicatie. Het vormingsaanbod wordt per semester uitgewerkt en is steeds terug te vinden op vrijwilligerspunt.stad.gent/vorming

Om de match tussen organisaties en (trekkende) vrijwilligers te maken,

  • beheert het Vrijwilligerspunt de vacaturedatabank www.vrijwilligerspunt.stad.gent
  • werd de loketwerking in 2023 uitgebreid naar 3 bezoekmomenten per week. Kandidaat-vrijwilligers worden na een persoonlijk gesprek georiënteerd naar vrijwilligerswerk.
  • kunnen kwetsbare (kandidaat-)vrijwilligers beroep doen op ondersteuning en coaching bij hun zoektocht/opstart van vrijwilligerswerk via het samenwerkingsverband met Voluit vzw. Meer info over het project vind je hier.
  • wordt er jaarlijks een Vrijwilligersbeurs georganiseerd waar 70 Gentse organisaties hun werking toelichten aan bezoekers

Om de drempels naar vrijwilligerswerk te verlagen, nam het Vrijwilligerspunt het signaal rond de administratieve drempels voor sociale uitkeringsgerechtigden op in het bovenlokaal memorandum van Stad Gent. Ook de Hoge Raad voor Vrijwilligers nam dit op in hun memorandum (aandachtspunt 3 en 4).

Voor 2024 wensen we extra in te zetten op:

  • Gratis webinarreeks rond het veranderd vrijwilligerslandschap voor vrijwilligerscoaches 
  • Uitbouw decentrale dienstverlening Vrijwilligerspunt: dichter bij de burger, organisaties en toeleiders
  • Uitbouw netwerk van doorverwijzers en toeleiders 

3

Drempels bij dienstverlening van de politie

De onthaalfunctie van de politie is hoogdrempeliger. Als je klacht wil neerleggen of aangifte wil doen bij de politie moet je eerst online of telefonisch een afspraak maken (zie ook signaal 1. Digitalisering) en moet je soms enkele dagen wachten op je afspraak. Bovendien is ook de loketfunctie verminderd. Zeker bij ernstige/dringende klachten vormt dit een groot probleem. Het verhoogt de drempel om een klacht neer te leggen en brengt het recht op toegang tot de rechtsgang in het gedrang.

  • Case: Een dame doet aangifte van fysieke agressie op het politiekantoor. Ze heeft documentatie bij van de arts die haar heeft onderzocht. Ze wordt bijgestaan door een eerstelijnswerker die ook aanwezig was tijdens de feiten. De politie stuurt hen naar huis met de boodschap dat de klacht geen hoge prioriteit heeft en dat ze online een afspraak moeten maken. Ook nadat de eerstelijnswerker laat weten dat er pas psychologische hulp gestart kan worden na indiening van de klacht.
Opvolging:

Reeds ondernomen acties:

  • Er werd een uitwisseling georganiseerd tussen de Brugfiguren Secundair Onderwijscentrum  en de politie ikv het stappenplan dat de onthaalfunctie volgt.  Het doel was inzicht te krijgen in de procedures voor het indienen van een klacht en hoe professionals jongeren hierin kunnen ondersteunen.

 

  • Er werd een lezing/workshop georganiseerd voor de onthaalmedewerkers van de politie. Een slachtoffer van seksueel misbruik deelt haar ervaring met het melden van het misbruik. Uit de nabespreking blijkt een grote openheid om rekening te houden met de gevoeligheden die eigen zijn aan de problematiek. Een vervolgsessie wordt gepland in de loop van ’24.

 

In de pipeline:

  • We onderzoeken of en hoe we kunnen intekenen op Daphne Call inzake Genderbased Violence. Idee is om met deze subsidiemiddelen oa IFG-ambassadeurs (professionals maar ook burgers) op te leiden die signalen capteren en deze doelgroep specifiek ondersteunen en toeleiden naar hulpverleners en politie.
  • Plan International herhaalt het onderzoek naar slachtofferschap van straatintimidatie (racisme, SGG, discriminatie,...). Wie meldt, zal meteen doorverwezen worden naar onder andere officiële instanties (politie, Zorgcentrum na Seksueel Geweld, etc ). De bevraging gebeurt van maart tot december ‘24. Met de resultaten van het onderzoek gaan we verder aan de slag.

4

Minder aangiften over overlast en criminaliteit bij officiële instanties®

In buurten met een groot aantal mensen in een kwetsbare positie (o.a. wijken in de 19de -eeuwse gordel, sociale woonwijken) en met inwoners die de taal en procedures onvoldoende kennen, is het niet evident voor de inwoners om melding te maken van feiten zoals vandalisme, diefstal, onveilige situaties, overlast, …. Dit wordt vermoedelijk versterkt door een beeld over overheidsinstanties, vroegere ervaringen of verhalen die men hoort. Maar bijvoorbeeld ook door de taalbarrière, doordat ze de procedure niet kennen, uit schrik voor represailles of om zelf tegen de lamp te lopen, omdat ze denken - en vaak al meermaals ervaren hebben - dat er toch niets gedaan wordt met hun klacht, door de onbereikbaarheid van de politie (zie signaal 3. Drempels dienstverlening politie), …. Wijkorganisaties en vertrouwenspersonen vangen de signalen wel op, maar zonder officiële melding of klacht is het moeilijk om iets te ondernemen.

Opvolging:

Mensen zonder wettig verblijf die slachtoffer worden van een misdrijf, kunnen dat niet altijd op een veilige manier melden. Dat komt onder andere door het risico dat ze lopen om het land uitgezet te worden. Het VisaRoc-project rond safe reporting wil voor dit probleem aandacht vragen in de steden Barcelona, Milaan, Utrecht en Gent. Meer info op www.safereporting.eu

Actiepunt naar aanleiding van dit onderzoek:

  • Organiseren van twee infosessies in functie van safe reporting van mensen zonder wettig verblijf wanneer ze slachtoffer of getuige zijn van een misdrijf. Deze zijn gericht naar hulpverleners, politie en intermediairen. Er wordt uitleg gegeven over de gerechtelijke procedure, de verschillende mogelijkheden in functie van slachtoffer van mensenhandel en huiselijk geweld. En tips meegegeven wat je wel kan doen wanneer je iemand kent die met deze situatie geconfronteerd wordt.

Er wordt vooral ingezoomd op het feit dat politie een meldingsplicht heeft naar dienst vreemdelingenzaken wanneer er een vermoeden is dat ze te maken hebben met iemand zonder wettig verblijf.

6

Druk op de eerstelijn®

De druk op eerstelijnsdiensten en -professionals neemt toe door personeelstekorten en door de afbouw van (fysieke) dienstverlening van verschillende (basis)diensten (zie ook signaal 1. Digitalisering).

Het structureel personeelstekort stelt zich in zo goed als elke sector/iedere beroepsgroep binnen zorg en welzijn: huisartsen, tandartsen, (thuis)verpleging, zorgkundigen, sociaal werkers, opbouwwerkers, jeugdwelzijnswerkers … Vooral de vacatures voor basiswerkers raken moeilijk ingevuld. Terwijl het net die basiswerkers zijn die in rechtstreeks contact staan met de burger. Het tekort geldt zowel voor de eerste als tweede lijn. Beide niveaus ervaren ook indirect druk van elkaars tekorten. Ze verwijzen vaak te snel naar elkaar door. Bijvoorbeeld:

  • Huisartsen verwijzen sneller door naar spoed.
  • Ziekenhuizen ontslaan patiënten sneller.

 

Een aantal oorzaken van het tekort zijn een grote uitstroom (o.a. door de te hoge werkdruk, administratieve last en de pensioengolf), te weinig afgestudeerden, bachelors doen nog een masteropleiding, en het imago van de zorg.

Naast het personeelstekort, zorgt ook de afbouw van (fysieke) dienstverlening voor extra druk op de eerste lijn. Bijvoorbeeld mutualiteiten, politie, nutsbedrijven, banken en vakbonden sluiten fysieke loketten. Doordat deze diensten minder laagdrempelig zijn komt er extra werkdruk bij diensten en organisaties die wél nog toegankelijk zijn (vb. de wijkgezondheidscentra, huisartsen, straathoekwerk). Zij nemen bijkomende taken op die eigenlijk niet binnen hun rol liggen.

De druk op de eerstelijn heeft een negatieve impact op eerstelijnswerkers. De hoge werkdruk en de nasleep van de covidperiode zet hun veerkracht onder druk.

Dit heeft bovendien negatieve gevolgen voor de Gentenaar. Er zijn wachtlijsten voor onder andere huisartsen en tandartsen, er zijn minder bedden in ziekenhuizen en afdelingen in woonzorgcentra sluiten. De toegankelijkheid en kwaliteit van zorg komen in het gedrang.

Dit treft Gentenaren in een kwetsbare positie het hardst. Zij vallen immers het eerst uit de boot. Sommige zorgverstrekkers vragen bijvoorbeeld om bepaalde doelgroepen niet meer door te verwijzen omdat ze het niet kunnen bolwerken. Of ze geven aan niet met tolken te werken, waardoor anderstalige nieuwkomers niet bij hen terechtkunnen. Mensen in een kwetsbare situatie hebben vaker geen vaste huisarts (vb. mensen in armoede, nieuwkomers). Zij kunnen door de wachtlijsten amper terecht bij een huisarts als ze er één nodig hebben.

Opvolging:

7

Gebrek aan taaltoegankelijke en cultuursensitieve hulpverlening®

Hulp- en zorgverlening zijn onvoldoende toegankelijk wegens culturele en/of talige drempels.

Omgaan met verschillende culturen en talen zou vanzelfsprekend moeten zijn in onze superdiverse samenleving. Dat is niet het geval. Het zit bijvoorbeeld niet standaard vervat in de opleiding van zorg- en hulpverleners. De meeste hulp- en zorgverleners slagen er niet in om cultuursensitieve zorg- of hulpverlening te bieden. Hulp- en zorgverleners kunnen wel een beroep doen op (sociale) tolken om de toegankelijkheid voor anderstaligen en mensen met een andere culturele achtergrond op sommige vlakken te vergroten. Ze botsen daarbij echter op verschillende drempels: het tekort aan tolken, de kostprijs en de bijkomende (administratieve) tijdsinvestering (zie signaal 76. Recht op tolken). Hulp- en zorgverleners zijn overbevraagd (zie signaal 6. Druk op de eerstelijn), waardoor ze weinig ruimte of motivatie hebben om extra inspanningen te leveren om taal- en cultuursensitief te werken.

Mensen met een migratieachtergrond hebben daardoor onvoldoende toegang tot het zorg- en welzijnsaanbod.

Dit probleem is het grootst in de residentiële geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en in de psychiatrie, omdat taal- en cultuuraspecten hier nog meer meespelen. Psychiatrische voorzieningen weigeren vaak patiënten op te nemen omdat ze geen gepaste dienstverlening kunnen bieden aan anderstaligen.

Voorbeelden:

  • Een vraag tot crisisopname in de psychiatrie wordt geweigerd omdat de patiënt onvoldoende Nederlands spreekt. De (groeps)therapie zou onmogelijk zijn door de taalbarrière.
  • Sommige specialisten weigeren om te werken met de intercultureel bemiddelaar uit het ziekenhuis waarin ze werken.
  • Een diëtist adviseert om bruine boterhammen te eten, terwijl de persoon in kwestie nooit boterhammen eet omdat dat vanuit haar migratieachtergrond niet de gewoonte is.
Opvolging:

9

Continuïteit hulpverlening CLB’s

Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s) zijn voor veel gezinnen een belangrijke ingang naar hulpverlening. Wanneer een kind van school verandert, komt het gezin vaak bij een andere CLB-medewerker (al dan niet van een ander net) terecht. De vertrouwensband met de vorige CLB medewerker - en vaak ook veel werk – gaat dan verloren, ondanks overdracht.

Opvolging:

10

Beperkt aanbod budgetbegeleiding

Zowel het OCMW als het CAW bieden budgetbegeleiding aan. Het aanbod is echter niet voor iedereen beschikbaar waardoor sommige mensen uit de boot vallen.

De perceptie bestaat dat het OCMW enkel budgetbegeleiding opneemt bij mensen met een zeer laag inkomen (leefloon, invaliditeitsuitkering) die al in ernstige financiële problemen zitten. Mensen die nog niet in zware financiële problemen zitten maar wel gebaat zijn bij budgetbegeleiding lijken niet terecht te kunnen bij het OCMW.

Het aanbod budgetbegeleiding bij het CAW is er sinds de drastische afbouw voor budgethulpverlening in 2020 enkel nog aanvullend voor CAW-cliënten die terzelfdertijd ook een ander intern begeleidingstraject volgen. Als het andere traject stopt, stopt ook de budgetbegeleiding.

Indien cliënten noch bij het CAW, noch bij het OCMW terecht kunnen, worden ze doorverwezen naar externe kanalen, bv. MyTrustO, bewindvoering, Dyzo (voor zelfstandigen ), dienst juridische bijstand, Modero gerechtsdeurwaarders. Dit biedt echter niet voor iedereen een oplossing.

Een bijkomende drempel is het taboe rond schulden. Veel mensen durven de stap naar schuldhulpverlening niet te zetten uit schaamte.

Mensen met schulden zonder budgetbegeleiding, dreigen nog verder in de problemen te komen. Een afbetalingsplan vragen aan een dienst waarbij je schulden hebt is bijvoorbeeld veel gemakkelijker als je in begeleiding bent bij een sociale dienst.

Opvolging:

11

Bereikbaarheid hulpverlening OCMW

De bereikbaarheid van de hulpverlening van het OCMW is verminderd. Dat komt door een combinatie van structurele factoren  en organisatiekeuzes.

Het personeelstekort in de eerste lijn (zie ook signaal 6. Druk op de eerstelijn) is een structureel probleem dat ook in het OCMW geldt. Het tekort zorgt ervoor dat er soms geen continuïteit is in hulpverlening en in de opvolging van dossiers als er vb. een maatschappelijk werker ziek valt. Bovendien neemt ook de druk op het OCMW toe omdat andere diensten steeds minder fysieke dienstverlening bieden (zie ook signaal 1. Digitalisering).

Daarnaast maakte OCMW Gent een keuze met impact op de toegankelijkheid: de centralisatie van de telefonie.

Sinds de herstructurering van het telefonisch onthaal van het OCMW is er één algemeen telefoonnummer voor Gent, in plaats van aparte telefoonnummers per OCMW-welzijnsbureau. De nieuwe telefoonnummers van de welzijnsbureaus zijn enkel bedoeld voor hulpverleners. Cliënten krijgen het telefoonnummer van de maatschappelijk werker die hun dossier beheert. Wanneer die maatschappelijk werker niet bereikbaar is (vb. door vakantie of ziekte) of wanneer de cliënt het telefoonnummer kwijtraakt, kan de cliënt het welzijnsbureau niet telefonisch bereiken. Cliënten moeten dan via het centrale nummer tot bij hun maatschappelijk werker of welzijnsbureau geraken. Dat loopt vaak stroef, bijvoorbeeld wanneer cliënten enkel de voornaam kennen van de maatschappelijk assistent, de juiste schrijfwijze niet kennen, Nederlands leren, …. Voor mensen in de meest kwetsbare situaties is de telefonische dienstverlening van het OCMW daardoor moeilijker toegankelijk.

Een goed initiatief vanuit OCMW Gent dat de toegankelijkheid verhoogt is ‘Kinderen eerst’.

Opvolging:

12

Tekort aan bepaalde vormen van opvoedingsondersteuning

Er is een tekort aan bepaalde vormen van opvoedingsondersteuning:

  • Er is een tekort voor gezinnen met kinderen tussen 6 en 12 jaar. Het centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) bood ondersteuning aan deze groep, maar verlegde de focus van 0 tot 12 jaar naar 0 tot 6 jaar. Zij kunnen gezinnen met een kind ouder dan 6 moeilijker doorverwijzen naar gepaste hulp.
  • Er is een tekort aan outreachende en intensieve opvoedingsondersteuning met bijvoorbeeld huisbezoeken en langdurige trajecten.
  • Er is ook een tekort aan cultuursensitieve opvoedingsondersteuning (zie ook signaal 7. Gebrek aan taaltoegankelijke en cultuursensitieve hulpverlening).
  • Tot slot is er een tekort aan opvoedingsondersteuning binnen een dwingend kader. Justitie kan een dwingende maatregel opleggen aan ouders om opvoedingsondersteuning te krijgen. Door het tekort in het algemeen en specifiek binnen een dwingend kader, kunnen ze nergens terecht.
Opvolging:

13

Drempels naar thuiszorg

Mensen in een kwetsbare positie botsen op een aantal drempels naar thuiszorg. De grote wachtlijsten zijn een belangrijke drempel. Er zijn wachtlijsten door enerzijds het tekort in de thuiszorg, en anderzijds de grotere vraag (vb. door kortere ligtijden in de ziekenhuizen, vergrijzing, …). Daarnaast ervaren ze ook mentale drempels. Ze kennen de dienstverlening niet en durven geen onbekenden toe te laten in hun woning.

  • De tijdelijke overbruggingshulp vanuit de lokale dienstencentra (LDC) verlaagt deze drempels. Ze vullen de wachttijd naar reguliere thuiszorg op en laten mensen de dienstverlening op een laagdrempelige manier kennen, vanuit hun vertrouwde LDC. De overbruggingshulp verdwijnt helaas in de eerste helft van 2023.
Opvolging:

De mutualistische zorgkassen, de ziekenfondsen en hun diensten maatschappelijk werk stuurden begin juli 2023 een open brief naar de ministers van de Vlaamse Regering om te pleiten voor betaalbare zorg voor mensen met een zorg- en ondersteuningsnood.

14

Wooncrisis®

De wooncrisis is een bekend signaal dat blijvend aandacht verdient. Er zijn amper betaalbare (huur)woningen beschikbaar op de privémarkt en er is een tekort aan sociale woningen.

Door het onevenwicht in vraag en aanbod op de privémarkt, wordt de discriminatie op de woningmarkt nog verder versterkt.

  • Verhuurders en immobiliënkantoren verhuren enkel aan de ‘sterkste’ profielen. Mensen met een vervangingsinkomen of leefloon, jongeren, alleenstaanden met beperkt inkomen, alleenstaande ouders, grote gezinnen en mensen met een migratieachtergrond worden gediscrimineerd.
  • Verhuurders/immobiliënkantoren vragen bijvoorbeeld aan kandidaat-huurders om een motivatiebrief op te maken om het huis te bezichtigen. Dit is verdoken discriminatie en zorgt voor uitsluiting van mensen in een kwetsbare positie (vb. nieuwkomers, mensen die laaggeletterd zijn).

 

Ook de sociale woningmarkt is ontoegankelijk:

  • De wachtlijsten blijven toenemen. Terzelfdertijd staan veel sociale woningen leeg omdat ze aan renovatie toe zijn.
  • De huurprijs van een sociale woning is berekend op de belastingaangifte van 3 jaar terug. Soms is het verschil in inkomen groot in vergelijking met 3 jaar terug. Bijvoorbeeld als mensen ondertussen gepensioneerd zijn, werkloos zijn, … Je kan een aanpassing aanvragen, maar alleen als je inkomen gedurende 3 maanden 20% lager is. Vaak duurt het ook even om de huurprijs aan te passen na een scheiding.
  • Sommige gezinnen staan al heel lang op de wachtlijst voor een sociale woning. Als ze dan uiteindelijk een woning aangeboden krijgen, moeten ze soms binnen de maand verhuizen om die woning niet te verliezen. Omdat ze voor hun eigen woning nog een vooropzeg van 3 maanden hebben, moeten ze 2 maanden dubbele huur betalen. Bovenop de kosten die verhuizen met zich meebrengt.
  • Sinds 1/1/2023 is de taalvoorwaarde A2 ingevoerd om in aanmerking te komen voor een sociale woning. Deze voorwaarde discrimineert anderstalige nieuwkomers.

 

Naast het tekort aan woningen is er ook een tekort aan begeleiding in de zoektocht naar een woning. De weinige initiatieven die hierrond bestaan botsen op het woningtekort, waardoor medewerkers en vrijwilligers gedemotiveerd raken.

Wonen is de sleutel tot een menswaardig bestaan. Het is noodzakelijk om verder in te zetten op het recht op wonen voor alle Gentenaren.

Zie ook eis 3, 17 en 19 in https://www.rechtopbetaalbaarwonengeenenkelmensopstraat.be/13-mei-2022/

Opvolging:

15

Gevolgen van de wooncrisis®

Het tekort op de private en sociale huurmarkt heeft negatieve gevolgen voor de Gentenaar. Mensen in de meest kwetsbare posities worden het hardst getroffen:

  • Door de krappe woningmarkt krijgen malafide spelers ruimte om kwetsbare kandidaat-huurders op te lichten. Kwetsbare burgers en (internationale) studenten nemen meer risico omdat de zoektocht naar een huurwoning heel moeilijk loopt. Ze worden opgelicht op immobiliënwebsites, via facebook en frauduleuze websites zoals bijvoorbeeld www.domicilieadres.be. Vb. vraag om de waarborg via Airbnb of cash te bezorgen voordat het contract ondertekend is, valse belofte om sleutels per post op te sturen, vals gebruik van het logo van een gekend immobiliënkantoor, vraag om allerhande documenten te bezorgen, ….
  • Ook huisjesmelkers krijgen vrij spel. Woningen van heel slechte kwaliteit worden aan veel te hoge prijzen verhuurd aan mensen in een kwetsbare positie omdat ze geen betaalbaar alternatief hebben.
  • Veel Gentenaren in een kwetsbare situatie verhuizen omdat wonen in Gent onbetaalbaar is. Ze verhuizen naar buiten Gent, of naar plekken in Gent waar het wel betaalbaar is, vb. de Kanaaldorpen.
    • Buiten Gent verliezen ze heel wat ondersteuning en omkadering. Bijvoorbeeld materiële steun, voedselondersteuning, aanvullende steun van OCMW Gent (uitgebreider dan in andere gemeenten).
    • Mensen die naar de Gentse Kanaaldorpen verhuizen verliezen basisdienstverlening zoals winkels, huisartsen, lokaal dienstencentrum.
  • Mensen die uit detentie komen en jongeren uit de jeugdhulp vinden geen woning. Er bestaan initiatieven om de brug te maken van detentie naar huisvesting (vb. detentiehuizen, transitiehuizen, loopplankhuizen, OGOS (Oost-Vlaamse gevangenen opvangsysteem), ...). Maar het aanbod is ontoereikend en er is geen duidelijk overzicht van de bestaande initiatieven (zie ook signaal 8. Detentie als breuklijn in de zorg).

 

Zie ook https://www.rechtopbetaalbaarwonengeenenkelmensopstraat.be/13-mei-2022/

Opvolging:

16

Energie is onbetaalbaar

De stijgende energieprijzen hebben een impact op iedereen. Voor mensen in een financieel kwetsbare situatie weegt dat nog zwaarder door. Er is ondersteuning voor vb. mensen met een verhoogde tegemoetkoming (sociaal tarief energie), maar die ondersteuning geldt niet voor iedereen die er nood aan heeft en is tijdelijk. Mensen die net te veel verdienen om ervoor in aanmerking te komen dreigen (nog dieper) in armoede terecht te komen.

Hulp- en zorgverleners merken de energiecrisis en haar gevolgen op in de praktijk:

  • Er is een grote stijging bij de ten laste names energie bij de Energiecel van het OCMW Gent.
  • Meer mensen verwarmen hun huis op andere manieren om de energiekost te drukken. Het stoken van hout, met een petroleum vuurtje, ... in combinatie met te weinig verluchting kan leiden tot ernstige gezondheidsklachten en CO-vergiftiging. De sensibiliseringscampagnes daarrond geraken vaak niet tot bij de mensen in de meest kwetsbare posities. En zij hebben vaak ook geen alternatief.
  • Jeugdwelzijnswerkers merken dat jongeren zich thuis niet meer mogen douchen door de hoge energiekost. Ze komen naar de werking omdat ze zich bij sommige activiteiten (vb. sportactiviteiten) achteraf kunnen douchen.
  • Huurders in een kwetsbare positie wonen vaak in slecht geïsoleerde huizen die veel energie verbruiken. Ze staan vaak in een zwakke positie om met hun huisbaas te onderhandelen over energiebesparende maatregelen, omdat ze schrik hebben voor een verhoging van de huurprijs.
Opvolging:

17

Veiligheid onder druk bij grote verhuisbewegingen sociale woningen®

Door de grote verhuisbewegingen naar aanleiding van renovatiewerken van sociale woningen staan sociale woonblokken vaak voor een tijd leeg. De (deels) leegstaande gebouwen zijn aantrekkelijk voor krakers omdat de nutsvoorzieningen niet afgesloten worden zolang er reguliere huurders wonen. De gebouwen worden zowel gekraakt door mensen die anders geen dak boven hun hoofd hebben (‘sociale krakers’), als door mensen met minder goede bedoelingen die vaak overlast veroorzaken door bijvoorbeeld te dealen. Daarnaast zijn er ook vermoedens dat gekraakte appartementen verhuurd worden aan mensen in een kwetsbare positie en dat er illegale transacties doorgaan. Dat zorgt ervoor dat sociale huurders die nog in de woonblokken wonen zich onveilig voelen in hun woning. Ze durven geen aangifte doen uit angst voor represailles.

Op het terrein zijn verschillende diensten actief om te proberen de situatie voor de zittende huurders draaglijk te houden. Er worden extra inspanningen geleverd door politie, straathoekwerk, wijkregie, buurtwerk en middenveldpartners. Door nog meer preventief samen te werken kan deze kost vermeden worden. De huisvestingsmaatschappij probeert woningen kraakvrij af te sluiten, maar dat is niet evident als er nog huurders in het gebouw wonen. De huisvestingsmaatschappij wil geen cijfers over leegstand geven uit vrees dat de info in verkeerde handen terecht zou komen. Dat maakt het moeilijk om preventief aan de slag te gaan. Zo herhaalt de situatie zich telkens opnieuw (Rabot, Bernadette, Nimfenstraat, Jubileumlaan, Nieuw Gent). Hopelijk worden sociale organisaties betrokken bij de lijst met kraakgevoelige panden van Thuispunt Gent.

Opvolging:

Sinds 2023 is er een kraakcoördinator (Maxime Pans) aangesteld bij Thuispuntgent. Hij is de contactpersoon voor de Stad Gent.  Bij de stad is er ook een aanspreekpunt, Marian Van Den Bossche (Dienst Preventie voor veiligheid)

  • Thuispuntgent speelt nu korter op de bal wanneer er panden gekraakt zijn. Zodra zij op de hoogte zijn starten zij de gerechtelijke procedure tot uitzetting.
  • Thuispuntgent stuurt iedere week een lijst met een update van de gekraakte panden naar de Stad. Een overzicht van de leegstaande panden krijgen we niet.
  • Thuispuntgent heeft sinds kort een preventiekraakkaart aangemaakt. Hierop staat info die interessant is voor de huurders wanneer zij merken dat er een pand gekraakt is. Er staat wat zij kunnen doen en bij wie ze terecht kunnen.
  • Thuispuntgent wil samen zitten met de verschillende wijkcommissariaten om de samenwerking tussen hen en politie te verbeteren.

 

Dimensa is de andere sociale huisvestingsmaatschappij die woningen verhuurt in Gent. Ook daar worden panden gekraakt.

Eind december werden er appartementen gekraakt in de Glasgowstraat. Dimensa startte onmiddellijk de procedure tot uithuiszetting. Tussendoor werd er door de verschillende wijkpartners een koffiemoment georganiseerd om te luisteren naar de bezorgdheden van de huurders, hen correcte info te geven en op die manier de sociale cohesie tussen de bewoners te versterken. Deze good-practise willen wij graag in de toekomst herhalen.

18

Dienstverlening sociale huisvestingsmaatschappijen®

De dienstverlening van de Gentse sociale huisvestingsmaatschappij(en) is onvoldoende en ontoegankelijk.

Voorbeelden:

  • Laattijdige, gebrekkige en ontoegankelijke communicatie naar de bewoners. Bijvoorbeeld over de verhoging van de huur, over de facturatie van verbruikslasten en over procedures bij terugbetalingen en verrekeningen.
  • De afrekening van de huurlasten is vaak heel hoog omdat het maandelijks voorschot veel te laag ligt. Dit maakt het voor kwetsbare bewoners onmogelijk om hun gezinsbudget goed te beheren.

    • Vb. In de nieuwbouwappartementen in de Rabotwijk betalen bewoners maandelijks 3 à 4 euro lasten. Op het einde van het jaar krijgen ze een afrekening van 800 à 1400 euro voor bijkomende kosten (vb. lift, herstellingen, …).
  • De afrekening van EGW komt niet regelmatig toe. In sommige gevallen pas na 3 jaar.
  • Er is weinig transparantie over de afrekeningen. Vb. voorschotten van 700 à 900 euro met daarna een afrekening van 1000 à 1500 euro, zonder mogelijkheid tot uitleg over de oorzaak daarvan.
  • Huurprijsherzieningen op basis van gedaald inkomen gebeuren niet automatisch. De gemiddelde duurtijd tussen aanvraag en toekenning is 6 maanden.
  • Het complex systeem van aanvraag huurprijsherziening maakt het voor veel bewoners onmogelijk om dit zelf te doen.
  • Herstellingswerken worden laattijdig of niet uitgevoerd na melding van gebreken aan de woning door bewoners.
  • De vocht- en schimmelproblematiek in sociale woningen wordt slecht of niet opgevolgd. Ook nadat bewoners dit melden aan de technische dienst van de Sociale Huisvestingsmaatschappij (SHM). De SHM legt de schuld van de vochtproblematiek vaak bij de bewoners. Meestal is dit echter het gevolg van een structureel probleem, al dan niet in combinatie met bewonersgedrag. De kwaliteit van de sociale woningen wordt stapsgewijs verbeterd. Sommige mensen wonen op dit moment echter in een woning die hun gezondheid schaadt.

 

Zie ook eis 21 in https://www.rechtopbetaalbaarwonengeenenkelmensopstraat.be/13-mei-2022/

Opvolging:

19

Nood aan woonbegeleiding voor bewoners in kwetsbare wijken

Het samenlevingsweefsel staat onder druk in woonwijken en -blokken waar veel mensen in een kwetsbare situatie samenwonen (o.a. sociale woningen). Ondersteuning om het samenleven goed te laten verlopen is erg belangrijk. Sociale woonbegeleiding speelt daarin een grote rol. Er is nood aan meer aanbod in sociale woonbegeleiding.

Naast woonbegeleiders zijn ook flatwachters een noodzakelijke actor in het ondersteunen van bewoners om het samenleven vlot te laten verlopen, conflicten te vermijden en ontmantelen.

Het is belangrijk dat de verschillende initiatieven in onderlinge afstemming blijven inzetten op de leefbaarheid in buurten met verhoogde kwetsbaarheid.

Opvolging:

20

Nood aan ondersteuning huiseigenaars in een kwetsbare positie®

Huiseigenaars in een kwetsbare positie (armoede, lichamelijke beperking) krijgen te weinig ondersteuning om hun huis op te knappen en aan te passen aan hun noden.

Mensen met een handicap die een persoonsvolgend budget (PVB) ontvangen, hebben recht op middelen om noodzakelijke aanpassingen te doen aan hun woning. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) schiet op verschillende vlakken tekort in de ondersteuning van mensen die de noodzakelijke aanpassingen willen laten uitvoeren:

  • Er is geen bijkomende (administratieve) ondersteuning.
  • De budgetten zijn vaak onvoldoende. Ze zijn tot op heden niet aangepast aan de prijsstijging van bouwmaterialen.
  • Het is in veel gevallen niet haalbaar om de aanpassingen te doen zonder bijkomende werken aan het huis. Vb. een aangepaste douche plaatsen in een oude badkamer.
  • Aannemers hebben slechte ervaringen met de VAPH budgetten, waardoor ze minder snel ingaan op de offertes. Het is moeilijker om aannemers te vinden.
     

Er zijn bovendien ook mensen die geen persoonsvolgend budget ontvangen, maar wel recht hebben op een VAPH toekenning voor hulpmiddelen. Zij lopen de premies om hun woning aan te passen vaak mis omdat ze, door een gebrek aan begeleiding, niet weten dat ze er recht op hebben.

‘Gent knapt op’ ondersteunt financieel kwetsbare huiseigenaars om hun huis te renoveren. Gent knapt op biedt (in tegenstelling tot VAPH) wel administratieve, sociale en technische begeleiding om de renovatie tot een goed einde te brengen. Dit is een goede praktijk om huiseigenaars in een kwetsbare positie te ondersteunen. De werking kan nog meer inzetten op het bereiken van mensen in de meest kwetsbare posities, via geschikte communicatiekanalen.

Opvolging:

21

Inkomensverlies door samenhuizen®

De woningmarkt wordt steeds krapper en duurder (zie ook signaal 14. Wooncrisis). Voor mensen met een laag budget is samenhuizen soms de enige betaalbare woonoplossing. Mensen met een vervangingsinkomen die samenhuizen verliezen een deel van hun uitkering en bepaalde sociale voordelen omdat ze aanzien worden als ‘samenwonenden’. Ook als ze naast het wonen niet in de kosten delen.

  • Een uitzondering hierop geldt als je aan de voorwaarden van Hospitawonen, zorgwonen of tijdelijk wonen met erkende vluchtelingen of personen met een onbewoonbaar verklaarde woning voldoet. Dan ontvang je leefloon als alleenstaande.

 

Zie ook eis 13 https://www.rechtopbetaalbaarwonengeenenkelmensopstraat.be/13-mei-2022/

Opvolging:

22

Situatie van rondtrekkende woonwagenbewoners wordt precairder

Rondtrekkende woonwagenbewoners zijn in 2021 geschrapt als specifieke doelgroep in het integratiedecreet. Dat zorgt ervoor dat ze politiek ‘onzichtbaar’ zijn, en er niet ingezet wordt op hun noden. Stad Gent probeert dit hiaat op Vlaams niveau deels in te vullen. Ze beheert via Amal (vroeger IN-Gent) haar eigen doortrekkersterrein met twee medewerkers en er is een medewerker die er instaat voor het educatief aanbod van de kinderen. Maar deze inspanningen zijn onvoldoende om aan de noden te beantwoorden. Bovendien ontbreekt een uniform registratiesysteem op de Belgische doortrekkersterreinen, waardoor deze mensen in de cijfers onzichtbaar blijven. 

De situatie van de rondtrekkende woonwagenbewoners is hierdoor nog precairder, vooral op vlak van gezondheidszorg en onderwijs.

Opvolging:

23

Drempels naar vrije tijd

Er is te weinig vrijetijdsaanbod dat voldoet aan de 5 b’s (bereikbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, begrijpbaarheid, bruikbaarheid). Mensen in een kwetsbare positie ervaren daardoor drempels naar vrijetijdsactiviteiten.

Voorbeelden:

  • Voor veel vrijetijdsactiviteiten moet je digitaal inschrijven en/of digitaal je aanwezigheid registreren. Mensen die geen toegang hebben tot internet of weinig digitaal vaardig zijn botsen op deze digitale drempel (zie ook signaal 1. Digitalisering).
  • Er zijn wachtlijsten in het aanbod voor onder andere voetbal, zwemlessen en in sommige jeugdbewegingen.
  • Er is een tekort aan fietslessen. Er is nood aan de uitvoering van het nieuwe actieplan vervoersarmoede[1] en de daarin voorziene uitbreiding van het aanbod aan fietslessen in Gent.
  • Nieuwkomers ervaren drempels naar vrije tijd. Zo vereist het graduele systeem van het sportaanbod dat mensen al bepaalde vaardigheden hebben om te kunnen instappen. Hoe ouder, hoe hoger de drempel.
  • De vrijetijdssector doet veel inspanningen i.v.m. talige toegankelijkheid. Bijvoorbeeld door heldere communicatie op de website en in promotie. Maar deze talige toegankelijkheid ontbreekt in de praktijk: inschrijvingsprocedures, uitleg tijdens de activiteit, ….
  • Mensen in een financieel kwetsbare positie hebben vaak geen mentale ruimte voor ‘vrije tijd’. Hun dagelijks leven wordt gedomineerd door kopzorgen, stress om financiële of medische redenen, ….
  • Mensen met een beperking hebben weinig vrijetijdsmogelijkheden. Organisaties geven aan dat ze inclusief zijn, maar in de praktijk heeft dat vaak limieten. Bijvoorbeeld door de fysieke toegankelijkheid van een gebouw, een beperkt aantal plaatsen voor mensen met een beperking, omdat het moeilijk is om de werking/omgeving aan te passen, …. 
  • De wijkbibliotheken vormen een belangrijke, laagdrempelige plek om ‘vrije tijd’ door te brengen. De openingsuren worden beperkt. 
  • Vrijetijdsactiviteiten zijn er vaak niet op het moment dat je er nood aan hebt. Bijvoorbeeld in het weekend.

 

Het bestaande toegankelijke vrijetijdsaanbod in Gent wordt vaak aangewend om mensen te versterken en een netwerk uit te bouwen. Bijvoorbeeld aanbod vanuit het jeugdwelzijnswerk, armoedeorganisaties, …. Dit toegankelijke aanbod moet verder uitgebreid worden. Veel sociaal culturele organisaties bieden activiteiten aan aan een verlaagd tarief voor mensen met een UITPAS met kansentarief. Voor steeds meer mensen in een kwetsbare positie is het verlaagde tarief echter nog steeds te hoog. Anderzijds geven ook organisaties met UITPAS aanbod aan dat ze hun aanbod aan kansentarief verminderen omdat het ook voor hen onbetaalbaar wordt.

Het beperkte aanbod aan toegankelijke vrijetijdsactiviteiten is bovendien erg veranderlijk en moeilijk terug te vinden.

  • Vb. Lago Rozebroeken:  nu slechts max. 2 zwembeurten per UiTPAS per jaar.

 

[1] Dienstoverschrijdende werkgroep vervoersarmoede Stad Gent (2022) Actieplan vervoersarmoede 2021 – 2025 (https://stad.gent/sites/default/files/media/documents/20221020_NO_Actie…)

Opvolging:
  • Er is een tekort aan fietslessen. Er is nood aan de uitvoering van het nieuwe actieplan vervoersarmoede[1] en de daarin voorziene uitbreiding van het aanbod aan fietslessen in Gent.

Bevoegde dienst = Mobiliteit. 
 

  • Mensen in een financieel kwetsbare positie hebben vaak geen mentale ruimte voor ‘vrije tijd’. Hun dagelijks leven wordt gedomineerd door kopzorgen, stress om financiële of medische redenen, ….
     

Departement niet bevoegd voor mentaal welzijn. 
 

  • De wijkbibliotheken vormen een belangrijke, laagdrempelige plek om ‘vrije tijd’ door te brengen. De openingsuren worden beperkt. 
     

De reorganisatie van de openingsuren sinds 1 juli 2023 is een recente beleidsbeslissing in een moeilijke budgettaire context. Het stadsbestuur heeft beslist om alle wijkfilialen blijvend open te houden. Daarvoor was weliswaar een reorganisatie nodig van de openingsuren. Minder in totaal, maar wel efficiënter georganiseerd op vaste openingsdagen en beter aansluitend op elkaar. Zo blijven de wijkbibliotheken heel nabij voor alle Gentenaars.

Er is te weinig vrijetijdsaanbod dat voldoet aan de 5 b’s (bereikbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, begrijpbaarheid, bruikbaarheid). Mensen in een kwetsbare positie ervaren daardoor drempels naar vrijetijdsactiviteiten.

Voorbeelden:

  • Voor veel vrijetijdsactiviteiten moet je digitaal inschrijven en/of digitaal je aanwezigheid registreren. Mensen die geen toegang hebben tot internet of weinig digitaal vaardig zijn botsen op deze digitale drempel (zie ook signaal 1. Digitalisering).
  • Nieuwkomers ervaren drempels naar vrije tijd. Zo vereist het graduele systeem van het sportaanbod dat mensen al bepaalde vaardigheden hebben om te kunnen instappen. Hoe ouder, hoe hoger de drempel.
  • De vrijetijdssector doet veel inspanningen i.v.m. talige toegankelijkheid. Bijvoorbeeld door heldere communicatie op de website en in promotie. Maar deze talige toegankelijkheid ontbreekt in de praktijk: inschrijvingsprocedures, uitleg tijdens de activiteit, ….
  • Mensen in een financieel kwetsbare positie hebben vaak geen mentale ruimte voor ‘vrije tijd’. Hun dagelijks leven wordt gedomineerd door kopzorgen, stress om financiële of medische redenen, ….
  • Mensen met een beperking hebben weinig vrijetijdsmogelijkheden. Organisaties geven aan dat ze inclusief zijn, maar in de praktijk heeft dat vaak limieten. Bijvoorbeeld door de fysieke toegankelijkheid van een gebouw, een beperkt aantal plaatsen voor mensen met een beperking, omdat het moeilijk is om de werking/omgeving aan te passen, …. 
  • De wijkbibliotheken vormen een belangrijke, laagdrempelige plek om ‘vrije tijd’ door te brengen. De openingsuren worden beperkt. 
  • Vrijetijdsactiviteiten zijn er vaak niet op het moment dat je er nood aan hebt. Bijvoorbeeld in het weekend.

 

Het bestaande toegankelijke vrijetijdsaanbod in Gent wordt vaak aangewend om mensen te versterken en een netwerk uit te bouwen. Bijvoorbeeld aanbod vanuit het jeugdwelzijnswerk, armoedeorganisaties, …. Dit toegankelijke aanbod moet verder uitgebreid worden. Veel sociaal culturele organisaties bieden activiteiten aan aan een verlaagd tarief voor mensen met een UITPAS met kansentarief. Voor steeds meer mensen in een kwetsbare positie is het verlaagde tarief echter nog steeds te hoog. Anderzijds geven ook organisaties met UITPAS aanbod aan dat ze hun aanbod aan kansentarief verminderen omdat het ook voor hen onbetaalbaar wordt.

Het beperkte aanbod aan toegankelijke vrijetijdsactiviteiten is bovendien erg veranderlijk en moeilijk terug te vinden.

  • Vb. Lago Rozebroeken:  nu slechts max. 2 zwembeurten per UiTPAS per jaar.

 

Uitpas regio Gent is de grootste aanbieder van Vlaanderen, waarbij de gemeenten Melle, Destelbergen, Lochristi en Merelbeke aangesloten zijn.
Er zijn op het Gentse grondgebied 300 partners aangesloten bij Uitpas.
Er is een zeer grote diversiteit aan partners uit de vrije tijd-, sport- en cultuursector waarbij o.a. alle voetbalclubs en jeugdbewegingen aangesloten zijn.

Een volledig overzicht is te vinden hier of in een brochure in een verkooppunt van Uitpas.
Je vindt een overzicht per sector en per wijk.
Indien er beperkingen zijn, worden die vermeld bij de desbetreffende partner.
Op dit moment zijn dat 6 partners met een beperking op het aanbod.

De samenwerkingen met partners is gebaseerd op een duurzame, langetermijnvisie. In het 8-jarig bestaan van Uitpas zijn er slechts 7 partners gestopt met de samenwerking.
Deze samenstelling van partners is met inspraak van armoedeverenigingen gebeurd.

 

Enkele cijfers:

Voor 2023 (tot met augustus): 46.608 participaties door 12.419 unieke pashouders t.w.v. 594.137,6 euro. 

Voor 2022: 51.896 participaties door 11.706 unieke pashouders t.w.v. 574.553,68 euro. 

Uitpas is enkel een financiële tool om de financiële drempels van de vrijetijdsactiviteiten te verlagen.

Het is geenszins de taak en de bedoeling van het Uitpasteam of van de aangesloten partners om de complexe achterliggende problematieken van armoede aan te pakken (taal, toegankelijkheid, digitale vaardigheid, welzijn…)

De partners zijn organisaties die zelf keuzes maken wat betreft hun aanbod, periodiciteit, inschrijvingsprocedures, toegankelijkheid….
De overheid kan hen sensibiliseren en in contact brengen met ervaringsdeskundigen, maar geen normen opleggen aangezien de partners zelf financieel bijdragen aan een solidariteitsmechanisme.

Het Uitpasteam heeft hiervoor een vrijblijvende vorming georganiseerd waarbij een ervaringsdeskundige kwam getuigen over armoede en drempels.
15 organisaties hebben deelgenomen.
In de nieuwsbrieven naar de partners worden thema’s rond armoededrempels besproken.

In de Uitdatabank kunnen de partners hun activiteiten aanduiden met taaliconen.
De opgesomde initiatieven zijn steeds vrijblijvend en dus niet afdwingbaar voor de partners.
Uitpas is niet verantwoordelijk voor de aanpak en organisatie van de partners m.b.t. de armoededrempels.

Om het aanbod partners uit te breiden is er een bijkomend budget nodig waarover wij nu niet beschikken.

Daarom kunnen wij voorlopig geen nieuwe partners aansluiten.

De beperking tot twee zwembeurten bij Lago is door Lago zelf en alleen genomen. De partners kunnen dat vanzelfsprekend zelfstandig beslissen vermits zij zelf 40% meebetalen en het ook zelf financieel moeten aankunnen.

 

 

26

Instroom van kwetsbare profielen

Nieuwkomers in onze stad komen vaak met een complexe kwetsbaarheid aan. Bij een grote groep van (oudere) Intra-Europese nieuwkomers stellen eerstelijnsmedewerkers vast dat een gebrekkig netwerk, gezondheidsproblemen, laaggeletterdheid en gebrek aan contacttaal hen op verschillende levensdomeinen erg kwetsbaar maken. Velen onder hen dragen een zware rugzak mee vanuit hun land van herkomst en hebben ernstige gezondheidsproblemen. Ze hebben vaak een ongezonde levensstijl en geen of een gebrekkig netwerk, waardoor hun situatie verder verslechtert. Dit komt vooral tot uiting bij oudere (Intra-Europese) migranten. Velen onder hen komen in precaire leef- en arbeidsomstandigheden terecht: ze werken als schijnzelfstandigen, worden uitgebuit door hun werkgever en/of zijn er afhankelijk van en zijn slachtoffer van huisjesmelkers. Ze kunnen niet rekenen op een netwerk dat vertrouwd is met de Belgische context en kennen het sociale stelsel hier niet, waardoor ze de juiste weg naar ondersteuning moeilijk vinden. De hulpverlening vindt moeilijk ingang bij deze doelgroep. Maar ook omgekeerd en om verschillende redenen. Bijvoorbeeld de EU-wetgeving die de toegang tot het OCMW bemoeilijkt.

Opvolging:

27

Zorg aan vluchtelingen en mensen met medische kaart

Zorgverleners die zorg verlenen aan vluchtelingen ontvangen daarvoor een prestatievergoeding via Fedasil. Voor zorg aan mensen met een medische kaart loopt de prestatievergoeding via het OCMW. De administratieve procedure die ze daartoe moeten doorlopen is erg tijdrovend. Zeker voor een individuele zelfstandige zorgverstrekker is het moeilijk om deze administratie op te nemen bovenop de grote werklast. Een bijkomend probleem is dat veel zorgverleners de juiste procedures niet kennen. Daardoor maken ze fouten in het nadeel van de patiënt. Bv. Mensen met een medische kaart krijgen soms een voorschrift zonder de noodzakelijke vermelding dringende medische hulp, waardoor ze de medicatie niet meekrijgen in de apotheek.  De uitbetaling door Fedasil voor medische zorgen aan vluchtelingen loopt bovendien zeer traag (bij de Medische Kaart loopt de betaling in Gent wel goed). In sommige gevallen pas meer dan een half jaar na facturatie. Dit brengt zorgverleners die veel vluchtelingen als patiënt hebben in financiële moeilijkheden. Zorgverleners willen daardoor soms geen zorg verlenen aan deze doelgroep.

  • Vb. Verschillende apothekers weigeren medicatie mee te geven aan vluchtelingen omdat de betaling door Fedasil heel lang op zich laat wachten. Ook wanneer de medicijnen goedgekeurd zijn door de medische cel van Fedasil.
Opvolging:

Federaal initiatief staatssecretaris De Moor :  de ministerraad keurt op voorstel van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor een voorontwerp van wet en een ontwerp van koninklijk besluit goed die de administratieve procedures gelinkt aan de toegang tot de gezondheidszorg voor verzoekers om internationale bescherming vereenvoudigen.

Het doel is om de consultatie-, facturatie-, prijsstellings- en terugbetalingsprocessen voor zorgverleners te digitaliseren. Hiervoor heeft Fedasil een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV) om een deel van haar bevoegdheden, en in opdracht van Fedasil aan deze laatste te delegeren.

Hierdoor kunnen de zorgverstrekkers via de elektronische raadpleging van de rechten van de verzoekers om internationale bescherming gekoppeld aan een betalingsverplichting efficiënter zorg toedienen, en eenvoudig elektronische facturen opmaken en verzenden naar één contactpunt, namelijk de HZIV.

Er is een regelgevend kader vastgelegd voor de samenwerking tussen Fedasil en de HZIV. Dit omvat een wet tot wijziging van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën vreemdelingen, en een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de controle en de betaling van medische en farmaceutische kosten in het kader van artikel 26bis van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën vreemdelingen.

De inwerkingtreding van deze gewijzigde wettekst en koninklijk besluit is een voorwaarde voor de uitvoering van het project, met name voor de beraadslagingen van het Informatiebeveiligingscomité. 

Het voorontwerp van wet wordt ter advies voorgelegd aan de Gegevensbeschermingsautoriteit en de Raad van State.

Het ontwerp van koninklijk besluit wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.

28

Gezinshereniging zonder omkadering of begeleiding kan leiden tot mensonwaardige situaties

Om een gezinshereniging goed te laten verlopen zijn een aantal randvoorwaarden nodig.

Zo moet de woning groot genoeg zijn om de bijkomende gezinsleden te huisvesten. Dit is dikwijls niet het geval, waardoor gezinnen op straat belanden of met te veel in één woning leven.

  • Vb. Niet begeleide minderjarigen moeten zelf gezinshereniging aanvragen. Op het moment dat ze 18 worden en de opvang moeten verlaten, moeten ze zelf een woning zoeken. Ofwel is dat een studio, maar dat is te klein voor gezinshereniging. Ofwel een grotere woning, maar dat is te duur en heel moeilijk te vinden (zie ook signalen 17. Wooncrisis en 16. Gevolgen van de wooncrisis). Als ze een installatiepremie krijgen voor de studio, kunnen ze die niet meer aanvragen voor de grotere woning na gezinshereniging.

 

Wie het opvanginitiatief moet verlaten, krijgt wel ondersteuning bij de zoektocht naar een woning (Huursalon SOI). Ondanks deze ondersteuning blijft het echter zeer moeilijk om een woning te vinden.

Naast het woonaspect is een goede (psychologische) begeleiding vaak aangewezen bij gezinshereniging. Bijvoorbeeld na een traumatische vluchtroute of bij hereniging met (traditionele) ouders na een lange periode van scheiding. Psychologische begeleiding van (een van) de gezinsleden afzonderlijk kan wel (vb. Mindspring CAW, via het OCMW, CGG Adentro). Psychiatrische hulp is dan weer onmogelijk door het gebrek aan cultuursensitiviteit (zie ook signaal 7. Gebrek aan taaltoegankelijke en cultuursensitieve hulpverlening). Er is bovendien geen mogelijkheid tot intensieve gezinsbegeleiding om gezinnen in dit moeilijke proces te ondersteunen.

Gebrek aan deze randvoorwaarden zorgt voor mensonwaardige situaties.

Opvolging:

Er werd een nieuw project opgestart: niet begeleid, wel ondersteund. Dit is een samenwerking tussen Stad Gent (asiel en vluchtelingen, Ankerkracht) en CAW Mind-Spring. Er worden specifieke groepen mind-spring georganiseerd voor jongeren die gezinshereniging hebben aangevraagd, alsook voor hun ouders. Transithuis organiseert infosessies over gezinshereniging in verschillende talen. 

29

Onvoldoende procedurele ondersteuning voor verzoekers internationale bescherming en mensen zonder wettig verblijf

Verzoekers internationale bescherming en mensen zonder wettig verblijf botsen op drempels naar (goede) rechtsbijstand.

Verzoekers internationale bescherming hebben recht op een advocaat tijdens hun asielprocedure. Ze zijn erg afhankelijk van rechtsbijstand, want die kan een grote invloed uitoefenen op de procedure en de beslissing of ze al dan niet asiel krijgen. Vaak is de kwaliteit van rechtsbijstand voor deze groep echter onvoldoende. Dat heeft een aantal oorzaken:

  • Er zijn te weinig advocaten die voldoende kennis hebben van het verblijfsrecht.
  • Advocaten zijn duur. De meeste verzoekers internationale bescherming doen beroep op een pro-deo advocaat. Ofwel vraagt men een pro deo -advocaat aan bij het Bureau Juridische Bijstand (BJB), ofwel zoekt men een advocaat uit het reguliere circuit die bereid is om pro deo te werken. Sinds de wijziging van de nomenclatuur voor Pro-Deoadvocaten in 2016[1] is het aantal punten voor asielprocedures verminderd, waardoor advocaten minder gemotiveerd zijn om dit op te nemen. Het aanbod advocaten is dus beperkt.
  • Het probleem rond tolken (zie signaal 76. Recht tolken) stelt zich ook in de rechtsbijstand aan verzoekers internationale bescherming. Er kan een tolk aangevraagd worden via rechtsbijstand, maar dit verloopt niet vlot.
  • In sommige gevallen krijgen verzoekers internationale bescherming pas toegang tot rechtsbijstand als ze via een attest van het OCMW, de RVA en de mutualiteit kunnen bewijzen dat ze geen steun ontvangen. Als deze diensten geen attesten meer wensen af te leveren dan komt de toegang tot de rechtsbijstand in gevaar.
  • Sommige advocaten maken misbruik van de situatie van verzoekers internationale bescherming en verrijken zichzelf door onder tafel geld te ontvangen.

Verzoekers internationale bescherming komen dikwijls terecht bij een advocaat die hen onvoldoende rechtsbijstand kan verlenen en worden daardoor benadeeld in hun procedure verzoek internationale bescherming.

Mensen zonder wettig verblijf kunnen vaak geen rechtsbijstand krijgen doordat ze niet de juiste documenten kunnen voorleggen omwille van hun statuut.

  • Je moet een attest gezinssamenstelling voorleggen om toegang te hebben tot rechtsbijstand. Dat is niet mogelijk voor mensen zonder wettig verblijf omdat ze niet ingeschreven zijn bij een gemeente.
  • Mensen zonder wettig verblijf kunnen enkel beroep doen op gratis tweedelijnsrechtsbijstand bij het verzoek tot internationale bescherming en bij het indienen van een regularisatie aanvraag of het indienen van een beroep tegen een beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken.

Mensen in de meest kwetsbare positie hebben hierdoor geen toegang tot (kwalitatieve) rechtsbijstand. Daardoor komen veel vragen hierover in de eerstelijn terecht. Maar ook daar is er te weinig basiskennis van het vreemdelingenrecht. Dat zorgt ervoor dat statuten (die bepaalde rechten ont- of afsluiten) vaak door elkaar gehaald worden.

[1] Agentschap integratie en inburgering (2023) Vanaf 1 september 2016: Wijzigingen nomenclatuur voor pro-deo advocaten (https://www.agii.be/thema/vreemdelingenrecht-internationaal-privaatrech…)

Opvolging:

Hier het antwoord/de terugkoppeling van het Bureau voor Juridische Bijstand (= de instantie die zorgt voor bijstand door een pro-Deoadvocaat). 

  1. Klopt het dat slechts in ongeveer 1/3de van het totaal aantal aanvragen bij het BJB er een pro-Deoadvocaat aangesteld wordt? Er zullen hiervoor ongetwijfeld verschillende redenen zijn (te hoog inkomen, onvoldoende bewijsstukken, samenwoonst waardoor gezamenlijk inkomen te hoog is, …). Kunnen we als OCMW en lokaal bestuur helpen om het aantal gegronde aanvragen te verhogen en/of het aantal ongegronde aanvragen te verminderen?

Dit is o.i. niet correct, al hebben wij geen exacte cijfergegevens ter onzer beschikking.

Sinds 01/01/2023 zijn er 6.022 dossiers goedgekeurd, slechts 116 officieel afgewezen en 864 op bijkomende info gezet (dat is zo’n 12,5 %).

Er zullen waarschijnlijk ook aanvragen zijn die mondeling behandeld zullen geweest zijn en voorlopig niet aanvaard wegens onvoldoende of onvolledige stukken. Dit zal evenwel niet tot 1/3 van onze totale dossiers leiden.

Ter info: op heden staan er 31.428 dossiers open.

De dossiers die onvolledig zijn, daarbij blijft het grootste probleem dat de aanvragers niet alle documenten meebrengen naar de BJB zitting en het zich op de moeite steken om terug te komen etc. OCMW’s mogen reeds aanvragen per e-mail indienen.

Wij proberen zo duidelijk mogelijk te communiceren welke stukken iemand in zijn situatie nodig heeft.

Bewijzen dat er geen inkomsten zijn, is administratief altijd het moeilijkste.

  1. We kregen in ons OCMW en in ons departement het signaal dat er onvoldoende juridische bijstand is voor vreemdelingen/verzoekers internationale bescherming/mensen zonder wettig verblijf en dat er verschillende knelpunten zijn:
     
  • Er zouden te weinig advocaten zijn die gespecialiseerd zijn in vreemdelingenrecht/verblijfsrecht?

In Gent zijn er een beperkt aantal advocaten die vreemdelingenrecht doen, maar wij ervaren geen problemen met die groep of een tekort is ons nooit eerder gemeld.

  • De meeste verzoekers internationale bescherming doen beroep op een pro-Deoadvocaat. Klopt het dat de vergoeding voor dergelijke procedures niet hoog genoeg is waardoor er ook minder interesse hiervoor is bij de advocaten?

Dit is niet correct. De vergoeding voor dergelijke procedures is correct. De eventuele verplaatsingen naar andere arrondissementen (bijv. Brussel) kan wel al eens een struikelblok zijn omdat dit veel tijdverlies geeft en dat wordt niet vergoed.

  • Het werken via tolken zou niet evident zijn?

Is vanuit het BJB wel goed geregeld, maar het is vooral voor de tolken een bijkomende administratieve last waardoor zij afhaken, maar hun vergoeding verloopt niet via ons. Wij stempelen alleen maar af.

  • Op het aanvraagformulier ontbreekt de mogelijkheid om aan te kruisen dat men zonder wettig verblijf is. Mensen zonder wettig verblijf kunnen ook bepaalde documenten niet voorleggen (zoals een attest gezinssamenstelling). Ook attesten dat er geen inkomen is, kunnen vaak niet voorgelegd worden. Zijn er hier oplossingen voor? Er zou ook een misverstand bestaan dat een “medische kaart” van het OCMW impliceert dat betrokkene een maandelijks inkomen van het OCMW krijgt terwijl het enkel gaat over dringende medische hulp.

Het aanvraagformulier is op Vlaams niveau opgesteld. Wij kunnen dit als lokaal BJB niet wijzigen. Wel aanvaarden wij gewoon bewijs van DMS/code no show (aanstelling maatschappelijke bijstand) indien geen DMS of bijstand, volstaan de negatieve attesten en het bevel of bewijs ambtshalve schrapping.

  • Gebeurt het dat sommige pro-Deoadvocaten toch kosten en erelonen zouden vragen aan verzoekers internationale bescherming?

Als je als vreemdeling hier bij familie gaat inwonen, kan het zijn dat je niet in aanmerking komt voor de juridische tweedelijnsbijstand (indien men geen vermoeden geniet) en dan kan de advocaat betaling vragen van zijn prestaties. Soms wil men per se ook een bepaalde advocaat maar treedt die niet pro Deo op en dan kan het zijn dat afgesproken wordt dat niet pro Deo zal gewerkt wordt. Men doet dan als het ware afstand van zijn recht op een pro Deo advocaat.

Wij zijn hierover als Gents BJB nooit bevraagd, ook al omdat vreemdelingendossiers in vergelijking met andere BJB’s maar een klein deel van ons totaal aantal dossiers bedraagt (4.901 op 31.428 of zo’n 15,60 %).

30

Onduidelijk en ontoereikend aanbod geestelijke gezondheidszorg®

Psychologische hulpverlening op de privémarkt is te duur, zeker voor mensen in een financieel kwetsbare positie. Er is betaalbaar hulpverleningsaanbod voor deze groep (o.a. psychologische dienst OCMW, relance-psychologen, eerstelijnspsychologen, Mobil teams, mobiele werkers geestelijke gezondheid), maar dat aanbod is ontoereikend en onduidelijk.

Het tekort uit zich op verschillende vlakken:

  • Er is te weinig aanbod (aantal uren) in vergelijking met de vraag (vb. relancepsychologen OCMW). Daardoor zijn er wachttijden en krijgen mensen te laat of geen hulp.
  • Er is te weinig aanbod in gebieden met de meest kwetsbare bewoners (19de -eeuwse gordel, Watersportbaan, Nieuw-Gent).
  • Daarnaast is er ook te weinig aanbod voor specifieke doelgroepen/specifieke klachten: anderstaligen (zie ook signaal 7. Gebrek aan taaltoegankelijke en cultuursensitieve hulpverlening), mensen met een multi problematiek, mensen met een eetstoornis, mensen zonder wettig verblijf, trauma.
  • De mobiele werkers geestelijke gezondheid in Gent merken op dat ca. 1/3de van de mensen met persoonlijkheidsproblemen en psychische problemen, onderliggend een mentale beperking heeft. Hun coping strategie om met die kwetsbaarheid om te gaan is vaak middelenmisbruik. Deze doelgroep heeft eigenlijk aparte zorg nodig, maar die zorg bestaat niet.

 

Het bestaande betaalbare psychologische hulpaanbod is waardevol, maar schiet tekort. Het moet verder uitgebreid (en zeker niet afgebouwd) worden. De meest kwetsbare burgers moeten nog meer bereikt worden.

Er is niet alleen een tekort aan aanbod, het aanbod geestelijke gezondheid is ook versnipperd. Voor doorverwijzers is het onduidelijk welk aanbod er bestaat en voor wie. De samenwerking en doorverwijzing tussen eerste, tweede en derde lijn verloopt bovendien vaak stroef. Doordat hulpverleners zelf de weg niet vinden en niet goed kunnen doorverwijzen, geraken burgers niet tot (de juiste) hulp.

Opvolging:

Sinds mei 2922 is er via de conventie eerstelijnspsychologische zorg een aanzienlijke uitbreiding van laagdrempelige en betaalbare psychologische aanbod voor Gentenaars. Via deze conventie wordt zowel een individueel als een groepsaanbod gerealiseerd, naar alle leeftijdsgroepen en zowel voor mensen met milde tot matige klachten (via eerstelijnspsychologen) als voor mensen met complexere problemen die nood hebben aan een langer begeleidingstraject (via gespecialiseerde zorg). Dit aanbod is toegankelijk voor de brede bevolking maar met een specifieke aandacht voor mensen met een verhoogde kwetsbaarheid. De zorg is betaalbaar  (11 euro voor een individuele sessie, 4 euro voor mensen met statuut verhoogde tegemoetkoming, 2,5 euro voor een groepssessie) en wordt deels vindplaatsgericht georganiseerd, dit om drempels te verlagen voor doelgroepen die anders moeilijker de weg naar psychologische zorg vinden.  Alle Gentse wijkgezondheidscentra boden zichzelf aan als vindplaats en werken samen met geconventioneerde psychologen. De psychologen kunnen een beroep doen op online tolken. 

Concreet worden in Gent wekelijks 1092 sessies aangeboden waarvan 357 sessies voor kinderen en jongeren, 735 sessies voor volwassenen. Er wordt samengewerkt met meer dan 30 vindplaatsen, waaronder alle wijkgezondheidscentra. Binnen de wijkgezondheidscentra worden momenteel meer dan 150 sessies per week aangeboden. 

Het overzicht van het aanbod in de conventie kan gevonden worden op Conventie | Psychologische Functies In De Eerste Lijn Oost-vlaanderen | Flanders (psy-ovl.be)

Op vlak van territoriale spreiding van dit aanbod is nog wel wat werk aan de winkel, we stellen vast dat in een aantal wijken zoals Nieuw Gent, Bloemekswijk en de Muide het aanbod nog moet uitgebreid worden en dit zal vooral via vindplaatsgericht werken moeten gerealiseerd worden. Er is een zeer goede samenwerking tussen de coördinatie van de conventie, de betrokken stadsdiensten en ELZ Gent in kader van afstemming rond het aanbod, bekendmaking en het verlagen van drempels voor de meest kwetsbare doelgroep.

Wat de leesbaarheid van het aanbod geestelijke gezondheid in onze regio betreft : het klopt dat door de veelheid en diversiteit van het aanbod het moeilijk is zowel voor cliënten als voor doorverwijzers om de gepast zorg te vinden. De website van Stad Gent https://stad.gent/nl/samenleven-welzijn-gezondheid/gezondheid/mentaal-welzijn/voel-je-je-niet-goed-je-vel-praat-erover en de sociale kaart https://socialekaartvangent.be/sectoren/geestelijke-gezondheid-0 zijn momenteel het kompas  om de weg te vinden in het aanbod. In de sociale kaart zit ook een tool die je via een stroomdiagram tot het gepaste aanbod leidt. Voor professionals en doorverwijzers biedt het netwerkpunt van het PAKT een telefonische hulplijn in de zoektocht naar de juiste zorg. In een aantal wijken zijn mobiele werkers geestelijke gezondheid (PAKT) of wijknetwerkers geestelijke gezondheid (ELZ Gent) actief die aanspreekbaar zijn en een goed overzicht hebben van het aanbod en dus mensen kunnen gidsen naar gepaste zorg.

Sinds een paar maanden is ook een provinciale werkgroep kruispunten opgestart. Het concept kruispunten bestaat reeds in andere regio’s en zijn fysieke plaatsen waar laagdrempelig onthaal georganiseerd wordt voor burgers, waar vraagverheldering georganiseerd wordt en mensen gegidst worden naar het passende aanbod in geestelijke gezondheidszorg. De ambitie is om ook in Gent kruispunten te organiseren, die het aanbod van geestelijke gezondheidszorg beter moeten ontsluiten.

 

31

Psychische kwetsbaarheden versterkt®

Veel mensen die al een psychische kwetsbaarheid hadden vóór corona, hebben het nu extra moeilijk. Er is ook een sterke terugval bij mensen bij wie de psychische problematiek gestabiliseerd was. Bovendien komen mensen die hulp zoeken vaak niet tot (de juiste) zorg, omdat ze botsen op de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Daardoor nemen hun klachten verder toe (zie ook signaal 30. Onduidelijk en ontoereikend aanbod geestelijke gezondheidszorg).

Voorbeelden:

  • De organisaties Bednet en School en ziek zijn merken een sterke stijging op van het aantal kinderen dat niet meer naar school gaat wegens ziekte. Kinderen met autisme geraken bijvoorbeeld niet meer op school nadat ze lang thuis geweest zijn door de coronapandemie. Hun sociale angst is toegenomen.
  • Ouderen beperken hun sociale activiteiten uit schrik voor corona. De eenzaamheid is nog versterkt.
  • Jeugdwelzijnswerkers worden vaker geconfronteerd met jongeren die kampen met een psychische problematiek. Ze merken een stijging op van zelfverminking, middelen mis-/gebruik en verslaving (o.a. aan ballongas), suïcidedreiging en suïcide, seksueel grensoverschrijdend gedrag.
  • Sinds de coronacrisis wordt er meer openlijk drugs gebruikt en gedeald. Zowel op scholen als in de openbare ruimte.
Opvolging:

33

Eenzaamheid®

Mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie kunnen vaak niet volwaardig deelnemen aan het maatschappelijk leven door verschillende drempels. Daardoor missen ze kansen op (nieuwe) sociale contacten en verzeilen vaker in sociale eenzaamheid en/of sociaal isolement.

Voorbeelden:

  • Mensen die digitaal laaggeletterd zijn of geen toegang hebben tot de digitale wereld (zie ook signaal 1. Digitalisering) ervaren verschillende drempels naar het sociaal leven. Ze kunnen bijvoorbeeld moeilijk in verbinding staan met anderen, zijn niet op de hoogte van activiteiten in de wijk, kunnen zich niet online inschrijven of online betalen, ...
  • Mensen in sociale huisvesting zijn vaak extra kwetsbaar voor eenzaamheid. Samenhuizen kan helpen om de eenzaamheid te doorbreken. In sociale huisvesting is samenhuizen onmogelijk door de financiële gevolgen van samenwonen bij mensen met een vervangingsinkomen (Cfr. Signaal 21. Inkomensverlies door samenhuizen) en een lange wachttijd bij de aanvraag van een aangepaste, grotere woning. Er is ook geen begeleiding om het samenwonen goed te laten verlopen. Als mensen moeten verhuizen naar een andere sociale woning komen ze soms in een andere wijk terecht. Op die manier verliezen ze een groot stuk van hun sociale netwerk. Daardoor zijn ze extra kwetsbaar om in eenzaamheid terecht te komen.
  • Oudere nieuwkomers hebben vaak meer moeite om de taal te leren, zijn minder mobiel, ... De ‘verloren’ band met het moederland weegt vaak ook zwaar. Daardoor zijn ze extra kwetsbaar om in eenzaamheid terecht te komen.
  • Jonge nieuwkomers kunnen dankzij sociale media contact houden met vrienden en familie uit hun land van herkomst. Soms staat de blijvende focus op hun herkomstland via sociale media deelname aan het sociaal leven in België in de weg, waardoor ze hier meer en meer vereenzamen.
  • Mensen in armoede hebben onvoldoende financiële middelen om tijd en geld te spenderen aan vrijetijdsactiviteiten (zie ook signaal 23. Drempels naar vrije tijd) en blijven noodgedwongen thuis. Daardoor kunnen ze geen sociaal netwerk opbouwen en geraken ze in eenzaamheid.

Naast bovenstaande voorbeelden zijn er nog meer doelgroepen kwetsbaar voor eenzaamheid. Een groot deel van de mensen die zich eenzaam voelen ervaart drempels om de eenzaamheid te doorbreken. Ze durven ‘de eerste stap’ naar bestaande sociale of vrijetijds initiatieven niet zetten uit angst voor het onbekende of uit angst voor een negatieve ervaring. Een warm onthaal en warme doorverwijzing bij sociale organisaties spelen hier een belangrijke rol. Vaak is een brugfiguur of buddy die mensen letterlijk meeneemt naar het aanbod en samen die eerste stap zet een belangrijke hulp.

Opvolging:

34

Stijging intrafamiliaal geweld

Hulpverleners merken een stijging op van intra familiaal geweld (ook bij tienerkoppels en bij mensen die omwille van hun verblijfsstatus extra afhankelijk zijn van hun partner). Zowel psychisch als fysiek geweld. Voor hulpverleners is het moeilijk om de signalen te herkennen en erover in gesprek te gaan.

Mensen die de onveilige situatie willen ontvluchten kunnen niet altijd terecht bij de lokale opvangmogelijkheden. Ze ervaren verschillende drempels. Vb. te chronisch voor crisishulpverlening, financiële drempel, hebben het moeilijk met de voorwaarde om het netwerk te betrekken bij de ondersteuning.

Opvolging:

Hulpverleners geven aan dat het moeilijk is om signalen van IFG te herkennen en erover in gesprek te gaan. Door vormingen, studiedagen en intervisie- en netwerkmomenten, wordt vanuit Team Intrafamiliaal Geweld (IFG) ingezet op het vergroten van de kennis en de handelingsbekwaamheid bij eerstelijnswerkers. Zo vonden reeds vormingen plaats rond Zo plannen we ook een bevraging van het werkveld om de schaal waarop dit signaal van geen opvangmogelijkheden voorkomt, te vatten.  partnergeweld, kindermishandeling, ouderenmis(be)handeling, gezinshereniging en huwelijksdwang en werd een lerend netwerk eergerelateerd geweld opgericht. Niet enkel binnen Stad Gent, maar ook daarbuiten (meer concreet i.k.v. het ISP-IFG Impulsproject wordt met de  steun van de FOD Binnenlandse Zaken binnen de referentiezone Gent in de 15 deelnemende steden en gemeenten een vormingsreeks aangeboden rond partnergeweld, kindermishandeling, ouderenmis(be) handeling en impact van eigen referentiekaders in het omgaan met IFG. Deze reeks bestaat telkens uit een webinar, een live verdiepende vorming, live en online intervisie en een terugkoppelingsmoment. 
De collega's van Team Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (SGG) zetten daarnaast ook in op de preventie van SGG door kennis te bevorderen en handelingsbekwaamheid te vergroten van jongerenwerkers, barpersoneel, ... te vormen en door het organiseren van omstaanderstrainingen in geval van SGG in de publieke ruimte. 

Mensen die de onveilige situatie willen ontvluchten kunnen niet altijd terecht bij de lokale opvangmogelijkheden. Bij anonieme IFG-consulten blijkt inderdaad dat wie uiteindelijk de stap zet om een geweldsituatie te ontvluchten, niet altijd (meteen) een opvang vindt. Team IFG beluistert de situatie en zoekt naar oplossingen (bv. melding van dame met  minderjarige kinderen die niet in de opvang terecht kon, geen aangifte kon doen zonder afspraak, ... en noodgedwongen terugkeerde). Een reconstructie van het gevolgde parcours samen met betrokken diensten i.f.v. een toekomstige betere afloop staat op de agenda. Hierbij zal ook contact genomen worden met de trekkers van de signalen 3 (meldingen bij politie).  Het lijkt zinvol een bevraging van het werkveld te doen om duidelijk te krijgen op welke schaal het zich voordoet dat men niet in de opvang terecht kan. Een mogelijke piste kan zijn een pilootproject op te zetten om slachtoffers van IFG voor wie geen opvang kan worden gevonden, tijdelijk via hotelcheques op te vangen. Op deze manier kunnen ze even tot rust komen en komt er wat extra tijd om de toeleiding naar verdere hulp te regelen terwijl het slachtoffer in veiligheid is. 

Wat de stijging van intra familiaal geweld betreft bij tienerkoppels en bij mensen die omwille van hun verblijfsstatus extra afhankelijk zijn van hun partner, zijn een aantal initiatieven lopende en/of gepland: 
1. Gezinshereniging en NBM:
Gezinshereniging was het topic op het migratieforum van 26 april 2023. Vanuit diverse signalen uit het veld (criminaliteit, druggebruik, trauma bij niet-begeleide minderjarigen en IFG situaties bij gezinnen na gezinshereniging) is er het plan om een manifest te schrijven. Pascal De Bruyne trekt dit samen met MIRO (Migratie Overleg Gent). In september komt men opnieuw samen. Het lijkt zinvol ook af te stemmen met de trekkers van signaal 26 (instroom van kwetsbare profielen) + 28 (gezinshereniging zonder omkadering of begeleiding kan leiden tot mensonwaardige situaties).
2. Tienerkoppels (Lejo vzw):
Signaal van IFG bij tienermama's en signaal niet serieus genomen te worden door politie: er was in verleden reeds idee om een flyer uit te werken, we bekijken verder de concrete uitwerking. 
3. Verontrusting en IEM:
op 25/8/23 ging een casustafel door met partners uit verschillende sectoren om vanuit een fictieve casus te komen tot betere kennis van partners en de samenwerking te optimaliseren. Dit werd door de aanwezigen als zinvol ervaren en zal herhaald worden. 
4. Het lijkt de komende periode aangewezen in te zetten op de verdere verkenning van de signalen en de koppen bij mekaar te steken met de trekkers van de aan dit signaal gerelateerde signalen (concreet signalen 3, 26, 28, 40, 41 en 43). 

 

35

Zorg voor dieren®

Mensen in een kwetsbare positie met een huisdier hebben moeilijk toegang tot dierenzorg. Ze hebben vaak een beperkt sociaal netwerk. Hun huisdier betekent dikwijls heel veel voor hen. Ze willen het dier goed verzorgen, maar hebben daar niet voldoende middelen toe. De reguliere dierengezondheidszorg (dierenarts, voeding) is voor mensen in een financieel kwetsbare positie onbetaalbaar. Wanneer mensen in een kwetsbare positie tijdelijk niet voor hun huisdier kunnen zorgen (vb. door opname) is er bovendien een gebrek aan betaalbare opvangmogelijkheden.

De financieel toegankelijke alternatieven zijn ontoereikend en te hoogdrempelig voor de doelgroep. Het Dierendispensarium van de Prins Laurent Stichting bijvoorbeeld, is te hoogdrempelig. De administratieve last voor o.a. het chippen of vaccineren van huisdieren is er zeer groot. Mensen die de voorwaarden[1] niet naleven worden 2 jaar geschorst. Er is geen flexibiliteit in de dienstverlening (vb. voor mensen in schuldbemiddeling of bewindvoering) en de service hangt sterk af van de medewerker waarbij je terecht komt. Voor mensen in een kwetsbare situatie is het moeilijk om de (geldelijke) afspraken strikt na te komen.

Andere vzw's (bv. People4animals, Hugswithtails) proberen in te spelen op het tekort aan toegankelijke dierengeneeskunde en opvang in netwerken met dierenartsen.  Dit is echter een enorme uitdaging voor de vzw’s, en ze worden hierin niet structureel ondersteund.

[1] Stichting Prins Laurent (2023) Toelatingsvoorwaarden (https://www.sfprlaurent.be/nl/index.php/toelatingsvoorwaarden/)

Opvolging:

Wordt besproken op het structureel overleg met de erkende Gentse dierenverenigingen. Het dierendispensarium, Gentse dierenartsen en bv people 4 animals zijn daar aanwezig. Kijken wat mogelijkheden zijn.

De stichting Prins Laurent paste de tarieven aan. Het dispensarium maakt voortaan een onderscheid tussen preventieve zorg (gratis) en curatieve zorgen tegen sociaal tarief.

36

Misbruik (zorg)volmachten

Mensen in een kwetsbare positie (vaak ouderen) worden financieel misbruikt via (zorg)volmachten. De volmachten worden bijvoorbeeld aangevraagd door iemand die hen af en toe helpt en die ze vertrouwen (vb. een buur of klusjesman).

De persoon met volmacht kan dan de volledige rekening van het slachtoffer leeghalen. Banken geven aan dat ze de aanvraag van een volmacht niet kunnen weigeren als beide personen aanwezig zijn, ook wanneer ze kwaad opzet vermoeden.

Opvolging:

Het signaal is in januari 2024 voor de eerste maal besproken met medewerkers uit de banksector, VLOCO, Juridische Dienst OCMW,  mutualiteit, Federatie van Notarissen en Lokale Dienstencentra.

Het probleem achter het financieel misbruik ligt gevoelig hoger en start bij het meegeven van persoonlijke bankkaarten met pincode, via het online bankkieren en op de 3de plaats de gewone volmachten.

Vanuit het groeiend aantal onderhandse zorgvolmachten, zijn er al organisaties die burgers informeren.

Inhoudelijk zouden deze organisaties de burgers nog meer bewust kunnen maken over de voor-en nadelen en tips meegeven om de volmachtgever te beschermen.

Het aandeel onderhandse zorgvolmachten is wel veel kleiner dan notariële zorgvolmachten. Cijfers: 80.000 via notaris en 1000 of 1200 onderhandse zorgvolmachten.

Ingeval van misbruik kan de betrokken persoon de zorgvolmacht intrekken indien hij daartoe nog bekwaam is. Hij kan zich tevens tot de vrederechter wenden.

Indien derden, waaronder hulpverleners, menen dat de betrokken persoon niet meer bekwaam is en er een vermoeden van misbruik is, kunnen zij bij de vrederechter de aanstelling van een bewindvoerder vragen. De bewindvoerder kan dan desgevallend oordelen of er maatregelen dienen te worden genomen tegenover de voormalige lasthebber.”

De nieuwe praktische gids voor familiale bewindvoerders is gratis online en op papier beschikbaar sinds 2024.

Bij navraag van 1 mutualiteit bestaat een protocol bij vermoeden van ouderen(mis)behandeling waarin het luik financieel misbruik zit vervat. Dit protocol is momenteel aan een update toe met bijhorende heropfrissing naar hun medewerkers.

Een overkoepelend protocol is niet gekend.

Hulpverleners vanuit de stadsdiensten kregen eind 2022 nog een algemene vorming rond handvaten om ouderen(mis)behandeling te herkennen en aan te pakken. Ook kunnen zij nog steeds gebruik maken van de RITI-schaal.

Elke professional die situaties ervaart in de hulpverlening rond o.a. financieel misbruik kan bij VLOCO terecht. Zij zetten sterk in op sensibilisering en op deskundigheidsbevordering.

Zij hebben o.a. een “consultfunctie”. Hun algemene vorming wordt jaarlijks aangeboden.

In 2020 ontstond een multidisciplinair samenwerkingsverbond in West-Vlaanderen. Deze stuurgroep heeft tot doel om alles in verband met bewindvoering te bespreken, te kijken wat beter kan en knelpunten weg te werken.

Daarbij wisselen de partners expertise uit, organiseren ze opleidingen en willen ze mekaars complementariteit versterken.

Het Steunpunt bewindvoering, dat op 11 januari 2022 van start ging in West-Vlaanderen, is een eerste realisatie van deze stuurgroep. Vanaf 1 februari 2023 is het Steunpunt bewindvoering ook actief in de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Leuven en Oost-Vlaanderen.

 

37

Administratieve drempels®

Voor heel wat aspecten in je leven moet je administratieve zaken in orde brengen. Dat zorgt voor extra drempels voor mensen in een kwetsbare positie. Ze vragen daarvoor ondersteuning aan eerstelijnsdiensten, wat de druk op de diensten nog verhoogt (zie ook signaal 6. Druk op de eerstelijn). Dikwijls zijn ze niet in orde met hun administratie. Dat kan heel wat negatieve gevolgen hebben. Je kan bijvoorbeeld je aanspraak op bepaalde rechten verliezen. Er zijn al verschillende rechten waarbij de administratieve drempel wegvalt dankzij automatische toekenning. Daar moet verder op ingezet worden.

Voorbeelden:

  • Mensen die een leefloon ontvangen en onder elektronisch toezicht worden geplaatst, krijgen vanaf dan een uitkering vanuit de Vlaamse Overheid. Dat bedrag is echter lager dan het leefloon. Mensen moeten dan zelf initiatief nemen om een aanpassing te vragen bij het OCMW. De aanpassing wordt bovendien niet altijd goedgekeurd.
  • De procedure om korting te krijgen bij verschillende diensten (o.a. kinderopvang, onderwijs) als je in een financieel kwetsbare positie zit, is complex. Bij de stedelijke initiatieven krijgen mensen met verhoogde tegemoetkoming het verlaagde tarief automatisch. De niet-stadsdiensten hebben geen toegang tot de juiste gegevens, waardoor eventuele kortingen die zij willen toestaan niet automatisch toegekend kunnen worden.
  • Als je langer dan 8 weken ziek bent, krijg je een vragenlijst van de controlearts van de mutualiteit. De vragenlijst is niet toegankelijk. Hij bevat bijvoorbeeld moeilijke vragen over zelfinschatting en vragen die niet relevant zijn voor de situatie (vb. een vraag rond burn-out bij een kankerdiagnose).
  • Juridische dossiers en juridische communicatie zijn onduidelijk. Het taalgebruik is ontoegankelijk, de boodschap is vaak onhelder geformuleerd en veel te lang. Voor mensen die niet thuis zijn in het juridische vakjargon is de informatie niet toegankelijk. Voor mensen in een kwetsbare positie vaak nog minder.
  • De huisartsenwachtpost is moeilijk toegankelijk voor mensen in een kwetsbare positie. Je moet telefonisch aanmelden en verschillende vragen beantwoorden door toetsen in te drukken op je telefoon, zoals je rijksregisternummer.

Het Gentse meldpunt moeilijke brieven is een nieuw initiatief dat het mogelijk maakt om een deel van dit signaal aan te kaarten[1].

[1] Werkgroep kwetsbare senioren GBO (2022) Meldpunt moeilijke brieven (https://www.eerstelijnszone.be/sites/default/files/meldpunt_moeilijke_brieven_-_stad_gent_0.pdf)

Opvolging:

Stad Gent heeft een meldpunt voor moeilijke brieven, formulieren en procedures: meer info en formulier

38

Openbare diensten laten boetes of laattijdige betalingen snel escaleren

Overheidsdiensten geven sancties bij het laattijdig of niet betalen van facturen. Ze rekenen extra administratieve kosten aan, geven boetes en/of schakelen een deurwaarder in. Voor mensen in een kwetsbare positie lopen de kosten snel op, waardoor ze nog dieper in armoede geraken. Ze zijn ook terughoudender om gebruik te maken van de diensten uit schrik voor financiële consequenties. Dit vergroot de ongelijkheid.

Voorbeeld boetes:

  • Het boetesysteem in de bibliotheek zorgt voor een extra drempel om boeken te ontlenen voor mensen met een laag inkomen. In de Krook zijn er verschillende initiatieven die hierop inspelen: mogelijkheid om boetes gespreid te betalen, lagere boetes voor kinderboeken, eerste dag te laat is boetevrij, het aanbod wisselcollecties en de mogelijkheid om boeken in iedere Gentse bibliotheek of terugbrengbus binnen te brengen. Je krijgt verwittigingsmails om boetes te vermijden. Dit gebeurt via een zelf opgegeven mailadres. Dat geeft soms problemen, bijvoorbeeld wanneer je van mailadres verandert. Ondanks deze initiatieven blijven de boetes een probleem. Voor mensen met een laag inkomen zorgt een boete voor stress. Ze maken dan liever geen gebruik van de dienstverlening om de stress te vermijden.

Openbare diensten schakelen sneller een deurwaarder in als boetes of facturen niet (tijdig) betaald worden:

  • De Lijn schakelt heel snel een deurwaarder in.
  • Voor de betaling van het inburgeringstraject plant men vanaf september 2023 met deurwaarders te werken.
  • Ook diensten van Stad Gent zetten deurwaarders in. Er zit dan wel een extra sociale buffer tussen: je krijgt veel herinneringen per mail/brief. Voor mensen in een kwetsbare positie werkt dat niet altijd. Ze verhuizen vaak, de brieven komen niet terecht of ze begrijpen de brief niet. Daardoor vormt de deurwaarder een onverwachte, grote klap.
  • Scholen schakelen sneller een incassobureau, advocaat of gerechtsdeurwaarder in voor onbetaalde schoolfacturen. Bv. een schoolfactuur van een Gentse school bedroeg 4,98 euro. Doordat de factuur niet tijdig betaald werd liep de factuur na een jaar op tot 264 euro. De Stedelijke scholen hebben wel een beleid rond opvolging onbetaalde schoolfacturen.
Opvolging:

REACTIE SEP-2023

POSITIONERING

Het Beleid bepaalt voor welke diensten, ingebruikname en overtredingen een vergoeding gevraagd of opgelegd wordt. Daarbij dient men te onderscheiden:

  • Facturen: ingevolge een geleverde prestatie zoals bvb. kinderopvang
  • Retributies: betaling voor een verleende dienst die vrijwillig gekozen werd zoals bvb. vuilophalen of parkeren op de openbare weg/in een parkeergarage
  • Boetes: een administratieve sanctie in de vorm een te betalen geldboete naar aanleiding van een overtreding zoals bvb. het doorrijden van het autovrijgebied of de Lage Emissiezone
  • Fiscale vorderingen: ingevolge gemeentebelasting opgelegd zoals bvb. inname openbaar domein
  • Administratieve kosten (volgens reglement van toepassing) worden in rekening gebracht wanneer de vordering meermaals (gratis) in herinnering werd gebracht en onbetaald bleef zonder enig reactie of kennisgeving vanwege de schuldenaar.

Het Bestuur (“de overheidsdiensten”) dient het beleid ten uitvoer te brengen en doen dit via reglementen, kennisgevingen, toekennen van vergunningen, mogelijkheid tot registratie en andere kanalen ter beschikking en het best toepasbaar op het doelpubliek of de klantenbasis.

 

PRINCIPES

1° Er wordt gewerkt volgens een klantgerichte, steeds informerende, benadering (niet limitatief voor alle diensten):

  • Vooraf: de burger, klant, entiteit of persoon wordt geïnformeerd en kan zichzelf informeren via verschillende kanalen en/of bij de betrokken diensten omtrent de van toepassing zijnde reglementen en de genomen beleidsbeslissingen  betreffende een gewenste prestatie, een gereglementeerd gedrag of een specifieke zone van het grondgebied van de stad. Vaak zijn de regels en de afspraken zichtbaar in het straatbeeld (ref. verkeersborden), worden ze vermeld in periodieke publicaties, zijn ze aanwezig op de website van de stad en meer en meer zijn ze ook beschikbaar via sociale media.
  • Op het moment van dienstverlening, prestatie, vaststelling of overtreding wordt er administratief nota gemaakt zoals een aanwezigheid bij de kinderopvang, een vaststelling van sluikstorting of het gebruik van de openbare weg. In geval van een prestatie-levering (bvb. opvang in kinderdagverblijf) is er vaak contact met een medewerker van de betrokken dienst aan wie steeds een vraag kan worden gesteld.
  • Via een uitnodiging tot betaling: de factuur voor kinderopvang, het aanslagbiljet m.b.t. een gemeentebelasting, de parkeerbon, de (GAS/LEZ)boetebrief enz. geven zichtbare aanwijzingen naar de betrokken dienst waar informatie kan worden bekomen over de reden, bron, oorzaak van de gevraagde betaling.
  • Via een eerste gratis herinnering (soms meerdere) omtrent het nog openstaande bedrag, gericht aan het door de schuldenaar opgegeven adres of via het verkozen communicatiekanaal.
  • Via aanmaning (aangetekend schrijven), al dan niet verhoogd met administratieve kosten, alvorens over te gaan tot invordering.
  • Vooraf aan de invordering, welke gebeurt via een dwangbevel opgemaakt en overgemaakt door de Fin-Directeur van Stad & OCMW aan de gerechtsdeurwaarder, zendt de aangesproken gerechtsdeurwaarder een eenvoudig schrijven aan de schuldenaar met daarin de melding dat hij een opdracht tot invordering van een bepaald gedetailleerd bedrag heeft gekregen,  alvorens zich persoonlijk te melden op het officieel adres teneinde de solvabiliteit van de schuldenaar te kunnen inschatten.

2° Principe van gelijke behandeling van onze klanten (burgers/ondernemingen) ligt aan de grondslag van het facturatieproces en het debiteurenbeheer.

Niettemin … op het moment van de aanvraag of het leveren van de prestatie door Stad/OCMW hebben bepaalde diensten - voornamelijk waar er persoonlijk contact is met de burger/cliënt – de gelegenheid om, met het oog op de aanrekening van een correcte – eventueel sociaal bijgestelde -prijs, te peilen naar de financiële draagkracht van de burger/cliënt en daarbij  informatie te verschaffen of voorstellen te formuleren betreffende mogelijke (sociale) tussenkomsten, gunstiger tarieven enz. Waar mogelijk zetten de stadsdiensten ook in op het automatisch toekennen van recht op sociale kortingen.

Desondanks … zijn er op elk moment van het debiteurenbeheer (van uitnodiging tot betaling ingevolge prestatie/dienst of ingevolge een vaststelling van een inbreuk tot aan de gedwongen invordering) mogelijkheden om als schuldenaar in gesprek te gaan met de betrokken dienst betreffende de gevraagde betaling. Verschillende betalingsmodaliteiten zijn bespreekbaar en mogelijk, zoals tijdelijk betalingsuitstel,  spreiding van (af)betalingen in de tijd, enz.

Bovenop .. zullen voormelde betaalfaciliteiten steeds aangeboden worden, of tot de mogelijkheden behoren, in fase van de invordering door een externe partner, zijnde gerechtsdeurwaarder (voor Belgische debiteuren) of incassobureau (voor buitenlandse debiteuren).

3° Administratieve kosten en/of boetes

Gebaseerd op de toepasselijke reglementen, goedgekeurd door de bevoegde beleidsinstanties, dienen in de fase van debiteurenbeheer vanaf er een nood is aan het verzenden van een aangetekende aanmaning  omdat de betaling van een geleverde dienst/prestatie achterwege blijft administratieve kosten bovenop het initieel te betalen bedrag worden toegepast. Dit dient enkel te gebeuren als het te betalen bedrag open blijft staan en de dienst zonder signaal, antwoord of andere vorm van contact vanwege de schuldenaar is. Administratieve kosten vinden hun oorsprong in “de noodzaak van meermaals ter hand nemen van het betrokken dossier”.

(Administratieve geld-)boetes worden opgelegd omwille van “het niet naleven van de toepasselijke, en verondersteld overeengekomen, afspraken of omwille van ”het begaan van een overtreding of inbreuk op gevestigde, geduide en te kennen reglementen”. M.a.w. als sanctie ten gevolge van een ongepast (rij- of ander) gedrag. Boetes zijn een onderdeel van een handhavingsbeleid dat het organiseren van een leefbare stadsomgeving ondersteund.

 

4° Inzet van externe invorderingspartner

Eénmaal de openstaande schuld in het proces van invordering via een dwangbevel en de tussenkomst van een externe invorderingspartner (een gerechtsdeurwaarder) komt, zijn de tarieven voor de vergoeding van de tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder wettelijk vastgelegd en gekoppeld aan de grootte van het openstaande bedrag.

Voor detail zie (K.B. 30.11.1976) : https://www.gerechtsdeurwaarders.be/sites/default/files/inline-files/burgerlijk%20tarief%202023.pdf

 

DATA PROTECTION / PRIVACY

De algemene verordening gegevensbescherming (AVG - ook bekend onder de Engelse afkorting GDPR) versterkt de grondrechten van de burgers in het digitale tijdperk. De Belgische Privacywet ter bescherming van persoonsgegevens, voluit de Wet van 8 december 1992 voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, moet de burger beschermen tegen misbruik van zijn persoonlijke gegevens.

Met uitzondering van enkele OCMW-diensten - welke een wettelijk verbod hebben dit te delen - hadden de diensten van Stad en OCMW geen inzage in de financiële draagkracht, solvabiliteit, inkomen of persoonsgegevens van hun klanten of de burger.

In het kader van het project éénheid van schuld deed de stad Gent begin 2023 de nodige inspanningen om in het Decreet Lokaal Bestuur (artikel 177) een wettelijke basis te laten opnemen om rekening houdend met o.m. de doelstelling van bestrijding en voorkoming van armoede en overeenkomstig het lokaal beleid te kunnen komen tot de verwerking van personengegevens op basis waarvan er proactief kan bepaald worden wie financieel kwetsbaar is.

 

INSCHAKELEN VAN EEN GERECHTSDEURWAARDER

Op het einde van het interne inningsproces kan door de  financieel directeur besloten worden wat met de openstaande bedragen, zijnde belastingen, (administratieve)boetes en retributies en de bijkomende administratieve kosten dient te gebeuren.

Eén mogelijkheid is overgaan tot invordering via een externe invorderingspartner. Een opdracht die door de financieel directeur via een overheidsopdracht kan uitbesteed worden aan een gerechtsdeurwaarder.

Op basis van het door de stad met de gerechtsdeurwaarder afgesproken plan van aanpak zal hij meerdere pogingen ondernemen om de betrokkene persoonlijk te bereiken teneinde er (af)betalingen mee af te spreken of om betrokkene te informeren en door te verwijzen naar schuldhulpverleningsinstanties (OCMW, CAW, …). Tijdens de opstart van het dossier onderzoekt de gerechtsdeurwaarder meerdere zaken om tot een geactualiseerde inschatting van de solvabiliteit van de debiteur te komen.

Wanneer geen contact mogelijk blijkt, en bij het uitblijven van een reactie van de debiteur, zal de gerechtsdeurwaarder, gehouden aan de principes van sociaal invorderingsbeleid overeengekomen met Stad & OCMW, de schuldenaar bezoeken op zijn domicilie-adres. Alleen in die dossiers waar de solvabiliteit van de debiteur als voldoende goed wordt aangemerkt, zal de gerechtsdeurwaarder ter plaatse een betekening met bevel tot betalen op basis van het dwangbevel afleveren.

 

ACTIES ONDERNOMEN EN LOPENDE

  1. De Beleidsnota Financiën 2020-2025 bevat volgende doelstelling:

“Een menselijk invorderingsbeleid en streven naar eenheid van schuld.”

De Stad heeft een grote variatie aan belastingen, boetes en retributies (d.i. betalende diensten). Zowat elke bewoner, heel wat ondernemingen en bezoekers krijgen daarmee te maken. Om die verschillende soorten inkomsten te realiseren kunnen we niet op een eenvormige manier te werk gaan. Immers: sommigen willen wel betalen maar kunnen niet, sommige anderen kunnen wel maar willen niet...

We voeren daarom een gevarieerd invorderingsbeleid, waarbij we enerzijds consequent belastingen en vorderingen innen, om zo het beleid af te dwingen; maar anderzijds ook begrip tonen voor schuldenaren die in een moeilijke positie verkeren. We zoeken in zo’n gevallen altijd (automatisch) een ‘sociaal menselijke behandeling’ via aangepaste betalingsfaciliteiten.

We streven het principe van ‘eenheid van schuld’ na voor Gentenaars die dat nodig hebben (reeds van toepassing in het OCMW). Daarmee bedoelen we dat we met onze schuldenaren één globaal dossier voor onze eigen vorderingen maken (Stad & OCMW Gent), met afspraken op maat. Daardoor willen we hen verlossen van extra kosten en administratieve overlast. Als eerste stap bouwen we onze visie daarop verder uit. Sowieso werken we enkel samen met inningspartners (deurwaarders) welke deze visie op menselijk en sociaal verantwoord invorderen onderschrijven. We onderzoeken bovendien hoe we de procedure voor niet-geïnde schoolfacturen in het stedelijk onderwijs verder op punt kunnen stellen.

  1. Realisatie van een menselijk invorderingsbeleid

Inzake het externe invorderingsproces zijn in de overheidsopdracht met de gerechtsdeurwaarder afspraken gemaakt en wordt er regelmatig overleg gepleegd met de betrokken gerechtsdeurwaarder teneinde een rechtvaardige doch menselijke invordering te realiseren. Weliswaar via alle mogelijke wettelijk beschikbare uitvoeringsmiddelen en na het bepalen van de solvabiliteit van de schuldenaar.

De speerpunten van de overheidsopdracht van diensten betreffende door gerechtsdeurwaarders verleende diensten voor debiteurenbeheer zijn:

  • eerst een minnelijke afrekening zenden/opvolgen vooraleer de gedwongen uitvoering op te starten
  • een gewogen uitvoering rekening houdende met de solvabiliteit van de betrokkene(n)
  • de toepassing van kostenbeperkende maatregelen (bv. m.b.t. kwijtingsrecht bij afbetaling, …)
  • een gedetailleerde en transparante rapportering over de status van de toevertrouwde opdrachten

 

 

  1. Project Eenheid van Schuld

Op initiatief van het departement Financiën Stad & OCMW Gent werd een wijziging bekomen aan het DLB (Decreet Lokaal Bestuur) waardoor:

  • In artikel 177 expliciet de mogelijkheid werd gegeven aan de de financieel directeur van het lokaal bestuur om via debiteurenbeheer rekening te houden met o.m. de doelstelling van bestrijding en voorkomen van armoede. Wat bv. concreet zou kunnen ingevuld worden door een beleid van een centralisatie van invorderingen over verscheidene diensten heen
  • De toegang en verwerking van persoonsgegevens (ref AVG-zie hoger) kan gebeuren voor debiteurenbeheer in het kader van de bestrijding en voorkoming van armoede

In samenwerking met Stad Leuven werd een haalbaarheidsstudie uitgevoerd teneinde “Een bijkomend klantgericht, proactief invorderingstraject voor financieel zwakkere burgers door het opzetten van een globaal vorderingen overzicht waarin de burger via één afbetalingsplan z’n schulden, zonder bijkomende kosten, kan afbouwen en opvolgen.”

Een aanzet is gegeven voor een ontwerp gemeentereglement voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van debiteurenbeheer.

Een initiatief voor het volgen van een OSLO-traject (Open Standaarden voor Linkende Organisaties) werd opgestart onder coördinatie van Digitaal Vlaanderen. Het betreft de datastandaardisatie binnen schuldbeheer met als doel het delen van informatie onder belanghebbenden te vereenvoudigen. Dit met als doel een efficiëntere ondersteuning en oplossingen op maat te kunnen bieden voor de financieel zwakkere burger. De gezochte meerwaarde ligt in:

  • Een verbeterde dienstenlevering door consistente gegevensuitwisseling
  • Vermindering van stress voor mensen in moeilijke financiële situaties
  • Voorkomen van leveranciersafhankelijkheid met betrekking tot gegevensverwerking
  • Bevorderen van betere samenwerking over diensten en overheden heen

 

39

Onnauwkeurigheden aangiften dienst burgerzaken

Zowel bij inschrijvingen in het vreemdelingenregister als bij geboorteaangiften worden regelmatig administratieve fouten gemaakt. Het gaat over foutief geschreven namen en verkeerde geboortedata. Dat komt vooral voor als de burger geen officiële documenten bij zich heeft, door een foutieve vertaling, door omzetting uit een ander alfabet (vb. van Cyrillisch of Arabisch) of doordat de persoon geen of onvoldoende Nederlands spreekt en/of ongeletterd is.

De fouten zorgen voor veel administratieve rompslomp, en zorgen er zelfs voor dat sommige documenten ongeldig zijn. Dat kan ernstige gevolgen hebben.

Voorbeeld:

  • Gezin afkomstig uit Afghanistan bestaande uit 2 ouders en 4 kinderen. Hun familienaam werd op 3 verschillende manieren ingeschreven. De namen van de verschillende gezinsleden staan nochtans op hetzelfde blad.
  • Een vrouwelijke verzoeker internationale bescherming is zwanger van een Belgische man. Het kind wordt geboren en de geboorteakte vermeldt haar naam. Na een korte periode trouwt ze met de Belgische man; en kiest ze er zelf voor om de naam van haar man aan te nemen. Ze heeft echter de procedure voor verblijf opgestart op haar eigen meisjesnaam, en diezelfde naam is ook terug te vinden op de geboorteakte. Achteraf pas nam ze de naam aan van haar man, en die staat in de huwelijksakte. Omdat ze als verzoeker internationale bescherming geen contact mag hebben met het land van herkomst, moet ze nu via de rechtbank een verbeteringsvonnis aanvragen. Dan pas kan haar kind erkend worden als Belgisch kind.

Een tolk of rechtstreeks contact tussen een eerstelijnsprofessional en de dienst burgerzaken kan dit soms verhelpen.

Opvolging:

De Dienst Burgerzaken schrijft burgers in de bevolkingsregisters in op basis van officiële documenten en informatie die is opgenomen in het rijksregister. Als er later vertaal- of omzettingsfouten worden vastgesteld, of er om een andere reden rechtzettingen nodig zijn, dan is daar vaak opnieuw een akte uit het herkomstland voor nodig. De Dienst Vreemdelingenzaken moet ook zijn fiat geven voor die wijzigingen.

Bij de registratie van namen stelt zich het probleem dat de vreemdelingenwetgeving en regelgeving burgerlijke stand andere brondocumenten hanteren (bijvoorbeeld paspoort versus geboorteakte). Een geplande reparatiewet van de federale overheid zou hier de komende jaren verbetering in moeten brengen.

De voertaal aan de loketten van de Dienst Burgerzaken is het Nederlands, maar taal mag geen barrière zijn voor een kwaliteitsvolle dienstverlening. De loketmedewerkers volgens opleidingen Engels en Frans. Waar nodig kunnen burgers ook in de meeste gangbare talen geholpen worden.

Uiteraard is ook niet iedereen even taalvaardig. Daarom gaan we aan de slag met pictogrammen in onze werking. Als dit nodig is zetten wij, in samenwerking met de Dienst Welzijn en Gelijke kansen, in op tolken. We bekijken ook flexibelere mogelijkheden zoals telefoon- en videotolken.

40

Gezinnen in dak- en thuisloosheid®

Er is een stijging van het aantal kinderen en éénoudergezinnen in dak- of thuisloosheid. Ook de toename van intrafamiliaal geweld (zie ook signaal 34. Stijging intrafamiliaal geweld) en het stijgend aantal scheidingen zorgt voor meer éénoudergezinnen die geen dak meer boven het hoofd hebben. De opvang voor deze doelgroep is ontoereikend.

De gevolgen van leven in dak- of thuisloosheid zijn enorm, ook voor kinderen. Een constant gevoel van onveiligheid, in contact komen met gevaarlijke of ongezonde milieus (drugs, alcohol, ...), ... laten blijvende littekens na. Dit kan ernstige psychologische problemen veroorzaken.

Opvolging:

41

Meer mensen in een precaire woonsituatie®

Het aantal mensen in een precaire woonsituatie neemt toe. Het gaat bijvoorbeeld over mensen in kraakpanden of illegale kampementen. Er worden ook meer autoslapers vastgesteld.

De stijging komt door een aantal factoren, zoals de wooncrisis (zie signaal 14. Wooncrisis), de toegankelijkheid van de nachtopvang (zie signaal 43. Toegang tot nachtopvang) en het tekort aan legale opties voor mobiel wonen. Er is bovendien een tekort aan opvang voor nieuwkomers, waardoor deze groep ook vaker in een precaire woonsituatie terechtkomt.

Veldwerkers verwachten dat het aantal mensen in een precaire woonsituatie nog verder zal toenemen, bijvoorbeeld na afloop van het project postmobiel wonen op de Lübecksite.

Opvolging:

42

Was- en drinkmogelijkheden voor mensen in een kwetsbare positie®

Drinkbaar water, douches en wasmachines zijn onvoldoende toegankelijk voor mensen in een kwetsbare positie die zelf niet over deze voorzieningen beschikken. 

  • Er is een tekort aan openbaar toegankelijke drinkwaterkraantjes in Gent. Er zijn maar vier drinkwaterfonteinen en die zijn allemaal geconcentreerd in het centrum van de stad. In openbare gebouwen kan je gratis water van de kraan tappen, maar daarbij spelen verschillende drempels: je hebt een eigen drinkfles nodig, de beperkte openingsuren en de drempel om het gebouw binnen te gaan. Zeker op warme dagen is dit tekort aan toegankelijk drinkwater een probleem.

    • Er zijn extra drinkwaterpunten gepland die 24/7 toegankelijk zijn.
  • Er is een tekort aan betaalbare wassalons voor mensen die zelf geen wasmachine hebben. Het aanbod is bovendien niet afgestemd op de noden. Er zijn vaak alleen grote wasmachines, terwijl mensen in een kwetsbare situatie nood hebben aan kleinere en goedkopere  wasmachines. Er is geen sociaal tarief voor wasmachines. Organisaties proberen hier zelf een oplossing te voorzien door jetons uit te delen via Enchanté, maar dat is geen structurele oplossing. In de inloopcentra van CAW Oost-Vlaanderen zijn er wel gratis wasmachines.
  • Er zijn te weinig openbare douches. Gratis douchen is enkel mogelijk bij de Fontein en de inloopcentra van het CAW. Door de energiecrisis is het aantal mensen dat thuis geen (warme) douche meer kan nemen nog toegenomen.
Opvolging:

43

Toegang tot nachtopvang®

De nachtopvang is onvoldoende toegankelijk voor mensen die er nood aan hebben. Er zijn verschillende drempels die de toegang bemoeilijken:

  • Telefonisch aanmelden bij de nachtopvang is verplicht. Voor veel mensen in een kwetsbare situatie is dat niet evident: je moet een telefoon hebben mét belwaarde of terechtkunnen bij een organisatie waar je de telefoon mag gebruiken. De nachtopvang is bovendien telefonisch moeilijk bereikbaar, waardoor sommige mensen niet binnen geraken. De lijn is heel vaak bezet en je moet binnen bepaalde uren bellen. Daarnaast geven de telefonisten soms verkeerde info mee. Tijdens de kantooruren komt de lijn toe bij Gent-info, enkel na de kantooruren kom je telefonisch terecht bij de nachtopvang zelf.
  • Het toegangscriterium ‘binding met Gent’ sluit veel mensen uit en is onduidelijk. Mensen die in principe bij een ander openbaar bestuur terecht zouden kunnen in de nachtopvang, kunnen maximum één nacht terecht in Gent. Daarna worden ze geweigerd. Vaak geraken zij na weigering niet op een andere plek om te overnachten en belanden op straat. Een bijkomend probleem is dat de binding met Gent gecontroleerd moet worden bij de maatschappelijk werker. Als de maatschappelijk werker niet bereikbaar is, kunnen mensen niet in de nachtopvang terecht.    

Zonder hulp van een dienst is het in de praktijk quasi onmogelijk om binnen te geraken in de nachtopvang. Mensen geven het vaak op en doen geen tweede poging.

Mensen voelen zich bovendien onveilig in de nachtopvang. Bijvoorbeeld doordat er veel mensen kampen met een verslavings- en/of psychische problematiek, omdat er gestolen wordt, omdat je niet alleen in een kamer kan slapen, vrouwen voelen zich onveilig door seksueel overschrijdend gedrag van mannen, ...

Opvolging:

44

Nood aan bemande rustplekken®

Mensen in een kwetsbare positie hebben nood aan (warme) plekken om de dag door te brengen en tot rust te komen. Tijdens de koude wintermaanden en in het weekend is de nood extra hoog. De energiecrisis (zie ook signaal 16. Energie is onbetaalbaar) en het wegvallen van de winteropvang (geen uitbreiding van uren nachtopvang in de winterperiode) versterken dit nog. Tijdens de wintermaanden is er in het kader van het winterplan overdag altijd een inloopcentrum van CAW Oost-Vlaanderen open. Maar de nood blijft hoger dan het aanbod.

De warme winterplekken spelen hier op in, maar lossen de nood niet volledig in. In het weekend en in de zomer bijvoorbeeld is er te weinig aanbod. Naast voldoende rustplekken, is er ook nood aan voldoende personeel en de juiste ondersteuning voor dat personeel:

  • Op plekken waar al gedurende lange tijd een vaste groep bijeen komt (vb. een buurtcentrum), is begeleiding nodig om nieuwe mensen te ondersteunen bij integratie in de groep.
  • Er is voldoende begeleiding nodig om om te gaan met specifieke kwetsbare profielen (vb. mensen met een verslavingsproblematiek, psychische kwetsbaarheid, agressieproblemen) die nu extra beroep doen op de warme plekken. Er is ook nood aan ondersteuning van de medewerkers om met deze profielen om te gaan.
Opvolging:

45

Ontoegankelijke zorg voor daklozen®

Veel vormen van gezondheidszorg zijn ontoegankelijk voor mensen in dakloosheid:

  • Zieke of herstellende daklozen kunnen na ontslag uit het ziekenhuis vaak nergens terecht voor nazorg en/of revalidatie. Het project Vesalius bood hier een antwoord op maar was tijdelijk.

    • Na goedkeuring door de raad voor maatschappelijk welzijn start in Gent een project 'medisch herstelverblijf' van Wijde Zorg vzw in samenwerking met OCMW Gent en het RIZIV. Het gaat om 5 herstelbedden voor dakloze volwassenen met een medische zorgnood (band met Gent). Dit is alvast positief nieuws.
  • Een aantal oudere daklozen kan in De Baai terecht, voor andere oudere daklozen is er geen zorgaanbod. Het is voor hen vaak onmogelijk om na de nachtopvang ’s morgens terug de straat op te gaan.
  • De kosten voor palliatieve zorg worden niet gedekt door de medische kaart.

Het RIZIV kan sinds kort tussenkomen in de paramedische zorg voor dak- en thuislozen. Zonder woning of alternatieve plaats om de zorg toe te dienen, kunnen dak- en thuislozen hier echter moeilijk/geen gebruik van maken.

Opvolging:

47

Meer en meer mensen hebben nood aan materiële steun®

De groep mensen met nood aan extra ondersteuning groeit. Door de opeenvolging van crisissen (coronacrisis, energiecrisis) en de financiële gevolgen ervan, ontstaat er een nieuwe groep mensen bij wie het inkomen niet langer volstaat om in basisbehoeften te voorzien. Gentse organisaties bieden materiële en/of voedselondersteuning, maar deze initiatieven geraken overbevraagd door de grote nood.

Voor materiële steun kan je o.a. terecht bij de vrijwilligerswerkingen aangesloten bij KRAS vzw of Gent Solidair. Sommige mensen kennen echter de weg nog niet naar deze organisaties. De diensten kunnen de toenemende vraag bovendien nog moeilijk aan. Vooral bij voedselondersteuningsinitiatieven neemt de vraag sterk toe. Tegelijkertijd is er een daling van het aantal bruikbare voedselschenkingen. Voedselondersteuningsinitiatieven kunnen daardoor nog moeilijk voldoende voedsel aanbieden aan de mensen die er nood aan hebben. Ze moeten zelf fondsen werven om extra voeding aan te kopen. Deze vormen van steun zijn geen oplossing voor de structurele problematiek die speelt. Zolang er geen structureel antwoord is, vormen ze wel een onmisbare noodoplossing voor veel mensen in een kwetsbare positie.

Opvolging:

In 2020 werkte Stad Gent samen met middenveldorganisaties een toekomstmodel materiële hulp uit dat er voor zorgt dat kwetsbare Gentenaars gelijkwaardig toegang krijgen tot materiële noodhulp en ondersteuning. In het voorjaar van 2022 keurde de gemeenteraad en alle voedselinitiatieven het toekomstmodel goed.

Het toekomstmodel bevat ook een kwaliteitskader waar zaken als registratie, doorverwijzing en 1 gezin/persoon=1 voedselinitiatief onderdeel van zijn.
Om de gelijkwaardigheid voor de mensen in nood en de draagkracht van de voedselinitiatieven te bewaken maakten we nieuwe afspraken op rond aanmelding en doorverwijzing naar voedselhulp (zowel gratis als betalend bij de sociale kruideniers). Deze afspraken gaan in op 1 september 2023 en zijn terug te vinden op Traject materiële hulp | Stad Gent.

48

Zelftesten

Zelftesten (o.a. ovulatietesten, zwangerschapstesten, coronatesten) zijn te duur voor mensen in een kwetsbare positie.

Voorbeelden:

  • Covid zelftesten zijn te duur voor mensen in een kwetsbare positie. Een persoon met recht op een verhoogde tegemoetkoming betaalt 1 euro per zelftest. Voor sommige mensen is dat nog te veel. Er waren gratis zelftesten beschikbaar voor een aantal kwetsbare groepen (vb. mensen zonder wettig verblijf), maar dat aanbod schoot tekort.
  • Straathoekwerkers kopen regelmatig zelf zwangerschapstesten voor de mensen die ze begeleiden, omdat het voor hen onbetaalbaar is.
Opvolging:

49

Lege en ongezonde brooddozen®

Veel kinderen krijgen geen of ongezond eten mee naar school of naar vrijetijdsaanbod. Dit komt doordat ongezonde voeding vaak goedkoper is, maar ook omdat ouders niet altijd weten wat gezond is. Kinderen hebben daardoor vaak onvoldoende voedingsstoffen binnen om goed te functioneren. Ze kunnen zich moeilijk concentreren, voelen zich niet goed in hun vel, …. Er zijn verschillende initiatieven op school die hierop inspelen (vb. project gezonde scholen, lekkers op school), maar die zijn niet op alle scholen actief.

Opvolging:

51

Armoede bij studenten

Steeds meer studenten hebben moeite om rond te komen. Ze kunnen de kosten voor hun kot, studiefinanciering, … moeilijk dragen. Dat zorgt voor stress en soms ook voor mentale problemen. Sommige studenten gaan over tot overlevingsstrategieën die schadelijk zijn voor hun (mentale) gezondheid, vb. prostitutie.  Studenten zijn, net als andere groepen, onderhevig aan maatschappelijke tendensen (vb. energiecrisis, inflatie, wooncrisis, ...). Ze zijn echter vaak onzichtbaar als risicogroep.

OCMW Gent ondersteunt veel studenten met een leefloon.

Opvolging:

- OCMW Gent ondersteunt heel wat studenten met een leefloon, dit aantal stijgt doorheen de jaren. 

- In 2024 zal er  vanuit het OCMW Gent extra ingezet worden op rechtenverkenning van jongeren in financieel kwetsbare situaties en ondersteuning van jongeren in begeleiding binnen de Sociale Dienst in het behalen van kwalificaties. Hierbij zullen ook specifiek de noden van studenten in kaart worden gebracht. Daarnaast zetten we in samenwerking met middenveldpartners zoals Overkop gericht in op het bereiken en het creëren van een aanbod voor jongeren in financieel kwetsbare situaties, waaronder zeker ook studenten.

- In 2024 zullen we in dialoog gaan met de studentenvoorzieningen zodat samen gewerkt kan worden om studenten in een armoedesituatie nog beter te bereiken.

56

Duurzaamheidskloof

Gentenaren met een laag inkomen dragen de grootste gevolgen van de klimaatverandering en het klimaatbeleid. Ze zijn vaak onvoldoende geïnformeerd en hebben te weinig mogelijkheden om zich voor te bereiden op de klimaatverandering en de energietransitie.

Voorbeelden van sociale ongelijkheid door klimaatverandering/klimaatbeleid:

  • Mensen met een laag inkomen wonen vaak op plaatsen met veel luchtvervuiling en lawaai. In een slechte leefomgeving wonen verhoogt het risico op gezondheidsschade.
  • Ze kunnen zich minder goed beschermen tijdens periodes van hitte in de zomer. Ze hebben minder toegang tot drinkbaar water, schaduw, groen en koele ruimten.
  • De bewoners van dense woonwijken vinden moeilijk de weg naar groene plekken in de buurt. Stad Gent en andere partners doen veel inspanningen om groen voor iedereen toegankelijk te maken (vb. Ledeberg leeft, bruggen naar Rabot, zuurstof voor de Brugse poort en de groennorm bij nieuwbouwprojecten, gezonde wandelingen van de wijkgezondheidscentra, ...). De inspanningen bereiken de doelgroep nauwelijks.
  • Ze wonen vaak in slecht geïsoleerde (huur)huizen met hoge energiekosten. Een huurhuis kunnen ze niet zelf renoveren. Als ze eigenaar zijn van hun huis hebben ze een beperkt renovatiebudget en lopen ze renovatiepremies mis omdat ze die niet kunnen voorfinancieren.
  • Ze kunnen niet investeren in hernieuwbare energie. Ze kunnen bijvoorbeeld geen zonnepanelen betalen.
  • Bepaalde klimaat gerelateerde belastingen waarbij geen sociaal tarief geldt (bv. verkeersbelasting,  inning van de onroerende voorheffing en BTW) wegen voor gezinnen met een beperkt budget zwaarder door.
  • De verschuivingen op de arbeidsmarkt zorgen voor jobverlies bij kwetsbare groepen. Er zullen bijvoorbeeld minder jobs zijn in de productiesector en de openbare nutsbedrijven, de retail- en vrijetijdssector.
  • Ze maken minder gebruik van autodelen door verschillende drempels (vb. borgsom, digitale kloof). Autodelen is in veel gevallen duurzamer en goedkoper dan een eigen wagen hebben.
  • Er worden al waardevolle inspanningen geleverd zoals de slooppremie, andere voordelen voor wie in de Lage Emissie Zone (LEZ) woont en Gent Knapt Op. Dit is echter niet voldoende om de duurzaamheidskloof te dichten.
Opvolging:

Veel van de signalen komen aan bod in het klimaatplan Stad Gent (https://stad.gent/sites/default/files/media/documents/Klimaatplan%20Gen…) of de beleidsnota lucht en geluid 2020-2025  (https://stad.gent/sites/default/files/media/documents/Beleidsnota%20Luc…)

Zo is de lage emissie zone een lokale maatregel om de luchtkwaliteit in de wijken met de meeste luchtverontreiniging aan te pakken (drukke wijken met veel verkeer, street canyons). In deze wijken beschikt een groot deel van de inwoners niet eens over een wagen, maar worden ze wel geconfronteerd met de negatieve gevolgen van het autoverkeer door hun wijk. Wat de Stad doet voor een propere lucht vind je hier: https://stad.gent/nl/groen-milieu/luchtkwaliteit/wat-doet-de-overheid-v….
Voor mensen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming en die hun auto laten slopen omdat deze niet meer binnen mag in de lage emmissiezone, voorziet Stad Gent een sloopremie https://stad.gent/nl/groen-milieu/slooppremie-voor-wagens.
Ook wordt ingezet op pro-actieve rechtentoekenning bij de LEZ.

In het groenstructuurplan staat waar de Stad meer parken, natuur en bos wil https://stad.gent/nl/over-gent-stadsbestuur/stadsbestuur/wat-doet-het-b…

Zoek je verkoeling op hete dagen, dan kan je terecht op volgende drinkwater- en afkoelplekken https://stad.gent/nl/samenleven-welzijn-gezondheid/nieuws-evenementen/d… 

In het klimaatbeleid wordt ook gefocust op het sociale (betaalbaarheid, toegankelijkheid) en zijn we afgestapt van het geven van subsidies (vereist pre-financiering met eigen middelen), naar Gentse (en later overgenomen Vlaamse) Renovatielening, waarbij de terugbetaling kan verlopen via lagere energiefactuur en de subrogatie van premies op de lening.
Daarnaast zijn er ook acties gericht op noodkopers (Gent Knapt Op) en verhuurders (via de werking van het verhuurpunt). Met middelen van het Vlaams Lokaal Energie- en Klimaatpact wordt een actie uitgewerkt om PV beschikbaar te maken voor de laagste inkomens.

57

Psychische kwetsbaarheid in sociale hoogbouw®

Het aandeel mensen met een psychische problematiek in de sociale huisvesting stijgt. Dit komt onder andere door de afbouw van het aantal bedden in de psychiatrie; en doordat mensen met een psychische problematiek voorrang hebben op de wachtlijst voor een sociale woning. Zij zitten vaak samen in één sociale woonblok. Bij versnelde toewijzing is er altijd woonbegeleiding, maar de huidige vorm volstaat niet altijd.

In crisissituaties wordt de situatie in de sociale huisvesting snel onleefbaar. In hoogbouw speelt dit nog sterker omdat mensen daar extra dicht bij elkaar wonen.

Sociale hoogbouw is niet altijd een goede woonomgeving voor mensen met een psychische problematiek. Er zijn te veel prikkels en te weinig rust. Deze situatie zorgt ervoor dat de psychische problematiek van bewoners snel toeneemt. Voor buren zorgt dit voor overlast (vb. nachtlawaai, perceptie van agressie, afval). Ook maatschappelijk werkers die betrokken zijn ervaren een gevoel van onveiligheid en zijn bang voor agressie.

Andere sociale huurders durven vaak geen officiële klacht neerleggen (zie ook signaal 4. Minder aangiften over overlast en criminaliteit bij officiële instanties). De politie mag enkel ingrijpen als er effectief sprake is van overtreding of bij acute dreiging. Wanneer de persoon met psychische kwetsbaarheid psychische hulp weigert, is in sommige gevallen alleen collocatie mogelijk. Dit kan enkel via een gerechtelijk bevel en is dus niet evident. Vaak is de omgeving (sociaal werkers, buren) op de hoogte van de situatie, maar staan ze hier machteloos tegenover. Het gevoel leeft dat er pas ingegrepen wordt/kan worden wanneer het echt misloopt (suïcidepoging, zware incidenten).

Opvolging:

58

Ophaling grof huisvuil in sociale huisvesting

De afvalophaling van grof huisvuil bij de sociale woningen in Gent verloopt via een contract tussen de sociale huisvestingsmaatschappijen en Ivago. Dat contract wordt stopgezet.

Na de stopzetting moeten bewoners zelf een contract afsluiten met Ivago voor ophaling grof huisvuil. De bewoners zitten vaak in een financieel kwetsbare situatie waardoor dit voor velen niet evident is. Als één bewoner een contract afsluit en de anderen niet, draait die ene persoon op voor de kosten van alle bewoners. Dit is een extra drempel om een contract af te sluiten.

Zonder contract zal het grof huisvuil zonder afspraak buiten gezet worden en moet het als sluikafval opgeruimd worden.

Opvolging:

59

Toename studentenwoningen zorgt in sommige wijken voor overbevolking

Er is veel (sociale) studentenhuisvesting bijgebouwd omdat studenten anders reguliere huizen bezetten. Er zijn echter geen maximum quota rond bewonersaantallen per wijk. De aantallen worden enkel stadsbreed bekeken. Door de extra studentenwoningen neemt het aantal bewoners in bepaalde wijken zoals Nieuw Gent sterk toe. Dat gaat ten koste van de leefbaarheid in deze wijken.

Opvolging:

60

Ontoegankelijke communicatie naar Gentenaren in een kwetsbare situatie®

Heel wat (openbare) diensten communiceren niet helder. Ze gebruiken moeilijke woorden en zinsconstructies, weinig beeldmateriaal en ontoegankelijke communicatiekanalen. De hoogdrempelige communicatie komt bijvoorbeeld van de mutualiteiten, politie, stadsdiensten en bovenlokale administraties, ….

Daardoor bereikt de informatie mensen in een kwetsbare positie (bv. laaggeletterden) niet. Ze missen daardoor de toegang tot voordelen en voorzieningen.

Bijvoorbeeld:

  • Procedure gratis lijnpas voor kinderen zonder wettig verblijf.
  • Het aanbod Gent Knapt Op.
  • Informatie over de jobbonus.
  • Brieven rond arbeidsongeschiktheid van de mutualiteiten.

  •  

Ook de communicatie over het aanbod specifiek voor mensen in een kwetsbare positie bereikt de doelgroep onvoldoende. Organisaties met linken naar de doelgroep ontvangen de nodige informatie vaak niet of laattijdig. Daardoor komen de dienstverlening en projecten niet (voldoende) tot bij de doelgroep. Het winterplan bijvoorbeeld kwam pas na aanvang terecht bij veel organisaties die werken met mensen in een kwetsbare positie.

Opvolging:

61

Internet en telefonie te duur

Voor mensen in een kwetsbare positie zijn internet- en telefonie-abonnementen te duur.

Bovendien hebben mensen met een laag inkomen vaak een extra duur internet- of gsm abonnement dat niet afgestemd is op hun nood. Dit komt doordat ze dikwijls intekenen op formules waarbij je een gratis of goedkoop toestel ‘krijgt’ als je voor een aantal jaar een abonnement neemt bij een provider. De formules komen op het einde vaak veel duurder uit. Mensen in armoede hebben dikwijls niet de mentale ruimte en/of digitale mogelijkheden om een vergelijking te maken tussen aanbieders en worden de dupe van misleidende reclamestunts. Mensen in armoede gebruiken ook vaak duurdere prepaid simkaarten en ervaren hier ook extra drempels bij. Zie signaal 2021: Geen simkaart zonder registratie.

  • Tijdens de coronapandemie boden Telenet en Proximus sociale pakketten aan voor mensen met een beperkt budget. Dit verhoogt de toegang voor veel mensen. Telenet biedt de pakketten aan sociaal tarief (Telenet Essential Internet FIVE en TEN) nog steeds aan. Er komt in 2024 ook een nieuw sociaal internettarief voor een grotere groep rechthebbenden. Veel mensen vinden de weg naar dit aanbod echter niet.

Toegang tot internet en telefonie is een voorwaarde om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Dit moet een basisrecht zijn.

Opvolging:

 De samenwerking met Telenet voor de sociale producten Ten en five loopt nog steeds. In de loop van 2024 komt er een aangepast sociaal tarief Telecom waarbij meer mesnen recht zullen hebben op een hogere korting. Vanuit Stad Gent , samen met D09,  zetten we in 2024 enerzijds in op een bredere bekendmaking van de initiatieven rond betaalbaar internet zodat mensen beter geinformeerd zijn en anderzijds zullen we ook extra inzetten op kwetsbare Gentenaars ondersteunen bij de aanvraag van sociaal interproducten zoals bv. het sociaal tarief. 

62

Toegankelijkheid en communicatie bij openbare werken

Bij openbare werken worden de bewoners van omliggende straten niet of onvoldoende ingelicht over de duur en omvang van de werken. Ook is er een gebrekkige signalisatie.

Tijdens openbare werken wordt bovendien te weinig rekening gehouden met minder mobiele bewoners. Zij kunnen daardoor nog moeilijk hun eigen woning bereiken of verlaten. De beschikbare ‘bruggen’ van en naar woningen zijn te smal voor rolstoelgebruikers en kinderwagens.

Ook de afvalophaling loopt tijdens wegenwerken vaak minder vlot. Bepaalde straten worden niet meer bediend. Voor minder mobiele mensen is het vaak niet eenvoudig om afvalzakken op het einde van het wegenwerk gebied af te zetten.  Het verzamelpunt voor afval, door de aannemer voorzien, wordt bovendien vaak gebruikt door sluikstorters.

Opvolging:

63

Nood aan meer ondersteuning op school van leerlingen in een kwetsbare situatie met specifieke zorgbehoeften®

Er is meer begeleiding nodig op scholen om kinderen en gezinnen in een kwetsbare situatie te ondersteunen. Op school komen veel kwetsbaarheden naar boven, maar zijn er te weinig middelen en mensen om daar een antwoord op te bieden. Daardoor worden sociale ongelijkheden bestendigd.

Voorbeelden:

  • Steeds meer kinderen en jongeren met specifieke zorgbehoeften komen in het reguliere onderwijs terecht. Dit verhoogt de druk op scholen en schoolteams nog meer.
  • Vooral kinderen in een zeer kwetsbare situatie en met zwaardere zorgbehoeften komen terecht in het buitengewoon onderwijs. Daardoor vergroot de druk op het buitengewoon onderwijs.
  • Er is een grote druk op de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers in het lager en secundair onderwijs door de grote instroom van leerlingen.
  • Jeugdwelzijnsorganisaties organiseren noodgedwongen studieondersteuning vanuit een grote vraag van ouders en kinderen.
Opvolging:

Onderwijscentrum Gent - onderwijs en e-inculise:

  • Digikriebels (in basisscholen met een brugfiguur): een reeks van vier lessen voor ouders en grootouders. De lessen vinden plaats op school en worden door een leerkracht van Ligo gegeven. De (groot)ouders van kleuters maken kennis met de schoolwebsite en de website van Digikriebels waarop educatieve spelletjes geordend staan per leerthema en per toestel (computer, Android- en IOS-tablet en smartphone). De (groot)ouders uit de lagere school maken kennis met de communicatietools van de school, welke verwachtingen er zijn op vlak van digitaal huiswerk en welke visie er heerst rond ICT-gebruik. Tijdens beide reeksen wordt er ook tijd genomen om in gesprek te gaan rond mediaopvoeding.
  • Digihulp aan huis (in secundaire scholen met brugfiguur): een digihelper gaat op huisbezoek bij gezinnen om hen te ondersteunen bij de digitale communicatie van de school. Het bezoek wordt steeds ingepland in functie van een specifieke, digitale communicatienood, bv. een digitaal oudercontact, opstarten met Smartschool,…
  • Signaalbrief naar minister Ben Weyts (signaal geven rond de noodzaak de Digisprong recurrenter te maken, zodat het geen eenmalige sprong in het ijle is)
  • Lerend netwerk ‘krachtig digitaal communiceren’ (basisonderwijs, secundair onderwijs en brugfiguren)
    • Creëren van een groter bewustzijn rond digitale inclusie.
    • Dieper ingaan op inclusieve communicatie.
    • Uitwisselen van ervaringen, tools en kennis over het belang van digitale toegankelijkheid.
    • Brengen de noden en kansen van de school en de ouders in kaart.
    • Gaan op zoek naar hoe iedereen mee aan boord te krijgen.
  • Losse vormingen rond digitale inclusie op vraag van pedagogische begeleiders

 

LOP basisonderwijs:

Zowel in het gewoon als het buitengewoon basisonderwijs wordt de druk op de capaciteit regelmatig gemonitord en werden al regelmatig capaciteitsverhogingen doorgevoerd. Signalen werden bezorgd aan schoolbesturen en minister van onderwijs. De minister besliste de laatste 2 jaren over nieuw aanbod van financieringsmogelijkheden waarop scholen konden intekenen onder bepaalde voorwaarden van capaciteitsverhoging.

Dit onderwerp komt regelmatig aan bod in het dagelijks bestuur van LOP Gent basisonderwijs.

De minister van onderwijs heeft onderzoek besteld rond de capaciteitsdruk in het buitengewoon onderwijs. Zie https://www.onderwijs.vlaanderen.be/nl/onderzoek/vlaams-en-internationaal-onderwijsonderzoek/onderwijskundig-beleids-en-praktijkgericht-wetenschappelijk-onderzoek-obpwo

De minister van Onderwijs besliste op 4 december 2023 om 2 projecten te betoelagen in het kader van het onderwijskundig beleid- en praktijkgericht onderzoek (OBPWO) voor 2023, ronde 2.

1.    “Analyse van mechanismen voor de toeleiding naar type 9 en de realisatie van kwaliteitsvol onderwijs op maat van leerlingen met oriëntering naar type 9

Promotor-coördinator: Sara Nijs (Katholieke Universiteit Leuven)

Promotoren: Elke Struyf (Universiteit Antwerpen) Ilse Noens (Katholieke Universiteit Leuven), Koen Aesaert (Katholieke Universiteit Leuven) en Hannah Boonen (UC Leuven vzw)

2.    “Analyse van mechanismen voor de toeleiding naar type 2 en de realisatie van kwaliteitsvol onderwijs op maat van leerlingen met oriëntering naar type 2

Promotor-coördinator: Sara Nijs (Katholieke Universiteit Leuven)

Promotoren: Elke Struyf (Universiteit Antwerpen), Bea Maes (Katholieke Universiteit Leuven) en Koen Aesaert (Katholieke Universiteit Leuven)

Meer informatie over de startdatum, inhoud en opzet volgt. 

64

Secundair onderwijs onbetaalbaar®

De kosten voor het secundair onderwijs lopen vaak op door de dure leerboeken en andere lesmaterialen, activiteiten, ... Voor mensen in een financieel kwetsbare positie is het secundair onderwijs vaak onbetaalbaar. Dit sluit kinderen en jongeren in een kwetsbare positie op veel vlakken uit. Ze blijven bijvoorbeeld weg van school omdat facturen onbetaald zijn, kunnen niet deelnemen aan buitenschoolse activiteiten, moeten noodgedwongen een ‘goedkopere’ richting volgen dan de richting die ze graag willen doen, … Sommige richtingen zijn extra duur omdat ze dure materialen vereisen (vb. kunst- technisch en beroeps-secundair onderwijs). Er zijn wel scholen die dit deels ondervangen, bijvoorbeeld door de mogelijkheid aan te bieden om materiaal te huren. Ook het OCMW kan voor actieve cliënten een tussenkomst voorzien via de toelage voor participatie en sociale activering (PASOA) en via armoedemiddelen 2023 - 2024. Maar dit is vaak niet voldoende en biedt niet voor alle gezinnen een oplossing.

In het secundair onderwijs is betaalbaarheid een groter probleem dan in het lager onderwijs omdat er in het lager onderwijs een maximumfactuur is. Maar veel hangt ook af van de sensitiviteit van scholen naar financiële toegankelijkheid toe. Bijvoorbeeld: geen dure buitenlandse reizen organiseren buiten de schooluren, rekening houden met materiaal dat nodig is voor (gratis) activiteiten (laarzen, stevige schoenen, rugzak, slaapzak, …).

Opvolging:

Onderwijscentrum Gent - onderwijs en e-inclusie: 

Sensibiliseren van zowel scholen als via pedagogische begeleiders om te werken aan een duidelijk en haalbaar laptopbeleid: wat bij schade, wie betaalt het toestel, mag het toestel mee naar huis ja/neen,…

Onderwijscentrum Gent - team Partnerschap school-gezin

  • zetten pro-actief in op het uitputten van de rechten van gezinnen in armoede. Tijdens de preventieve huisbezoeken in augustus wordt er bevraagd of de gezinnen over de boeken en het nodige materiaal beschikken. Indien nodig worden de mogelijkheden rond afbetalingsplannen bekeken of wordt er toegeleid naar het OCMW.
  • zetten in op het toeleiden van de leerlingen naar laagdrempelige, betaalbare buitenschoolse activiteiten. Indien de school instapt in een traject kostenbewustonderwijs ondersteunt de brugfiguur dit traject vanuit de bril van de ouders.

65

Sensibilisering rond aanwezigheid op school

Het is belangrijk dat kinderen voldoende aanwezig zijn op school. Niet alleen in functie van leerprocessen, maar ook omwille van de regelgeving en de gevolgen van afwezigheden.

Veel ouders in een kwetsbare positie zijn niet op de hoogte van de gevolgen van de afwezigheid van hun kind en komen daardoor nog meer in de problemen. Ze verliezen bijvoorbeeld het recht op schooltoeslag en de bijkomende kortingen die eraan vasthangen en/of het beslissingsrecht over of hun kind al dan niet mag overgaan naar het 1ste leerjaar.

  • Het gebruik van het codesysteem en de implicaties ervan zijn onduidelijk. De interpretatie en het gebruik van de codes verschilt ook van school tot school. Op sommige scholen krijg je al een B-code (onwettig afwezig) als je 5 minuten te laat bent, op andere scholen gaan ze er milder mee om en krijg je een L-code (te laat).

Het gebruik van de P-code[1] heeft een verschillende impact op het recht op schooltoeslag enerzijds en het beslissingsrecht over overgang naar het 1ste leerjaar anderzijds. Om recht te hebben op een schooltoeslag moet een kind van de derde kleuterklas minstens 290 halve dagen aanwezig zijn. Afwezigheden met een P-code worden hier meegerekend als aanwezige dagen. Om beslissingsrecht te hebben over of je kind naar het 1ste leerjaar kan overgaan of niet, moet je kind minstens 290 halve dagen aanwezig zijn. Hier wordt de P-code niet in rekening gebracht. De ouders van een kind dat tijdens de lesuren revalidatie volgt en voor de rest altijd komt, verliezen het beslissingsrecht.

[1] Afwezigheid om persoonlijke redenen. Dit wordt door de directie beslist. Hieronder valt bijvoorbeeld afwezigheden voor logopedie, revalidatie, …

Opvolging:

Psychologische dienst OCMW:

De psychologische dienst heeft een verhoogde waakzaamheid voor de aanwezigheid op school. Wanneer wij de problematiek zelf detecteren in lopende begeleidingen, of melding krijgen van spijbelproblematiek, doen wij een analyse van de situatie en een netwerkverkenning (wie is met wat reeds bezig). We verkennen de “oorzaken”, dynamieken van het spijbelgedrag. Op basis daarvan en eventuele gesprekken met ouder/kind schakelen we de best passende hulpverlening in voor ouder(s), gezin en/of jongere zelf.

 

Onderwijscentrum Gent - team Partnerschap school-gezin:

  • Brugfiguren zetten in op het informeren van ouders over het belang van onderwijs, het Belgische schoolsysteem en het daaraan gekoppelde codesysteem bij afwezigheden.
  • Daarnaast gaan ze in gesprek over de drempels die ouders ervaren om hun kind regelmatig naar school te sturen.

 

LOP basisonderwijs:

LOP-afspraak Gent basisonderwijs: alle scholen krijgen een mail na Kerst en Pasen om hen te wijzen op het belang van de kleuterparticipatierapporten die door AGODI worden overgemaakt aan de scholen. Hierop kunnen de scholen de aanwezigheden van hun kleuters opvolgen en een beleid organiseren ten aanzien van die kinderen waarvan ingeschat wordt dat ze niet aan de minimumnorm voldoende aanwezigheden zullen voldoen aan het einde van het schooljaar.

66

Onduidelijk aanbod studierichtingen secundair onderwijs®

Voor veel ouders en kinderen is het moeilijk om een studierichting te kiezen in de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. Eerstelijnshulpverleners en medewerkers van scholen geven vaak raad, maar ook voor hen is het landschap onduidelijk. De hervorming van het secundair onderwijs zorgt voor extra onduidelijkheid.

Opvolging:

Onderwijscentrum Gent - team onderwijs-arbeidsmarkt:

  • Infodag onderwijsloopbaan ter ondersteuning van CLB medewerkers & andere onderwijsprofessionals
  • Project beroepen in beeld: inzet op oriëntering en horizonverruiming
  • Topunt & OCG: de puzzel ‘de grote stap’

 

Onderwijscentrum Gent - team partnerschap school gezin

Brugfiguren proberen scholen te stimuleren in het opzetten van een traject op maat in de overgang van leerlingen van basis naar secundair. Dit op maat van het kind, rekening houdend met talenten en wensen,  en samen met de ouders. Het traject kan kort of lang zijn, naargelang de noden. We werken hiervoor samen met partners zoals het OLB-team van Topunt en het Beroepenhuis.

Scholen organiseren samen met het CLB laagdrempelige infomomenten voor ouders in een kwetsbare situatie met leerlingen in de derde graad van het basisonderwijs.

Brugfiguren ondersteunen ouders bij deze overgang door:

  • Met de ouders mee te gaan op schoolbezoek
  • Het aanbod samen met de ouders overlopen om hen inzicht te geven in de mogelijkheden, al dan niet op huisbezoek
  • Samen met de ouders naar het beroepenhuis gaan
  • Ouders ondersteunen met meld je aan

 

Groeiteam:

In het Groeiteam kunnen ouders terecht voor ondersteuning in het kiezen van een studierichting. Ze krijgen er uitgebreid uitleg over het hervormde secundair onderwijs. Het Team OnderwijsLoopbaanBegeleiding  (OLB) van Topunt vzw begeleidt ouders en kinderen in hun keuzeproces. Daarnaast geven zij ook algemene infosessies voor ouders en hebben ze een kennisbad in het trainingsplan ifv gedeelde onthaalfunctie voor gezinnen.  

67

Toegang hoger onderwijs te hoogdrempelig®

Het hoger onderwijs is onvoldoende toegankelijk voor mensen in een kwetsbare positie. Het voldoet niet aan de 5 b’s van toegankelijkheid (bereikbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, begrijpbaarheid en bruikbaarheid). Drempels zijn onder andere de veelheid aan inschrijvingsprocedures en – voorwaarden, de kostprijs en de onderwijsongelijkheid in het leerplichtonderwijs en tijdsdruk vanuit de VDAB en soms ook vanuit het OCMW.

Voorbeeld inschrijvingsvoorwaarden:

  • Er is een hoog taalniveau vereist om in te schrijven in het hoger onderwijs. Om dit te behalen is een opleiding academisch Nederlands nodig. De beschikbare beurzen van de Vlaamse Gemeenschap en Stad Gent zijn ontoereikend om alle studenten te ondersteunen om het benodigde taalniveau voor hoger onderwijs te behalen.
    Daarnaast zijn er te weinig mogelijkheden om het studietraject te combineren met een taaltraject. Tijdens het studietraject is er bovendien onvoldoende taalondersteuning mogelijk.
  • De voorwaarden voor het volgende academiejaar worden laattijdig bekendgemaakt, waardoor studenten zich niet op tijd kunnen voorbereiden. Amal (vroeger IN-Gent), HoGent, Artevelde, UGent en UCT (Universitair Centrum voor Talenonderwijs) bereiden tijdens het Voortraject Hoger Onderwijs jaarlijks 20 à 25 studenten voor op hun traject hoger onderwijs. De nood is echter hoger. Meer studenten zouden gebaat zijn bij een voortraject met behoud van uitkering.

Voorbeeld inschrijvingsprocedure:

  • Bij de inschrijvingsvoorwaarden staat dat het reeds behaalde diploma gelegaliseerd moet zijn, maar info over legalisatie is niet te verkrijgen bij de school.
Opvolging:

De Krook:

De Stap huist in de krook en kan doorverwijzen of adviezen formuleren. Laagdrempelige toegang.

68

Gebrek aan plaatsen in de kinderopvang

Er is te weinig plaats in de kinderopvang. Dat zorgt ervoor dat ouders thuis moeten blijven om voor de kinderen te zorgen. In veel sectoren is thuiswerk geen optie. Ouders wiens kinderen nergens terechtkunnen zijn soms genoodzaakt om hun job tijdelijk op te zeggen, bijvoorbeeld in de vorm van tijdskrediet. Dit zorgt niet alleen voor inkomensverlies, maar ook voor problemen in het kader van rechtenopbouw (vakantie, pensioen, …). Binnen het aanbod is er ook een tekort aan flexibele kinderopvang. Vaak moet je de opvang lang op voorhand aanvragen. Het is meestal ook niet mogelijk om je kind slechts voor enkele uren naar de opvang te brengen. In veel kinderopvanginitiatieven moet je kind minstens twee dagen per week naar de opvang. Dit probleem treft vooral mensen in een kwetsbare positie.

Opvolging:

70

Dienstverlening De Lijn

De dienstverlening van De Lijn is ontoegankelijk op verschillende vlakken:

  • Steeds meer lijnen en haltes worden geschrapt. Daardoor geraken mensen die minder mobiel zijn niet meer op hun bestemming.
  • De communicatie met De Lijn is ontoegankelijk. Telefoneren naar De Lijn kost veel geld en kan alleen via een centraal nummer. Je krijgt soms foutieve informatie over de dienstverlening (vb. over het verlaagd tarief).
  • Bij onderbrekingen van lijnen wordt er meestal geen alternatief voorzien. Er is bovendien een gebrek aan communicatie over de onderbreking.
  • Voor mensen die minder mobiel zijn is De Lijn fysiek moeilijk toegankelijk. Zij kunnen moeilijk opstappen op de bus door de hoge drempel t.o.v. het voetpad. Het actieplan vervoersarmoede plant een uitbreiding van het aantal toegankelijke haltes en biedt hier dus mogelijk (deels) een oplossing. Veel buschauffeurs vertrekken ook meteen na opstap, voordat mensen kunnen gaan zitten.

Bovendien gebeurt de ticketcontrole op een manier die soms bedreigend overkomt en daardoor agressie uitlokt.

Opvolging:
  • Wat betreft de schrapping van haltes: De Lijn Flex vangt de haltes op die niet langer bediend worden. Er circuleert ook veel misinformatie over lijnen en haltes die niet langer bediend zouden worden.  In totaal kennen er een kleine 50 haltes niet langer reguliere bediening, maar deze zijn opgenomen in het Flex-vervoer (op reservatie). Daar staat tegenover dat op de andere lijnen en haltes er vaak frequentere bediening is en een veel grotere amplitude. Bovendien zijn er tientallen flex-haltes bijgekomen op plekken waar voorheen géén openbaar vervoer aanwezig was. Alle bestaande haltes blijven dus bediend door het openbaar vervoer, maar sommige niet langer op reguliere basis.

    Stad Gent verzamelde eind 2023/begin 2024 signalen over het nieuwe net van De Lijn bij burgers en organisaties. Die signalen werden gebundeld in een overzichtsdocument, en overgemaakt aan De Lijn. Daarin wordt met aandrang gevraagd om werk te maken van volgende punten:

Samenvatting knelpunten & bijsturingen

  • Het flexnet functioneert niet als vangnet voor wie niet aan het kernnet/aanvullend net geraakt. De onbetrouwbaarheid van het systeem tast de autonomie van veel bewoners aan: zij kunnen hun leven niet meer plannen omdat ze afhankelijk zijn van de te beperkte beschikbaarheid van de flex-bus. Doordat ze niet kunnen rekenen op een flexbus binnen een acceptabele tijd na reservatie, is het bvb. niet mogelijk om een specialist in het ziekenhuis te bezoeken.

    1. De werking van de Hoppincentrale en de reisplanner moeten beter.
    2. Er zijn meer voertuigen nodig om de doelstellingen waar te maken.
    3. De responstijd moet gereduceerd worden tot 30 minuten om betrouwbaar te zijn.
  • In Mariakerke rond de Driesdreef/Beekstraat/Zuidbroek en de wijk Luchteren is het openbaar vervoer-aanbod onvoldoende om een minimale bereikbaarheid te kunnen garanderen aan (kwetsbare) inwoners en de gebruikers/bezoekers van de verschillende school- en zorgvoorzieningen (LUCA campus Ter Beken, GO! Atheneum, WZC Zuiderlicht, De Karrekol, De Bries, De Boon, Pleegzorg Oost-Vlaanderen, De Ceder).
    1. Onderzoek of de frequentie van lijn 681 verhoogd kan worden.
    2. Onderzoek of de route van lijn 681 via de Gavergrachtstraat kan in plaats van de Bosstraat.
    3. Onderzoek of lijn 50 in Luchteren kan rijden met varianten: variant Catriestraat en variant Mariakerksesteenweg.
    4. Onderzoek of het oorspronkelijke plan om een shuttle in Mariakerke in te leggen alsnog uitgevoerd kan worden. Onderzoek daarbij of de oorspronkelijk voorziene lus moet doorgetrokken worden tot Heiebree of tot aan portaal Parkbos.
  • Het model waarin mensen vaker moeten overstappen werkt penaliserend. Veel gebruikers ervaren het als moeilijk of lastig en geven aan dat ze langer onderweg zijn. Op sommige plekken zijn basisvoorzieningen hierdoor moeilijker bereikbaar.
    1. Onderzoek of lijn 50 via Drongen-Centrum kan rijden. De overstap aan Drongen Rotonde werkt als een drempel, verschillende senioren gaven aan dat zij de rotonde (2x2+2 rijstroken) niet durven oversteken en daarom niet meer naar het centrum van Drongen komen.
  • Neem bestemming Crematorium opnieuw op in het kernnet, zolang De Lijn Flex niet de vereiste betrouwbaarheid biedt qua beschikbaarheid en responstijd.
  • Tickets & tarifering
    1. Een ticket moet geldig zijn voor de hele rit, zeker als de verplaatsing geboekt is via de Hoppincentrale. De geldigheidsduur van 60 minuten is onvoldoende nu gebruikers met het nieuwe net vaker moeten overstappen.
    2. Ticket- en abonnementsintegratie tussen trein en bus is nodig om de uitgangspunten van basisbereikbaarheid betaalbaar te houden voor gebruikers. Op verschillende trajecten worden reizigers nu naar een combinatie van bus en trein verwezen, wat een extra abonnement met zich meebrengt.
  • Communicatie
    1. Maak dat de halte-informatie klopt. Maanden na invoering zijn er nog steeds haltes waar de oude dienstregeling ophangt.
    2. Integreer de hoppin-reisplanner & De Lijn reisplanner. En op termijn ook de reisplanner van nmbs.
  • Verbeter de toegankelijkheid van de informatie, zowel voor mensen met een visuele handicap als voor mensen die niet digitaal vaardig zijn.

     

  • Wat betreft de communicatiekanalen van De Lijn: We hebben gepleit voor een 0800-nummer voor informatie over het nieuwe net, dat is er ook gekomen. Weliswaar tijdelijk. Ook de hoppincentrale waar je vanaf januari 2024 al je ritten kunt boeken, is een 0800-nummer. De foute informatie is een pijnpunt dat we vanuit de stad helaas enkel maar kunnen signaleren.
  • Wat betreft alternatieven en communicatie bij onderbrekingen van lijnen: Dat klopt. We spreken De Lijn geregeld aan op de gebrekkige communicatie. We stellen ook vast dat veel van de onderbrekingen door werken van de stad of in opdracht van de stad veroorzaakt worden. Maar dat vanuit de stad zelden budget voorzien wordt om alternatieven te voorzien.
  • Wat betreft de ontoegankelijkheid van de haltes: We zijn stelselmatig maar traag (beperkt budget) zoveel mogelijk haltes toegankelijk aan het aanleggen.
  • Wat betreft het dreigend overkomen van de ticketcontrole: We horen ook het omgekeerde signaal, vanuit De Lijn en de gemeenschapswachten, nl. dat ze veel agressie ervaren, ook zonder ticketcontroles. Bvb. omdat de bus te laat is, of wacht op het vertrekuur, of te druk is,… Er zijn nog altijd Gentenaars die geen vervoersbewijs willen kopen of scannen, helaas. Waardoor controles nodig blijven.

72

Fietsen in Gent®

Het circulatieplan stimuleert Gentenaren om de fiets te kiezen als vervoersmiddel. Er zijn echter veel mensen in een kwetsbare positie voor wie fietsen in het stadsverkeer niet vanzelfsprekend is. Bijvoorbeeld voor nieuwkomers in de grootstad, ouderen, kinderen die voor het eerst met de fiets naar school gaan, mensen met een beperking, studenten, ... Het nieuwe actieplan vervoersarmoede[1] speelt hierop in en zou het aanbod fietslessen in Gent uitbreiden.

[1] Dienstoverschrijdende werkgroep vervoersarmoede Stad Gent (2022) Actieplan vervoersarmoede 2021 – 2025 (https://stad.gent/sites/default/files/media/documents/20221020_NO_Actie…)

Opvolging:

Al meer dan 10 jaar fietslessen voor volwassenen door Stad Gent ism de wijkgezondheidscentra

De Stad Gent (Sportdienst) ism de Gentse wijkgezondheidscentra organiseren al sinds 2012 fietslessen voor volwassenen. Het aantal lessenreeksen is in de loop der jaren gestegen.

Sinds 2019 is EVA De Fietsambassade Gent vzw mee actief. Sinds 2021 is hun rol actiever en sinds januari 2023 nemen ze de rol van de Sportdienst volledig over.

Actieplan vervoersarmoede 2021-2025

Sinds 2021 wordt i.k.v. het actieplan vervoersarmoede 2021-2025 beslist om het aantal lessenreeksen kwantitatief en kwalitatief te versterken.

Ten eerste, de vraag naar fietslessen is hoog (zelfs zonder al te veel reclame te maken), dus het actieplan heeft de ambitie om het aantal lessenreeksen te verhogen. Dit is niet eenvoudig, omdat de lessen grotendeels afhangen van vrijwillige lesgevers, de voorraad lesfietsen met klein kader en het vinden van goede locaties in de wijken waar lessen kunnen doorgaan maar waar ook de lesfietsen tijdens de 10 weken-lessenreeks gestockeerd kunnen worden. Tussen 2021 en 2023 zijn het aantal lessenreeksen per jaar verhoogd van 8 naar 10. Elke lessenreeks duurt 10 weken (1 les per week). Er is een maximum van 15 deelnemers per lessenreeks. Sommige mensen blijven helaas lang in de wachtlijst staan, omdat ze weinig geschikte momenten hebben waarop ze kunnen deelnemen. Er wordt altijd al sterk rekening gehouden met een spreiding van lessen over dagdelen, weekdagen en periodes in het jaar. Ook hier blijven we verder op inzetten: er wordt bijvoorbeeld momenteel gekeken of er in de toekomst een lessenreeks mogelijk is in het weekend.

Ten tweede, er wordt stevig ingezet op kwaliteitsverhoging, met:

  • een nieuwe lessenreeks sinds 2020, “gevorderd: fietsen in de stad”, voor zij die na de basisreeks nog extra oefenkansen kunnen gebruiken om vol zelfvertrouwen de fiets te nemen in de stad en voor het dagelijkse leven.
  • Begin 2022 werd een fietsambassadeur (‘fietscoach’) aangeworven die 1-op-1 begeleiding en informatie geeft.
  • Er is een les basisonderhoud toegevoegd aan de lessenreeks, gegeven door een fietstechnieker
  • Het educatief materiaal werd verder uitgewerkt (basis verkeersregels, fietsspelletjes voor kinderen, infobox met sloten e.d.). De info over diefstalpreventie, fietsonderhoud, herstel, fietsaankoop en fietsroutes wordt door de Fietscoach gegeven verspreid over de lessenreeks: proefondervindelijk werd gekozen om dit op te delen in behapbare korte stukken en het over de lesdagen te spreiden.
  • Voor de uitbreiding is extra ingezet op de werving en ondersteuning van vrijwilligers: In 2023 zijn er 14 nieuwe vrijwilligers geworven, werkte de Fietsambassade een ‘train the trainer’ uit en organiseerde ze regelmatig uitwisselingsmomenten met de vrijwilligersploeg.
  • De vloot lesfietsen werd vergroot parallel met de uitbreiding van de reeksen: er werden 25 nieuwe lesfietsen (met klein kader) aangekocht.

Begin 2023 werd een “verantwoordelijke fietslessen” aangeworven om de uitbreiding en kwaliteitsverhoging op poten te zetten, te blijven garanderen en coördineren.

Uitbreiding in najaar 2023 en verder: 

  • In het najaar van 2023 organiseren we voor het eerst twee extra lessenreeksen in samenwerking met andere organisaties (bovenop het reguliere aanbod van 10 lessenreeksen i.s.m. De Wijkgezondheidscentra)
  • 10 lessen niveau 1 i.s.m. Fedasil (Renoboot)
  • 10 lessen niveau 1 i.s.m. Dienst Sociale Economie

In 2024 worden ook extra lessenreeksen gepland, o.a. in samenwerking met SAAMO. Op deze manier kunnen we het aanbod uitbreiden en meer voldoen aan de grote nood aan fietslessen.

Op deze uitbreiding zit echter ook een limiet met de huidige beschikbare lesfietsen, vrijwilligers en personeelsinzet. De combinatie tussen enerzijds fietslessen in verschillende wijken en anderzijds een centrale plek die als ‘Fietsschool’ kan fungeren, zou kansen kunnen bieden om de capaciteit nog te verhogen. Deze centrale plek vinden vergt echter een langetermijntraject en dient aan het bestuur voorgelegd te worden en is niet op de korte termijn mogelijk.

  • In november 2023 gaan de eerste lessenreeksen fietsles voor kinderen van start i.s.m. verschillende scholen in Gentbrugge en Nieuw-Gent (4 reeksen van 3 lessen).
  • In oktober 2023 organiseren we een eerste fietssessie ‘veilig elektrisch fietsen voor 50-plussers’ i.s.m. LDC De Regenboog.

 

Fietscoach als aanspreekpunt voor fietsvragen

Wie specifieke vragen of noden heeft rond fietsen in Gent, kan terecht bij de Fietscoach. Bijv. voor advies over een fiets kopen/huren/delen + toeleiding naar tweedehandsaanbod van De Fietsambassade (al dan niet met kansentarief), toeleiding naar fietslessen, fietstaxi, een fietsbuddy die samen met jou op weg gaat, leuke en veilige fietsroutes in en rond Gent ontdekken, infosessies voor intermediairen. De deelnemers van de fietslessen krijgen ook van de fietscoach info over diefstalpreventie, fietsonderhoud en -herstel, fietsaankoop,… en kunnen ook nadien terecht bij de Fietscoach als aanspreekpunt.  

Fietstaxi voor minder mobiele personen in Gent

De fietstaxi van De Fietsambassade vervoert minder mobiele personen in Gent met 6 riksja’s en 1 rolstoelfiets. De fietsers zijn vrijwilligers, met een focus op nieuwkomers. Wie zich moeilijk zelfstandig kan verplaatsen kan beroep doen op de fietstaxi voor korte verplaatsingen van deur tot deur (bijv. kappersafspraak, familiebezoek, plezierritje,…). Een enkele rit kost 2,50 euro. Sinds de opstart mei 2022 en juli 2023 deed de fietstaxi 5837 ritten, met een gemiddelde afstand van 2 km.

73

Parkeerbeleid

Parkeren in Gent is erg duur sinds het vernieuwde parkeerbeleid. Dat heeft vooral een impact op mensen in een (financieel) kwetsbare positie. Eerstelijnswerkers merken op dat het parkeerbeleid ervoor zorgt dat sommige mensen nog amper bezoek, mantelzorg, (poets)hulp of klusjesdiensten ontvangen door de hoge parkeerkosten. Het lijkt dus eenzaamheid in de hand te werken.

Gentenaren die in de rode en oranje parkeerzone wonen krijgen elk jaar 12 gratis bezoekerstickets, waarmee bezoek gratis kan parkeren. Dit is echter onvoldoende door het beperkte aantal en doordat het enkel tussen 19u en 23u geldig is.

Opvolging:

We erkennen dat de tarieven van parkeren gestegen zijn. Wel is het zo dat de tarieven in de parkeergebouwen steeds lager zijn dan op straat, zodat bezoekers aangezet worden om daar te parkeren, indien dit voor hen mogelijk is.

De stad biedt een parkeervergunning voor zorgverstrekkers en mantelzorgers: Als mantelzorger, zorgverstrekker of erkende zorgorganisatie kan je een parkeervergunning aanvragen. Deze kost 100 euro voor een jaar. Daarmee kan je de hele dag overal in Gent gratis op straat parkeren met je parkeerschijf. Je mag maximaal 2 uur op dezelfde plaats staan. Ga hiervoor naar www.stad.gent en typ de zoekterm “parkeervergunning mantelzorger” of rechtstreeks naar Parkeren voor zorgverstrekkers | Stad Gent.

Voor andere diensten aan huis voorzien we momenteel geen voordelige parkeertarieven. Al erkennen we dat deze nood er is. We willen hier graag de komende jaren een visie en beleid rond maken, mits goedkeuring van het bestuur.

74

Parkeerplaats voor mensen met een beperking

Het aantal parkeerplaatsen in Gent is beperkt voor mensen met een beperking. Ze hebben enkele voorbehouden plaatsen, meestal dichtbij de ingang van diensten en zorgvoorzieningen. Als deze plaatsen ingenomen zijn is het voor mensen met een beperking vaak moeilijk om een andere plaats te vinden die dicht genoeg ligt bij de plek waar ze moeten zijn.

De voorbehouden plaatsen voor mensen met een beperking zijn vaak ook niet aangepast. Er is te weinig plaats om vlot te manoeuvreren of de rolstoel uit te laden.

Opvolging:

We zullen in 2024 de huidige parkeerplaatsen voor personen met een handicap screenen naar locatie, aantal en mate van integrale toegankelijkheid om deze aspecten te verbeteren en richtlijnen uit te schrijven die we bij aanleg direct kunnen hanteren.

75

Nood aan een lijnpas voor de begeleiders van kinderen zonder wettig verblijf®

Kinderen zonder wettig verblijf tussen 6 en 15 jaar kunnen een gratis abonnement van De Lijn krijgen. Hun begeleiders (o.a. ouders) hebben meestal geen recht op een gratis lijnpas. Als de begeleider zelf ook in een kwetsbare positie zit, is die vaak niet in staat om te betalen voor het busvervoer. Voor kinderen zonder wettig verblijf die niet alleen kunnen reizen omdat ze vb. te jong zijn, blijft de drempel om het openbaar vervoer te nemen naar de school, zorgvoorziening of vrijetijdsactiviteit daardoor vaak hoog.

Het goedgekeurde actieplan vervoersarmoede[1] voorziet een lijnpas voor één van de ouders zonder wettig verblijf om hun kleine kinderen te begeleiden naar school. Ze betalen dezelfde prijs als mensen met een verhoogde tegemoetkoming (43 euro voor een abonnement). Dit vormt een deel van de oplossing.

[1] Dienstoverschrijdende werkgroep vervoersarmoede Stad Gent (2022) Actieplan vervoersarmoede 2021 – 2025 (https://stad.gent/sites/default/files/media/documents/20221020_NO_Actie…)

Opvolging:

Vanaf 1 december 2023 kunnen mensen zonder wettig verblijf een voordelig lijnabonnement krijgen, als ze een kind hebben tussen 0 en 11 jaar én in Gent wonen. Met de maatregel wil de Stad de zorg- en onderwijskansen van jonge kinderen vergroten, kansen geven op een duurzame toekomstoriëntering en het risico op zwartrijden vermijden.

Voor wie?

  • Voor 1 ouder per gezin
  • De gebruiker zelf betaalt 46 euro voor het abonnement (dezelfde prijs als de bestaande sociale abonnementen van De Lijn).
  • Deze actie loopt voorlopig tot 30 november 2025.
  • De aanvraag van het abonnement gebeurt NIET door de ouder zelf, maar door ‘de aanvrager’, dat zijn de aangeduide instanties die in nauw contact staan met de doelgroep. Dat is:
    • 1) brugfiguur/schoolmedewerker van de school waar het 3-11 jarige kind van deze ouder school loopt,
    • 2) 1 van de 3 Gentse inloopteams waar de ouder van het 0-3 jarige kind naar doorverwezen wordt door Kind & Gezin. De inloopteams zijn: De Sloep i-mens vzw, Inloopteam Nieuw-Gent i-mens en Wiegwijs vzw.

76

Recht op tolken®

Anderstalige burgers die een tolk nodig hebben om gebruik te maken van hulp- of zorgverlening, zijn daarvoor afhankelijk van de organisatie die de zorg of hulp aanbiedt. Veel organisaties en zorgverstrekkers werken niet met een tolk omwille van een aantal drempels: 

  • Er is een tekort aan tolken. Het gaat zowel over een algemeen tekort als over een extra tekort in bepaalde talen. Het tekort is het grootst in de talen Bulgaars, Turks, Slowaaks, Pashtoe, Modern Standaard Arabisch, Somali en Tigrinya. Er is geen aanbod voor Twi.
  • De kostprijs om een tolk in te schakelen is heel hoog voor een organisatie of zorgverlener. Ook al betaalt Stad Gent een deel van de tolkuren.
  • Het vraagt administratie en extra tijdsinvestering om te werken met tolken. Daar is geen ruimte voor door de hoge druk op de eerste lijn (zie ook signaal 6. Druk op de eerstelijn).
  • Er zijn ook zorg- of hulpverleners die niet met een tolk willen werken, bijvoorbeeld omdat ze daar geen ervaring mee hebben.

Door deze drempels hebben anderstalige nieuwkomers vaak niet de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen van een tolk tijdens de hulpverlening. Ze zoeken zelf oplossingen en nemen bijvoorbeeld terug hun kind mee als tolk (zie signaal 64 uit 2016 Spijbelen om te tolken). Dat is vaak geen goed alternatief omwille van ruis op de vertaling, ethische kwesties en afwezigheid op school. Tolken zijn een essentiële ondersteuning om anderstaligen toegang te verlenen tot hulpverlening.

Opvolging:

77

Wildgroei van taalvoorwaarden voor anderstalige nieuwkomers

Verschillende sectoren stellen taalvoorwaarden om deel te nemen aan bepaalde activiteiten (vb. inschrijving in het hoger onderwijs, job als taxichauffeur). Doordat elke sector zijn eigen voorwaarden stelt, moeten nieuwkomers verschillende taaltesten afleggen. Bovendien gaat niet elke instapvoorwaarde gepaard met een duidelijk overzicht van welke taalcertificaten eraan gekoppeld zijn.

Voorbeelden:

  • Voor cursisten bij LIGO bestaat een uitzondering binnen het inburgeringstraject: om het inburgeringsattest te behalen, is het voldoende om A1 schriftelijk en A2 mondeling te behalen. Het inburgeringsattest geldt normaal gezien als 'taalvoorwaarde voldaan' binnen de nationaliteitsprocedure. Doordat op de nieuwe inburgeringsattesten staat dat iemand A2 schriftelijk niet behaald heeft, wordt dit inburgeringsattest alsnog niet overal aanvaard als element in de nationaliteitsprocedure.
  • De nieuwe taalvoorwaarde om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning (zie ook signaal 14. Wooncrisis).
Opvolging:

78

Drempels naar werk op maat voor nieuwkomers

Nieuwkomers ervaren drempels naar werk op maat door talige en administratieve drempels en discriminatie. In de begeleiding naar een job worden ze vaak gestimuleerd om een knelpuntberoep (vb. poetshulp, zorgkundige, ...) uit te oefenen. Hierbij wordt te weinig rekening gehouden met hun competenties of interesses.

Opvolging:

Antwoord VDAB:

VDAB vertrekt vanuit het duurzaamheidsprincipe, maar daarbij krijgt de klant steeds de keuze - indien de klant er toch voor kiest om snel aan de slag te gaan heeft dit meestal wel impact op het soort werk, maar bij een hoge financiële nood is dit vaak de enige optie. Daarbij houdt VDAB ook steeds rekening met de competenties van de klant, en wordt er ook standaard diplomagelijkschakeling aangevraagd, zodat werken op niveau mogelijk wordt. 

Verder heeft VDAB een vernieuwd taalbeleid, wordt er ondersteuning qua taal geboden tijdens de opleiding, en werken we met een nieuwe tender jobhunting. Tevens zet VDAB versterkt in op het toegankelijk maken van de opleidingen voor klanten van de Intensieve Dienstverlening. 

Ook met de werkgevers is VDAB een weg aan het afleggen, ervaring leerde dat er vaak te hoge taaleisen gesteld werden in de vacatures. Via NT2 hopen we dit te remediëren met job- en taalcoaching, taal en tewerkstelling, maar ook met de nieuwe oproep inclusieve werkvloeren. 

Er is dus heel wat in beweging en langzaam maar zeker worden oude drempels weggewerkt. Belangrijk is wel te onthouden dat er op elk moment al zoveel mogelijk rekening gehouden werd met competenties en interesses van de klant.

Antwoord Dienst Werk en Activering - Stad Gent:

In 2021 werden praktijktesten georganiseerd m.b.t. discriminatie op de Gentse arbeidsmarkt anno 2021; na de eerste testronde – op sectorniveau (rapport 18 juni 2021) - volgt een tweede testronde – op individueel bedrijfsniveau -  de resultaten van deze tweede testronde zijn op vandaag nog niet gekend.

Uit de eerste testronde van 2021 is gebleken dat mensen met een migratieachtergrond discriminatie ondervinden. Zij ontvangen een zesde (16%) minder uitnodigingen, ook al beschikken zij over een even sterk profiel en cv. De discriminatie was duidelijker bij Turkse namen dan bij Marokkaanse namen en bij mannen in vergelijking met vrouwen.

Na deze eerste testronde zijn enkele sensibiliserende acties gevolgd met de sectoren (bv. de netwerklunch ‘honger naar inclusie’ in samenwerking met Hands on Inclusion en met enkele getuigenissen van werkgevers, de business game in samenwerking met Unizo, de workshop onbewuste vooroordelen voor recruiters in samenwerking met UPOP). Jobroad organiseerde nog niet zo lang geleden de Blind Date Resto waarbij anderstaligen en werkgevers met openstaande vacatures op informele wijze konden kennismaken tijdens een walking dinner.

Acties in de toekomst:

Vanaf 2024 zal duidelijk zijn welke partnerschappen inclusieve werkvloeren (oproep 59 Europa WSE) aan de slag gaan. Daarin wordt afgestapt van het louter sensibiliseren en zullen werkgevers ook echt opgeroepen worden tot actie en tewerkstelling van kwetsbare profielen(waaronder nieuwkomers, personen -en meer specifiek- vrouwen met migratieachtergrond). Vanuit de Dienst Werk en Activering en in samenwerking met VDAB en verschillende partners, o.a. van Gent, stad in werking, zullen we lokaal linken leggen.