Vlaamse overheid

1

Schoolmaaltijden zijn essentieel

Mensen in armoede zouden graag hun kind op school laten eten, zodat zij op zijn minst één volwaardige maaltijd per dag hebben. Maar voor veel gezinnen is de kostprijs voor een warme schoolmaaltijd te hoog. Soms halen ouders hun kinderen van school om te vermijden dat de lege brooddoos zichtbaar wordt. Jongeren hangen op straat rond tijdens de middagpauze, om niet te laten zien dat ze geen lunch kunnen betalen.

In stedelijke scholen krijgen gezinnen met een laag inkomen kortingen of volledige vrijstelling op maaltijden en toezicht. In scholen van alle netten waar er OCMW-zitdag of -consult is, kunnen kinderen in precaire situaties na een beperkt sociaal onderzoek gratis warme maaltijden krijgen. Daarnaast zetten steeds meer  scholen in op gezonde voeding en het voeren van een kostenbewust beleid. Toch zijn er nog steeds veel lege en ongezonde brooddozen op school. Dit is een structureel armoedeprobleem dat scholen niet alleen kunnen oplossen.

vzw Jong merkt deze honger ook op. Omdat honger en vrije tijd niet samen gaan, bieden zij vaak kookactiviteiten en verse soep aan.

Toegang tot gezonde en volwaardige maaltijden op school kan een belangrijk element zijn in de strijd tegen armoede: kinderen voelen zich beter op school, zijn aandachtiger in de klas. De dienst Lokaal Sociaal Beleid bereidde in 2020 samen met het Onderwijscentrum het project 'LEkker(s) Op School: maaltijden op school voor kleuters in kwetsbare situaties' voor. Vertrekkend vanuit bestaande goede praktijken wordt een proeftuin opgezet waarbij in een aantal deelnemende scholen betaalbare of gratis maaltijden aangeboden worden voor kleuters.  In september 2021 zullen we starten met de schoolmaaltijden in de proeftuinscholen. Het onderzoekstraject (uitgevoerd door partners KULeuven en Hogeschool Gent) zal twee schooljaren lopen en afgerond worden eind 2023. We zorgen ervoor dat we de maaltijden aanbieden op een niet-stigmatiserende manier met een eenvoudig administratief systeem voor de scholen. Binnen de proeftuin onderzoeken we welke positieve effecten we zien op welbevinden en aanwezigheid van de kinderen, betrokkenheid van de ouders, … De resultaten en good practices vanuit de proeftuin zullen ook gebruikt worden om op de verschillende beleidsniveaus aanbevelingen vorm te geven. 

8

Drempels naar sociale rechten©®

Veel mensen blijven onderbeschermd doordat zij niet automatisch krijgen waar zij recht op hebben en nog te moeilijk zelf hun weg vinden naar hun sociale rechten. Voor mensen die geen cliënt (meer) zijn van het OCMW is dit nog moeilijker. Velen geraken niet zelfstandig bij de juiste diensten of slagen er niet in om de juiste documenten aan te leveren om hun recht(en) te doen gelden. De procedures worden als te complex ervaren, er zijn te grote verschillen tussen de diensten en de juiste toekenning van rechten is nog te vaak afhankelijk van de hulpverlener. Op het internet kan men informatie vinden, maar voor mensen in een kwetsbare situatie is dit geen evidente bron van informatie. Dit vereist een laptop, de nodige digitale vaardigheden, en legt teveel de verantwoordelijkheid bij henzelf om de juiste informatie te vinden.

Daar bovenop komt dat veel mensen en vooral ook jongeren de drempel naar het OCMW als hoog ervaren.  En ze is soms ook hoog: tijdens corona werd de onthaaldienstverlening niet als open ervaren. Je moest telefonisch een afspraak maken. Ook tussen kerst en nieuwjaar en in de week van de Gentse feesten is de fysieke toegankelijkheid laag.

Ook de corona steunmaatregelen komen niet vanzelf tot bij wie er recht op heeft: de Covid-toeslag op het groeipakket, tijdelijke werkloosheid, de gratis treinritten, de corona-werkloosheidsuitkering, uitstel betaling hypotheek, …

Er is nood aan ondersteuning bij het laten gelden van de sociale rechten, aan huis, of via herhaaldelijk telefonisch contact met iemand die ze vertrouwen.

Het staat buiten kijf dat de uitputting van rechten een moeilijke zoektocht is: de voorwaarden voor ieder recht of sociaal voordeel zijn verschillend, naargelang het doel dat men met die maatregelen wil bereiken. De snel vorderende technologie geeft langzamerhand meer mogelijkheden tot automatisering en administratieve vereenvoudiging, maar dit is vaak niet verzoenbaar met de noodzakelijke regels rond gegevensbescherming, boet in aan efficiëntie door onbetrouwbare brondatakwaliteit, of botst op budgettaire grenzen. Stad/OCMW Gent zet in op het wegwerken van die obstakels waar mogelijk.

Via het ter beschikking stellen van gratis digipakketten (zie ook signaal 57) werd deels tegemoetgekomen aan de nood aan toegang tot internet. Men kan ook terecht op de digipunten voor gratis toegang tot een computer en internet.

De brochure "Hoe kunnen we je helpen?" en de flyer "Hulp nodig? Neem contact met het welzijnsbureau in je buurt." zijn middelen om niet-digitale informatie over sociale rechten te verspreiden. 

De in 2020 opgestarte welzijnsonthaal-werking van de welzijnsbureaus heeft onder andere tot doel om aanspreekpunt te zijn voor alle Gentse burgers met alle mogelijke sociale vragen, ook als ze geen uitkeringen van het  OCMW ontvangen of op een andere manier in een  traject actief begeleid worden.  Door meer naar buiten te treden (vindplaatsgericht werken), beter samen te werken met andere organisaties (Single Point of Contact, Geïntegreerd Breed Onthaal) en meer informatie te geven wil het OCMW mensen in onderbescherming beter bereiken en ondersteunen.

Eens de coronacrisis onder controle is, zullen de Welzijnsbureaus hun normale openingsuren hervatten.

10

Het groeipakket niet altijd ondersteunend©

Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig om te groeien. Voor hen bevat het Groeipakket naast het basisbedrag een extra zorgtoeslag die de kosten in hun specifieke situatie beter afdekt. Wie een of beide ouders heeft verloren, wie in een pleeggezin opgevangen wordt of wie door een beperking of handicap ondersteuning nodig heeft, krijgt maandelijks een zorgtoeslag bovenop het basisbedrag. Welnu, het is soms maandenlang wachten om deze zorgtoeslag te ontvangen, zeker als het gaat om de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, want daarvoor moet het gezin zelf een aanvraag indienen.  Ook de eerste coronatoeslag op het groeipakket kwam er enkel voor wie het actief heeft aangevraagd.

Sinds 1 januari 2019 hebben niet-begeleide minderjarige vreemdelingen recht op het groeipakket. Het OCMW houdt het groeipakketbedrag af van het leefloon van de niet-begeleide minderjarigen. Dit geldt ook voor Belgische jongeren die alleen wonen. Het groeipakket zou er eigenlijk moeten zijn om deze jongeren in een kwetsbare situatie te ondersteunen.

Het groeipakket is een Vlaamse bevoegdheid waarop vanuit het lokale niveau weinig invloed kan worden uitgeoefend. Het aanvragen van de zorgtoeslag gebeurt inderdaad niet automatisch, het gezin moet daarvoor een hele procedure doorlopen. De tussenkomst van een arts is noodzakelijk om de zorgbehoefte via een puntenschaal te evalueren. Maatschappelijk werkers van OCMW kunnen mensen die daar nood aan hebben, ondersteunen in hun aanvraag. Hetzelfde geldt voor de coronatoeslag op het groeipakket.

De voorwaarden voor het leefloon zijn vastgelegd in de Wet betreffende maatschappelijke integratie (de RMI-wet). Het is een bijstandsuitkering waarop men enkel recht heeft in de mate waarin er geen andere inkomsten zijn. Het gevolg is dat alle bestaansmiddelen aangerekend moeten worden op het leefloon. Via een Koninklijk Besluit kunnen daarop uitzonderingen voorzien worden: inkomsten die geheel of gedeeltelijk niet in aanmerking komen bij het berekenen van de bestaansmiddelen. Gezinsbijslag (= Groeipakket) is zo een uitzondering, op voorwaarde dat de aanvrager gezinsbijslag krijgt voor kinderen die hij opvoedt en ten laste heeft. Het Groeipakket dat iemand voor zichzelf ontvangt, voldoet niet aan deze voorwaarden en valt dus niet onder de vrijstelling. Het Groeipakket wordt beschouwd als een inkomen van en voor deze persoon zelf, dat aangevuld kan worden met leefloon.

11

Te weinig ondersteuning voor tienerouders

Tienerouders worstelen bovenop het ouderschap ook met school en beperkte middelen. De uitwerking en toekenning van ouderschap gerelateerde verloven moet beter; en er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Tienerouders met een verstandelijke beperking blijven nog te veel in de kou staan. Meer dan welke groep hebben zij nood aan extra ondersteuning, informatie in duidelijke taal en trajecten op maat.

Tot op heden is er geen sociaal verlof voor tienerouders en geen vaderschapsverlof voor schoollopende tienervaders. Tienermoeders staan er vrijwel meteen helemaal alleen voor. Ze kunnen niet als koppel voor het kindje zorgen en dit resulteert voor de tienermoeder vaak in een B-code op school. Uit onderzoek blijkt dat jonge vaders zich vaak uitgesloten en weinig betrokken voelen in de opvoeding van hun kind. Door het niet toekennen van vaderschapsverlof blijft deze kloof aanhouden.

Momenteel is de moederschapsrust voor schoollopende tienermoeders 10 weken en hebben ze geen recht op borstvoedingsverlof. Vaak kunnen de baby’s op 10 weken nog niet terecht in een kinderopvang, omdat ze hun eerste vaccinaties nog niet hebben gehad. De leerplicht wordt als drukkingsmiddel gebruikt, maar dit zorgt er voor dat de mama’s volledig afhaken. Er is nood aan een flexibel schooltraject op maat.

In Buitengewone Secundaire scholen kan de jongere vaak, eens ze meldt dat ze zwanger is, niet meer aanwezig zijn op school (veiligheidsrisico’s). Anderzijds zijn er ook jonge meisjes die omwille van medische redenen verbonden aan de zwangerschap, niet meer op school geraken. De afstand tussen jongere en school wordt hierdoor enorm groot, evenals de drempel om na de zwangerschapsrust terug te keren. Scholen en CLB-netten geven de nood aan voor Tijdelijk Onderwijs Aan Huis, dat in deze situaties verplicht zou moeten worden.

Er is nood aan preventie, aangepaste vakken/trajecten en extra ondersteuning. Seksuele opvoeding wordt onvoldoende aangeboden, evenals thema’s als gezondheid, budgettering, en (begeleid) wonen om je als jongere beter voor te kunnen bereiden op het volwassen leven. Het is onduidelijk in welke vakken dit is opgenomen, en jongeren hebben baat bij een leerkracht/begeleider die zich hiertoe engageert.

Ook de kinderopvang is ontoereikend. In Gent is het bekend dat de zoektocht naar een gepaste kinderopvang vinden niet van een leien dakje loopt. Problemen waar velen op botsen zijn: ‘geen opvangmogelijkheid op de gewenste startdatum’, ‘geen opvangmogelijkheid in de buurt van de school of huis’ of ‘geen weet hebben van de voorziene crisisplaatsen voor kwetsbare situaties’. Het vroegtijdig aanmelden is niet altijd een garantie en ouders die een aanvraag indienden krijgen vaak alsnog te horen dat er geen mogelijkheden zijn in de gewenste kinderopvang. Ze zijn dus genoodzaakt om hun aanvraag te wijzigen en verder van huis te zoeken. Bij tienermoeders zien we dat deze ‘ochtendrush’ zorgt voor het afhaken op school. Zij hebben nood aan een flexibel opvangsysteem in samenwerking met omliggende scholen.

In 2017 zijn 12 meisjes per 1.000 van 15 tem 19 jaar zwanger. (Belgische gegevens, Bron: Sensoa). Gent telt in 2017: 6158 meisjes van 15 tem 19 jaar. Omgerekend zouden er naar schatting zo’n 74 Gentse meisjes van 15 tem 19 zwanger zijn.

12

Plafond maximumfactuur voor chronisch zieken later bereikt

Bepaalde zorg is door de 6de staatshervorming overgeheveld van Federaal naar Vlaams niveau.

De ziekenfondsen mogen daardoor sinds 1 januari 2020 de betaalde remgelden en bedragen in kader van de overgehevelde zorgsectoren niet langer meetellen voor de maximumfactuur (plafonnering van de kosten), het zorgforfait of het statuut chronische aandoening.

Dit heeft een invloed op 3 domeinen:

  • patiënten verliezen de terugbetaling van hun remgelden in het kader van de maximumfactuur. Het gaat om gemiddeld 300 euro per persoon, en veel meer voor mensen met hoge gezondheidskosten.
  • Ongeveer 7% van de mensen die normaal het statuut chronische aandoening krijgen, dreigt dit statuut te verliezen waardoor ze ruim 100 euro meer uit eigen zak moeten betalen alvorens de maximumfactuur in werking treedt. Daarenboven verliezen zij het recht op de derdebetalersregeling.
  • Ook dreigt het verlies van het zorgforfait voor chronisch zieken. Dat kan oplopen van 312 euro tot 624 euro per jaar.

13

Ouderenzorg EU-burgers

EU-burgers moeten werken om hier te kunnen blijven. Als hun ouders ziek zijn, willen ze hen naar hier halen om te verzorgen. Maar dan kunnen ze niet werken en vervalt hun E-kaart. De ouders kunnen niet in een woonzorgcentrum terecht omdat het te duur is en ze geen recht hebben op terugbetaling. Ze kunnen dit recht wel krijgen als hun kind bewijst dat hij/zij hen ten laste kan nemen. Vaak kan dit echter niet omwille van de precaire werksituatie als (schijn)zelfstandige. Ook mantelzorgverlof opnemen kan niet door deze precaire werksituatie. Doordat de kinderen vaak in precaire situaties leven, hebben zij niet de mentale kracht om mantelzorg op zich te nemen, of onvoldoende financiële middelen om die extra mond te voeden. Hierdoor komen de ouderen soms op straat terecht,

Ouderen die hier al jaren verblijven en geen link meer hebben met het thuisland omdat hun kinderen hier een leven opgebouwd hebben, ervaren gelijkaardige problemen. Ze hebben vaak onvoldoende rechten opgebouwd om van een ziekteverzekering of pensioen te kunnen genieten.

Dit signaal dient verder uitgeklaard te worden, verblijfsrechtelijke aspecten en toegang tot sociale zekerheidsstelsel spelen hierin een belangrijke rol. Regelgeving is geen lokale bevoegdheid.

16

Veerkracht onder druk©

De effecten van de coronacrisis zullen nog lang nazinderen bij iedereen maar vooral bij mensen en jongeren in een kwetsbare situatie, bij mantelzorgers en eerstelijnswerkers. Gevoelens van angst, isolement, eenzaamheid, verhoogde psychische kwetsbaarheid... zullen niet zomaar overgaan. De eerstelijnswerkers zullen dit moeten opvangen maar zitten nu al aan hun limiet omdat er geen pauze was tussen de eerste en tweede golf.

Het versterken van de mentale veerkracht is één van de 4 prioritaire krijtlijnen binnen de beleidsnota gezondheid 2020-2025. Hierbinnen wordt extra gefocust op doelgroepen met extra kwetsbaarheden. Initiatieven vanuit de stad, in samenwerking met diverse partners uit de algemene welzijnssector en de (geestelijke) gezondheidszorg zijn bijvoorbeeld:

  1. 10-daagse van de veerkracht: jaarlijks evenement begin oktober. Met de 10-daagse focussen we op doelstellingen zoals het bespreekbaar maken van dit thema, informatie en kennis over mentale veerkracht vergroten en bekendmaking van het preventieve en curatieve aanbod rond mentale veerkracht.
  2. Sedert 2021 biedt de stad ook zelf laagdrempelige groepsgerichte psycho-educatieve cursussen aan. Tijdens de lancering in het najaar van 2021 worden 13 cursussen gratis aangeboden rond thema’s zoals angst, stress, piekeren, slaap, eenzaamheid, hoe in je kracht komen, … Deze cursussen zijn zowel gericht op preventie en vroegdetectie van psychische klachten als op mensen in herstel. Om een kwetsbaarder publiek toe te leiden naar dit aanbod, wordt er samengewerkt met diverse toeleiders, vertrouwenspersonen, sleutelfiguren, … en worden hiervoor plaatsen vrij gehouden.
  3. Voor zorgpersoneel en ondernemers werden, met financiële ondersteuning van de stad, vanuit het PAKT, de Zuurstofinitiatieven opgericht.
    1. De Zuurstoflijn: een gratis (en anoniem) telefonisch ondersteuningsaanbod voor zorgverleners en ondernemers.
    2. Zuurstoftank: ondersteuning aan teams rond veerkracht
    3. Zuurstoffles: kortdurende trajecten voor mensen die aanhoudende stress ervaren
  4. Relancepsychologen: de Stad Gent heeft in 2020 4 extra psychologen aangeworven, die gratis, ter aanvulling van het bestaande aanbod op de eerste lijn, eerstelijnspsychologische hulp bieden aan kwetsbare burgers. Deze psychologen werken vanuit huisartsenpraktijken en wijkgezondheidscentra en focussen vnl. op individuele, kortdurende, krachtgerichte trajecten. Er gelden geen vooraf vastgelegde beperkingen m.b.t. thema’s, problematieken, ernst, … Dit aanbod liep al snel vol. In 2021 besliste de Stad om dit aanbod te verlengen tot eind 2022.
  5. Het laagdrempelig aanbod voor jongeren bleek tijdens de Covid-pandemie heel snel overbevraagd te zijn. De Stad bood extra financiële steun aan Overkop en TEJO, om de capaciteit uit te breiden, maar ook om jeugd(welzijns)werkers te ondersteunen en begeleiden, om aanklampend te werken e.d.m. Ook voor studenten werden verschillende initiatieven opgezet tijdens de pandemie.
  6. Kinderen en jongeren zijn binnen het (geestelijke) gezondheidsbeleid een prioritaire doelgroep. Binnen het programma ‘Warme Stad’ worden verschillende acties, projecten ontwikkeld. Enkele voorbeelden: psycho-educatie voor jongeren, HotSpot, Klik-app, educatieve koffers, …

Ook binnen het project Gezonde School, waarbij lagere en middelbare scholen worden begeleid in het voeren van een gezondheidsbeleid binnen de school, wordt veel aandacht geschonken aan het thema mentale veerkracht. Leerkrachten, directie en zorgcoördinatoren worden opgeleid om hiermee aan de slag te gaan binnen de school.

17

Geestelijke gezondheidszorg voor mensen zonder wettig verblijf is broodnodig, maar ontoegankelijk

Mensen zonder wettig verblijf hebben soms psychosomatische klachten, trauma-ervaring, psychische of psychiatrische problemen. In de reguliere geestelijke gezondheidszorg kunnen ze nauwelijks terecht door de kostprijs, de taalbarrière of de wachttijd. Via de medische kaart voor dringende medische hulp is opname mogelijk en wordt psychologische hulp enkel terugbetaald als de factuur een officieel RIZIV-nomenclatuurnummer bevat. Mind Spring is een mooi aanbod maar niet iedereen is bereid om aan een groepsaanbod deel te nemen. Ook het aanbod voor erkende vluchtelingen zit vol en is heel duur want je moet niet alleen de therapeut betalen maar ook de tolk.

De psychiatrische problemen kunnen een serieuze impact hebben op het gehele gezin.

Casus: een papa heeft psychiatrische hulp nodig maar vindt deze hulp niet in de juiste taal. Ondertussen heeft zijn kwetsbaarheid een grote negatieve impact op gans zijn gezin.

Mensen zonder wettig verblijf hebben vaak een traumatiserende geschiedenis en verblijven omwille van hun statuut vaak in zeer precaire omstandigheden waardoor de kans op psychische of psychiatrische problemen hoger is. Anderzijds zorgt hun illegaliteit ervoor dat hun rechten op zorg en hulpverlening uiterst beperkt zijn. Daarenboven moeten we helaas nog steeds vaststellen dat in de regio het aanbod voor cultuursensitieve geestelijke gezondheid vrij beperkt is. Niet enkel voor mensen zonder papieren zijn de drempels naar zorg hoog, ook voor mensen in procedure en geregulariseerde vluchtelingen blijven we zoeken naar goede sporen voor een zorgaanbod op maat.

Om deze drempels te verlagen investeert de stad in een samenwerking met CGG Adentro en CAW Artevelde.

CAW Artevelde biedt met mindspring een psycho-educatief groepsaanbod voor  vluchtelingen. Doel is  het verhogen van hun mentale weerbaarheid en helpen hen de toekomst aan te pakken. Het programma verhoogt de mentale weerbaarheid vanuit hun eigen kracht en helpt hen de toekomst aan te pakken. De groep wordt in de eigen taal begeleid door een speciaal daarvoor opgeleide ervaringsdeskundige Mind-Spring-trainer en een professional uit de sociale, medische, onderwijssector, … die hiertoe een opleiding tot Mind-Spring co-begeleider volgde.

Voor een snellere instroom naar een gepaste begeleiding op maat financieert Stad Gent voor de doelgroep vluchtelingen een samenwerking met CGG Adentro. Hierbij kunnen vluchtelingen met nood aan individuele cultuursensitieve psychologische begeleiding in een snel traject opgenomen worden. Doelgroep zijn prioritair geregulariseerde vluchtelingen en mensen in asielprocedure die nood hebben aan een multidisciplinaire ondersteuning. Indien er voldoende begeleidingscapaciteit is kunnen ook vluchtelingen zonder papieren hier in een versneld traject ondersteund worden. Voor de instroom van mensen met dit profiel organiseert het CGG maandelijks een netwerktafel met betrokken partners die cliënten kunnen aanmelden voor een versnelde instroom.

Deze netwerktafel nam in voorjaar 2021 samen met het PAKT het initiatief om een lokaal overleg te starten rond cultuursensitieve zorg in de regio. De Stad Gent neemt hieraan ook deel. 

In kader van het corona relance plan zet Stad Gent sinds oktober 2020  4 relance psychologen in. Deze werken zeer laagdrempelig, vanuit wijkgezondheidscentra en sociale ontmoetingsplaatsen. Deze psychologen bieden gratis kortdurende (maximaal 10 sessies) krachtgerichte trajecten aan kwetsbare Gentenaren. Er gelden geen vooraf vastgelegde beperkingen met betrekking tot thema’s, problematieken, ernst, of eventuele zorggeschiedenis/zorgplannen. De consultaties worden georganiseerd met tolk indien nodig en ook mensen zonder papieren kunnen bij de relance psychologen terecht. Een doorverwijzing van een arts of outreachende toeleider is wel noodzakelijk.

19

Wachtlijsten (kinder)psychiatrie

Het is moeilijk om mensen met psychische problemen door te verwijzen door de lange wachttijden voor de (kinder)psychiatrie.

De Stad heeft hierop weinig rechtstreekse impact. We zetten echter wel in op preventie van psychische klachten bij kinderen en jongeren, op determinanten (via kinderarmoedebelid, via jeugdwelzijnswerk, via onderwijs, ...). Daarnaast is het ook belangrijk om jongeren met beginnende klachten op tijd toe te leiden naar de zorg, zodat gespecialiseerde zorg vaak kan vermeden worden. Belangrijke spelers hierin in Gent zijn o.m. Overkop en TEJO. Beide worden structureel financieel ondersteund vanuit de Stad en hebben via hun werking en aanbod een cruciale rol in preventie en vroegdetectie bij jongeren. 

 

20

Psychische hulp voor 65+

Mensen ouder dan 65 jaar met een ernstige en langdurige psychische kwetsbaarheid kunnen vaak nergens terecht voor psychische hulp. De Mobil Teams hanteren een leeftijdsgrens van 18 tot 65 jaar. Het aanbod vanuit de Lokale Dienstencentra en de eerstelijnspsycholoog (sinds corona ook voor 65+) is voor hen vaak niet toereikend.

Corona heeft een aantal pijnpunten en hiaten in het zorgaanbod scherper gesteld, zeker ook op vlak van zorg en ondersteuning bij psychische kwetsbaarheid. Ook de nood aan mobile geestelijke gezondheidszorg voor 65+ers werd via corona hoger op de politieke agenda geplaats. Gevolg hiervan is dat door FOD volksgezondheid middelen worden ter beschikking gesteld om met lokale netwerken outreachende zorg voor doelgroep ouderen te organiseren. Richtlijnen over inzet van deze middelen, timing  en organisatie van deze zorg worden in de loop van voorjaar 2021 verwacht. Met het lokale netwerk (PAKT en NOGGGG netwerk ouderen geestelijke gezondheid Groot Gent) is alvast een denktank opgestart over hoe outreachende zorg voor deze doelgroep het best kan georganiseerd worden.

22

Onrustwekkende tienerzwangerschappen

Kwetsbare Intra-Europese tienermeisjes hangen rond inloopcentra waar dak- en thuisloze mensen komen, om hun diensten aan te bieden in ruil voor geld. Daar bovenop komt dat deze meisjes geen anticonceptiva nemen wegens te duur, geen zelfbeschikkingsrecht of omdat ze kiezen voor zwangerschap en er fier op zijn.  Vaak komen daar dus tienerzwangerschappen in precaire situaties uit voort.

Bijkomend probleem is dat de meest geschikte anticonceptiva (niet-orale zoals spiraaltje, ring, pleister, implantaat ...) niet aangevraagd kunnen worden via de medische kaart, maar abortus wel. 

23

Bedwantsen: van opmars naar plaag®

Bedwantsen zijn al sinds 2000 aan een nieuwe opmars bezig, maar de laatste maanden is er sprake van een heuse plaag. Bedwantsen komen in zowel woningen als (sociale) appartementen voor. Vooral in hoogbouw kunnen de beestjes zich gemakkelijk verspreiden o.a. via de verwarmingselementen of in de gangen. Bedwantsen kunnen overal voorkomen en zich ook verstoppen in tweedehands- of doorgeefmateriaal.

Bedwantsen geven geen ziektes door. Maar de gevolgen voor wie er last van heeft zijn niet te onderschatten. Je ervaart last in de vorm van jeuk, zichtbare beten, allergische reacties, ontstekingen van opengekrabde beten, mentale belasting van leven met deze plaag en de jeuk, schaamte en taboe, vermoeide kinderen die zich niet kunnen concentreren op school omdat ze last hebben van de beten ‘s nachts, … 

Bedwantsen hebben in eerste instantie niets met hygiëne te maken. Je kan gewoon pech hebben dat het beestje zich bij jou verscholen heeft. Mensen herkennen vaak niet dat ze bedwantsen hebben. Of voelen schaamte om dit toe te geven.

De behandeling is duur en intensief. In geïnfecteerde appartementen bijvoorbeeld worden 3 behandelingen uitgevoerd met een tussentijd van 2 weken. Mensen moeten toestemming geven, de deur opendoen en voor een paar uren de woning verlaten. En ook ter voorbereiding van de behandeling moet er veel gebeuren:

  • Slaapbanken e.d. veilig inpakken en verwijderen. Er is een andere firma nodig om dit hermetisch te verwijderen.
  • Ivago verwittigen voor het ophalen van geïnfecteerde meubels.
  • Meubels van de muur zetten, gerief opbergen.
  • Alle aanwezige textiel wassen op 60 graden en inpakken in gesloten plastic zakken.
  • Tussentijds niet grondig poetsen want de producten moeten hun werk kunnen doen.

Het OCMW kan tussenkomen in de kostprijs, maar enkel na een sociaal onderzoek en niet voor mensen zonder wettig verblijf.

Bedwantsen worden niet erkend als gevaar voor volksgezondheid waardoor er geen protocol is bij uitbraak. Dat zorgt ervoor dat er geen stok achter de deur is, als mensen een behandeling weigeren. Idealiter wordt in hoogbouw een volledige gang of een volledig gebouw behandeld.

Er zijn inderdaad heel wat drempels die een adequate aanpak van bedwantsen tegengaan.
Vanuit de Stad is er, samen met OCMW, Wijkgezondheidscentra, Woningent en Logo Gezond+, gestart met een werkgroep om hierop in te spelen:
- Bedwantsen zijn niet opgenomen in het Binnenmilieubesluit: de vraag aan minister Beke om dit te wijzigen, werd afgewezen.
- Inzet op informatie en sensibilisering via webinars voor intermediaren en dokters/apothekers zodat zij bedwantsen herkennen en voldoende juiste info hebben over de effecten en bestrijding van bedwantsen om hun cliënten hierin te helpen; een infofolder over bedwantsen voor bewoners is in opmaak.
- In het kader van de verhuisbewegingen binnen het Stadsvernieuwingsproject Nieuw Gent, zullen de bestrijdingskosten voor Jupiter en Mercurius door de Stad gedragen worden. Dit is een proefproject om tegen te gaan dat de bedwantsen mee zouden verhuizen en zich verder in de wijk en in de Stad zouden verspreiden.
- Opmaak van een protocol zodat wijkwerkers weten welke stappen te nemen en welke ondersteuning er mogelijk is bij bewoners die te kampen hebben met bedwantsen.

24

Geen vaste huisarts

Er zijn nog steeds mensen die geen vaste huisarts hebben. Ze gaan liever naar het ziekenhuis omdat ze daar meteen geholpen worden, de rekening pas achteraf krijgen of dit kennen uit het land van herkomst.

Daarnaast zijn er te weinig artsen. Diegenen die er zijn, staan enorm onder druk en vallen soms uit. Ook in de wijkgezondheidscentra en groepspraktijken. Dit heeft tot gevolg dat mensen minder terecht kunnen met hun verhaal bij een  ‘vaste’ huisarts als vertrouwenspersoon, of er op moeten wachten.

25

Toename druggebruik©®

Er is een toename in druggebruik merkbaar en zichtbaar. Het gaat zowel om cannabis als om andere psychoactieve middelen. Ook het gebruik van psychofarmaca stijgt. Dit zijn voorgeschreven geneesmiddelen zoals angstremmers en antidepressiva, die al dan niet in combinatie met alcohol worden genomen. Ook bij jongeren vergroot het druggebruik en de zichtbaarheid ervan. Vooral bij jongeren in kwetsbare situaties maakt dit vaak deel uit van een meervoudige problematiek.    

Tijdens de lockdowns is druggebruik en dealen nog duidelijker geworden, vooral in de parken. Bij volwassenen en daklozen is tijdens corona een toename van alcoholgebruik merkbaar. Wellicht gaat dit gepaard met de druk op het psychosociaal welbevinden.

Waar tijdens de eerste lockdown vele gebruikers "mindfulll" bleven en vaak verwonderlijk sterk, bracht de tweede lockdown minder goed nieuws: meer herval en gedachten over zelfdoding, gevaar door verandering van middel omdat de vertrouwde dealer niet kan leveren of uit beeld is, problematisch gamen door wegvallen structuur en door eenzaamheid en verveling, minder (zelf)controle door wegvallen sociale controle, meer intrafamiliale stress, vergroten van de reeds bestaande kwetsbaarheid (ook financieel), minder jongeren geraken tot bij het Centrum GGZ waardoor vroeginterventie stil valt, …

26

Enkel kortlopende psychologische zorg is betaalbaar

Kortlopende psychologische zorg is ondertussen financieel toegankelijk geworden. Veel mensen zijn gebaat met een beperkt aantal sessies. Bij een eerstelijnspsycholoog kan men 2x4 keer terecht, bij het CAW 10 keer, in het ziekenhuis na een medische ingreep ook enkele keren. Ook kinderen en jongeren kunnen genieten van kortlopende financieel toegankelijke psychologische begeleiding.

Sommige mensen hebben echter nood aan langdurige psychologische begeleiding om volledig te kunnen herstellen van trauma’s uit het verleden of van zwaardere problematieken. De langdurige psychologische behandelingen zijn voor de meeste mensen financieel ontoegankelijk. 

27

Stress bij gezinnen©

Algemeen kunnen steeds meer  gezinnen, ook uit de middenklasse, de combinatie werk en gezin niet aan. De toenemende stress zorgt vaak ook voor lichamelijke en psychische klachten.

Deze gezinnen zaten echt op hun tandvlees toen de scholen gesloten waren of niet alle kinderen naar school of naar een vrijetijdsaanbod konden. Ze voelden zich bang, opgesloten en neerslachtig. Vaak zijn ze het helemaal niet gewoon om zo lang samen met hun kinderen te zijn en te werken.

Sommige kinderen/jongeren mochten (bijna) niet naar buiten van hun ouders. In combinatie met niet voldoende afleiding in huis en kleine behuizingen leidde dit ook tot meer melding van intrafamiliaal geweld.

De professionele hulplijn 1712 voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling zag het aantal oproepen over geweld tijdens de eerste lockdown verdubbelen.

Sedert 2021 biedt de stad ook zelf laagdrempelige groepsgerichte psycho-educatieve cursussen aan. Tijdens de lancering in het najaar van 2021 worden 13 cursussen gratis aangeboden rond thema’s zoals angst, stress, piekeren, slaap, eenzaamheid, hoe in je kracht komen, … Deze cursussen zijn zowel gericht op preventie en vroegdetectie van psychische klachten als op mensen in herstel. Om een kwetsbaarder publiek toe te leiden naar dit aanbod, wordt er samengewerkt met diverse toeleiders, vertrouwenspersonen, sleutelfiguren, … en worden hiervoor plaatsen vrij gehouden. Bovenstaand aanbod omvat o.m. ook een cursus 'stress en ouderschap', maar ook in de andere cursussen kome thema's gelikt aan dit signaal aan bod. Er is verder ook een aanbod rond balans tussen werk en privé. 

Vanuit Huis van het Kind worden initiatieven rond ontmoeting en opvoedingsondersteuning gestimuleerd. Dit via projectsubsidies, maar ook vanuit de wijkgerichte Huizen van het Kind en o.m. de inloopteams is er een aanbod voor ouders op vlak van ontmoeting, informatie, hulpaanbod, ...

 

29

Mensen in armoede niet schuldig aan eigen slechte gezondheid

Gezondheidsvaardigheden kunnen een verschil maken in  gezondheidsbevordering. Mensen in armoede zijn afhankelijk van anderen voor het verkrijgen, begrijpen, beoordelen en gebruiken van informatie bij het nemen van beslissingen in verband met gezondheid. Vaak is er echter geen laagdrempelig aanbod rond gezondheidsvaardigheden. Ook spelen armoede-stress en onbetaalbaarheid van gezonde alternatieven een rol.

30

Onduidelijkheid rond tussenkomst in medische zorg leidt tot onderbehandeling

Voor veel gezinnen in armoede zijn de medische kosten een serieuze hap uit het budget, waardoor bepaalde behandelingen noodgedwongen worden uitgesteld. Maar er is veel onduidelijkheid over welke tussenkomsten er zijn en onder welke voorwaarden er tussengekomen wordt. Huisartsen en mutualiteiten kunnen duidelijkheid scheppen maar er is minder fysiek contact met de mutualiteit en niet iedereen heeft een (vaste) huisarts.

31

Gastric bypass in de mode

Als je aan de wettelijke voorwaarden voldoet kan je een terugbetaling krijgen voor een Gastric bypass, ook via de medische kaart (zie signaal 21). Het wordt een mode en veel mensen denken dat het een wonderoplossing is. Om aan de voorwaarden voor terugbetaling te voldoen moet je een BMI van 40 hebben. Soms komt men eerst 5 kilo aan om recht te kunnen hebben.

Het gevaar is echter dat de opvolging ervoor en erna een probleem vormt, want psychologen, diëtisten, … worden niet terugbetaald. Met als gevolg dat men de operatie ondergaat maar na de operatie geen aanpassingen doorvoert in eet- en beweeggewoontes omwille van de hogere kosten. Daardoor dreigt de Gastric bypass niks uit te halen. 

32

Legale opiaten bij vluchtelingen

Veel vluchtelingen verklaren psychische klachten somatisch of spiritueel, en weten onvoldoende dat hiervoor aangepaste hulp beschikbaar is. Daarom proberen ze hun probleem vaak te verzachten met pijnstillers. Meer en meer vluchtelingen die uiteindelijk in de psychische hulp terecht komen, zijn onder invloed van legale opiaten zoals Tramadol of morfine (sederend en vaak euforisch effect, zeer verslavend, even schadelijk als heroïne).

34

Steeds meer mensen thuisloos door woningcrisis

Er zijn zo goed als geen woningen meer te vinden in Gent. Mensen die een opzeg van hun huurovereenkomst hebben gekregen, vinden geen betaalbare woning meer. Ze komen dan in de laatste weken voor de deadline aankloppen bij eerstelijnswerkers voor hulp bij het zoeken. Vaak zijn het alleenstaande ouders of mensen met een vervangingsinkomen maar steeds meer ook werkende mensen met een laag inkomen. De machteloosheid bij de eerstelijnswerkers is zeer groot. Zij kunnen hooguit voorzien in een warme doorverwijzing, maar zien steeds meer dat mensen ‘dak- of thuisloos’ worden. Ze logeren bij familie of vrienden tot er een oplossing komt, of komen noodgedwongen in precaire woonomstandigheden terecht.

Noot: er is een telling gebeurd van de dak- en thuislozen waardoor er vanaf maart 2021 voor het eerst betrouwbare cijfers zullen zijn.

Kennisverzameling: het project ROOF initieerde de eerste dak- en thuislozentelling in Gent en organiseert de local action group in het kader van het Europees project. Stad Gent engageert zich om naar Functional Zero te gaan en in te zetten op Housing First.

Bundeling van krachten: Taskforce Wonen en Opvang blijft beleid, administratie en middenveld samenbrengen om signalen te capteren en oplossingen uit te werken.

Projecten: via projectoproepen geeft Stad Gent het middenveld de kans om nieuwe modellen van betaalbare huisvesting voor de meest kwetsbare doelgroepen te ontwikkelen. De oproepen zijn gericht op daklozen, instellingverlaters en mensen met beperkingen.

Dienstverlening: enerzijds werden woningzoekers aangeworven om mensen te begeleiden bij hun zoektocht naar een huurwoning, anderzijds worden de woonwijzers versterkt met bijkomende consulenten om informatie en advies te geven aan woningzoekenden. 

Financiële ondersteuning: de relance huurpremie voor gezinnen tussen twee en vier jaar op de wachtlijst voor een sociale woning biedt een eenmalige tijdelijke ondersteuning van 40 euro per maand. Uit dit project worden leerpunten gehaald om gezinnen beter toe te leiden naar de Vlaamse huursubsidie en huurpremie.

35

De ontoegankelijke huurmarkt®

  • Verhuurders willen vaak niet verhuren aan mensen met een vreemde familienaam, maar ook niet aan mensen met een vervangingsinkomen, een leefloon of aan alleenstaande gepensioneerden (tenzij hun kinderen borg staan).
  • Nieuwbouwwoningen zoals aan Dok-Noord zijn onbetaalbaar en dit werkt gentrificatie in de hand.
  • Sommige gezinnen staan al heel lang op de wachtlijst voor een sociale woning.  Als ze dan uiteindelijk een woning aangeboden krijgen, moeten ze soms binnen de maand verhuizen om die woning niet te verliezen. Omdat ze een vooropzeg van 3 maanden hebben, moeten  ze 2 maanden dubbele huur betalen.
  • Voor gezinnen met meer dan 5 kinderen is er geen aanbod.
  • De huurprijs van een sociale woning is berekend op de belastingaangifte van 3 jaar terug. Soms is het verschil in inkomen groot in vergelijking met 3 jaar terug. Ondertussen zijn mensen soms gepensioneerd, of werkloos geworden, … Vaak is het ook even wachten op een aanpassing van de huurprijs na een scheiding, en je inkomen moet bovendien gedurende 3 maanden 20% lager zijn om in aanmerking te komen voor een aanpassing.

Aanbodverruiming: Stad Gent wil het aantal SVK woningen verdubbelen, het aantal betaalbare huurwoningen via Huuringent verdrievoudigen en 1.200 bijkomende sociale woningen laten bouwen. Daartoe is budget voorzien en een investeringssubsidie voor de huisvestingsmaatschappijen. 

Discriminatie: de praktijktesten op de private huurmarkt worden verdergezet. De werking voor ondersteuning aan verhuurders wordt uitgebouwd met een Verhuurderspunt. Verhuurders zullen begeleid worden in objectieve verhuur. De samenwerking met de immokantoren wordt versterkt.

Huurgeschillen: voor huurders die problemen ondervinden wordt de drempel voor juridisch advies verlaagd door gratis zitdagen van Huurdersbond Oost-Vlaanderen in het stadskantoor en via doorverwijsbrieven naar Huurdersbond Oost-Vlaanderen.  

Gentrificatie: in elk stadsproject wordt 20% sociale huurwoningen en 20% budgethuurwoningen voorzien. Budgetkoop wordt omgezet in budgethuur. Via renovatietrajecten voor verhuurders wordt gestimuleerd dat bestaande huurwoningen gerenoveerd en verder verhuurd worden in plaats van verkocht.

Woningen voor grote gezinnen: bij de bouw van nieuwe SVK woningen en van nieuwe sociale woningen wordt gestreefd naar een maximaal aantal gezinswoningen met drie en meer slaapkamers. In de renovatiepremie voor verhuurders wordt extra subsidie gegeven vanaf meer dan drie slaapkamers.

36

Onderhoudsproblemen woningen

Omdat gezinnen in een kwetsbare situatie vaak in slechte woningen wonen, zijn onderhoudskosten vaak een grote kost, waardoor mensen dit uitstellen. Het gevolg daarvan is dat mensen niet meer in orde zijn met hun brandverzekering of in de wintermaanden in de kou zitten door problemen met de verwarmingsketel.

Heel wat mensen hebben het moeilijk om zelf hun woning te onderhouden: herstellen van een lekkende kraan of een kapotte lamp, huisvuil sorteren, schimmelvorming voorkomen. Ze ontberen heel wat skills voor een gezond woonklimaat.

Kwaliteit huisvesting: het project Gent Knapt Op ondersteunt eigenaars met een beperkt inkomen zodat zij hun woning kunnen renoveren. Het oplossen van kleinere herstellingen die voorkomen dat een woning achteruit gaat in kwaliteit, wordt nog niet door de stad ondersteund.  

37

De huurpremie en zijn (ver-)valkuilen

Mensen die aanspraak maken op de huurpremie en hierdoor kunnen verhuizen naar een betere huurwoning, verliezen deze premie als ze nadien een sociale woning weigeren. Hierdoor ontstaan er kafkaiaanse toestanden, waarin mensen een degelijke huurwoning vroegtijdig moeten verlaten om in een sociale woning te trekken. Het aanvaarden van de sociale woning brengt ook extra kosten mee: een tweede verhuis, verfraaiings- en herstellingswerken en de schadevergoeding voor contractbreuk aan de privé verhuurder. Hierdoor duwt het systeem mensen dieper in de financiële put als ze een sociale woning krijgen, of net  door het weigeren ervan.

Mensen geven aan dat de huishuur stijgt, terwijl de huurpremie daalt en dat je daarover niks kunt zeggen of vragen, omdat je je huurpremie anders kan verliezen.

Als iemand bv. meer dan 3 maand geen vast verblijfsadres heeft, vervalt het recht op de huurpremie.

Huurpremie: de voorwaarden voor de huurpremie kunnen door Stad Gent niet veranderd worden omdat dit Vlaamse materie is. Huurders worden aangemoedigd om zoveel mogelijk én op tijd advies in te winnen bij de woonwijzer in hun buurt om te weten welke gevolgen er verbonden zijn aan het krijgen van een huurpremie en het (al dan niet) verhuizen naar een sociale huurwoning. Zij kunnen het traject op korte en langere termijn laten onderzoeken zodat zij geen impulsieve beslissingen nemen.

39

Sociale medewerkers Woningent niet meer rechtstreeks te bereiken

De sociale medewerkers van Woningent hebben geen individueel telefoonnummer en emailadres meer, maar wel een teammailadres en algemeen nummer. Op die manier willen ze de mensen beter en sneller kunnen helpen. Ze verwachten dat mensen hun zaken telefonisch, en bij voorkeur via mail regelen. Voor veel huurders en kandidaat-huurders bemoeilijkt dit de toegankelijkheid, ze willen liefst persoonlijk contact (zie signaal 67). Het is bovendien zeer moeilijk om een afspraak te bekomen.

Stad Gent kan de interne werking van Woningent niet regelen. Stad Gent kan dit signaal wel aan de sociale huisvestingsmaatschappij laten weten.

40

Geplaatste kinderen kunnen niet naar huis omwille van te kleine sociale woning

Sociale huurders met geplaatste kinderen, die een grotere woning aanvragen om hun kinderen terug thuis te krijgen, moeten zeer lang wachten op een mutatie op grond van overbezetting (soms meer dan 10 jaar). De woning is een bepalende factor bij het al dan niet terugkrijgen van de kinderen uit een pleeggezin of instelling. Een vicieuze cirkel dus.

Stad Gent bepaalt de interne mutatieregels van een sociale huisvestingsmaatschappij niet. We kunnen aandacht vragen voor deze problematiek.

41

Leegstand®

Leegstand is een doorn in het oog van de vele kandidaat-huurders, van de slachtoffers van de kraakwet, van de omwonenden die hun buurt zien verloederen. Nog steeds is er in Gent veel leegstand. Op de private woonmarkt wordt leegstand soms verdoezeld via een domicilieadres, door het vragen van extra hoge huurprijzen, door ander gebruik van de woning (Airbnb bijvoorbeeld). Sociale woningen hebben te maken met ‘frictieleegstand’ of langdurige leegstand omwille van renovaties.

Stad Gent zal intensiever inzetten op leegstandsbeleid en bereidt zich voor om sociaal beheer toe te passen. Sociaal beheer wil zeggen dat Stad Gent bepaalde leegstaande woningen zelf kan verhuren in plaats van de eigenaar. Het Verhuurderspunt dat midden 2021 opgericht wordt, zal eigenaars adviseren om hun woning te renoveren en te verhuren en leegstand kan gemeld worden bij Diest Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu per mail leegstand@stad.gent.

42

Communicatie van sociale huisvestingsmaatschappijen

Huurders en wijkorganisaties voelen zich machteloos tegenover beleid en communicatie van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Communicatie van sociale huisvestingsmaatschappijen naar de huurders en de wijkorganisaties laat volgens hen te wensen over. En dit in 2 richtingen. Ze zijn niet of nauwelijks bereikbaar voor klachten. En er is weinig duidelijkheid rond hun nieuwe plannen en beleidskeuzes, zoals bvb over herhuisvesting na renovatie (niet meer buurtgericht maar gezamenlijk van oude naar vernieuwde blok).

Uitzonderlijk enkele voorstellen:

Voldoende communicatie

  • Pro-actief contact opnemen met bewoners n.a.v. een geplande verhuisbeweging is belangrijk. Momenteel verloopt contact in deze vaak eerder receptief.
  • Het is van belang dat de huurders steeds zeer duidelijk en op maat geïnformeerd worden, zodat geruchten in de kiem kunnen gesmoord worden. Als dit niet op tijd gebeurt, ontstaat er paniek, onrust en verkeerde verwachtingen bij bewoners.
  • Zelfs wanneer er weinig nieuwe informatie voorhanden is, wordt dit best meegedeeld.  Niets laten weten over het (gewijzigde) verloop bij een verhuisbeweging brengt alleen meer onrust.

Keuzemogelijkheden voor nieuwe woning/nieuwe buurt voldoende breed laten

  • Een verhuis naar een andere buurt heeft een grote impact op de levenssituatie van sociale huurders. De impact manifesteert zich op verschillende levensdomeinen: gezondheid (stress, nieuwe huisarts zoeken), sociaal netwerk, bevoorrading, mobiliteit, vertrouwensbanden, hulpverlening, …)
  • Men kan een wijkkeuze doorgeven, maar het gebied kan zo groot zijn dat sociale huurders nog steeds ergens anders belanden dan dat ze verwachtten.
  • Er gaat weinig of geen aandacht naar het behoud van sociale netwerken. Er moeten maximale inspanningen geleverd worden om gezinnen, mantelzorgers, … samen te verhuizen als ze dat wensen.
  • Herhuisvesting naar sociaal patrimonium van een andere maatschappij zou ervoor kunnen zorgen dat sociale huurders dichterbij hun een gewenste setting komen, maar er is op dit moment geen centraal inschrijvingsregister

Inzicht in budgettaire impact van verhuisbeweging op verhuizers tijdig mogelijk maken

  • Verhuizen naar een ander (nieuwer) pand in een andere buurt kan een grote impact hebben op de toekomstige woonkost. De huurkorting valt weg waardoor sociale huurders het gevoel hebben dat hun huurgeld opgeslagen is.
  • Sociale huurders die moeten verhuizen willen tijdig een goed zicht hebben op de effectieve huurprijs van hun nieuwe plek.
  • Ook de kosten die gepaard gaan met de verhuis zelf zijn vaak onduidelijk. Men willen beter kunnen inschatten wat een verhuis precies zal kosten en welke ondersteuning men kan krijgen.

Begeleiding van sociale huurders die verhuizen is noodzakelijk voor, tijdens én na de verhuisbeweging.

Stad Gent bepaalt de communicatie van de sociale huisvestingsmaatschappijen niet. We kunnen dit signaal doorgeven.

43

Toegankelijkheid sociale hoogbouw®

Sociale hoogbouwblokken zijn vaak moeilijk toegankelijk. Het is in sommige gebouwen niet evident om met een kinderwagen binnen en buiten te gaan omdat de drempel (letterlijk) te hoog is zonder oprijplank. Daarnaast zijn de gangen en liften vaak smal waardoor je niet kan draaien met een kinderwagen.

Oudere of minder mobiele mensen wonen soms op hogere verdiepingen. Als een lift stuk is, kan die niet altijd onmiddellijk gerepareerd worden waardoor mensen opgesloten zijn in hun eigen appartement. Soms dagenlang. De trap nemen is geen optie.

Stad Gent pleit voor snelle herstellingen bij sociale woningen, ook bij sociale hoogbouw. In nieuwe projecten geven de stadsdiensten adviezen om alle appartementen maximaal toegankelijk te maken, voldoende bergruimte te voorzien en de gemeenschappelijke delen groot genoeg te maken, bijvoorbeeld in functie van kinderwagens. Oude gebouwen worden omwille van toegankelijkheid en verouderde oppervlaktenormen uit de tijd dat ze gebouwd werden, vervangen door nieuwe gebouwen (vb Rabot, Nieuw Gent).

44

Slechte opvolging van herstellingswerken bij sociale huisvestingsmaatschappijen®

Veel bewoners klagen over de slechte staat van de sociale woningen (Rabot, Sluizeken) en over de opvolging van herstellingswerken in sociale appartementen van WoninGent. De herstellingswerken gebeuren niet of laten heel lang op zich wachten.

Ook worden sociale woningen niet leefbaar gemaakt vooraleer ze opnieuw worden verhuurd. Terwijl daar wel budget voor is. Bij schade wordt er immers sowieso borg ingehouden die dan door de sociale huisvestingsmaatschappij gebruikt kan worden om zaken te herstellen en op te frissen. 

Stad Gent kan dit signaal doorgeven aan de sociale huisvestingsmaatschappijen.

45

Geen plaats voor kwaliteitsvol mobiel wonen in Gent

Gent investeert in vooruitstrevende woonprojecten, maar voorziet geen ruimte voor kwaliteitsvol mobiel wonen (woonwagen, caravan, Tiny House, …) als volwaardige woonvorm. Sommige mensen kiezen expliciet voor deze vorm van wonen, net als mensen die verkiezen om in een woonboot te wonen. Kwaliteitsvol mobiel wonen is een waardevolle aanvullende vorm van wonen, die kan inspelen op de grote woonnood in Gent.

Momenteel wordt dit enkel projectmatig toegelaten via het project postmobiel wonen, en via wonen op sites met een tijdelijke invulling (vb. Meibloemsite).

Stad Gent streeft naar functional zero voor dak- en thuislozen en zet al haar middelen in om maximale structurele oplossingen te realiseren. Dit betekent dat personeel en budget ingezet wordt voor bijkomende sociale huisvesting. Binnen het dak- en thuislozenbeleid krijgt Housing First voorrang op tijdelijke oplossingen. Hoewel de vraag naar mobiel wonen groot is, biedt dit geen duurzame oplossing. Het is een beleidskeuze om hier slecht in experimentele vorm op in te zetten (Meibloemsite, Lübecksite). In deze experimentele projecten is de oplossing tijdelijk en duur. Andere oplossingen voor het betaalbaarheidsvraagstuk genieten de voorkeur.

47

Vervuilde thuissituaties

Buurtzorgers (outreachende medewerkers van een Lokaal Dienstencentrum) worden regelmatig geconfronteerd met ouderen die een verzamelwoede hebben en niet gemakkelijk hulp toelaten. Omdat deze verzamelwoede vaak veroorzaakt wordt door een psychische problematiek, is een multidisciplinaire aanpak aangewezen:  een langdurige psychosociale begeleiding, een eenmalige grote opkuis of een gefaseerde opkuis, de situatie verder onder controle houden door regelmatige thuiszorg, … Belangrijk hierbij is dat de oudere terug vertrouwen krijgt in de hulpverlening.

De sociale dienst kan hierin financieel ondersteunend zijn. Signaal wordt in overleg met departement gezondheid en zorg besproken, met als doel, procesvereenvoudiging, informatiedoorstroming enz... 

48

Gewenning aan inbraak in bergruimtes van sociale appartementsgebouwen

Steeds vaker wordt er in de bergkelders of fietsruimtes van sociale appartementsgebouwen ingebroken, gestolen en vernielingen aangebracht. Daardoor maakt men steeds minder gebruik van deze ruimtes. Door gewenning en gebrek aan vertrouwen in officiële instanties (‘ze doen er toch niks aan') , worden deze vandaalstreken  bijna nooit meer gemeld aan de politie of de huisvestingsmaatschappij.

Bureau Politionele Misdrijfpreventie van de politie zal technopreventief advies geven aan WoninGent

49

Nood aan tijdelijke opvang voor zieke dak- en thuisloze mensen®

Bij ontslag uit het (psychiatrisch) ziekenhuis is er nood aan een plek met medische opvolging en verzorging waar dak- en thuisloze mensen tijdelijk kunnen verblijven om te herstellen. Nu weten ziekenhuizen, wijkgezondheidscentra en andere actoren vaak geen blijf met deze patiënten. Daarnaast zijn er ook meer dakloze oude intra-Europese migranten met medische en psychische problemen die nergens terecht kunnen.

Van 2018 tot augustus 2020 was er via het project Vesalius de mogelijkheid om time out te voorzien voor een aantal zieke dak-en thuisloze personen. In augustus 2020 stopte deze werking. 

Ondertussen wordt bekeken of er een nieuw vorm van opvang en medische begeleiding vorm kan krijgen. Hiervoor zijn er reeds gesprekken geweest met mogelijke uitvoeringspartners om de voorwaarden te bespreken. 

Momenteel zijn er gesprekken lopende met een aantal actoren om het aanbod van medische ondersteuning en opvang in Gent uit te breiden. 

50

Zichtbare dakloosheid©

Dakloosheid is zichtbaar in het straatbeeld. Een 140-tal mensen kiest voor de straat en niet voor de nachtopvang of voor opvangcentra voor dak- en thuislozen. Sommigen weigeren alle hulp, anderen geven zelf een aantal redenen op waarom ze de opvanginitiatieven mijden: er zijn psychiatrische patiënten, er zijn mensen die ze niet willen zien, ze vinden het daar onveilig, ze werden tijdelijk uitgesloten of ze willen zich niet aan de regels houden.

Ondanks de vele inspanningen vanuit Stad Gent zijn er nog steeds mensen die geen huisvesting vinden, en in woonwagens of illegale constructies her en der in de stad gaan wonen.

Door de lockdowns en de nachtklok wordt het nog duidelijker welke mensen niet in hun kot kunnen blijven, omdat ze er geen hebben.

Naast nachtopvang, hebben dak- en thuisloze mensen ook overdag nood aan warme rustplekken verspreid over de stad. De inloopcentra en de Enchanté-partners bieden dit al maar de vraag is groter dan het aanbod, zeker tijdens de lockdown. 

In oktober 2020 werd de Gentse daklozentelling uitgevoerd door de KUL in opdracht van de Koning Boudewijn Stichting. Dit biedt een inzicht in zowel de zichtbare als de verdoken dakloosheid. 

Gent heeft 2 inloopcentra, uitgebaat door CAW. Daarnaast is er, zoals het signaal ook aangeeft, een ruimer aanbod van ontmoetingsplaatsen zoals OpStap, Villa Voortman,... Tijdens de COVID-19 periode werd de toegang tot de inloopcentra effectief strikter in functie van het managen van de beperkte capaciteit. Deze kwam er door de strikte regels in verband met 'social distancing',... Dit betekende dat enkel mensen zonder ander alternatieven in de inloopcentra terecht konden. Daarnaast sloten een aantal werkingen tijdelijk de deuren. 

Op dit moment is de situatie anders. De meeste werkingen openden terug de deuren, natuurlijk met veiligheidsvoorschriften. De inloopcentra evolueren ook terug naar hun reguliere werking. Stilletjes aan gaan we terug richting normalisering van dit aanbod. 

Daarnaast is Gent een plan huisvestingsgerichte aanpak van dakloosheid aan het uitwerken. Het doel is om structurele dakloosheid aan te pakken. 

52

Toename dakloosheid jongeren

We zien een toename van jongeren die dak-of thuisloos worden. Jongeren hebben nood aan zorg, ‘communities’ en een veilige plek. In de zoektocht naar een woning hebben ze nood aan ondersteuning. De woonwijzer is door hen weinig gekend en er bestaat geen digitale tool. Na dak- en thuisloosheid is de opstap naar een vaste woonplek niet evident omdat ze niks hebben en van nul moeten beginnen. Eigenaars willen niet verhuren aan mensen zonder vast inkomen.

53

Nood aan een creatieve oplossing voor daklozen met een meervoudige problematiek

Er is een groeiende groep (bijna) daklozen die vanuit hun complexe of multi-problematiek niet meer terecht kunnen binnen het klassieke dienstverlenings- of woonaanbod. Het gaat vooral over mensen die én een verslavings- én een psychiatrische problematiek hebben en nood aan zowel huisvesting als begeleiding. De criteria voor beschut wonen vanuit de psychiatrie sluit hen uit en het gebrek aan huisvesting sluit mobiele begeleiding aan huis uit. Deze groep heeft nood aan een geïntegreerde oplossing vanuit wonen, welzijn en gezondheid.  

54

School- en studiekeuze zonder info

Om een passende school te kiezen voor je kind, heb je informatie nodig over het schoolsysteem en de -methodes. Daarover is te weinig informatie terug te vinden in de ‘meld je aan’-boekjes, en op de schoolwebsites. Wijkwandelingen om scholen te leren kennen worden niet overal georganiseerd en zijn beperkt tot het Lager Onderwijs. Door het gebrek aan informatie is het voor ouders niet altijd duidelijk welke scholen het best aansluiten op de talenten en de wensen van hun kind. Hierdoor gaan ze vaak niet zelf kiezen, maar de adviezen van anderen volgen, ook al is dit niet altijd het beste voor hun kind.

Veel actoren leveren inspanningen om gezinnen in kwetsbare situaties toe te leiden naar een school: brugfiguren, brede scholen, inloopteams, project kleuterparticipatie,… Maar het blijft hoogdrempelig en er wordt niet altijd rekening gehouden met talenten en wensen van de kinderen/jongeren.

De kansrijke gezinnen trekken ondertussen naar andere gemeenten in de buurt van Gent  (Melle, Merelbeke, Destelbergen, …).

Ook de overstap van het lager onderwijs naar het secundair onderwijs verloopt niet altijd even gemakkelijk voor jongeren uit de kansengroepen. Al te vaak worden deze jongeren te vroeg naar de B-stroom gestuurd. Ouders vinden soms moeizaam de weg naar informatie over het secundair onderwijs en het aanbod is groot, divers en complex. Een goed overwogen advies van de klasleerkrachten of CLB is zeer belangrijk omdat de ouders doorgaans dit advies volgen. Nog te vaak onderschatten zij de impact van hun advies op de beslissing van de ouders. Een verkeerde studiekeuze kan immers leiden tot demotivatie en in soms ook tot een vroegtijdige schooluitval.

CLB’s in Gent bieden informatiesessie voor leerlingen basisonderwijs in scholen én netoverschrijdend infosessies voor ouders en intermediairen. Over volgende belangrijke stappen in de onderwijsloopbaan van kinderen en jongeren worden infofilmpjes voorzien :

  • De overgang van lager naar secundair onderwijs
  • De overgang van de eerste graad secundair onderwijs naar de tweede graad secundair onderwijs
  • De overgang van de tweede graad secundair onderwijs naar de derde graad secundair onderwijs.

Elke filmpje legt de nadruk op één van deze overgangsmomenten. Daarnaast is er ook informatie terug te vinden over 'zorg op school', 'buitengewoon secundair onderwijs', 'het aanmeldingssysteem in Gent', 'Waar terecht met vragen', ...

In de ‘meld je aan’-boekjes is weinig informatie terug te vinden over het schoolsysteem of over de methode. De boekjes zijn gericht op het aanmeldingssysteem en moeten de ouders wegwijs maken in de handeling van het aanmelden. De concrete informatie over de scholen zelf zijn terug te vinden op de schoolwebsites. Vanuit het LOP werd in schooljaar 2020-2021  een oproep gedaan naar de scholen voor het hebben van aandacht van duidelijke, transparante en actuele informatie op de schoolwebsite. 

Naar aanleiding van de modernisering van het secundair onderwijs wordt de oriënterende functie van de 1ste graad secundair onderwijs versterkt:

  • Leerlingen ontdekken en ontplooien in de 1ste graad hun interesses, talenten en mogelijkheden, voortbouwend op het lager onderwijs. De eerste graad bereidt leerlingen voor om trapsgewijs, geïnformeerde en bewuste studiekeuzes te maken doorheen het secundair onderwijs.
  • De toegang tot de 1ste graad is strikt gekoppeld aan het getuigschrift basisonderwijs. Een leerling met een getuigschrift basisonderwijs start in het 1ste leerjaar A, een leerling zonder getuigschrift in het 1ste leerjaar B.
  • In de 1ste graad is er structureel ruimte voor differentiatie op maat: leerlingen worden extra uitgedaagd of extra ondersteund. De differentiatie-uren kunnen ook gebruikt worden voor verdieping in klassieke talen.
  • Leerlingen hebben doorheen de 1ste graad ook meer mogelijkheden om te schakelen tussen de B- en de A-stroom.

 

Voor OKAN (van waaruit ook doorgestroomd wordt naar het secundair onderwijs) nemen de vervolgschoolcoaches hier een belangrijke rol in op, zowel naar de leerling toe als naar de ouders toe. Ze werken daarvoor ook samen met partners als De Stap en de CLB’s, en wisselen onderling uit over concrete casussen en nieuw onderwijsaanbod, zodat ze maximaal op de hoogte zijn van wat er kan en bestaat.

Brugfiguren stimuleren scholen om een traject op te zetten in de overgang van leerlingen van basis naar secundair. Dit op maat van het kind, rekening houdend met talenten en wensen, en samen met de ouders. Het traject kan kort of lang zijn, naargelang de noden. We geven informatie door van bv. De Stap en in samenwerking met partners; bv. het Beroepenhuis. Brugfiguren faciliteren bezoeken aan deze organisaties of gaan zelf mee met de gezinnen. Het team Partnerschap School-Gezin zorgt ervoor dat de brugfiguren de meest recente informatie ter beschikking hebben door samenwerking met de LOP-ondersteuners. We faciliteren uitwisseling tussen de brugfiguren die in de basisschool staan en brugfiguren die in de 13 secundaire scholen met eerste graad B-stroom staan.

 

55

Secundair onderwijs vaak onbetaalbaar®©

Elk jaar zijn er kinderen in het secundair onderwijs die nog geen schoolboeken hebben/krijgen tot de facturen betaald zijn. De school heeft ook minder zicht op de individuele situatie en noden van de leerlingen omdat leveranciers van boeken de betalingen zelf innen. Daarnaast werken scholen meer en meer met invulboeken waardoor de aankoop van tweedehandsboeken niet meer mogelijk is.

Ook wordt verwacht dat elke leerling uit het secundair onderwijs over een computer en internet beschikt, en digitale vaardigheden heeft. Sinds de coronacrisis werd dit nog versterkt.

De hoge schoolkosten (boeken, pc en internet, materiaal, uitstappen) zorgen ervoor dat gezinnen in een kwetsbare situatie minder participeren binnen en buiten de school(m)uren en hierdoor geen gelijke onderwijs- en ontplooiingskansen hebben.

Vzw Krijt:

  • moedigt leerkrachten/vakgroepen aan om eigen cursussen te maken
  • sensibiliseert leerkrachten door hen bewust te laten worden van de problematiek. Een actie hierrond is  bijvoorbeeld de boekencheckdag
  • stimuleren van scholen om te werken met een maximumfactuur of maximumbedragen voor vb schoolreizen

 

Schoolonkosten is een item dat aandacht krijgt aan de LOP-tafel in samenwerking met armenverenigingen van Gent  en andere partners binnen het LOP. Kostenbeleid is geïntegreerd in de werking van LOP, dat resulteerde in  het verleden al in concrete acties vb. het Charter voor een goede communicatie met ouders, studiedagen, vorming en andere acties.

Brugfiguren en trajectbrugfiguren stimuleren scholen om tot een kostenbewust beleid te komen. Tijdens de lockdown en coronacrisis hebben brugfiguren heel erg ingezet op het verdelen van laptops aan gezinnen in kwetsbare situaties; zowel via de kanalen van de stad Gent als via vzw’s en private organisaties. Brugfiguren detecteren signalen en gaan daarmee aan de slag, zowel in de school als met partners. Brugfiguren bekijken in samenwerking met de OCMW-medewerkers van Kinderen Eerst of gezinnen in aanmerking komen voor extra tegemoetkomingen.

56

Vraag en aanbod bij studieondersteuning©

De nood aan studieondersteuning is groter dan het aanbod. Veel ouders vinden het moeilijk om hun kinderen schoolse ondersteuning te bieden. Als ouders die ondersteuning elders willen halen botsen ze op een wachtlijst van 6 tot 12 maanden. De capaciteit van de organisaties die studieondersteuning bieden is vaak onvoldoende, en er kruipt veel tijd in het bieden van een goeie opleiding en ondersteuning aan de vrijwilligers.

Daarom biedt ook vzw Jong studieondersteuning aan in alle kinderwerkingen. Zij zien ook de vraag bij tieners en jongeren stijgen. Corona zorgde bovendien voor leerachterstand.

Het tekort aan studieondersteuning werd via Onderwijscentrum Gent en Leerbuddy Vlaanderen via een nota aangekaart bij minister Ben Weyts. Een degelijke opleiding en begeleiding van vrijwilligers/buddy's vraagt tijd en middelen van de organisaties. Stad Gent ondersteunt Gentse organisaties financieel en inhoudelijk, maar de financiering van de lokale overheden is niet voldoende om tegemoet te kunnen komen aan de vraag. Met de nota's als uitgangspunt is het tekort aan studieondersteuners via verschillende kanalen tot bij de minister geraakt. Voorlopig kwam er geen positief antwoord.

Onderwijscentrum Gent ondersteunt financieel en inhoudelijk Gentse initiatieven studieondersteuning. 

  • subsidiereglement voor initiatieven studieondersteuning
  • vorming voor de vrijwilligers: versterken in studieondersteuning en digitale vaardigheden
  • voorzien van intervisie en uitwisseling met de verschillende initiatieven

 

57

Huiswerk op de computer niet voor iedereen mogelijk©

Leerkrachten geven vaak  digitaal huiswerk. Dit zorgt voor uitsluiting van een groep kinderen/jongeren die thuis geen PC heeft. Sommige leerlingen moeten de lessen volgen op een gsm. Veel scholen vragen ook om een eigen laptop te hebben en het moet vaak een specifieke zijn. Dit is voor gezinnen met meerdere kinderen problematisch, aangezien niet alle gezinnen over meerdere laptops/computers beschikken. Deze kinderen/jongeren dienen dan momenten bijeen te sprokkelen om ergens anders op een computer te kunnen voortwerken. Bijkomend probleem is dat zowel de digitale vaardigheden van school, ouders en leerlingen onvoldoende zijn om hiermee zelfstandig aan de slag te kunnen gaan.

Dit werd versterkt door corona. Gezinnen met schoolgaande kinderen hebben vaak onvoldoende geschikte computers in huis om elk kind de lessen te laten volgen. Tijdens de coronapandemie werden laptops en computers ingezameld en ter beschikking gesteld. Ook kregen gezinnen in kwetsbare situaties free wifi van Proximus en Telenet. Dit is heel fijn maar vaak ontoereikend en ook voor na corona zijn er geen garanties.

Via E-inclusie:

  • Ontleenactie laptops voor leerlingen BaO ingeschreven bij een erkend initiatief studieondersteuning. Momenteel wordt bekeken om dit aanbod ook uit te breiden naar leerlingen SO.
  • 10 digipunten voor kinderen en jongeren
  • Extra vrijwilligers voor ondersteuning van kinderen en jongeren in De Krook en in de wijkbibliotheken
  • In 2020-2021 werden laptops ontleend aan scholen voor kwetsbare leerlingen ifv het verplicht afstandsonderwijs in SO.
  • Digilessen voor ouders van leerlingen basisonderwijs 3e graad. Doelstelling is om 4 proeftuinen op te starten in schooljaar 2021-2022. Dit in samenwerking met Ligo.
  • Digihulp aan huis door stagestudenten. Opstart proeftuin schooljaar 2021-2022. Doel is om zowel een proeftuin te starten in SO als in BaO.
  • In september 2021 bekijken we samen met de OKAN-scholen hoe we hun leerlingen en leerkrachten extra kunnen ondersteunen op digitaal vlak. Doel is om een proeftuin op te starten, waarbij we de ontlening van laptops combineren met ondersteuning van het ontwikkelen van digitale vaardigheden.
  • Mediacoachopleiding voor Gentse scholen: tijdens deze opleiding krijgen de deelnemers de nodige info en handvaten om meer in te zetten op mediawijsheid op school. Doel van de opleiding is ook het opstarten van een project op maat van de school. In deze Gentse opleiding zal dit project focussen op e-inclusie.

 

Inzamelactie van digitale toestellen: Gentse burgers kunnen hun oude toestellen binnen brengen in verschillende punten. Deze toestellen worden hersteld door vrijwilligers uit het RepairCafé, via de KRAS-diensten worden ze vervolgens geschonken aan Gentse kwetsbare personen en gezinnen. Ook mensen die (nog) niet aangesloten zijn bij een KRAS-dienst maar wel nood hebben aan een toestel en zich in een kwetsbare situatie bevinden, kunnen zich aanmelden. 

58

Ondersteuningsnoden voor scholen buitengewoon onderwijs met precaire doelgroepen

Er is een grote nood aan ondersteuning in scholen buitengewoon onderwijs. Deze scholen hebben meer en meer gezinnen met een meervoudige complexe problematiek. Bijvoorbeeld kinderen met ernstige mentale beperkingen die opgroeien in precaire gezinssituaties. Het beperkte communicatievermogen van zowel de kinderen als de ouders vraagt om een specifieke aanpak. Ze komen handen tekort om de sociale uitdagingen die deze doelgroep met zich meebrengt (onbetaalde facturen, huisvestingsproblemen, op te volgen medische problematieken en afspraken, onvermogen van de doelgroep om zich te verplaatsen, …) zelf aan te pakken en hebben nood aan ondersteuning  zodat ze weer meer tijd hebben voor hun kerntaken.

Vanuit de OKAN-scholen (vervolgschoolcoaching) wordt in het schooljaar 2021-2022 een ‘professionaliseringstraject’ opgezet voor BuSO-scholen in Groot-Gent, om hen wegwijs te maken met betrekking tot (ex-)OKAN’ers, waar specifieke problematieken of beperkingen gecombineerd worden met (zeer) beperkte taalvaardigheid in het Nederlands.

Scholen buitengewoon onderwijs kunnen geen beroep doen op brugfiguren, maar kunnen wel een vraag richten aan de trajectbrugfiguren die hen ondersteunen in het bereiken van kwetsbare kinderen en gezinnen. De trajectbrugfiguren hebben in het schooljaar 2020-2021 een lerend netwerk opgestart waar scholen van het buitengewoon onderwijs samenkomen voor uitwisseling van good practices en intervisie.

59

Dagbesteding voor jongeren moeilijk te vinden

Er is veel vraag naar zinvolle dagbesteding voor jongeren, vooral in het kader van alternatieve dagbesteding of Naadloos Flexibel Traject[1] voor jongeren. Maar het aanbod is beperkt en sluit niet aan bij de interessesfeer. Vaak gaat het om buitenwerk of boerderijwerk. Er is bijvoorbeeld geen aanbod ICT en niets voor meisjes, weinig voor -12 jarigen, … Het aanbod is vaak ook moeilijk bereikbaar en het openbaar vervoer is betalend vanaf 15 jaar. Er is een gebrek aan langdurig en voltijds aanbod, terwijl daar de meeste nood aan is. Er zijn wachtlijsten en aanmeldingstops. Er is geen vrijwilligersverzekering voorhanden. Door de druk laat de begeleiding te wensen over en is er nog weinig sprake van maatwerk.

[1] De naadloze flexibele trajecten (NAFT) hebben als doel om schooluitval en vroegtijdig schoolverlaten in het secundair onderwijs tegen te gaan. Meestal gaat het om jongeren die door pedagogische, juridische, sociale of persoonlijke redenen het onderwijs dreigen te verlaten. Hun problematiek gaat vaak samen met spijbelgedrag, een problematische thuissituatie, delinquent gedrag of psychiatrische problemen.

Een NAFT-traject verloopt vraag gestuurd en op maat. Vanaf de start van een traject worden alle actoren betrokken. De doelstellingen worden samen bepaald, en de inhoud wordt afgestemd op de interesses en noden van de betrokkenen. NAFT bevindt zich op de snijlijn van welzijn en onderwijs.

60

Lokroep naar geld zorgt voor ongekwalificeerde uitstroom

Veel jongeren haken af in het onderwijs omwille van de financiële voordelen op korte termijn buiten het onderwijs. Ze hebben nu geld nodig om te overleven, maar hypothekeren daardoor hun toekomstmogelijkheden.

Leerlingen haken af van school als ze 18 jaar worden en recht hebben op een leefloon.

Bij jongeren met een leefloon die hun leertraject combineren met een arbeidstraject (zoals o.a. bij leerlingen binnen het systeem van deeltijds onderwijs en duaal leren) wordt hun loon/leervergoeding in mindering gebracht op hun leefloon. Om dit te compenseren kan er voor leefloongerechtigde jongeren een socio-professionele vrijstelling (SPI) worden toegepast. Dit wil zeggen dat enkel het bedrag van de leervergoeding die de SPI overschrijdt, wordt afgetrokken van het leefloon.  Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde kleine en grote SPI voor studenten. Wie geen studietoelage heeft, krijgt een SPI-vrijstelling van 253,88 euro per maand. Wie wel een studietoelage heeft, krijgt slechts de kleine SPI van 70,81 euro per maand. De wet maakt geen onderscheid naargelang het bedrag van de studietoelage. Aangezien het verplicht is in het kader van het recht op een leefloon om een studietoelage aan te vragen (en ook veel jongeren dit recht toegekend krijgen), betekent dit dat jongeren hun leervergoeding slechts wordt vrijgesteld voor een bedrag van 70 euro. Deze vermindering van de leervergoeding wordt in de meeste gevallen niet gecompenseerd door de studietoelage. Er zijn immers grote verschillen tussen de bedragen van de studietoelage, naargelang de student secundair dan wel hoger onderwijs volgt en naargelang het statuut van de student. Hierdoor maken de jongeren vaak de keuze om hun studies stop te zetten.

Jongeren die een horecaopleiding volgen, haken af op school en kiezen voor voltijds werk. Hierdoor leren ze de job misschien beter, maar halen ze geen diploma secundair onderwijs. Van zodra jongeren de stap moeten zetten naar een overeenkomst alternerende opleiding stoppen ze of ontwijken hun verplicht traject door minder naar school te komen en in het zwart te werken. Deze jongeren zijn daarna nauwelijks te begeleiden.

POWER (Perspectief op Onderwijs en Werk): Dit project wil jongeren aanmoedigen om hun onderwijskwalificatie succesvol af te ronden door hen perspectieven op de arbeidsmarkt of vervolgopleiding te bieden alsook waarborgen dat jongeren na het verlaten van het secundair onderwijs een duurzame loopbaan kunnen aanvatten. De school zorgt hierbij voor de identificatie van potentieel vroegtijdig schoolverlaters en voert met de jongeren een perspectiefgesprek. De trajectbepaling, trajectbegeleiding en nazorg is de verantwoordelijkheid van vzw TOPunt in samenwerking met de NAFT-aanbieders, dit steeds in nauw overleg met de school. Elke jongere in een transitietraject krijgt een persoonlijke levensloopbaancoach die fungeert als schakel tussen de onderwijsprofessionals, werkprofessionals en de leerling. Deze coach zet samen met de leerling een traject op.

61

Mogelijkheden tot levenslang leren immens maar onoverzichtelijk

De mogelijkheden tot levenslang leren zijn voortdurend in evolutie. Een groeiend en flexibel educatief aanbod creëert meer leermogelijkheden en -faciliteiten, maar werpt ook drempels op door zijn onoverzichtelijk karakter. Vaak is leren ook moeilijk te combineren met een job of gezin. Bovendien staat dit aanbod niet op zichzelf, maar krijgt het voor de persoon pas betekenis in een specifieke levenssituatie of tijdens een transitiemoment. En dan spelen verschillende factoren een rol: de kwaliteit, de kostprijs (behoud van loon, werkloosheidsuitkering, kinderbijslag, betaald educatief verlof, …), het moment waarop de opleiding plaatsvindt, de faciliteiten en randvoorwaarden, diploma, tewerkstellingskansen, …   

De Stap - Leerwinkel Oost-Vlaanderen maakt leerlingen, studenten, volwassenen, professionelen wegwijs in alle mogelijkheden van LevensLangLeren  in Oost-Vlaanderen. Je kan gratis terecht met je vragen bij De Stap. De leerloopbaancoaches gaan samen op zoek naar een opleidingstraject op maat.

62

Scholen soms nog zoekend op het vlak van armoede en diversiteit®

Kinderen en jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie krijgen vaak (onbedoeld) minder kansen op een school die weinig ervaring heeft op het vlak van armoede en diversiteit. Vaak worden ze uitgesloten of haken ze na enkele weken of maanden af. Scholen zijn soms zelf zoekend naar ondersteuning en vorming, partners die hun school kunnen versterken en mensen die hen kunnen begeleiden in deze transitie. Het is belangrijk dat preventief ingezet wordt op ondersteuning en versterking van deze scholen.

Rond het thema ‘grootstedelijke context’ wordt vanuit het Onderwijscentrum: 

  • ingezet op het versterken en ondersteunen van scholen via ondersteuningstrajecten en vormingssessies voor scholen. De concrete invulling wordt via de website van Onderwijscentrum Gent bekendgemaakt.
  • een collegagroep meertaligheid voor basisonderwijs en voor secundair georganiseerd
  • ingezet op trajecten op basis van werkpunten die uit de resultaten van de DISCO (diversiteitsscreening onderwijs) komen, in samenwerking met externe partners

 

Via de GIDS (Gentse Inspiratiebank voor Diversiteit op School) kunnen scholen concrete materialen en informatie terugvinden over organisaties waar ze een beroep op kunnen doen met specifieke vragen over armoede of diversiteit op school. www.stad.gent/gids.

Op het inhoudelijk luik van de  algemene vergadering van het LOP Gent SO  werd op 3 juni 2021 een inspirerend vormingsmoment voorzien door Dr. Inge Van de Putte – Vakgroep Orthopedagogiek, UGent . Voorstelling van Potential, Power to teach all children, een professionaliseringstraject voor leraren in het creëren van inclusieve leeromgevingen.

Brugfiguren en trajectbrugfiguren stimuleren scholen om tot een kostenbewust beleid te komen. Dit kan variëren van het volgen van een vorming samen met de secretariaatsmedewerker en/of zorgcoördinator van een school rond de maatregelen die het stedelijk onderwijs biedt, tot het procesmatig begeleiden samen met een externe organisatie. Brugfiguren en trajectbrugfiguren stimuleren scholen ook om beleidsmatig rond de verschillende facetten van diversiteit te werken. Dit kan variëren van een sensibiliseringsactie op de Dag van de Thuistaal tot opnieuw het procesmatig begeleiden samen met een externe organisatie.

63

De vele gevolgen van telewerk©

Sinds corona en ook in de toekomst wordt telewerk meer en meer de norm. Zonder ondersteuning kan telewerk vele gevolgen hebben. Eerst en vooral zijn er financiële gevolgen. Niet meer de werkgever maar de mensen zelf staan in voor bijkomende kosten op het vlak van verwarming, verbruik, printen, comfortabel bureaumateriaal, … En dan zijn er ook de gevolgen op het vlak van gezondheid. Het mentale welzijn lijdt onder het gebrek aan contacten, pauzes, samenwerken, … Ook hebben veel mensen door slecht werkmateriaal (bureau, stoel, voetsteun, …) fysieke klachten.

64

Vernieuwde VDAB heeft een grote impact op mensen in een kwetsbare situatie©

De VDAB bouwt het aantal werkwinkels fors af  en zet voluit in op digitale dienstverlening. Mensen in armoede en digitaal laaggeletterde mensen zijn daarvan de dupe. Zij  hebben een persoonlijke dienstverlening nodig, op maat en zonder digitale tools.

Ook tijdens Corona was de VDAB volledig gesloten voor publiek, en verliep alles via telefoon of e-mail. Aan de telefoon bleef je lang wachten en de mails bleven vaak onbeantwoord.

Minderjarigen op zoek naar een job, kunnen niet begeleid worden door het jobteam op basis van de leeftijdsgrens.

VDAB zet vanaf het najaar 2019 in op de ‘digital first’ -contactstrategie: klanten worden aangemoedigd om zich zelf digitaal in te schrijven als werkzoekende. De eerste periode wordt nog ondersteuning door onthaalmedewerkers in de werkwinkels van VDAB voorzien, later valt dit weg. Na inschrijving worden klanten binnen de 6-12 weken telefonisch gecontacteerd door de Servicelijn van VDAB. Tijdens dit telefonisch contact wordt de ondersteuningsnood van de persoon ingeschat. Kwetsbare werkzoekenden worden daarna doorverwezen naar het team Intensieve Dienstverlening van VDAB, jongeren met een ondersteuningsnood worden doorverwezen naar het team Jongerenondersteuning.

Aanvullend op de VDAB-dienstverlening voorziet de Stad in een laagdrempelige eerstelijnsdienstverlening in een aantal wijkgerichte Werkpunten. Deze werking is uitgebouwd om drempels en (sociale) afstand naar de VDAB voor kwetsbare werkzoekenden te ondervangen. Iedereen met een vraag over werk of opleiding kan hier, tijdens open permanentiemomenten of op afspraak, terecht. De Werkpunten bevinden zich in de wijken Ledeberg, Nieuw Gent, Dampoort-Sint Amandsberg en Rabot (contactgegevens: https://stad.gent/werkpunten).

De Werkpunten en verschillende partnerorganisaties vangen de sterk verhoogde drempel naar inschrijvingen en contact met VDAB ten dele op. Werkzoekenden worden er ondersteund en geholpen bij de noodzakelijke digitale inschrijving bij VDAB en bij andere digitale vragen (een mailadres aanmaken, online vacatures zoeken en solliciteren, je VDAB-werkzoekendendossier bijhouden…).  

De nood aan digitale vaardigheden neemt toe, op alle domeinen van het maatschappelijk leven. Voor een groep werkzoekenden blijft dit een grote uitdaging. Maar ook arbeidsbegeleiders en jobcoaches worden uitgedaagd om zich nieuwe digitale systemen eigen te maken en die digitale dimensie in hun  begeleidingsaanbod op te nemen.

Stad Gent zette daarom in samenwerking met het partnerschap Gent, stad in werking een ‘digitaal Werkt’-project op. In dat kader is een ICT steward aangesteld  om arbeidsbegeleiders van verschillende partner-organisaties bij te staan bij de toenemende digitale vragen van klanten. Dit initiatief is tijdens de coronaperiode verlengd.

Een toegankelijke dienstverlening voorzien onder de geldende corona-beperkingen, is voor alle organisaties, zowel VDAB als haar partnerorganisaties, een heel grote uitdaging. Tijdens de periode van lockdown is de fysieke dienstverlening een tijd verplicht stopgezet.

De Werkpunten probeerden dit deels op te vangen door klanten proactief te contacteren en hun telefonisch (soms digitaal via smartphone) vacatures door te geven of te bespreken. Het aantal gemiddelde klantencontacten met consulenten uit de Werkpunten nam in 2020 toe, wat mogelijks wijst op een mindere beschikbaarheid van de VDAB-begeleider (64% van de klanten die in de Werkpunten fysiek langskomt heeft een begeleider bij VDAB of andere organisatie. Ook dit kan verklaren dat klanten minder bij hun VDAB-begeleider terecht konden).

Ondertussen is de dienstverlening van VDAB en partners terug fysiek toegankelijk, zei het enkel op afspraak. Digitale dienstverlening blijft echter het uitgangspunt. Bij de afdeling Intensieve dienstverlening wordt hiervan afgeweken wanneer er echte nood bij de klant aanwezig is. Ook de jongeren deeltijds onderwijs worden door VDAB fysiek geholpen.

Sinds 11/5/2021 startten ook de Werkpunten de fysieke contacten terug op, tot op heden eveneens enkel op afspraak.

Jobteam Gent (https://stad.gent/jobteam) is een begeleidingsprogramma specifiek opgezet voor werkzoekenden in een maatschappelijk kwetsbare positie. Werkzoekenden met een grote ondersteuningsnood kunnen hier terecht. Bij elke aanmelding overlegt Jobteam met VDAB of een begeleiding kan worden opgestart. Eigen aan de werking is de intensieve aanpak op maat en in het tempo van de betrokkene: zowel werk- als welzijnsvragen worden opgenomen, tijdens huisbezoeken of op de andere locaties, meegaan op afspraken, met tolken of intercultureel bemiddelaars… Voor de meerderheid van de Jobteam-deelnemers is het digitale een grote drempel. Tijdens de lockdown werd dit nog meer duidelijk, met alle gevolgen van dien. Met werkzoekenden zonder digitale vaardigheden of tools was het zeer moeilijk contact te behouden. En om je weg te vinden naar bedrijven, vacatures, uitzendkantoren ed., werden digitale kanalen nog belangrijker. In reactie hierop is project ‘Digipacks’ gestart, om de werkzoekenden basis digitale vaardigheden aan te leren en aan deelnemers zonder eigen middelen, tijdens de begeleiding, een laptop of tablet te ontlenen. Deze werking is mogelijk gemaakt met corona-relance middelen, en loopt sinds maart 2021.

Met uitzondering van het ondersteuningsaanbod voor schoolgaande jongeren in een systeem van deeltijds leren en werken, is het begeleidingsaanbod van VDAB en arbeidsbegeleiding bij partners in regel gericht naar meerderjarigen. Dit volgt de logica dat de leerplicht geldt tot 18 jaar, en je pas daarna toegang krijgt tot de arbeidsmarkt en de bijhorende dienstverlening. Ook voor Jobteam Gent is dit van toepassing.

Er is evenwel ook een aanbod aan projecten en werkingen in Gent voor minderjarigen in het kader van systemen van deeltijds leren en werken en voor jongeren die afhaken op de schoolbanken. Als minderjarigen zich melden bij het Jobteam, bekijkt men wat de specifieke situatie en vraag van de jongere is om door te verwijzen naar het best passend hulpaanbod bij één van die partnerorganisaties.

Van juli tot eind 2020 zette de stad, samen met VDAB en andere partners, bijkomend in op een extra dienstverlening naar schoolverlaters. Op een centrale plaats in de stad werd de pop up ‘Take Off’ uitgebouwd, waar men terecht kon voor ondersteuning bij de inschrijving bij VDAB en voor wegwijs bij allerlei vragen over werk. Opvallend was dat ook veel hoger opgeleide jongeren nood hadden aan ondersteuning bij het werk zoeken in coronatijden. De meest kwetsbare jongeren werden met dit initiatief niet bereikt. In navolging van dit initiatief kunnen ook in de zomerperiode van 2021 schoolverlaters, aanvullend op de VDAB-dienstverlening, terecht voor een gesprek met een arbeidsbegeleider van Stad Gent.

Een toegankelijke dienstverlening van VDAB en partners, op maat van de specifieke noden in de Gentse regio, is opgenomen als één van de doelstellingen van het Gents Arbeidspact. De beleidsmatige opvolging hiervan is opgenomen in de convenant tussen Stad Gent en VDAB voor een inclusief en toekomstgericht arbeidsmarktbeleid. Signalen en knelpunten worden meegenomen naar het beleidsoverleg en strategische werkgroepen in het kader van deze convenant. 

65

VDAB overdrijft met activering

Vanuit de optiek “iedereen aan het werk” zet de VDAB in op doorgedreven activering. De VDAB begeleidt mensen niet alleen naar werk, maar doet ook de controle om na te gaan of je je als werkzoekende aan jouw plichten houdt. Waar vroeger de controlerende en sanctionerende bevoegdheid bij de RVA lag, ligt dit nu bij de VDAB zelf. Via een samenwerkingsverband met Geïntegreerd Breed Onthaal proberen ze nu ook mensen die moeilijk tot op de arbeidsmarkt geraken, toe te leiden naar de hulpverlening.  Mensen voelen zich hierdoor verplicht tot hulpverlening of niet geholpen bij hun zoektocht naar werk.

67

Nood aan vertrouwensband met hulpverlener

Hulpvragers hebben nood aan een vaste, vertrouwde hulp- of zorgverlener. Veelvuldige wissels van hulpverleners (bv. OCMW, Woningent, huisarts), maken een duurzame ondersteuning van en samenwerking met mensen in nood moeilijk tot onmogelijk. Ook bestaat de kans dat ze niet de juiste hulp krijgen omdat de nieuwe hulpverlener hun dossier onvoldoende kent, laat staan het volledige verhaal erachter.

Men wil geholpen worden door dezelfde persoon.

Binnen de sociale dienst zijn de eerste stappen gezet om de verschillende dimensies van het probleem goed te kennen (gebruikers-, medewerkers- en organisatieperspectief) . Er werden focusgesprekken gevoerd met groepen van gebruikers van de dienstverlening en met maatschappelijk werkers zelf. Ook de recentste tevredenheidsmetingen bieden de nodige aangrijpingspunten. We onderzoeken verder welke sporen we kunnen bewandelen om naar gerichte oplossingen te werken.

68

Hulpverlening toegankelijker met sociale professional aan jouw zijde©

Basishulp wordt gemakkelijker toegekend als een sociale professional meegaat naar het loket van het OCMW, burgerzaken of de mutualiteit. Na een eerste individuele poging, lijkt het beter en sneller te gaan als de cliënt vergezeld wordt van een sociale professional. Dit zorgt voor ongelijke behandeling en hoge drempels. Een ander gevolg hiervan is dat mensen afgeleerd worden om het alleen te proberen. Ze worden afhankelijker van professionelen en de sociale professional krijgt nog meer werk.

69

Geen laagdrempelig groepsaanbod opvoedingsondersteuning voor ouders met kinderen vanaf 8 jaar

In Gent kunnen ouders met kinderen vanaf 8 jaar niet terecht in een laagdrempelig groeps- of trainingsaanbod rond opvoedingsondersteuning dat uit meerdere sessies bestaat. Het Stop-aanbod (4-7j) in Gent zit meteen vol en het Lift-aanbod (8-12j) bestaat niet in Gent. Er is vooral nood aan een aanbod rond het begrenzen van kinderen en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.

Ouders van jongere kinderen kunnen daarvoor occasioneel terecht bij de spelotheken van vzw Jong en bij de drie inloopteams. Maar zij hebben te weinig personeel om op verschillende plaatsen in Gent (op maat en laagdrempelig) langdurige reeksen groepsaanbod te starten.

70

Nood aan voor- en nazorg®

Er is meer nood aan ruimte voor nazorg na het stopzetten van hulpverlening. Traditioneel gaat het hier over nazorg na ontslag uit ziekenhuis en psychiatrie. Maar ook bij andere hulpverlening is er nood aan nazorg in de vorm van zorgcontinuïteit bij overgang (jeugdzorg, gevangenis, …). Vaak ontbreekt ook een duidelijk kader met betrekking tot nazorg. Ook is er nood aan wachtlijstzorg zodat mensen ‘ergens’ terecht kunnen voordat ze de meest geschikte hulp krijgen.  

Enkele voorbeelden gebrek aan nazorg:

  • Beschut wonen: mensen in beschut wonen moeten doorschuiven, maar naar waar?
  • Gevangenen worden op straat gezet zonder woonst, werk, … (erger in Coronatijd)
  • Wat na jeugdhulp? Eerst is er veel hulp, en dan plots valt alles weg.
  • Wat na collectieve schuldenregeling?

Enkele voorbeelden gebrek aan ‘voor’zorg:

  • Mensen kunnen door een multiproblematiek niet terecht in de hulpverlening, maar waar kunnen ze dan wel heen?
  • Mensen kunnen maar voor één problematiek worden geholpen, wat met de andere?
  • Mensen kunnen door plaatsgebrek niet terecht in de psychiatrie, waar kunnen ze ondertussen wel heen?

71

Voorwaarden voor hulp®

Mensen kunnen niet terecht in de hulpverlening omdat ze er niet erg genoeg aan toe zijn, een dubbele diagnose hebben, of zich eerder onaanvaardbaar hebben gedragen. En dus wordt deze kwetsbare doelgroep de toegang tot hulp ontzegd, zonder dat er een andere oplossing is. Zonder gepaste hulpverlening dreigen de problemen te escaleren, zowel voor de persoon zelf, als voor zijn omgeving en de buurt.

Enkele voorbeelden:

  • De crisis is niet zwaar genoeg voor crisishulpverlening
  • Opname kan enkel als je nuchter bent
  • Revalidatie na amputatie kan enkel als je afgekickt bent
  • Opname in revalidatiecentrum kan enkel als je been tot boven de knie werd geamputeerd
  • Drughulpverlening is enkel mogelijk als je zelf de stap zet en ernaartoe gaat

72

Wachttijd bezoekersruimte loopt op©

Na contactbreuk moeten ouders en kinderen tot 1 jaar wachten op begeleiding bij herstel van onderling contact. Er is meer vraag naar aanleiding van conflictueuze echtscheidingen en er zijn weinig diensten die met deze problematiek kunnen of durven werken. Daarom is er een wachttijd om gebruik te maken van de bezoekruimte van CAW. Dit werd nog versterkt door corona (zie ook signalen 16 en 27).

Jaarlijks zijn er ca 25.000 echtscheidingen en ongeveer 1 op 4 van de minderjarigen maakt een scheiding thuis mee. 10 tot 15% van de scheidingen verloopt conflictueus.

73

Drempels bij doorverwijzing naar gezinshulpverlening

Gezinnen komen opeenvolgend in onthalen van verschillende organisaties (bv. huisarts - opvoedingswinkel - CLB) terecht. Daar moeten ze steeds opnieuw een kort onthaal- of intakegesprek doen met een onbekende medewerker. De focus van de intakegesprekken ligt vooral op praktische elementen en procedures, eerder dan op het welzijn en de beleving van het gezin.

Als er na intake moet worden doorverwezen, is er bijna altijd een wachtlijst van minstens 6 maanden: bij de beide Gentse CKG’s, CGG, CAW en jeugdhulp. Voor jongeren 12+ is er een tekort aan passend aanbod van intensieve (thuis)ondersteuning.

vb. een jongere van 18 jaar, die bij zijn alleenstaande mama en 3 jongere broers/zussen woont, vindt geen passend aanbod na beëindiging van z’n middelbaar doordat in de DOP aanvraag geen dringende elementen opgemerkt werden op het intakeformulier. Het formulier is afgenomen tijdens een éénmalig gesprek met een onbekende consulent, terwijl er rond het gezin een hulpverlenersnetwerk van minstens 5 organisaties actief is (OCMW, CGG, CKG, Opvoedingswinkel, de huisarts, psychiater UZ en de laatst betrokken begeleiders van de middelbare school). Het netwerk stuit op een gebrek aan passend aanbod voor de jongere.

Ondersteuning via tolken wordt niet vaak geboden (zeker bij CKG en Jeugdhulp), of is een bijkomende reden van wachtlijsten.

Door de korte duur van trajecten en de nadruk op doelgerichtheid worden maatwerk en een cultuur sensitieve houding bij hulpverleners bemoeilijkt.

74

Aangepaste opvang voor anderstalige zorgbehoevende ouderen

Het is zeer moeilijk om een geschikte opvangplek in een woonzorgcentrum te vinden voor anderstalige zorgbehoevende ouderen (met dementie).  Naast de opvang op zich, is ook de begeleiding niet evident omdat zowel het zorg- als het activiteitenaanbod in het Nederlands plaatsvinden.

75

Digitalisering, hoogdrempelige telefonische dienstverlening en moeilijk taalgebruik in brieven zorgt voor administratieve druk op de eerstelijn©®

Heel veel eerstelijnswerkers nemen door de digitalisering noodgedwongen administratieve taken op voor hun cliënten. Daardoor komt hun regulier werk in het gedrang.

Hulpverleners krijgen daarnaast vaak van hun cliënten te horen dat ze de brieven die ze ontvangen van banken, verzekeringen, overheden, andere organisaties, … niet begrijpen. De maatschappelijk werkers verliezen veel tijd door deze brieven voor hen uit te pluizen, te vertalen en te zeggen wat de cliënt moet doen. Hun regulier werk komt daardoor in het gedrang.

Daarnaast zijn ook openbare diensten weinig toegankelijk, zeker in coronatijd. Politiecommissariaten, Welzijnsbureaus, mutualiteiten, vakbonden, VDAB, … deden de deuren dicht (zeker tijdens de eerste lockdown) of openden beperkt op afspraak. Veel (stads)diensten werken sinds de eerste lockdown enkel nog op afspraak (naast telefonisch en via mail). Dit werkt niet voor mensen in kwetsbare situaties. Zij zijn niet in staat om via de computer een afspraak te maken of ze hebben een te beperkt beltegoed om te telefoneren. (Vrijwilligers)organisaties en diensten die wel openbleven en fysiek op het terrein aanwezig waren, werden daardoor overspoeld met hulpvragen bij administratieve zaken.

Digitale of telefonische dienstverlening is vaak heel hoogdrempelig. Je moet beschikken over een telefoon, computer of internet, het Nederlands voldoende machtig zijn, voldoende skills en een goede concentratie hebben, … Tijdens corona werd dit probleem nog eens versterkt doordat sommige loketfuncties werden afgeschaft en je vaak niet meer aan het loket of enkel op afspraak werd geholpen. De meeste telefoonlijnen zijn bovendien betalend. Voor daklozen waren er in de lockdowns weinig mogelijkheden om gebruik te maken van diensten waar men kan telefoneren of online gaan.

Enkele voorbeelden:

  • Digitale aanmeldingsprocedures voor kampen (hier moet je ook nog snel zijn)
  • Digitaal aanmeldingssysteem voor kinderopvang
  • Gentinfo is betalend en daarom voor sommige mensen ontoegankelijk.
  • Als mensen vragen hebben over hun factuur (gsm, EGW,...) wordt het steeds moeilijker om echte personen telefonisch aan de lijn te krijgen. Vroeger kon je als hulpverlener nog het menselijke verhaal achter een achterstallige betaling vertellen aan de gsm provider of andere leverancier, waardoor je nog boetes en incassobureaus kon tegenhouden. Het keuzemenu dat nu bij de meeste bedrijven is opgericht, is alsmaar minder gericht op het aan de lijn krijgen van een 'live' persoon aan wie je bijvoorbeeld kan uitleggen dat men de factuur betaalde, maar niet wist dat de mededeling belangrijk was. Op die manier kreeg je nog de kans het bewijs van betaling op te sturen waardoor je verdere boetes nog kon laten annuleren. Deze digitalisering is problematisch voor mensen in een kwetsbare situatie. Een groeiende groep mensen dient een belastingbrief in te vullen zonder de taal (volledig) machtig te zijn. Corona heeft dit nogmaals versterkt, omdat er geen zitdagen meer waren waar je met een tolk kon langsgaan, enkel  telefonische dienstverlening. Je mag niets meer vragen aan de chauffeur van De Lijn en de nieuwe betaalsystemen worden vaak niet begrepen (via GSM, Elektronische lijnkaarten)

77

Thuiszorgmateriaal te kostelijk

Oudere patiënten die zich in een kwetsbare situatie bevinden hebben nood aan degelijk thuiszorgmateriaal maar stellen dit door de hoge huurprijs soms lang uit. Het meeste materiaal kan ook alleen gekocht worden, en niet uitgeleend. Dit maakt het niet alleen voor de cliënt moeilijk, maar ook voor de mantelzorger en de zorgverlener.  Voor  mensen zonder wettig verblijf is thuiszorgmateriaal onbetaalbaar omdat het niet in de medische kaart zit. Waar een afbetalingsplan mogelijk is zijn de extra kosten en voorwaarden vaak nog te hoog.

Ook verzorgingsmateriaal is vaak te duur voor patiënten. Vaak moet de arts of thuisverpleegkundige een goedkoper alternatief zoeken voor materiaal waarmee patiënten na een ziekenhuisopname thuis komen.

83

Genderidentiteit

Nog te weinig worden de verschillende vormen van gender erkend.  X, die, hen en hun wordt vaak vergeten en deze mensen voelen zich dan niet aangesproken. Tot op heden is er  structureel weinig aandacht voor genderidentiteit en geaardheid.

84

Onbereikbaar openbaar vervoer

In veel Gentse wijken is er een tekort aan openbaar vervoer. Ofwel is er geen openbaar vervoer, ofwel niet in het weekend, ofwel zijn de haltes te ver van elkaar of de uren teveel afgestemd op schoolgaande jeugd. 

De Lijn heeft een plan klaar voor een nieuw busnet vanaf eind 2021. Er komen nog méér ‘rechte’, verbindende ‘kernlijnen’ langs de steenwegen. Bedoeling is dat deze bussen minder lang onderweg zijn en meer reizigers vervoeren. Maar omdat dit nieuwe openbaarvervoerplan budgetneutraal is, worden ontsluitende lijnen en bushaltes in woonbuurten geschrapt. Dit heeft een grote impact op minder mobiele mensen die in de wijken Macharius-Heirnis, Scheldeoord, Sint-Amandsberg en Sluizeken wonen.

Stad Gent zet in op gratis wandelbusjes in het centrum, gratis shuttles tussen de Park-and-Rides en het centrum, op gratis openbaar vervoer op shopzondag, en op een hop-on-hop-off-watertram. Deze initiatieven bieden echter geen antwoord op de nood van minder mobiele Gentenaars aan openbaar vervoer.

Na protest van bewoners en onderhandelingen met De Lijn is er deels een oplossing gevonden voor de geschrapte buslijnen. Een nieuwe buslijn zal een paar haltes van de geschrapte buslijn 6 bedienen (oa. Scheldeoord en andere haltes in de Dampoortwijk). Tegelijk zal deze bus ook gaan rijden via de Lousbergkaai  en de halte Puinstraat daar bedienen (WZC De Horizon).  Het gaat om een nieuwe buslijn tussen de Weba en Bij Sint-Jacobs, die via zwembad Van Eyck, de Lousbergkaai, Forelstraat, Delvinlaan en Gentbruggebrug zal rijden.

Daarnaast zal er in principe in Mariakerke een shuttledienst worden ingezet om de lus van de huidige buslijn 9 gedeeltelijk te vervangen. De nadruk wordt daarbij gelegd op de bediening van het WZC Zuiderlicht en de sociale woonwijk in de buurt.

Het nieuwe busnet voorziet geen negatieve impact op de buurt Sluizeken.

Ten slotte zal er nog een zgn. “OV-taxi” (werknaam) worden ingezet. Dit is een vorm van vraagafhankelijk Openbaar Vervoer (dus op voorhand te bestellen) die vervoer kan verzorgen van een afgeschafte halte naar een nog wel bediende halte/knooppunt in de buurt. Dit systeem is vooral bedoeld voor mensen die het moeilijk hebben met de langere loop- of fietsafstanden die ontstaan door de afschaffing van een aantal haltes.

85

Gent fietsstad voor iedereen?

Gent is een fietsstad geworden: er werd geïnvesteerd in fietsvoorzieningen (fietspaden, onderdoorgangen, fietsstraten, …) om meer mensen te laten fietsen. Voor vele mensen is de fiets het enige vervoersmiddel. Deze mensen worden hard getroffen als hun fiets wordt gestolen. Er zijn te weinig veilige fietsstelplaatsen, en ook een betaalbaar fietsdeelsysteem ontbreekt. In andere steden kunnen mensen voor een jaarabonnement van 50 euro heel het jaar een fiets halen op een afhaalpunt in hun wijk. Op die manier kunnen zij altijd over een fiets beschikken en dragen ze niet de gevolgen van diefstal.

Voor de korte termijn zet het Mobiliteitsbedrijf in op fietsenstallingen op straat. Dit type parkeeraanbod is zeer toegankelijk: vrij te gebruiken door iedereen, om het even wanneer en gratis. Het Mobiliteitsbedrijf pakt dit systematisch aan wijk per wijk, en plaatst ook ad hoc in bepaalde situaties. Deze stallingen kunnen relatief makkelijk geplaatst worden na onderzoek en als er geen bezwaren zijn. 

Daarnaast zoekt het Mobiliteitsbedrijf geschikte locaties voor overdekte en afgesloten buurtfietsenstallingen. We onderzoeken dit wanneer we zelf een leegstaand pand zien, maar ook Gentenaars of andere diensten (bv. Sogent) kunnen suggesties doorgeven voor nieuwe locaties. Aan de Karperstraat in Macharius-Heirnis, aan buurtpark Luizengevecht in de Brugse Poort en recent (april 2021) in de Ham zijn nu al zulke fietsenstallingen. We streven ernaar om de komende twee jaar een tiental buurtfietsenstallingen in te richten.

Bestaande panden zijn niet altijd geschikt of vragen veel infrastructurele aanpassingen wat het project vaak duur maakt. Door het beperkte aanbod, de hoge kostprijs en de beheerskosten is een plaatsje in de buurtfietsenstalling niet gratis. De Fietsambassade beheert en verhuurt de stallingen eens ze in gebruik zijn. Het kost 65€/plaats voor een jaar huur en eenmalig 30€ waarborg. Doelgroepenkorting (kansentarief) voor een plaats in een buurtfietsenstalling is er momenteel niet.

Wat fietsdeelsystemen betreft, vergunt de Stad momenteel aan 1 fietsdeelbedrijf, Donkey Republic, dat voldoet aan alle duurzame en andere voorwaarden van het Gentse vergunningenreglement. Donkey Republic heeft momenteel geen sociale kortingen. Dit komt omdat dit een privaat bedrijf is en de Stad hierrond geen voorwaarden heeft opgelegd in het huidige reglement. Wel zijn er verschillende abonnementsformules. Voor 25€/maand kun je onbeperkt fietsen lenen met een maximum van 7 opeenvolgende dagen huurperiode. Dit wil zeggen dat je na 7 dagen de fiets terug moet zetten in een hub maar je mag wel onmiddellijk een andere huur starten. Voor 19€/maand heb je hetzelfde systeem met een maximum van 12 opeenvolgende uren.

Bij de Fietsambassade kan men ook fietsen huren. Voor een gewone stadsfiets kost dit 250€/jaar, met waarborg 40€. Ook hier zijn momenteel geen sociale tarieven. Er  ontbreekt onder meer een objectieve tool om te bepalen wie recht heeft op een korting. Aan zo’n tool wordt momenteel wel stadsbreed gewerkt.

86

Groene longen nodig in wijken met slechte luchtkwaliteit

In wijken met een slechte luchtkwaliteit zoals Meulestede of Ledeberg, worden de schaarse groene zones vaak nog bebouwd. Terwijl luchtzuiverende ingrepen zoals groen en bomen als buffer hier een wezenlijk verschil kunnen maken. Het zou goed zijn om bij stadsvernieuwing ook met de luchtkwaliteit rekening te houden. Wonen in een groene omgeving heeft immers een gunstig effect op de gezondheid en het welbevinden.

De beleidsnota lucht en geluid 2020-2025 bevat alle acties die we deze legislatuur zullen nemen om de luchtkwaliteit in Gent verder te verbeteren. We zetten hierbij in op een aanpak aan de bron. Op deze manier willen we de uitstoot van wegverkeer, huishoudens (houtverbranding) en industrie verder verminderen. Voorbeelden van acties zijn:

  • Het verhogen van het aandeel verplaatsingen te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer
  • Inzetten op elektrische voertuigen met focus op taxi’s, deelvoertuigen, tweewielers, bussen en de stadsvloot
  • Verstrengen van de lage-emissiezone in 2025 en uitbreiden
  • Ontraden van huishoudelijke houtverbranding
  • Bijkomende maatregelen opleggen of adviseren in de omgevingsvergunningen

Bij stadsvernieuwingsprojecten is het op vlak van luchtkwaliteit vooral belangrijk om maatregelen te nemen die de modal shift bevorderen en om voorzieningen voor gevoelige doelgroepen in te plannen op locaties met een gunstigere luchtkwaliteit. Via intense samenwerking, kennisuitwisseling en advisering integreren we deze doelstellingen zoveel mogelijk in de relevante stedelijke beleidsplannen, instrumenten en processen. Hoewel groen heel veel voordelen heeft, is de luchtzuiverende werking verwaarloosbaar. Inzetten op groen is dus geen specifieke luchtkwaliteitsdoelstelling. Uiteraard zet de stad hier wel heel sterk op in vanuit andere beleidsdomeinen. 

87

Voedselwoestijnen

Afgelegen gebieden zoals de Robinia-wijk in Gentbrugge, Watersportbaan en andere wijken waar er weinig voedselvoorzieningen zijn, hebben nood aan een toegankelijk voedselaanbod in de vorm van bereikbare en betaalbare winkels. Ook de vraag naar boerenmarkten is daar groot, omdat die naast voedsel ook informele ontmoeting kunnen stimuleren tussen buren en diverse doelgroepen.  De mogelijkheid tot mobiele sociale kruidenier wordt in deze voedselwoestijnen positief onthaald omdat dit voeding toegankelijker maakt voor een bredere groep.

De mobiele sociale kruidenier in een paar wijken komt hier aan tegemoet.

88

Hulpverlening worstelt met grote toestroom van Intra-Europese migranten in een kwetsbare situatie

Hulpverleners merken een grote toestroom van intra-Europese migranten in het algemeen en Bulgaarse Roma in het bijzonder. De kwetsbaarheid bij deze groep is heel groot, maar de taalbarrière en de cultuurverschillen zorgen ervoor dat het niet evident is om met hen te werken. Doordat ze met verschillende gezinnen samenwonen, zorgen ze vaak voor overlast in de buurt, ze komen voedselpakketten halen maar laten voedsel achter dat ze niet kunnen gebruiken, …

De professionelen die momenteel met deze doelgroep werken zijn overbevraagd. Zo blijft een deel van de groep in de kou staan, nemen de problemen toe en raken ze meer en meer gestigmatiseerd. Er is nood aan meer intermediairen, interculturele bemiddelaars of taalondersteuners om met deze doelgroepen aan de slag te gaan. Alle mensen die één van deze talen kennen: Slowaaks, Roemeens, maar vooral Bulgaars zijn overbevraagd.  

Signaal dat naar aanleiding van de eerste lockdown werd gegeven. In samenspraak met organisaties waar deze doelgroepen zich aanboden werden afspraken gemaakt om deze doelgroep toe te leiden naar hulpverlening.

Het signaal aangaande inzet van intercultureel medewerkers nabij aan de doelgroep kan eventueel opgenomen worden met outreachend werk (buurtstewards) om bij aanwerving hierop te sturen.

89

Extra controle jongeren (en mensen) met een migratieachtergrond©

Jongeren krijgen vaak GAS-boetes, terwijl ze eigenlijk vooral nood hebben aan een plek om samen te komen, aan ondersteuning. Jongeren en mensen met een migratie-achtergrond worden nog vaker gecontroleerd (etnische profilering) door de politie, De Lijn, andere overheidsdiensten… Dit op basis van uiterlijke kenmerken , soms zonder aanleiding. Daardoor hebben sommigen ook extra schrik om buiten te komen tijdens de lockdown. Een gasboete heeft veel meer impact op mensen in een kwetsbare situatie.

90

Rondtrekkenden in het vizier

Rondtrekkenden zoals foorreizigers, vrachtwagenchauffeurs, schippers, … hebben vaak een referentieadres bij een organisatie of particulier. Dit heet ‘referentieadres mobiele  woning’. De fiscus aanvaardt geen zelfstandigen meer op dergelijk referentieadres omdat zij daar geen controle kunnen uitoefenen. Sommige rondtrekkenden die hun officiële documenten in orde hebben gebracht krijgen het daardoor enorm moeilijk.

Ook de jeugdbrigade van de politie controleert meer op de aanwezigheid van minderjarige kinderen van rondtrekkenden op school. Bijkomend probleem is dat er geen passend onderwijsaanbod is voor deze kinderen én dat er onvoldoende residentiële standplaatsen zijn die gezinnen toelaten om op één plek te blijven zodat ze hun kinderen naar het regulier onderwijs kunnen sturen.

Dit signaal omvat meerdere signalen.

Aanvaarden van een referentieadres voor zelfstandig rondtrekkende groepen is geen lokale regelgeving. Het aanbod reguliere standplaatsen met mogelijkheid tot langdurig gebruik ten aanzien van deze doelgroep is inderdaad beperkt doch zit ook vervat in signaal 45.

92

Discriminerende benaming in Vlaamse formulieren onderwijs

De bewoording ‘trekkende bevolking met nomadische cultuur’ wordt vaak gebruikt als categorie op het aanmeldformulier bij scholen. De school krijgt dan extra (Vlaamse) middelen en soms wordt het als voorwaarde gesteld om nog leerlingen aan te nemen. De bewoording ‘nomadische cultuur’ wordt als zeer discriminerend ervaren. Het nomadisch bestaan eindigt immers met het aangaan van een jarenlang traject met school.

93

Mensen voelen zich geïsoleerd in hun “sociale” woning

De infrastructuur van (sociale) woonwijken is vaak niet bevorderend voor het samenleven. Er zijn geen aangename gemeenschappelijke delen, er is weinig groen, men woont zeer dicht op elkaar, … Als gevolg hiervan hebben mensen weinig kansen om anderen te leren kennen. De mensen hebben nood aan ruimte en voldoende groen en laagdrempelige ontmoetingsplaatsen zowel in de woonblokken als in de nabije omgeving.

Mensen in een kwetsbare situatie hebben behoefte aan een ondersteunend sociaal netwerk. Nu zijn ze vaak op zichzelf of op wijkorganisaties aangewezen voor klusjes en doe-het-zelf-materiaal, boodschappen, ritjes naar containerpark, … en dit is voor sommige mensen niet evident.

Sociale woningconcentraties (al dan niet in hoogbouw), zijn in vele buurten waar de dienst Ontmoeten en Verbinden (OTV) op inzet, belangrijke targets. Zeker in corona hebben we vastgesteld dat op deze sites meer dan elders extra incentives nodig zijn om mensen uit hun isolement te halen.

We zetten hier extra in op dorpelgesprekken. Een eerste babbel doet soms al wonderen. Maar we proberen meteen ook door te verwijzen naar het lokale aanbod van de soms talrijke organisaties die de ruimere buurt rijk is. Hier en daar organiseren we ook gezamenlijke bezoeken.  Een voorbeeld hiervan is de Leiekaai op de Brugse Poort, waar, in het begin onder begeleiding van de buurtwerker, samen afgesproken werd om een voorstelling bij te wonen bij De Vieze Gasten.

Waar nodig zetten we zelf ontmoetingsmomenten op, meestal in de buitenruimte. Zo zijn er op verschillende plaatsen leefpleinen opgestart.

Tijdens corona moesten de activiteiten natuurlijk aangepast worden. Maar ook dan werden de sociale woningen aangedaan met balkonbingo’s, fitnesssessies,... Veelal waren dit initiatieven in samenwerking met partners en bewoners uit de wijk, al dan niet in de schoot van de wijkactieteams. Tijdens de donkere maanden werden lichtjes verdeeld, ook in de blokken, wat soms tot mooie effecten leidde, en wat bij de bewoners toch een samenhorigheidsgevoel opwekte. En het gevoel dat ze niet vergeten werden. Maar belangrijkste hierbij was weer de babbel, even iemand kunnen aanspreken, al is het vanop afstand en met mondkapjes aan.

We voelen echter heel sterk aan dat veel mensen op hun tandvlees zitten, en snakken naar het moment dat er opnieuw samen een potje koffie kan gedronken worden.

Als er zich grote verhuisbewegingen voordoen (cfr. Nieuwe blokken Rabot – heropbouw Nieuw Gent) zetten we extra in op onthaal van de nieuwe bewoners.

 Specifieke aandacht voor:

Sint Baafsdorp (Macharius)

Scheldeoord

Marseillestraat (Muide-Meuledestede)

Groene Briel (Sluizeke-Tolhuis-Ham)

Sociale woningblokken in de Bloemekenswijk (met extra aandacht voor Jan Yoens)

Malpertuus, Wielewaal en Manila in Rooigem

Griendeplein en Tondelier in Rabot (grote verhuisbeweging komende)

Leiekaai, Charles de L’Epéeplein en Biezenstuk (later misschien Malem) in Brugse Poort

Watersportbaan

Nieuw Gent

95

Stress door (samenlevings)problemen in sociale huisvesting

In sociale huisvesting zorgen muziek en lawaai van buren, en de ontoegankelijkheid van de gebouwen (voor minder mobiele mensen of ouders met buggy’s) vaak voor overlast en stress. De bewoners hebben het gevoel niet gehoord en serieus genomen te worden wanneer ze deze klachten melden aan de sociale huisvestingsmaatschappij. Vaak wordt hen gesuggereerd mutatie aan te vragen, maar dit kan tot 5 jaar duren.

In een aantal sociale woningsites is zelfs sprake van steaming, afpersing en intimidatie tussen bewoners, en toenemend geweld tegen senioren. Dit zorgt ervoor dat bewoners (ook gezinnen met kinderen) zich niet meer op hun gemak voelen, en er ook niet altijd  melding van durven maken.

Voorbeeld afpersing: Iemand belt aan, zet meteen zijn voet tussen de deur en vraagt naar geld om medicatie te kopen voor zijn kind. Meerdere bewoners gaven de man geld. Velen aarzelen daardoor om de deur te openen of buiten te komen.  

We stellen vast dat sociale woningconcentraties en hierbij vooral sociale hoogbouw voor een hogere concentratie van kwetsbare bewoners zorgt. Deze kwetsbaarheid uit/vertaalt zich vaak ook in een psychische kwetsbaarheid.  Dit op zijn beurt leidt weer tot een hogere druk op het samenleven in de blokken. Vaak zijn mensen met een psychische kwetsbaarheid slachtoffer in de samenlevingsproblemen, soms worden ze ook gezien als dader.

Via verschillende projecten wordt proactief gewerkt met mensen met een psychiatrische problemen in sociale huisvesting. Een voorbeeld hiervan is het project Tango (Team Aanklampende & NetwerkGerichte Ondersteuning). Project voor sociale huurders met een psychische kwetsbaarheid die niet tot bij de juiste hulpverlening geraken. We spreken hier van zorgwekkende zorgmissers of zorgmijders. Door aanklampend te werken proberen we hen naar de gepaste hulpverlening toe te leiden.

 

Ook het project mobiele wijkwerkers geestelijke gezondheid zet in op ondersteuning van psychisch kwetsbare mensen in wijken met sociale hoogbouw (project loopt momenteel in Nieuw Gent, Watersportbaan en Nieuw Gent). Doel hiervan is gepaste zorgnetwerken bouwen rond mensen met psychische nood, maar ook zeer sterk inzetten op de ondersteuning van de omgeving van deze mensen. Via methodieken van aanklampend werken, gedeelde zorg met buurtnetwerken, kwartiermaken, mutlilogem, wordt gewerkt naar zorgzame buurten.

96

Noodopvang voor huisdieren

Dieren zijn heel belangrijk voor mensen in een kwetsbare situatie. Ze voelen zich beter en hebben gezelschap. Een veelvoorkomend probleem is echter dat mensen zich niet laten opnemen in drughulpverlening, psychiatrie of ziekenhuis omwille van hun huisdier. Ook weigeren ze een sociale woning of andere opvang omdat huisdieren niet zijn toegelaten. Mensen die noodgedwongen langer opgenomen blijven (gevangenis, ziekenhuis, psychiatrie), maken zich zorgen om hun huisdier. Een asiel is ontoereikend en dierenopvang is te duur.

Dit thema wordt bekeken met een aantal collega's van andere diensten. Ook input van andere middenveldsorganisaties nemen we hierin mee. Naar aanleiding hiervan maken we een visienota op met een aantal concrete actiepunten.

97

Dierenwelzijn

Veldwerkers die huisbezoeken doen komen in contact met dieren die worden verwaarloosd of mishandeld. Deze dieren worden als speelbal gebruikt, hebben niet voldoende ruimte, worden niet (genoeg) buiten gelaten, worden niet verzorgd als ze verwondingen hebben, … Voor dierenmishandeling op grote schaal kun je bij de lokale politie of dierenbescherming terecht. Maar er is geen laagdrempelig contactpunt om individuele gevallen van dierenmishandeling te melden.

Het is de bedoeling om deze legislatuur een centraal punt te hebben op de stadswebsite waar alle info met betrekking tot dieren te vinden is. Dit gaat over verschilllende diersoorten, maar ook contactgegevens voor de burger voor het melden van bijvoorbeeld inbreuken op de dierenwelzijnswet. Sowieso heeft elke wijkcommissariaat een aanspreekpunt voor Dierenwelzijn. 

99

Gebrek aan tolken in de hulpverlening®

Sommige vakbonden en mutualiteiten bieden geen tolk aan waardoor er geen of nauwelijks communicatie met de cliënt/patiënt mogelijk is. Idem in ziekenhuizen, in de gevangenis, … Omdat tolken onbetaalbaar worden (48€ per tolkuur + verplaatsingskosten, en ook de Vlaamse tolkentelefoon wordt betalend), worden tolken enkel ingeschakeld voor het hoogst noodzakelijke. Men stopt met tolkuren aanvragen als het contingent (vanuit Stad Gent via IN-Gent) op is. Ook zijn er onvoldoende tolken voor bepaalde talen: Turks, Arabisch, Bulgaars, Roemeens, Slovaaks. Aangezien de Vlaamse tolkentelefoon ook betalend wordt, zal het veel moeilijker worden om flexibel tolken in te zetten voor laagdrempelige dienstverlening zonder afspraak. Vaak is het dan behelpen met google translate. Ook wordt er een hoge druk gelegd op de kinderen en het netwerk van de gezinnen, en op de hulpverleners rond de gezinnen.

Het gebrek aan tolken in de hulpverlening leidt tot ‘hangende casussen’ in de eerstelijnsondersteuning die geboden wordt door de opvoedingswinkel, de brugfiguren, de wijkgezondheidscentra, … Patiënten of cliënten die gerichter geholpen zouden kunnen worden door andere eerstelijnsdiensten blijven toch naar diensten en organisaties gaan waar er een tolk aanwezig is of geven het gewoon op en krijgen geen hulp.

Er wordt bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt van tolken in de intensieve gezinsbegeleiding (therapeuten, gezinsbegeleiding, groepstrainingen,…) en dus is er geen intensieve gezinsbegeleiding voor anderstaligen. Daardoor blijven deze gezinnen hangen in de eerstelijn in plaats van de hulp te krijgen die ze nodig hebben.

Ook  is er een tekort aan tools en expertise om mensen met een psychologische en/of psychiatrische achtergrond die de Nederlandse taal niet machtig zijn en ook geen gangbare voertaal hebben een passende hulpverlening aan te bieden. Dit is het gevolg van het feit dat tolken redelijk wat geld kosten, en als er een tolk ingezet wordt, de tolk voornamelijk wordt ingezet in groepssessies. Het is vaak ook moeilijk om mensen met dezelfde taal in groep samen te brengen.

Dit signaal bundelt de noden aan sociaal tolken in diverse hulpverleningscontexten zowel binnen welzijn als gezondheid.

Die nood kwam nog scherper naar boven door de nieuwe tarieven voor sociaal tolken en vertalen die de Agentschappen Integratie en Inburgering in 2020 invoerden en het stopzetten van de subsidiëring van o.a. telefoontolken door diverse gebruikersoverheden zoals welzijn, gezondheid en onderwijs.

Het is duidelijk dat tolken in hulpverlening in bepaalde situaties noodzakelijk zijn om een kwaliteitsvolle dienstverlening te realiseren. 

Stad Gent is zich hiervan bewust en voorziet daarom jaarlijks een subsidie t.w.v. €551.000 voor de inzet van sociaal tolken van IN-Gent ter plaatse en via video en voor vertalingen. Zowel diensten van Stad Gent als Gentse organisaties uit de sectoren Gezondheid, Welzijn, Onderwijs, Werk, Wonen, Asiel, Integratie & Inburgering kunnen op deze subsidie beroep doen. Het doel van de subsidie is:

- Een taaltoegankelijke dienstverlening realiseren in onze eigen stadsdiensten, zodat we een voorbeeldrol kunnen opnemen.

- Andere Gentse organisaties stimuleren om verder in te zetten op de taaltoegankelijkheid van hun dienstverlening.

Op dat laatste zetten we samen met de sectoren in. Zo hebben we een groeiscenario uitgetekend met de sectoren Gezondheid en Welzijn om enerzijds de verdeling van de middelen zo goed mogelijk te realiseren tussen de organisaties onderling, maar om anderzijds ook in te zetten op een efficiënt en effectief taalbeleid. De sectoren nemen dit engagement deze legislatuur op met ondersteuning van IN-Gent. Sensibilisering rond de nefaste effecten van het inzetten van kinderen als tolk, tips bij het inzetten van vertaaltechnologie zoals Google Translate,... kunnen hier deel van uitmaken.

Maar de Gentse middelen zijn enkel een stimulans. Ze kunnen het tekort aan middelen om voldoende tolken in te zetten in hulpverlening niet oplossen, daarvoor is een tussenkomst  met eigen middelen of middelen van de gebruikersoverheden noodzakelijk. Vanuit de Stad blijven we dit signaal doorgeven naar de bevoegde overheden en we stimuleren ook de  Gentse vertegenwoordigers van de sectoren om hetzelfde te doen bij hun gebruikersoverheden.

Naast taaldrempels bemoeilijken ook andere factoren een vlotte toegang tot gepaste psychiatrische zorg voor anderstalige nieuwkomers. Het klassieke aanbod van psychotherapie en psychofarmaca hebben vaak niet het verwachte of gewenste effect. Er is nood aan een andere behandelingsmethodiek die rekening houdt met de culturele context van de patiënt. Good practices als POZAH binnen Sint-Alexius Grimbergen en het vastlopen op individuele cases doen het bewustzijn rond de nood aan transculturele of cultuursensitieve zorg binnen de psychiatrie toenemen. Er is bereidheid binnen de psychiatrie om de dialoog aan te gaan. 

Aanvulling vanuit het Onderwijscentrum: iCLB heeft eind februari (dus na 2 maanden) reeds helft van budget voor 2021 opgebruikt…….

100

Toegankelijkheid informatie voor doelgroepen in een kwetsbare situatie©

Informatie over dienst- en hulpverlening is heel versnipperd en vertrekt vaak vanuit de beschikbare dienstverlening of structuren van organisaties en dus niet vanuit de noden van de burgers. Doelgroepen in een kwetsbare situatie hebben hierdoor het gevoel te weinig geïnformeerd te zijn en weten niet bij wie ze terecht kunnen.

Voorbeelden vanuit het Huis van het Kind: gezinnen in een kwetsbare situatie weten niet waar ze terecht kunnen voor een toelage van het Groeipakket, ontmoeting, groepswerking, …

Ook de corona-informatie was, zeker in het begin ontoegankelijk voor veel mensen: te veel informatie, onduidelijke communicatie, ontoegankelijk taalgebruik, telkens nieuwe richtlijnen die nieuwe vragen en onduidelijkheden oproepen, foute informatie., …

  • Stadsbreed is de nood aan toegankelijke communicatie op maat van de doelgroep opgenomen in verschillende beleidsplannen (Communicatie en Merkbeleid, Burgerzaken en Publiekzaken en het Armoedebeleidsplan). Waar mogelijk pakken we pijnpunten in de eigen informatiedeling en communicatie aan, bijvoorbeeld door boodschappen (in brieven, brochures, folders, op de website,...) te herschrijven vanuit het perspectief van de ontvanger en met oog op heldere taal. Ook toegankelijk en helder beeldgebruik is hierbij van belang. Waar mogelijk zorgen we voor communicatie op maat van de wijk.
    Interactie en communicatie met en door deze doelgroepen speelt een belangrijke rol. De stadsdiensten (o.a. Communicatie) kregen of krijgen een bad in de gelijkekansenmethodiek, zodat ze hun eigen referentiekader kunnen uitbreiden, meer zicht krijgen op mogelijke drempels in hun communicatie en deze kunnen aanpakken. Focusgroepen, representatieve testpanels en good practices helpen de communicatie beter af te stemmen op de noden van de doelgroep. De dienst Lokaal Sociaal Beleid, de dienst Communicatie en De Zuidpoort vzw sloegen de handen in elkaar . In het project bekijken mensen met armoede-ervaring een aantal communicatiedragers van stadsdiensten en doen zij aanbevelingen om de communicatie te verbeteren. De inzichten die we opdoen kunnen we ook op andere bestaande en toekomstige communicatie toepassen. 
  • Stad Gent zorgde voor een vertaling van de sociale kaart op burgerniveau, via het zakboekje en de vernieuwde webtool Met weinig geld leven in Gent. Gentenaars met een beperkt budget vinden er een thematisch overzicht van toegankelijke hulp- en dienstverlening in beknopte, heldere taal. De webtool verlaagt de drempel via duidelijke foto's van de organisaties en een interactieve routeplanner.
  • Eenduidige communicatie blijft echter een uitdaging, aangezien we als stad maar vat hebben op een deel van de communicatie en informatie die de burger bereikt. Door de veelheid van kanalen en communicatoren (lokaal, bovenlokaal, overheid, privé, middenveld,...) blijft het een uitdaging om de toegankelijkheid en enkelvoudigheid van informatie te garanderen.
     

Coronacommunicatie

  • Het kostte enige tijd om de coronacommunicatie van Stad Gent beter af te stemmen op kwetsbare doelgroepen. Tijdens de eerste golf werd een werkgroep opgericht die de specifieke noden rond communicatie naar kwetsbare Gentenaars bekijkt. Enkele resultaten:
    • een webpagina met overzicht van de sociale initiatieven in coronatijd
    • een pictogrammendatabank die toelaat om coronamaatregelen snel en helder te communiceren (via afdrukbare posters - verdeling on- en offline via stad en middenveld)
    • meertalige en visueel uitgewerkte folders rond specifieke thema's (vb. ramadan, eindejaarsmaatregelen, vaccinatie,...),
    • filmpjes op sociale media met ECM-influencers, videoboodschappen (rond ramadan, maatregelen, vaccinatie,...), animatiefilmpjes (vb. rond eindejaarsmaatregelen, maatregelen aan de loketten), 
    • webinars om informatie te verstrekken aan middenveldorganisaties en stadspersoneel in samenwerking met een professor van UZ Gent, een imam, arts van Turkse origine en moderator van Marokkaanse afkomst: werking vaccin, vaccinatie en geloof (halal, ramadan,..), hoe mensen motiveren tot vaccinatie, omgaan met weerstand en twijfels,…
  • Sommige doelgroepen zijn niet of moeilijk te bereiken via de beschikbare kanalen. Hier moeten we op zoek naar alternatieve pistes. Zo toonde de coronacrisis bv. aan dat nieuws uit het thuisland of berichtgeving via Facebook de lokale communicatie overstemt. Door bv. influencers uit de eigen gemeenschap in te schakelen probeert de stad de boodschap toch dichterbij de doelgroep te brengen.

101

Behalen van een rijbewijs zonder tolk

Vroeger was het toegelaten om een tolk mee te nemen naar het theoretisch rijbewijsexamen. Zo kon iemand die het Nederlands niet machtig was, toch zijn rijbewijs halen. Nu kan dit niet meer. Verder zet het parket in op rijbewijstoerisme, waardoor er meer controles zijn op de aanvraag van Belgische rijbewijzen voor wie meer dan 6 maanden in België verblijft. Indien je dit niet hebt aangevraagd, wordt jouw rijbewijs ingetrokken.  Je kan dan enkel in België een nieuw proberen te behalen, in een taal die je vaak -nog niet- machtig bent.

Dit signaal werd in 2018 onderzocht. 

Voor een theoretisch rijexamen kan een kandidaat sinds 1 maart 2017 geen beëdigd tolk in elke taal inzetten.

- Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het theoretisch examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed.

- Kandidaten bij wie het mentaal en/of intellectueel vermogen en/of de graad van alfabetisme ontoereikend is, kunnen het examen afleggen in een speciale zitting. In deze speciale zitting worden de vragen zeer traag in  het Nederlands gesteld en geeft de examinator toelichting bij de vragen, voor de antwoordtijd ingaat.

We zullen onderzoeken of deze richtlijnen nog zijn bijgestuurd, wat de impact hiervan is op mensen die geen kennis hebben van het Nederlands en de landstalen.

102

Aanbod vrije tijd voor gezinnen in een kwetsbare situatie©®

Het vrijetijdsaanbod voor mensen in een kwetsbare situatie vertoont, ondanks vele inspanningen, nog heel wat lacunes.

  • Toegankelijke en betaalbare naschoolse en vakantie-opvang is zeer belangrijk voor kinderen die opgroeien in een kwetsbare situatie. Daar worden ze niet alleen opgevangen maar kunnen ze ook nieuwe interesses ontdekken. Nu hangen ze vaak rond in de wijk of worden ze opgevangen door hun broers of zussen. Ouders die het nodig hebben, en niet alleen omwille van werk of een opleiding, maar ook omwille van een zware gezinslast, zouden hier gebruik van moeten kunnen maken om even op adem te komen. Gezinnen in een kwetsbare situatie vinden nog te weinig hun weg naar buitenschoolse opvang, onder andere door administratieve en digitale drempels, maar ook doordat ze het nog te weinig kennen.
  • Er zijn meer en meer naschoolse activiteiten op de scholen (vb. muziekinstrument bespelen), waarvoor kinderen worden warmgemaakt in een proefles. Maar de kostprijs ervan is te hoog voor gezinnen in een kwetsbare situatie (70€/semester).
  • Er zijn drempels als het gaat om alternatieve dagbesteding of om Naadloos Flexibel Traject voor jongeren: vrijwilligersverzekering niet voorhanden, moeilijke bereikbaarheid van de initiatieven met openbaar vervoer, gebrek aan langdurig en voltijds aanbod, wachtlijsten en aanmeldingstops, het aanbod sluit niet aan bij de interessesfeer (nu vaak boerderij of buitenwerk, geen ICT, niets voor meisjes), …
  • Er is een tekort aan specifiek aanbod voor meisjes binnen de Gentse jongerenwerkingen. Nu heeft enkel vzw Jong een aanbod en meer bepaald in de wijken Sluizeken en Brugse Poort, en in andere wijken waar vzw Jong actief is.
  • Alleen de stap zetten naar een sportclub is vaak moeilijk, zeker voor  gezinnen in een kwetsbare situatie. Hierbij is behalve het Sportaround-project weinig begeleiding voorzien. Er zijn niet alleen financiële drempels, maar ook drempels rond afspraken en verwachtingen.
  • UITpas:
    • aanbod te beperkt voor jongeren in een kwetsbare situatie (activiteiten uitbreiden naar concerten, gaan poolen, fitness en Kinepolis), aanbod niet gekend, incentives spreken niet aan (bijvoorbeeld een brooddoos)
    • niet voor mensen zonder wettig verblijf: groeps- en organisatiepassen zijn veel te omslachtig zodat mensen er weinig gebruik van maken en zo weinig of niet deelnemen aan vrije tijd.
  • Vakantieparticipatie blijft te duur: tijdens de vakantie willen ouders hun kinderen een nuttige vrije tijdsbesteding aanbieden, maar hier hangt vaak een serieus kostenplaatje aan vast. Dierenkampen zijn bijvoorbeeld heel erg in trek, zeker voor kinderen met een beperking, maar vaak zeer kostelijk. Ook het vervoer voor een daguitstap is meestal te duur. Ouders geven aan dat er moet ingezet worden op de opleiding van de animatoren. Zodat zij ook voorbereid zijn om om te gaan met kinderen met specifieke noden.

* Eind 2020: Open Call --> verenigingen met kinderen en jongeren uit maatschappelijk kwetsbare situaties worden vanaf nu financieel en inhoudelijk ondersteund door de Jeugddienst. Ook Zelforganisaties (via extra aangeworven stadsondersteuner)

* Extra inzet Jeugdstraathoekwerkers

* Organisatie Zomerbeurs voor intermediaren + ontwerp zomerkalender met alle laagdrempelige activiteiten 

* Jeugddienst en Sportdienst gaan langs op verschillende locaties (scholen, inloopteams) om mee met ouders de inschrijvingen voor vrije tijd in orde te maken

* In alle huidige subsidiereglementen van de Jeugddienst is het gebruik van een sociaal tarief als verplichting opgenomen

* Er werd een projectsubsidie goedgekeurd (samenwerking JES en Jong) voor middelen om extra aanbod uit te werken voor meisjes. 

* Komeet project: nieuw project vanuit Jeugddienst waarbij dmv peer support/buddywerking jongeren andere jongeren helpen toeleiden naar vrije tijd

* Uitpas: gerichte mailing naar fitnesscentra: voorlopig zonder resultaat. Nieuwe incentives (bvb powerbanks) worden momenteel bekeken. 

* Binnen de animatorcursussen van VDS (Vlaamse Dienst Speelpleinwerk vzw) wordt extra aandacht besteed aan vorming rond maatschappelijke kwetsbaarheid en kinderen en jongeren met een beperking als doelgroep.

* In 2021 zal Oranje vzw in opdracht van de Jeugddienst een onderzoek voeren naar de toegankelijkheid van het reguliere vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren met een beperking. Uit dit onderzoek zullen we signalen en tips halen, waarmee we aan de slag kunnen gaan om het aanbod laagdrempeliger te maken voor deze doelgroep.

* Kampengids: bundeling van aanbod voor kinderen en jongeren met beperking of uit financieel minder draagkrachtige gezinnen.

 

103

Tekort aan zwemlessen voor vrouwen

Sinds kort kunnen vrouwen maar op 1 plek en 1 moment niet-gemengd leren zwemmen, met name in ’t Strop op zondagochtend. Omdat deze zwemles niet in samenwerking met de sportdienst of een buurtpartner wordt georganiseerd, is het ook duur en is er niet altijd een lesgever voorhanden. Hiervoor inschrijven moet al in mei voor de start in september. Anders is het volzet. Vrouwenzwemmen op vrijdag in UZ is geschrapt en op dinsdag in Rozebroeken is enkel het wellness-gedeelte voor vrouwen.

Opvolging:

  1. De situatie nu

Er zijn een aantal factoren die ertoe leiden dat er een tekort is aan zwemlessen enkel voor vrouwen:

  • Het aanbod in UZ Gent werd inderdaad stop gezet. Dit was een keuze van het UZ Gent om het zwembad terug meer voor therapie in te zetten.
  • De zwemclub Adrenaline vzw organiseert een aanbod specifiek voor vrouwen. Ze huren het zwembad Strop hiervoor af en zorgen zoals andere clubs zelf voor een redster. De prijs om te zwemmen in zwembad Strop op zondagochtend bij vzw Adrenaline bedraagt 6 euro per beurt. De organisatie acht het op dit moment niet mogelijk om in het UiTPAS systeem te stappen. 
  1. Ons antwoord op dit signaal

Het Stadsbestuur opteert voor inclusief zwemmen.  Er is vandaag al een groot tekort aan zwemwater. Het voorbehouden van het zwembad voor specifieke doelgroepen zou dit tekort alleen maar doen toenemen. Specifiek doelgroepenzwemmen is enkel mogelijk indien dit via clubs georganiseerd wordt zoals bvb Adrenaline VZW. 

We willen ook opmerken dat in de Farys zwembaden lichaamsbedekkende zwemkledij is toegelaten wat maakt dat er geen enkele reden is om  in deze zwembaden een exclusief aanbod voor vrouwenzwemmen te organiseren. Sommige vrouwen hebben angst voor negatieve reacties van andere bezoekers en dat ze zouden worden weggestuurd door de redders. De communicatie rond de kledijreglementen in het zwembad  zal daarom worden herbekeken samen met enkele redders van het zwembad.

De cursussen “leren zwemmen voor volwassenen” van de sportdienst zijn nu heel snel volzet. Er zijn 3 groepen met een beginners- midden- en vervolmakingsniveau en de volwassenen schuiven door naarmate ze beter kunnen zwemmen.  Als het zwembad Neptunus af is, kunnen er extra lessen voor volwassenen georganiseerd worden.