Vlaamse overheid

1

Armoede blijft toenemen

Armoede blijft ook in Gent toenemen.  Vrijwel elke welzijns- en gezondheidswerker die er oog voor heeft, komt in confrontatie met signalen van armoede. Kinderen zijn in toenemende mate slachtoffer van armoede.

Voorbeelden uit het jeugdwelzijnswerk:

  • Kinderen dragen onverzorgde, vuile, niet seizoensgebonden of kapotte kledij. Ze komen naar de werking zonder vieruurtje en op uitstap hebben ze geen lunchpakket mee.
  • Meer en meer gezinnen kunnen het pasje van JONG niet betalen, hun kinderen niet laten deelnemen aan activiteiten die slechts € 1 kosten, boetes of vergoeding voor stukgemaakt of kwijtgeraakt speelgoed in de spelotheek niet (onmiddellijk) betalen. Daardoor lenen ze geen speelgoed meer uit of nemen ze niet meer deel aan activiteiten.
  • De vele aanvragen voor vrijetijdsparticipatie aan kansentarief  tonen aan dat er veel gezinnen zijn die moeten rondkomen met een laag inkomen.
  • Gemotiveerde en geïnteresseerde jongeren-monitoren hebben niet genoeg geld om middageten te kopen en vervangen dit door energiedranken. Ze kunnen niet deelnemen aan gratis animatorenactiviteiten omdat ze geen geld hebben om het openbaar vervoer te betalen.
  • Ook in de meisjeswerking zien we dat een groot deel van hen opgroeit in een vicieuze cirkel van armoede. Armoede bij de meisjes is meer dan alleen een gebrek is aan geld. Het bemoeilijkt hun levenskansen, huisvesting en gezondheid. Voor veel meisjes is studeren geen optie. Sommigen moeten zich redden met een zak chips als maaltijd. Dit alles heeft grote impact op hun psychische en fysieke gezondheid. We zien dat net deze gezinnen geen gelijke toegang krijgen/hebben tot adequate huisvesting. Hierdoor wonen velen in slechte woningen en in ongezonde en onveilige omstandigheden (vochtproblemen, gebrekkige elektriciteit, geen/weinig verluchting, krakkemikkige geisers, aanwezigheid van ongedierte…). De meisjeswerkingen zetten in op hulp bij het zoeken naar een woning. Dit is geen sinecure, gezien het moeilijke en complexe statuut van enkele gezinnen.
  • Heel veel minderjarige daklozen (een 250-tal kinderen en jongeren) komen bij de trajectbegeleiders van vzw JONG aankloppen om eten. De tieners die nu dakloos zijn, dwalen ’s nachts rond op straat en stelen om te overleven. De jongeren worden echt aan hun lot overgelaten. Ze zijn hier al wel een aantal jaar, maar gaan door omstandigheden niet naar school. Zo leren de jongeren geen Nederlands en raken ze moeilijk geïntegreerd.
  • Cijfergegevens bevestigen deze voorbeelden:

    In 2016 bedroeg het Belgisch armoederisico 17,2% bij de -15-jarigen en 21,2% bij de 16 tot 24 jarigen. Bron: EU-SILC 2016

    Het aandeel geboorten in kansarme gezinnen bedroeg 22,8%  in 2017 en was nooit eerder zo hoog. Bron: Kind en Gezin

Vanuit de regie armoede is het bestrijden van kinderarmoede al enkele jaren een prioriteit. Toch merken ook wij dat steeds meer gezinnen de eindjes niet aan elkaar geknoopt krijgen.  We bekijken kinderen en jongeren binnen hun gezinscontext, om zo hun gezinnen structureel te ondersteunen en generatiearmoede te voorkomen en bestrijden.   Voor een overzicht van alle acties die rond (kinder)armoede  in de afgelopen jaren gebeurden kan je de rapportage van het armoedebeleidsplan raadplegen, zie armoedebeleidgent.be.  

Een aantal belangrijke verwezenlijkingen in 2018 willen we hier wel even belichten: 

Via het systeem van Aanvullende financiële hulp werd in 2018 meer dan 1,5 miljoen euro herverdeeld om gezinnen dichter bij of tot op de armoedegrens te brengen. In 2018 ontvingen 873 gezinnen met minderjarige kinderen op jaarbasis gemiddeld 785 euro extra per huishouden. 

Met het project Kinderen Eerst, waar maatschappelijk werkers aan de slag gaan binnen de schoolmuren met de hoogste vertegenwoordiging van indicatorleerlingen, werden 315 gezinnen bijkomend ondersteund om hun rechten uit te putten. Dit project wordt nu structureel verder gezet. 

De toegang tot gezonde voeding werd vergroot via de ondersteuning via foodsavers voor verschillende initiatieven die kinderen, jongeren of gezinnen met kinderen bereiken.

Via PASOA (fonds participatie en sociale activering) en de Uitpas werd verder gewerkt aan het weghalen van de financiële drempels voor vrije tijd.  

Kinderen én jongeren in armoede willen we ook in een komend armoedebeleidsplan als prioritaire doelgroepen naar voor schuiven. 

2

Hoge drempel naar residentiële en ambulante psychische zorg®

De drempel naar residentiële en ambulante psychische zorg is zeer hoog. Dit komt door de lange wachttijden, de hoge prijs, en de hoogdrempelige aanmeldingsprocedure. Enkele hindernissen bij aanmelding: brief met datum en uur voor intakegesprek, geen tolk bij eerste gesprek noch bij therapeutische gesprekken, meerdere keren terug moeten inbellen vooraleer je kan komen, …. Dit signaal geldt zowel voor jongeren als voor volwassenen. De stap naar hulp is bovendien extra moeilijk voor mensen met een dubbele diagnose omdat ze niet in een vakje passen.

  • Casus: In een gezin met een meervoudige problematiek stelt men bij Walter nu ook een psychiatrische problematiek vast. Psychiatrische begeleiding aan huis is voor hen de enige oplossing. Dit is slechts mogelijk voor een beperkte tijd, en niet totdat er een meer langdurige hulpverlening opstart. Het gezin kan de drempels naar psychische hulp in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg niet overwinnen: enorme angst voor de verplaatsing, financiële moeilijkheden, de voorwaarden voor hulp, …. Walter krijgt dus geen hulp en de situatie gaat snel achteruit. Er volgt een reeks opnames in psychiatrische centra. Zijn relatie overleeft dit niet, en hij kampt nu ook met suïcidegedachten.
  • In Gent was de wachttijd tussen aanmelding in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg en het eerste intakegesprek  in 2016 al opgelopen tot 29 dagen.  Bron: Stadsmonitor 2017

11

Discriminatie in de gezondheidszorg door 2 snelhedensysteem

Mensen kunnen sneller bij een specialist terecht aan dubbel of driedubbel (niet-geconventioneerd) tarief. Een consultatie bij deze specialist aan het normale (geconventioneerde) tarief kan echter pas na enkele maanden.

Daarenboven verwijzen specialisten kwetsbare mensen vaak door naar dezelfde ziekenhuizen (vooral Jan Palfijn). Dit zorgt voor stigmatisering en categoriale zorg, overbelasting van de artsen en sociale dienst, extra lange wachttijden, … .

Specialisten (ook in ziekenhuizen), tandartsen en labo’s zijn op sommige momenten geconventioneerd en op andere niet. Dat is niet altijd duidelijk voor de mensen. Het gevolg is dat ze voor onaangename financiële verrassingen staan wanneer ze de rekening van hun consultatie of onderzoek ontvangen.

  • Mensen met een migratie-achtergrond gaan daardoor soms naar de dokter in hun land van herkomst. Daar betalen ze extra omdat de ziekteverzekering voor sommige handelingen (vooral voor tanden, ogen en esthetische ingrepen) geen tegemoetkoming voorziet. Bovendien is de zorg vaak niet voldoende of slecht en blijkt nazorg toch noodzakelijk.

Een overleg met de sociale diensten van de Gentse ziekenhuizen leert ons alvast het volgende:

  • De derdebetalersregeling wordt standaard toegepast bij mensen met een Verhoogde Tegemoetkoming en uitzonderlijk bij mensen in een financiële noodsituatie. Zij betalen dan enkel remgeld (3 euro), ook mensen met statuut chronisch zieke betalen enkel opleg (12 euro).  Een financiële noodsituatie moet echter wel eerst goedgekeurd worden op basis van een sociaal onderzoek door de sociale dienst.
  • Bij AZ Jan Palfijn werken alle artsen aan het conventietarief. Veel artsen zijn wel deeltijds geconventioneerd en hebben buiten het ziekenhuis een privépraktijk waar ze niet-geconventioneerd werken.
  • De Huisartsenvereniging contacteerde de andere ziekenhuizen om op vraag van de huisarts bij doorverwijzing toch aan het conventietarief te werken als de huisarts inschat dat dit nodig is bij die patiënt. AZ Sint-Lucas reageerde positief op de vraag. Ook AZ Maria Middelares reageerde hier positief op en spoort artsen aan dit toe te passen, maar zij zijn hier wel vrij in.

Dit signaal zal nog geagendeerd worden ter bespreking  op de Gezondheidsraad.

21

Ernstige gevolgen nijpend tekort betaalbare kwalitatieve woningen®

Schaarste aan betaalbare kwalitatieve woningen werkt discriminatie in de hand van al wie ‘anders’ is: jongeren, niet-begeleide minderjarigen en vluchtelingen, mensen met migratieachtergrond, mensen met een vervangingsinkomen, mensen met psychische problemen, (grote) gezinnen en/of erkende vluchtelingen die met hun gezin zijn herenigd. Praktijktesten helpen in de strijd tegen discriminatie, maar lossen de schaarste niet op. 

Voorbeelden:

  • Bepaalde immokantoren bouwen een drempel in en vragen een voorschot tot € 500 om een woning te mogen bezichtigen.
  • Rechten die gepaard gaan met het hebben van een officieel adres komen in het gedrang (zie signaal 60).
  • Er wordt misbruik gemaakt van de precaire situatie van mensen die geen woning vinden (huisjesmelkerij, wonen bij je werkgever, teveel betalen, …).

Anderzijds zijn de kwaliteitsnormen voor het verhuren van een woning zodanig hoog dat ze mensen in armoede uitsluiten.

  • Wat voor ons een slechte woning is, is dit niet altijd in de perceptie van vluchtelingen of van mensen die in armoede leven. Een slechte woning is nog altijd beter dan geen woning.
  • Het stadsbestuur zet verder in op uitbreiding en kwaliteitsverbetering  van de sociale huisvesting.
  • Het nieuwe stadsbestuur zet in op een verdubbeling van het aantal woningen verhuurd door het Sociaal Verhuurkantoor en op een verdriedubbeling van het aantal woningen verhuurd door het stedelijk huurkantoor Huuringent vzw à verhoging van het aanbod aan betaalbare, kwalitatieve woningen met woonzekerheid. Deze woningen worden toegewezen op basis van objectieve criteria, discriminatie is uitgesloten.
  • Verderzetting van de Taskforce Wonen
    • In samenwerking met het middenveld inzetten op het uitbreiden van het aanbod (opvang, tijdelijke woonvormen en structurele huisvesting) en begeleiding voor kwetsbare doelgroepen.
    • Hierbij de shift maken van opvang naar housing first (project Roof).
    • Project Vesalius: 13 kamers voor erkende vluchtelingen/subsidiair beschermden in woonnood en 5 kamers voor time-outers (daklozen met bijzondere zorgnood waardoor ze niet terecht kunnen in de bestaande opvanginitiatieven).
  • Verderzetting van de praktijktesten in de strijd tegen discriminatie op de huurmarkt, met uitbreiding van de doelgroepen (migratie-achtergrond, seksuele geaardheid, …)
  • De Stad Gent is niet bevoegd voor woningkwaliteitsnormen, dit is Vlaamse regelgeving. De kwaliteitsnormen voor woningen zijn een absoluut minimum voor een veilige en gezonde van de woning en zijn er om bewoners te beschermen (niet uit te sluiten). Afwijken van deze minimale normen is niet wenselijk.

Zie ook verslag gezamenlijk forum 16 mei 2019

25

De kwaliteit van sociale woningen ondermaats®

De kwaliteit van de sociale woningen is soms ondermaats.

Geen warm water of verwarming

  • Casus Nieuw-Gent: In het appartement van Jochen en Samira werken de boilers niet en is er dus geen warm water. Ook de verwarming werkt niet of nauwelijks. Er is vocht en schimmel.  Als ze WoninGent bellen worden ze met een kluitje in het riet gestuurd.

De toegang tot veel sociale woningen laat te wensen over. De liften werken regelmatig niet. Daardoor zijn minder mobiele mensen van anderen afhankelijk voor boodschappen, om de vuilbak buiten te zetten, …

  • Casus: Julien is minder mobiel en woont op een hoge verdieping van een flatgebouw. De lift werk niet. Men stelt als oplossing voor om via het dak naar het andere gebouw te gaan waar de lift wel werkt.

De voordeur van de sociale woningen is niet altijd inbraakveilig.

  • Casus: In het appartementsblok van Jessica kun je de toegangsdeur openen door met je voet onderaan tegen de deur te duwen. Jessica voelt zich niet veilig.

We bevelen sociale huurders om via de reguliere kanalen bij de sociale huisvestingsmaatschappij melding te maken van gebreken. Als dit niet volstaat kan men formeel klacht indienen bij de maatschappij. Als ook de klacht niet serieus genomen wordt kan de sociale huurder in extremis bij de Vlaamse Ombudsdienst terecht alhoewel dit niet laagdrempelig is.

Alle Gentse huisvestingsmaatschappijen zijn actief rond het renoveren van hun bestanden. Er zijn heel wat gebouwen die voor vervanging of structurele renovatie in aanmerking komen, maar niet alle locaties kunnen gelijktijdig aangepakt worden. Dit neemt niet weg dat de maatschappij de basisvoorzieningen en basiskwaliteit moet kunnen garanderen inzake eigenaarsverplichtingen.

27

Frusterende woonzoektocht®

Het woningaanbod is uiterst beperkt en kwetsbare mensen worden vaak slecht bejegend bij het zoeken naar een woning (discriminatie, allerlei bewijzen moeten voorleggen, …). Ze hebben nood aan professionele ondersteuning bij hun zoektocht. Nu kunnen ze enkel terecht bij de eigen hulpverlener of bij vrijwilligers voor hulp. Deze hulpverleners komen daardoor nog nauwelijks toe aan hun eigenlijke opdracht. Ook de vrijwilligers die ondersteunen bij de zoektocht lijden onder de vele frustraties.

De nood aan woonzoekondersteuning is gekend en er zijn reeds verschillende kleine initiatieven, vooral vanuit vrijwilligershoek, gegroeid. We merken dat vrijwilligers vaak ontmoedigd worden door de moeilijke zoektocht, de hoge huurprijzen, het niet toegewezen krijgen van de wooneenheid, …
De zoektocht naar een woning is een intensief gebeuren en men moet ook kort op de bal kunnen spelen. De meeste hulpverleners hebben onvoldoende tijd om dit voor hun cliënten te doen. Ook is het zo dat alle hulpverleners in ‘dezelfde vijver’ aan het vissen zijn en vaak ook ‘concurrent’ van elkaar zijn.

Het zou mooi zijn mochten de bestaande initiatieven zich bundelen en kunnen uitbreiden met professionele ondersteuning.

Het feit dat er te weinig betaalbaar aanbod is en de keuze van de verhuurder bepalend is, maakt dat de kwetsbare bewoners, vaak met een vervangingsinkomen, alleenstaand, al dan niet met kinderen, al dan niet gekleurd, …. aan een quasi hopeloze zoektocht start.

Misschien zijn eigenaar-verhuurders wel bereid om aan een kwetsbare doelgroep tegen een haalbare huurprijs te verhuren, als ze garantie hebben dat hun huurder voor een langere periode en op verschillende vlakken(ook financieel) begeleid, worden en dat ze bij de hulpverlener terecht kunnen als er toch problemen reizen.

Mensen hebben meestal een voorkeur voor Gent, gezien ze hier gebruik maken van tal van voorzieningen en ze hier een netwerk hebben. Echter soms gaan ze uit noodzaak op zoek buiten Gent.

In 2014 ging de Stad van start met academische praktijktesten op de private huurmarkt. Daaruit bleek dat er discriminatie bestond op de Gentse private huurmarkt van mensen met een andere herkomst, mensen met een handicap, anderstaligen en mensen die leven van een vervangingsinkomen. Tevens bleek dat individuele eigenaars meer discrimineerden dan professionele makelaars.

In 2015 werden dezelfde praktijktesten herhaald na een uitgebreide communicatiecampagne. Eigenaars en makelaars waren deze keer op de hoogte van het feit dat er praktijktesten plaatsvonden. Uit de vergelijking van de cijfers van de tweede meting met de cijfers van de eerste meting, bleek dat praktijktesten een preventieve werking kunnen hebben. De discriminatie daalde immers, nu men op de hoogte was van de testings, en dan vooral bij de makelaars.

Op basis van deze bevindingen ging de Stad in 2016 van start met juridische praktijktesten op individueel niveau in 2017. Daaruit bleek dat 12 van de 86 actieve makelaars op de Gentse huurmarkt discrimineerden tav mensen met een handicap (14% discriminatie) en/of mensen met een handicap (15% handicap). Deze 12 werden nog eens getest. In de tweede reeks testen kon geen discriminatie meer worden vastgesteld.

Binnen 4 jaar willen we de praktijktesten op de woonmarkt herhalen. We willen een flitspaaleffect behouden. Tevens willen we nadenken hoe we ook discriminatie in kaart kunnen brengen en remediëren in een later stadium van het huurproces.

31

Nood aan grotere sensitiviteit rond armoede en diversiteit

Binnen schoolteams is er nood aan meer kennis en vaardigheden rond omgaan met kwetsbare leerlingen en met de diversiteit binnen de school. Er volgt soms een harde aanpak op het gedrag en de problemen die deze leerlingen stellen. Daardoor daalt de schoolmotivatie van deze leerlingen nog meer.

  • Enkele voorbeelden:

    • Kinderen/jongeren met een migratie-achtergrond en nieuwkomers uit een OKAN-traject worden vaker geconfronteerd met het watervaleffect. Ze worden naar beroeps- en buitengewoon onderwijs doorverwezen, ook al zijn ze cognitief sterk genoeg.
    • Ze staan zelf weinig stil bij hun eigen interesses of talenten. Ze ontwikkelen geen toekomstvisie. Onderschatting beïnvloedt hun zelfbeeld. Ze worden niet gestimuleerd of uitgedaagd om hoge(re) doelen voorop te stellen.
    • Door het hoofddoekenverbod in sommige secundaire scholen, rest er voor meisjes met hoofddoeken maar een beperkte keuze aan studierichtingen (vaak BSO).
    • Anderstalige/meertalige kinderen en jongeren die zich willen inschrijven in een nieuwe school/nieuwe richting krijgen de vraag of hun Nederlands wel goed genoeg is om mee te kunnen. Al te vaak beschouwen scholen anderstaligheid als beperking in plaats van als een talent.
  • Kinderen/jongeren die te laat komen, mogen het ganse eerste lesuur niet meer binnen. Daarom komen leerlingen vaak helemaal niet meer opdagen.
  • Kinderen/jongeren die definitief uitgesloten worden van school, krijgen vaak geen alternatief aanbod om hun studietraject verder te zetten. Bovendien gebeuren die schorsingen meestal na de ‘telling van de leerlingen’ in februari. Die telling bepaalt de middelen van de school voor het volgend schooljaar .
  • Bij bepaalde jongeren wordt er geen gevolg gegeven aan spijbelen. De school geeft op, CLB weet zich geen raad meer en jongeren hebben het gevoel een vrijgeleide te krijgen. De bestaande instrumenten zoals het Steunpunt Leerrecht-Leerplicht, het overleg spijbelactieplan, het netwerk samen tegen schooluitval, zijn te weinig gekend en hoogdrempelig.
  • Kinderen/jongeren die voor 1 vak niet geslaagd zijn, moeten tegen hun wil van richting veranderen terwijl ze voor de rest goed meekunnen (cfr rapport Unia).
  • Kinderen die hun getuigschrift basisonderwijs niet behalen en op basis van leeftijd overgaan naar 1B, blijven te vaak in de B-stroom/BSO hangen. Er wordt vanuit de lagere school te weinig info gegeven over de mogelijkheden die kinderen hebben na 1B. Men hangt een zware negatieve beladenheid vast aan instromen in 1B, terwijl je dit ook kan zien als een kans.
  • Met de ouders wordt enkel in één richting gecommuniceerd en vaak enkel over slechte schoolresultaten. Ouders worden nauwelijks echt betrokken bij de schoolcarrière van hun kind. Nochtans beschikken ze over een grote ervaringsdeskundigheid. Ook met de digitalisering kunnen veel ouders niet mee. Ze krijgen een login voor Smartschool maar kunnen hier niet mee werken. Soms hebben ze niet de vaardigheden, bezitten ze geen computer, kennen ze het systeem niet of zijn ze de taal niet machtig. Op deze manier lopen ouders belangrijke informatie mis.

Sommige scholen, leerlingenbegeleiders en brugfiguren doen heel erg hun best om leerlingen aan boord te houden. Zij worden echter overbevraagd.

  • Onderwijscentrum Gent ondersteunt, verbindt en inspireert kinderen en jongeren, ouders*, onderwijsprofessionals en hun partners, zodat kinderen en jongeren maximale ontplooiingskansen hebben om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Dit door in te zetten op thema's als welzijn, armoede, diversiteit, ouderbetrokkenheid, ... (https://stad.gent/onderwijscentrum-gent)
  • In het kader van de dag tegen armoede 2019, organiseert Onderwijscentrum Gent in samenwerking met het OCMW een vorming die open staat voor alle Gentse scholen.
  • De dag Tegen armoede 2019 staat in het teken van onderwijs. Er zullen extra acties gedaan worden om scholen te sensibiliseren en te mobiliseren om deel te nemen aan de dag tegen armoede op 17 oktober 2019.
  • In het kader van de dag Tegen armoede 2019 werd er samen met een aantal Gentse scholen een inspiratiebrochure opgemaakt zodat scholen die zelf aan de slag willen gaan rond armoedebestrijding hierin ideeën kunnen opdoen.

 

De Beweging voor Mensen met een Laag Inkomen en Kinderen (BMLIK) organiseert samen met haar ervaringsdeskundigen inspringtheaters ondermeer rond het thema onderwijs. Hierbij worden de kijkers geconfronteerd en gesensibiliseerd rond het thema, maar worden ze ook aangezet om actief mee te denken bij het zoeken van mogelijke oplossingen.

Een vaste vormingsmedewerker van het OCMW geeft samen met ervaringsdeskundigen workshops aan werknemers van Groep Gent, schoolteams en hulpverleners rond de impact van armoede. Aan de hand van getuigenissen brengen ervaringsdeskundigen hun kwetsbare verhalen en gaan in gesprek met de deelnemers zodat deze meer zicht krijgen op hun beleving en wat het betekent om te leven in kansarmoede.

'Kinderen eerst' is een werking van het OCMW Gent in het kader van de strijd tegen kinderarmoede.  Het betreft een onthaalfunctie in een aantal Gentse Scholen. We werken samen met een 50 tal scholen; in 18 scholen hebben we wekelijks of tweewekelijks een zitdag. Deze zitdag duurt gemiddeld 2 uur.  Met de andere scholen werken wij op vraag. Dit houdt in dat de school of de ouder/jongere rechtstreeks met ons contact kan opnemen om een afspraak te maken. Wij gaan voor deze afspraak ook langs op school of gaan eventueel op huisbezoek. Er kan ook op een andere plek worden afgesproken indien de ouder/jongere dit wenst.  Vanuit onze werking proberen we een antwoord te bieden op de vele welzijnsvragen die er in de scholen (school, ouders, leerlingen) leven.  We proberen via een outreachende aanpak meer gezinnen en jongeren te bereiken en op die manier als deelactor te proberen om het kinderarmoedecijfer te doen dalen.

Trajectbrugfiguren: Gaandeweg merken we dat de scholen die zich aanmeldden om een traject te starten rond ouderbetrokkenheid meer vragen hadden dan enkel dit item. Door de vraag te gaan verfijnen merken we dat de randvoorwaarden om te komen tot gedragen ouderbetrokkenheid onvoldoende zijn. De verschillende thema’s (meertaligheid, diversiteit, kansenbeleid, …) waarmee schoolteams  worstelen geven aan dat er nood is aan een integrale aanpak en het samen aanpakken van een breder schoolbeleid. Dit is volledig op maat en naar wens van de school. Door in gesprek te gaan, komt het gevoel van urgentie om meer in de diepte en op lange termijn te werken naar boven. Het besef van urgentie zorgt er ook voor dat er een wens naar verandering is. Deze verandering kan echter niet zomaar en plots gebeuren. Dit moet procesmatig, doelgericht en op lange termijn (met een maximum van 3 jaar) aangepakt worden.

Hierdoor worden de trajectbrugfiguren in een andere richting geduwd. Van ouderbetrokkenheid naar ondersteuning schoolbeleid. De urgentie om ons te verdiepen in andere thema’s komt aan de oppervlakte. De vragen zijn gebundeld rond het thema “superdiverse samenleving” (Dirk Geldof).De trajectbrugfiguren blijven vraaggestuurd werken en op maat van de school. Er dringt zich wel een andere aanpak (procesbegeleiding) en ondersteuning op. Deze bevindt zich zowel op het niveau van het schoolteam als op niveau van de trajectbrugfiguren  (voor welke doelgroep willen we wat doen en welke thema’s kunnen we al dan niet aanpakken, beroep doen op collega’s intern, extern?).

De Stap: CLB’s begeleiden het studiekeuzeproces van leerplichtigen. Indien de leerling zich in een grijze zone bevindt en dus niet duidelijk behoort tot een bepaald CLB (vb. hardnekkige spijbelaar, jongere in de integrale jeugdhulpverlening), kan deze leerling al dan niet met begeleider voor een persoonlijk gesprek over studiekeuze terecht bij De Stap.

Zie ook verslag gezamenlijk forum LWB 16 mei 2019

32

Onderwijs niet langer betaalbaar voor iedereen

Onderwijs is vaak erg duur en we merken een toenemende commercialisering.

  • In het secundair onderwijs is er geen maximumfactuur. Vaak komen de meest kwetsbare leerlingen in de duurste studierichtingen terecht (hout, kapper, hotel, …). Soms kiezen jongeren om die reden een andere richting, starten ze zonder materiaal of haken ze af omwille van de kosten. Sommige scholen kopen zelf materiaal aan. Maar het is moeilijk om al het materiaal up to date te houden. Enkel als iedereen materiaal krijgt, werkt dit niet stigmatiserend.
  • De schoolfacturen zijn duur en onduidelijk.
  • Soms moet je eerst een groot voorschotbedrag betalen voor alle kosten van het komende schooljaar. Anders zit je zonder materiaal of schoolboeken in de klas.
  • Scholen werken meer en meer samen met commerciële boekenfirma’s als IDDINK die een agressief financieel beleid hanteren: op de onlinelijst is het onduidelijk welke boeken verplicht en welke optioneel zijn, de boeken zijn duur, als voor één kind binnen het gezin de boeken nog niet zijn betaald, krijgt de andere zijn boeken niet, er is geen samenwerking met de sociale dienst van de school, …
  • Kinderen/jongeren zijn de dupe van onbetaalde facturen: zij krijgen ze mee of worden erop aangesproken, ze krijgen hun rapport pas na betaling van de factuur, ze krijgen nota’s in hun agenda, … en ze worden zo nog eens geconfronteerd met de armoede waarin ze leven.
  • Toezicht/studie/buitenschoolse opvang na de schooluren wordt door de scholen vrij geregeld. Soms gebeurt het op school zelf, soms gecentraliseerd in een andere school, soms via STIBO of sociale tewerkstelling. Door de hoge kostprijs van buitenschoolse opvang in sommige scholen, trekken gezinnen weg. Dit werkt de sociale ongelijkheid verder in de hand.

IDDINK: Samen met partners wordt bekeken hoe we kunnen voorkomen dat de schoolloopbaan van kinderen en jongeren in gevaar gebracht wordt door commerciële boekenfirma’s als IDDINK die een agressief financieel beleid hanteren. Rond dit signaal zijn procedures lopende. IDDINK zal geen reclame meer kunnen maken via Klasse, er wordt bekeken om dit ook te kunnen uitbreiden naar andere tijdschriften en communicatiekanalen die schoolgerelateerd zijn.

Tijdens een overleg tussen Klasse en het Departement onderwijs en vorming in juni met was er een akkoord van zowel Afdelingshoofd Communicatie als afdelingshoofd Horizontaal Beleid om deze materie te escaleren. Voorlopig is er nog geen officieel standpunt ingenomen door het Departement Onderwijs en Vorming, maar de materie wordt wel nauw opgevolgd.  

Ondertussen wordt IDDINK als adverteerder bij Klasse geweigerd. Daarnaast besteedde Klasse ook inhoudelijk aandacht aan de schoolkosten en de rol van boekenleveranciers. https://www.klasse.be/182154/boekenleveranciers-voorkom-lege-boekentassen/ 

Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen (STOS) zet in op begeleidingen van scholen bij het opmaken van een kostenbeleid.  Voor Gent zijn dit volgende scholen. Meer informatie kan je terugvinden op www.aanpakschoolfacturen.be 

  • Schooljaar 17-18: PHTI, Prov Middenschool, PHIS, Hotelschool Gent, BuSO Sint Jozef
  • Schooljaar 18-19: Hotelschool Gent (verlengd traject), KTA Mobi, Don Bosco Sint-Denijs-Westrem
  • Schooljaar 19-20: Sint Lucas Kunsthumaniora, Sint Lievenscollege Business, alle scholen OVSG

Vlaanderen is 1109 secundaire scholen en 2613 basisscholen rijk. Met 45 trajecten per jaar zal het nog enkele decennia duren voordat we met ons klein team alle scholen hebben bereikt. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een manier om het werk dat we doen te verbreden om zodoende meer scholen te bereiken. Eén van de pistes is een train-the-trainer traject waarbij we onderwijsprofessionals coachen om soortgelijke trajecten binnen hun eigen scholengemeenschap/onderwijskoepel/organisatie/stad of gemeente te begeleiden. In het eerste jaar mikken we op een 8-tal begeleiders. Hier denken we aan de pedagogische begeleiders binnen de koepels, aan schoolopbouwwerkers, aan beleidsmedewerkers, aan onderwijsdiensten…, kortom een brede waaier van onderwijsprofessionals die scholen ondersteunen in het streven naar een kansenrijk onderwijs.

Vanuit Onderwijscentrum Gent en vanuit het Stedelijk onderwijs Gent zal dit traject gevolgd worden door enkele mensen zodat we met Gentse scholen aan de slag kunnen gaan rond kostenbeleid.

Vervoersarmoede

  • De Beleidswerkgroep vervoersarmoede werkt een actieplan vervoersarmoede uit voor de nieuwe legislatuur. In afwachting van een plan vanuit deze werkgroep worden we wel geconfronteerd met concrete situaties die niet opgelost raken.
  • Overleg tussen Onderwijscentrum Gent, Mobiliteitsbedrijf, De Lijn en de Dienst asiel- en vluchtelingenbeleid n.a.v. de problemen die zich voor deden bij de invoer van de MOBIB-kaart. Het gaat over het op elkaar afstemmen van de communicatie vanuit de Lijn en de Stad, het vereenvoudigen van de procedure voor aanvraag voor kinderen zonder papieren o.m. door ervoor te zorgen dat foto en aanvraag samen kunnen doorgestuurd worden naar Katrien Van Gelder, het tijdig informeren van de brugfiguren over welke kinderen niet over een foto beschikken (rekening houdend met de GDPR), de lange wachttijden en opnieuw de klasuitstappen.
  • Probleem van GDPR: lijsten met contactgegevens en foto's uit het rijksregister mogen niet meer doorgegeven worden aan de Lijn voor automatische toekenning van de buzzy pass/ MOBIB kaart. Er worden acties opgezet vanuit het migratieforum.

34

Het M-decreet mist zijn doel

Het M-decreet is binnen het reguliere onderwijs niet alleen zwaar voor leerkrachten. Het werkt vaak ook demotiverend voor de leerling. Cognitief sterkere leerlingen ergeren zich aan cognitief zwakkere leerlingen en de cognitief zwakkere leerlingen geraken gefrustreerd omdat ze harder moeten werken en toch slechtere punten halen. Binnen het buitengewoon onderwijs ontstaat een verschuiving en komt een steeds grotere concentratie aan leerlingen met zwaardere problemen voor. Er is onvoldoende ondersteuning om de doelstellingen van het M-decreet kwalitatief te verwezenlijken. Hierdoor voelen verschillende actoren zich onvoldoende gewapend om met de huidige diversiteit in de klas om te gaan en iedereen de aandacht en ondersteuning te bieden waar hij/zij recht op heeft.

Zie ook verslag gezamenlijk forum LWB 16 mei 2019

Binnen het dagelijks bestuur van LOP Gent basisonderwijs en binnen de werkgroep buitengewoon onderwijs komt dit thema regelmatig aan bod en indien nodig wordt een initiatief genomen om stappen te zetten naar de Vlaamse overheid.

38

Nood aan aangepast werk voor laaggeschoolden

Er is te weinig aangepast werk voor kwetsbare laaggeschoolden (jongeren met een BSO of TSO- diploma, anderstaligen, …). Daardoor leveren intensieve sollicitatietrainingen en nazorg na doorstroming weinig op. Ze vinden geen job waarvoor ze werden opgeleid of enkel een interim job en hebben daardoor een laag inkomen. Ook na een eerdere job kunnen ze nauwelijks aan de slag ondanks de opgedane ervaring.

Meer info in omgevingsanalyse 2018

Daar zal de Dienst Werk op inzetten gedurende deze bestuursperiode.

1 Bij het begin van de bestuursperiode hebben wij een omgevingsanalyse gemaakt voor Werk. Lees hier deze analyse.(doc)

2. Bestuursakkoord  nieuwe legislatuur, ivm Werk (2019-2024)
•    (...) richten we in samenwerking met een aantal partners een House of Skills op. Daarin ontwikkelen we loopbaanprogramma’s om werkenden en werkzoekenden met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt te helpen zich verder te ontplooien. Zo worden mensen weerbaarder en kunnen ze beter om met de uitdagingen van een bewegende arbeidsmarkt en conjunctuurschommelingen.
•    We zorgen voor een actieve begeleiding van Gentenaars, met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren. We verbinden daarom de bestaande begeleidingsprogramma’s bij VDAB en andere partners. De klemtoon ligt op de verwerving van 21ste-eeuwse vaardigheden.  De begeleiding gebeurt gedifferentieerd, op mensenmaat en op basis van een realistisch stappenplan dat de werkzoekende zelf mee aanstuurt. We stimuleren levenslang leren voor zowel werkenden als werkzoekenden om hun persoonlijke ontwikkeling en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verhogen. We werken hiervoor samen met het jeugdwelzijnswerk, het onderwijs en andere partners.

3. Voor wat specifiek de jongeren betreft, zie o.m. verslag gezamenlijk forum LWB 16 mei 2019

4. Arbeidspact gelanceerd op 2 juli 2019

De Stad Gent, VDAB en de sociale partners lanceren op 2 juli 2019 een ambitieus Arbeidspact voor Gent. Met twintig acties helpen ze samen 2.500 werkzoekende of anders-actieve Gentenaars aan werk. Het pact richt zich ook op de arbeidsmarkt van de toekomst: inclusieve werkvloeren, levenslang leren en werkbaar werk staan centraal. Het Arbeidspact is het resultaat van succesvolle sociale dialoog in Gent, zonder taboes en met het oog op concrete acties. (Eigen bron van stad Gent en GSIW)

Waarom ? mismatch op de Gentse arbeidsmarkt

Wie ? een breed partnerschap

Hoe ? bij het begin worden er 20 acties gelanceerd

Welke ?  zie link onderaan het artikel

Lees meer :

https://stad.gent/werken-ondernemen/nieuws-evenementen/arbeidspact-zet-2500-gentenaars-extra-aan-het-werk

Lees meer :

Interview over het Arbeidspact met Schepen van Werk Bram Van Braeckevelt  en Geert Moerman, gedelegeerd bestuurder van Voka.

“Gent heeft ambitieus plan klaar om 2.500 mensen extra aan het werk te helpen” (Het Nieuwsblad, 2 juli 2019). Link : file:///V:/Dienst%20Werk/Overleg/Extern/Regisseursoverleg%20Welzijn/2019/signaal%2038_nood%20aan%20aangepast%20werk%20voor%20laaggeschoolden/JOBS!%20Gent%20heeft%20ambitieus%20plan%20klaar%20om%202.500%20mensen%20extra%20...%20(Gent)%20-%20Het%20Nieuwsblad.html

5. Het project Digital skills van GSIW 

Digitaal Werkt!

Met het project Digitaal Werkt! wil Stad Gent extra inzetten op het ondersteunen van werkzoekenden die tegen problemen aanlopen omdat ze weinig of geen digitale vaardigheden hebben. Ook in de zoektocht naar werk gebeurt er steeds meer online: vacatures zoeken, je VDAB-dossier beheren, interimkantoren die loonfiches en dergelijke digitaal doorsturen… Maar ook het hebben van een e-mailadres, een goede profielfoto of de weg kunnen vinden naar een sollicitatie via je smartphone zijn tegenwoordig bijna onmisbaar als je werk zoekt.

Het project Digitaal Werkt! dat uitgaat van het partnerschap “Gent, stad in werking” is een project op 3 sporen:

  • Vorming voor werkzoekenden rond digitale vaardigheden: in kleine groepjes worden vanaf september 2019 korte vormingsmomenten georganiseerd op diverse locaties in heel Gent waar je allerlei digitale vaardigheden kunt leren die je helpen om werk te zoeken.
  • Vorming voor arbeidsbemiddelaars: hoe kunnen zij hun cliënten ondersteunen in het ontwikkelen van digitale vaardigheden? En welke digitale vaardigheden of middelen hebben zij zelf nodig om goed hun werk te kunnen doen?
  • De ICT-Steward: een ICT-coach waar je individuele hulp kunt vragen bij digitale vragen in je zoektocht naar werk. De ICT-Steward kan je bijvoorbeeld begeleiden bij het goed leren invullen van je Mijn Loopbaan-dossier van VDAB, maar je kunt ook eens binnenspringen als je een vraag hebt over je e-mail instellingen.

48

Centralisatie schiet doel voorbij

Door centralisatie worden sommige organisaties (CAW, Kind en Gezin, huisvestingsmaatschappijen, …) steeds moeilijker bereikbaar  en herkenbaar op het terrein. In plaats van maatwerk krijgen we eenheidsworst. In plaats van een versterking van het basiswerk krijgen we een extra middenkader. In plaats van keuzemogelijkheid krijgen we toewijzing. Het streven naar organisatorische efficiëntie leidt tot ineffectiviteit. Een aandachtspunt bij het uitbouwen van het geïntegreerd breed onthaal.

51

Drempel door minder lokethulp en digitalisering®

Lokale kantoren of aanspreekpunten van openbare, semi-openbare en private voorzieningen verdwijnen. Ook de dienstverlening aan het loket vermindert (NMBS, De Post, banken, wijkmonitoren WoninGent, mutualiteiten, …). Laaggeschoolde en minder mobiele mensen zijn hiervan de dupe. Daarnaast is er ook een toenemende digitalisering en werkt men meer en meer met centrale online aanmeldsystemen (vb. kinderopvang, onderwijs, …). Ook deze evolutie treft de meest kwetsbaren. Zij beschikken immers niet altijd over computer, internet (te weinig publieke wifi)  en/of de nodige digitale vaardigheden. Hulpverleners moeten dit dan maar opvangen.

In Gent zijn er 70 Digipunten. In een Digipunt kan elke Gentenaar terecht om een computer met internetverbinding te gebruiken. Op veel plaatsen kan je bij een begeleider terecht met digitale vragen of kan je les volgen. Heel wat Digipunten hebben ook gratis wifi. Een Digipunt in je buurt vinden? Het overzicht staat op www.stad.gent/digipunten. je kan ook een papieren brochure afhalen in de Stadswinkel (Botermarkt 17A) of aanvragen via GentInfo (09 210 10 10). Er zijn 10 wijkbrochures en 1 overzichtsbrochure. 

64

Financiële drempels naar openbaar vervoer

In het algemeen is openbaar vervoer duur. Voor mensen zonder wettig verblijf is bovendien enkel het duurste systeem (bus- of tramkaartje of 10-rittenkaart) toegankelijk en dus onhaalbaar. Daarom proberen ze soms zonder vervoerbewijs mee te rijden. Als ze betrapt worden, riskeren ze niet alleen een boete van de Lijn, maar ook een boete van € 200 omdat ze illegaal in het land verblijven. De Lijn blijft jarenlang met behulp van een incasso-kantoor achter de betaling aan zitten. Als mensen dan eindelijk in orde geraken met hun papieren en een domicilie-adres hebben, wacht hen een opgelopen boete van duizenden euro’s.

Kinderen zonder wettig verblijf onder de 14 jaar krijgen een Buzzy Pazz via school. Nu de Buzzy Pazz een MOBIB-kaart met pasfoto is, zorgt dit voor een extra drempel. Gelukkig heeft Stad Gent voor een oplossing gezorgd (gratis kaart, mogelijkheid tot gratis foto, voorlopige lijnkaart tot zolang de MOBIB-kaart niet in orde is, aanvraag via de school of de dienst asiel- en vluchtelingenbeleid). Alle kinderen met een Kids ID kregen de MOBIB-kaart automatisch opgestuurd.

  • Ongeveer 5900 Gentse kinderen bleken geen Kids ID en dus geen pasfoto te hebben via het rijksregister. Dit is 23% van de kinderen tussen 6 en 14 jaar.

Door de inspanningen van De Lijn i.s.m. het Onderwijscentrum Stad Gent stelden 95% van de jongeren zonder pasfoto in het rijksregister via verschillende aangeboden kanalen een pasfoto beschikbaar. Er zijn dus nog ongeveer 300 kinderen die niet reageerden of zelfs niet gecontacteerd konden worden. Mogelijks woont een deel daarvan intussen niet meer in Gent.

Omdat i.k.v. GDPR een MOBIB-abonnement niet kan toegekend worden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de gerechtigde, wordt momenteel de werkwijze voor het automatisch en gratis toekennen van dit abonnement aan 6- tot 14-jarige Gentenaars onder de loep genomen.

76

Grote druk op vrouwen en meisjes met migratieachtergrond

Bij vrouwen en meisjes met een migratieachtergrond komen vaak psychosomatische klachten en psychische problemen voor. Dit heeft verschillende oorzaken. Familie en samenleving stellen te hoge verwachtingen en voorzien te veel opdrachten ten aanzien van deze vrouwen en meisjes. Daarnaast is er te weinig afstemming tussen verschillende diensten (vb. kinderopvang, inburgering, …). Dit zorgt voor extra druk en stress.

Voorbeelden:

  • In de klas worden moslimmeisjes geconfronteerd met het feit dat ze van hun ouders zeer weinig mogen. Ze merken daar dat hun leeftijdsgenoten en hun soms jongere broers wel van alles mogen (in het weekend een keertje uitgaan, gaan shoppen, …).
  • Nog altijd worden meisjes verloofd met partners waar ze zelf niet mee instemmen. Ouders maken afspraken, zonder dat de meisjes het eens zijn met deze keuze.
  • Casus: Ahmet, Fatma en hun 4 kinderen krijgen reactie van  de buren omdat ze onderling hun eigen taal praten. De buren nemen er aanstoot aan dat ze geen Nederlands met hun kinderen spreken. Fatma volgt een inburgeringscursus, maar heeft het heel moeilijk om de les altijd bij te wonen. Ze zorgt voor 4 kinderen en haar man Ahmet zit in een rolstoel. Ze probeert de lessen vol te houden, want anders krijgt ze een boete. Ze wil de cursus afwerken en eventueel nog naar school gaan. Haar schoonmoeder vindt echter dat ze thuis moet blijven, voor de kinderen zorgen en koken. Dat is haar rol als vrouw en moeder.

Zie ook verslag gezamenlijk forum LWB 14 november 2019 bij interactiegroep 3

81

Ontoegankelijkheid en onderaanbod lessen Nederlands voor anderstaligen

Niet iedereen kan Nederlandse les volgen. Mensen zonder wettig verblijf of mensen die het minimumniveau niet aankunnen, mogen geen lessen volgen. Voor anderen kan de opstart van de Nederlandse taalles soms lang op zich laten wachten. Vaak start de groep met mensen van hetzelfde niveau nog niet meteen of zit de groep nog niet vol  of zijn de randvoorwaarden nog niet voldaan (trauma/psychische problemen nog te acuut, kinderopvang, …).

Wat nuances bij de signaal:

  • Nuance wat betreft ‘onderaanbod’: Voor een aantal kandidaten is het zeker het geval dat ze wat langer moeten wachten, een heel kleine groep moet heel lang wachten of vindt zelfs nooit passen aanbod, maar het is toch een minderheid. Het is niet zo dat het overgrote deel van de cursisten een half jaar moet wachten om te kunnen starten. Integendeel.
  • Nuance wat betreft ‘ontoegankelijkheid’: Er is niet zoiets als een minimumniveau. Iedereen met een wettig verblijf kan les volgen bij een erkende NT2aanbieder in Gent, ook als je helemaal geen Nederlands kent, niet gealfabetiseerd bent of anders gealfabetiseerd bent.
  • Voor mensen die weinig schoolse vaardigheden hebben of niet gealfabetiseerd zijn, zijn er aangepaste cursussen bij basiseducatie. Cursisten voor wie een schools traject echt niet haalbaar is, krijgen een attest ‘uitgeleerdheid’. In dat geval wordt deze beslissing voor verplichte cursisten afgestemd met de regisseur (VDAB, OCMW, IN-Gent), zodat deze cursisten niet gesanctioneerd worden omdat ze geen lessen Nederlands meer kunnen volgen.

IN-Gent vult nog verder aan met enkele initiatieven die ze nu al nemen om aan dit signaal tegemoet te komen:

  • IN-Gent streeft samen met de aanbodverstrekkers NT2 naar een zo divers mogelijk aanbod: avond, weekend en zomer wordt meer en meer georganiseerd.
  • IN-Gent zet bij de toeleiding naar de Nederlandse lessen ook extra in op toeleiding en organisatie van kinderopvang.
  • Voor mensen die niet kunnen volgen in het formele NT2-circuit (cfr. attest uitgeleerdheid), kan het interessanter zijn om op een informele manier te leren en vooral in te zetten op zelfredzaamheid, sociale contacten, enz. Het Centrum voor Basiseducatie leidt deze cursisten daarom bijvoorbeeld toe naar de laagdrempelige oefenkans ‘Op Stap met Nederlands’ van het OCMW. IN-Gent vzw stimuleert organisaties om nog meer in te zetten op dergelijke oefenkansen, niet enkel voor deze specifieke doelgroep, maar voor iedereen die Nederlands leert. IN-Gent vzw biedt organisaties bovendien ook ondersteuning bij het opzetten van deze oefenkansen.
  • Bij trauma/psychische problemen zijn er echter heel weinig opties om door te verwijzen. Geestelijke gezondheidszorg voor nieuwe Gentenaars is ontoerijkend. Cursistenbegeleiders van de scholen nemen vaak contact op met de regisseurs (VDAB, OCMW, IN-Gent) om samen te bekijken wat er mogelijk is.
  • Het klopt dat mensen zonder wettig verblijf niet kunnen deelnemen aan het formele NT2-onderwijs. Op dit moment worden zij vooral doorgestuurd naar oefenkansen en vrijetijdsinitiatieven. IN-Gent verwijst niet door naar organisaties of vrijwilligers die lessen organiseren voor mensen zonder wettig verblijf. Ze hebben er weinig of geen zicht op of die er zijn. Heel weinig mensen zonder wettig verblijf vinden nog de weg naar IN-Gent. Daardoor is het ook moeilijk om de reële vraag in kaart te brengen.

82

Tolkenaanbod niet afgestemd op nood®

Het tolkenaanbod is niet afgestemd op de nood. Op dit moment is er in Gent nood aan meer tolken voor de talen Pashtoe, Dari, Somalisch, Eritrees (Tigrinya), Turks en Arabisch.

IN-Gent (sociaal tolken ter plaatse en sociaal tolken via webcam) en het Agentschap Integratie en Inburgering (sociaal tolken via telefoon) weten dat dit een probleem is. Ze vullen het rijtje met knelpunttalen zelf nog aan met Slovaaks en Bulgaars.

Dit heeft enerzijds te maken met de hoge kwaliteitseisen bij de certificering van Sociaal Tolken, waardoor het niet evident is om gecertificeerde tolken te vinden. Anderzijds is het arbeidsstatuut van Sociaal Tolken niet zo aantrekkelijk en speelt er concurrentie tussen de diverse aanbieders van Sociaal Tolken in Vlaanderen wat zorgt voor minder stabiliteit in de tolkenpool.

Er loopt een Vlaams traject in functie van optimalisering van de werking van de dienstverlening Sociaal Tolken in Vlaanderen en bovenstaande knelpunten worden daar zeker opgenomen. We verwachten hierover in de loop van 2019 meer duidelijkheid. Complementair met dit traject onderzoekt IN-Gent verschillende pistes om het aanbod in Gent verder op te krikken. Samen met de Dienst Welzijn en Gelijke Kansen van de Stad wordt dit opgevolgd.

84

Moeilijk administratief taalgebruik en procedures

Nog te vaak gebruiken officiële instanties moeilijke taal (meld je aan, pensioenbrief, …). Ook de procedures en communicatiestrategieën zijn niet afgestemd op een groot deel van de bevolking.

  • Voorbeeld communicatiestrategieën: Om in januari van het zesde leerjaar voor het secundair onderwijs aan te melden, brengt men ouders al heel vroeg op de hoogte met name als hun kind in het vijfde leerjaar zit.

Voor veel mensen is moeilijk administratief taalgebruik een drempel die grote gevolgen kan hebben: voorrang broer/zus bij inschrijving school gemist, pensioen te laat geregeld, … Ook anderstalige nieuwkomers slagen er zonder hulp vaak niet in om de moeilijke documenten correct ingevuld en op tijd bij de juiste instanties te krijgen.

Dit is een heel belangrijk signaal en er worden verschillende initiatieven genomen om hierop in te spelen. In het signaal wordt gesproken over officiële instanties. Hier hebben we het concreet over de inspanningen die de Stad en het OCMW op dit vlak leveren en zoomen we ook even uit naar projecten van de Vlaamse Overheid en de Hoge Raad voor Justitie.

Al vele jaren zet een taalambtenaar bij de Stad en het OCMW in op heldere taal. Daarbij lanceerde de Stad in 2016 de Engagementsverklaring Taalbeleid (https://stad.gent/over-gent-en-het-stadsbestuur/stadsbestuur/wat-doet-het-bestuur/beleidsplannen/gent-en-bestuur/taalbeleid). Daarin krijgt heldere taal zowel in contact met burgers, op de werkvloer, in het onderwijs, op het web,… een heel belangrijke plaats. De Werkgroep Taalbeleid is het lerend netwerk dat de uitvoering van de engagementen opvolgt.

  • In het Actieplan 2018-2019 gekoppeld aan de Engagementsverklaring zetten we in op ondersteuning van de diensten om hun teksten heerlijk helder te formuleren via een Atelier Heldere Taal. Tijdens een 3-tal sessies worden enkele voorbeeldteksten herschreven en tegelijk leiden we de medewerkers op om zelf helder te leren schrijven. Na deze sessies stimuleren we diensten op een ludieke manier om verder in te zetten op helder schrijven. Lopende trajecten: Dienst Kinderopvang (heldere facturen), Dienst Burgerzaken (heldere brieven), GentInfo (heldere infofiches),…
  • Personeelsleden kunnen het hele jaar door vormingen rond helder schrijven volgen.

De Vlaamse Overheid lanceerde vorig jaar de campagne Heerlijk Helder. De website geeft een overzicht met interessante tips: https://overheid.vlaanderen.be/heerlijk-helder. De ludieke campagne stimuleert diensten van de Vlaamse Overheid om in te zetten op heldere taal en om concrete doelen te stellen.

Ook binnen justitie is er het bewustzijn dat er dringend nood is aan een meer toegankelijk taalgebruik. Vorig jaar werd het project Kruid (http://www.csj.be/sites/default/files/press_publications/project-kruid.pdf) gelanceerd door de Hoge Raad voor Justitie. Een tekst die alle medewerkers binnen en buiten justitie wil aanzetten om permanent bezig te zijn met helder en toegankelijk taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk. 

Organisaties die willen inzetten op heldere taal kunnen steeds vormingen volgen bij o.a. Wablieft(www.wablieft.be), specifiek voor toegankelijke schriftelijke en mondelinge communicatie met anderstaligen kan je terecht bij IN-Gent (https://www.in-gent.be/vorming),...