1

Armoede blijft toenemen

Armoede blijft ook in Gent toenemen.  Vrijwel elke welzijns- en gezondheidswerker die er oog voor heeft, komt in confrontatie met signalen van armoede. Kinderen zijn in toenemende mate slachtoffer van armoede.

Voorbeelden uit het jeugdwelzijnswerk:

  • Kinderen dragen onverzorgde, vuile, niet seizoensgebonden of kapotte kledij. Ze komen naar de werking zonder vieruurtje en op uitstap hebben ze geen lunchpakket mee.
  • Meer en meer gezinnen kunnen het pasje van JONG niet betalen, hun kinderen niet laten deelnemen aan activiteiten die slechts € 1 kosten, boetes of vergoeding voor stukgemaakt of kwijtgeraakt speelgoed in de spelotheek niet (onmiddellijk) betalen. Daardoor lenen ze geen speelgoed meer uit of nemen ze niet meer deel aan activiteiten.
  • De vele aanvragen voor vrijetijdsparticipatie aan kansentarief  tonen aan dat er veel gezinnen zijn die moeten rondkomen met een laag inkomen.
  • Gemotiveerde en geïnteresseerde jongeren-monitoren hebben niet genoeg geld om middageten te kopen en vervangen dit door energiedranken. Ze kunnen niet deelnemen aan gratis animatorenactiviteiten omdat ze geen geld hebben om het openbaar vervoer te betalen.
  • Ook in de meisjeswerking zien we dat een groot deel van hen opgroeit in een vicieuze cirkel van armoede. Armoede bij de meisjes is meer dan alleen een gebrek is aan geld. Het bemoeilijkt hun levenskansen, huisvesting en gezondheid. Voor veel meisjes is studeren geen optie. Sommigen moeten zich redden met een zak chips als maaltijd. Dit alles heeft grote impact op hun psychische en fysieke gezondheid. We zien dat net deze gezinnen geen gelijke toegang krijgen/hebben tot adequate huisvesting. Hierdoor wonen velen in slechte woningen en in ongezonde en onveilige omstandigheden (vochtproblemen, gebrekkige elektriciteit, geen/weinig verluchting, krakkemikkige geisers, aanwezigheid van ongedierte…). De meisjeswerkingen zetten in op hulp bij het zoeken naar een woning. Dit is geen sinecure, gezien het moeilijke en complexe statuut van enkele gezinnen.
  • Heel veel minderjarige daklozen (een 250-tal kinderen en jongeren) komen bij de trajectbegeleiders van vzw JONG aankloppen om eten. De tieners die nu dakloos zijn, dwalen ’s nachts rond op straat en stelen om te overleven. De jongeren worden echt aan hun lot overgelaten. Ze zijn hier al wel een aantal jaar, maar gaan door omstandigheden niet naar school. Zo leren de jongeren geen Nederlands en raken ze moeilijk geïntegreerd.
  • Cijfergegevens bevestigen deze voorbeelden:

    In 2016 bedroeg het Belgisch armoederisico 17,2% bij de -15-jarigen en 21,2% bij de 16 tot 24 jarigen. Bron: EU-SILC 2016

    Het aandeel geboorten in kansarme gezinnen bedroeg 22,8%  in 2017 en was nooit eerder zo hoog. Bron: Kind en Gezin

Opvolging:

Vanuit de regie armoede is het bestrijden van kinderarmoede al enkele jaren een prioriteit. Toch merken ook wij dat steeds meer gezinnen de eindjes niet aan elkaar geknoopt krijgen.  We bekijken kinderen en jongeren binnen hun gezinscontext, om zo hun gezinnen structureel te ondersteunen en generatiearmoede te voorkomen en bestrijden.   Voor een overzicht van alle acties rond (kinder)armoede  in de afgelopen jaren gebeurden kan je de rapportage van het armoedebeleidsplan, zie armoedebeleidgent.be.  

Een aantal belangrijke verwezenlijkingen in 2018 willen we hier wel even belichten: 

Via het systeem van Aanvullende financiële hulp werd meer dan 1,5 miljoen euro herverdeeld om gezinnen dichter bij of tot op de armoedegrens te brengen. In 2018 ontvingen 873 gezinnen met minderjarige kinderen op jaarbasis gemiddeld 785 euro per huishouden. 

Met het project Kinderen Eerst, waar maatschappelijk werkers aan de slag gaan binnen de schoolmuren met de hoogste vertegenwoordiging van indicatorleerlingen, werden 315 gezinnen bijkomend ondersteund om hun rechten uit te putten. Dit project wordt nu structureel verder gezet. 

De toegang tot gezonde voeding werd vergroot via de ondersteuning via foodsavers voor verschillende initiatieven die kinderen, jongeren of gezinnen met kinderen bereiken.

Via PASOA (fonds participatie en sociale activering) en de Uitpas werd verdergewerkt aan het weghalen van de financiële drempels voor vrije tijd.  

Kinderen én jongeren in armoede willen we ook in een komend armoedebeleidsplan als prioritaire doelgroepen naar voor schuiven. 

2

Hoge drempel naar residentiële en ambulante psychische zorg®

De drempel naar residentiële en ambulante psychische zorg is zeer hoog. Dit komt door de lange wachttijden, de hoge prijs, en de hoogdrempelige aanmeldingsprocedure. Enkele hindernissen bij aanmelding: brief met datum en uur voor intakegesprek, geen tolk bij eerste gesprek noch bij therapeutische gesprekken, meerdere keren terug moeten inbellen vooraleer je kan komen, …. Dit signaal geldt zowel voor jongeren als voor volwassenen. De stap naar hulp is bovendien extra moeilijk voor mensen met een dubbele diagnose omdat ze niet in een vakje passen.

  • Casus: In een gezin met een meervoudige problematiek stelt men bij Walter nu ook een psychiatrische problematiek vast. Psychiatrische begeleiding aan huis is voor hen de enige oplossing. Dit is slechts mogelijk voor een beperkte tijd, en niet totdat er een meer langdurige hulpverlening opstart. Het gezin kan de drempels naar psychische hulp in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg niet overwinnen: enorme angst voor de verplaatsing, financiële moeilijkheden, de voorwaarden voor hulp, …. Walter krijgt dus geen hulp en de situatie gaat snel achteruit. Er volgt een reeks opnames in psychiatrische centra. Zijn relatie overleeft dit niet, en hij kampt nu ook met suïcidegedachten.
  • In Gent was de wachttijd tussen aanmelding in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg en het eerste intakegesprek  in 2016 al opgelopen tot 29 dagen.  Bron: Stadsmonitor 2017
Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

3

Geen (residentiële) psychiatrische zorg voor anderstaligen®

Mensen met een psychiatrische problematiek die geen contacttaal spreken, krijgen geen toegang tot langdurige residentiële psychiatrische zorg. Voor deze zorg hanteert men de werkvorm groepstherapie in het Nederlands. Tolken acht men hierbij onhaalbaar. Anderstaligen krijgen daardoor geen hulp. Enkel (kortdurende) crisisopnames zijn voor hen mogelijk.

Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

Aanvraag vanuit PZ (gedeeld) voor inschakelen Intercultureel Bemiddelaar.

4

Wat na de psychiatrie?®

Na ontslag uit een psychiatrisch ziekenhuis of na internering is er te weinig nazorg. Mensen krijgen weinig informatie, er is geen multidisciplinair overleg om te zorgen voor een goede opvolging, er is een tekort aan ambulante psychiatrische opvolging en er zijn wachtlijsten bij de Mobil teams. Er resten enkel dure alternatieven.

De vermaatschappelijking van de zorg ook voor een verhoging van druk op de nulde en eerste lijn.

  • Voorbeeld: Steeds meer mensen met een psychiatrische problematiek komen bij de huisarts of wachtdienst terecht na ontslag of  omdat ze niet meer worden toegelaten in de psychiatrie (zie signaal 13). Dit legt een zware druk bij huisartsen. Ook leeft bij hen een sterk onveiligheidsgevoel door agressief gedrag van patiënten. Daardoor durven sommige huisartsen geen wachtdienst meer doen.
  • Voorbeeld:  Vrijwilligers van KRAS-diensten voelen zich onzeker of overbevraagd als ze in hun werking te maken krijgen met mensen met een zware psychiatrische en verslavingsproblematiek. Zij zorgen voor verbaal geweld en agressie tegenover de infrastructuur. De vrijwilligers hebben nood aan extra ondersteuning (zie signaal 53).
  • Zie ook signaal 69
Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

Bij de uitrol van fase II is het takenpakket van het Assessmenteam van Het PAKT uitgebreid.

Dit omvat nu volgende modules:

  • Advies
  • Netwerkontwikkeling en ondersteuning
  • Coaching van netwerk of hulpverlener
  • Vorming en intervisie
  • Indicatiestelling MOBiLteam

Binnen het beleidsplan van Het PAKT is instroom en uitstroom binnen residentiële voorzieningen een specifieke doelstelling. De kwaliteitscoördinatoren van de psychiatrische ziekenhuizen willen hier mee hun schouders onder zetten.

5

Eerst betalen dan zorg®

De toegankelijkheid van de zorg komt in het gedrang voor mensen in financiële nood. Ze botsen in ziekenhuizen op voorschotfacturen. Ze moeten eerst een stuk van een openstaande schuld betalen. Ook al zoeken de sociale diensten van de ziekenhuizen, de huisartsen of de doorverwijzers samen naar oplossingen, het financieel aspect is en blijft een drempel.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Op 25 april zal in het kader van de Eerstelijnszone Gent een eerste actiegroep doorgaan rond toegankelijkheid waarbij vanuit de verschillende signalen (uit de signalenbundel en andere) rond toegankelijkheid van gezondheids- en welzijnszorg een aanzet zal gedaan worden voor een actieplan 2020-2021 voor de voorlopige Zorgraad van de Eerstelijnszone Gent. Dit signaal zal daarin meegenomen worden.

6

Zorg na ontslag®

Het ontslag van patiënten uit de Gentse ziekenhuizen kan beter. Vaak stuurt men mensen op vrijdagmiddag of -avond naar huis zonder afstemming (met huisarts, thuisverpleegkundige, thuiszorgdienst, vaste kinesist, mantelzorger), zonder overbruggingsmedicatie of aangepast materiaal. Vooral mensen zonder netwerk zijn hier het slachtoffer van.

  • Voorbeeld: Mensen met een beperkt sociaal netwerk kunnen na een operatie bijna nergens terecht voor ondersteuning bij verzorging en bij de zorg voor hun kinderen.
  • Voorbeeld: Dak- of thuislozen worden soms rechtstreeks met een ambulance naar de nachtopvang gebracht.
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Dit signaal kwam tijdens 2 vergaderingen van het SOGA uitgebreid aan bod. Ziekenhuizen botsen op het feit dat ze mensen bij ontslag niet langer kunnen houden in het ziekenhuis en ook niet kunnen aanmelden bij opvang. Het gaat over dak- en thuislozen die medische verzorging nodig hebben gedurende een bepaalde periode om te voorkomen dat ze weer moeten opgenomen worden in het ziekenhuis. Er zal een bevraging opgestart worden om in te schatten wat de omvang van de problematiek is. Er wordt bekeken binnen Vesalius of 1 plaats van de time-outers kan voorzien worden voor dergelijke situaties. Ziekenhuizen en Stad zullen samen in overleg gaan met het RIZIV rond deze problematiek. 

Ook de werkgroep ZOROO van SEL werkt rond zorg na ontslag uit ziekenhuizen. Deze werkgroep zal ingekanteld worden binnen de structuur van de Eerstelijnszone Gent. 

7

Gezondheidskennis- en vaardigheden niet algemeen

Veel mensen hebben beperkte gezondheidskennis en -vaardigheden. Dat ligt zeker niet alleen aan henzelf. Het gezondheidssysteem is ingewikkeld en de communicatie soms onvoldoende of onduidelijk.

Veel kwetsbare mensen hebben onvoldoende kennis over hun eigen lichaam. Ze weten niet wat ze moeten doen als ze iets voorhebben. Ze voelen zich onzeker en hebben geen verzorgingsmateriaal in huis.

  • Voorbeeld: Een EHBO-cursus kost al snel € 250, een huisapotheek tussen € 150 en € 175.
  • Studies uit 2012 en 2014 wezen uit dat 40% van de volwassenen beperkte gezondheidsvaardigheden heeft. Health literacy, of gezondheidsvaardigheid is een term die verwijst naar de capaciteit van mensen om gezondheidsinformatie op te zoeken, te begrijpen en te gebruiken.

Bron: Heerlijk helder in de zorg van Memori-Thomas More

Het onderscheid tussen de gratis wettelijke en de betalende aanvullende bijdrage van de ziekteverzekering is voor veel mensen onduidelijk. Zonder aanvullende ziekteverzekering lopen ze bepaalde voordelen mis (tussenkomst orthodontie, sportactiviteiten, kampen, …).

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Het belang van werken aan gezondheidsvaardigheden staat in het bestuursakkoord van Gent, alsook in de visienota van de Gentse Gezondheidsraad en in de visie en doelstellingen van de Eerstelijnszone Gent. 

Voor de projectoproep van de Koning Boudewijnstichting rond gezondheidsvaardigheden heeft Gent een voorstel ingediend dat vooral focust op de structurele knelpunten. Via leernetwerken zullen mensen uit welzijns- en gezondheidsorganisaties rond gebruikersparticipatie aan de slag gaan, reflecteren over de toegankelijkheid van hun organisatie, verbetervoorstellen uitwerken en implementeren en knelpunten aankaarten binnen de eigen organisatie. Begin juni weten we of dit voorstel geselecteerd wordt en in september van start kan gaan. 

Ondertussen werd vanuit de Dienst Welzijn en Gelijke Kansen een bevraging opgestart naar welzijns- en gezondheidsorganisaties om zicht te krijgen op de hulpmiddelen die zij inzetten om de communicatie met de patiënt/cliënt te verbeteren aan de hand van taalondersteuning, visuele ondersteuning of patiënteneducatie en welke noden zij hebben. Hierrond kan dan verder aan de slag gegaan worden binnen de Gezondheidsraad en het Netwerk Gezondheidspromotie. Mogelijks wordt hier een aparte tijdelijke werkgroep opgestart. Ook zal er een overleg gevraagd worden met Vlaamse instanties om te bekijken wat er op Vlaams niveau kan gebeuren. 

8

Veel gezondheidsproblemen ontkiemen al in de jeugdjaren

Overgewicht bij kinderen

Welzijns- en gezondheidswerkers zijn bezorgd over een enorme stijging van het aantal kinderen met overgewicht. Dit kan later leiden tot chronische ziekten als cardiovasculaire aandoeningen, type II diabetes en verschillende soorten kankers zoals darm- en borstkanker.

Kinderen bewegen te weinig

Ook merken ze dat steeds meer kinderen vooral zitten en te weinig bewegen. Ze ontwikkelen een verkeerde lichaamshouding door talloze uren voor de televisie, op de computer of de smartphone (zie signaal 19). Dit kan later leiden tot rugproblemen.

  • Onderzoek bevestigt deze trends:

Jongens en meisjes lopen (2014) nagenoeg hetzelfde risico om obees te zijn of te worden (16,4% bij de jongens t.o.v. 16,1% bij de meisjes). Dit is een stijging ten aanzien van 2010, toen 13,0% van de jongens en 9,6% van de meisjes obees was of overgewicht had. Hier speelt een duidelijke sociale gradiënt (zie grafiek 12). Het aandeel van jongeren dat voldoende beweegt, is zeer laag (14% algemeen, 17,5% van jongens, 10,5% van meisjes).

Wat betreft schermtijd, en meer specifiek tv kijken, gamen en computergebruik, haalt 51,4% van de jongens en 64,9% van de meisjes de norm van minder dan 2u per dag.

Bron https://www.zorg-en-gezondheid.be/voedingsgewoonten-bij-jongeren

20,8% van de Belgische bevolking van 15 jaar en ouder verklaart in de 12 maanden voorafgaand aan de gezondheidsenquête last te hebben gehad van een lage rugprobleem.

Bron https://www.zorg-en-gezondheid.be/hoe-goed-bewegen-jongeren

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Dit signaal zal geagendeerd worden op het Netwerk Gezondheidspromotie ter bespreking. 

9

Cannabis genormaliseerd

Het goeie is dat 9 op 10 jongeren niet gebruiken (cijfers VAD). Bij jongeren die wel gebruiken, merken we helaas een normalisering van cannabisgebruik. Steeds vaker  gebruiken en bevoorraden ze elkaar in het openbaar. Cannabis is niet zonder gevaar. Preventie lijkt aangewezen.

Opvolging:

Er wordt in de periode mei-juni 2019 een meerdaagse vorming georganiseerd voor veldwerkers om hen tools te geven om met dit 'comfortgevoel' van sommige jonge cannabisgebruikers om te gaan. Dit thema staat ook op de agenda van het kernteam Jongeren en Drugs dat voor de eerste keer samenkomt op 30 april.

10

Verontrustend gebruik bij kwetsbare jongeren

Kwetsbare jongeren gebruiken andere (vrij verkrijgbare gassen die ze snuiven) en zwaardere middelen. Ze glijden af in verontrustend gebruik. Ze dealen om te overleven. Dit gebeurt openlijk en vooral in de parkjes van de 19de eeuwse gordel.

Opvolging:

Er wordt in samenwerking met dagcentrum De Sleutel eind april 2019 een sessie georganiseerd over 'lijmsnuiven / gebruik van solventen' voor aantal veldwerkers die hiermee geconfronteerd worden en zoeken naar tools om hiermee aan de slag te gaan.

Wat betreft zorgwekkend druggebruik bij kwetsbare jongeren starten we vanuit de stad met een 4-sporenbeleid. Ten eerste trainingen voor jeugdwerk/outreachende werkers/jeugdinspecteurs met de nadruk op strengths based casemanagement en motiverende gespreksvoering. Als tweede spoor starten we vanaf 30 april 2019 met een kernteam jongeren en drugs waarbij stakeholders vanuit preventie, hulpverlening, jeugdwerk, politie en parket rond tafel worden gebracht. Een derde spoor is het werken naar de omgeving/context (familie, gemeenschap) waarbij al eerste stappen werden gezet in de wijk Rabot. Als vierde spoor willen we op zoek gaan naar innoverende methodieken om de betrokken jongeren in een zo snel mogelijk stadium te bereiken en er een traject mee te kunnen lopen.

11

Discriminatie in de gezondheidszorg door 2 snelhedensysteem

Mensen kunnen sneller bij een specialist terecht aan dubbel of driedubbel (niet-geconventioneerd) tarief. Een consultatie bij deze specialist aan het normale (geconventioneerde) tarief kan echter pas na enkele maanden.

Daarenboven verwijzen specialisten kwetsbare mensen vaak door naar dezelfde ziekenhuizen (vooral Jan Palfijn). Dit zorgt voor stigmatisering en categoriale zorg, overbelasting van de artsen en sociale dienst, extra lange wachttijden, … .

Specialisten (ook in ziekenhuizen), tandartsen en labo’s zijn op sommige momenten geconventioneerd en op andere niet. Dat is niet altijd duidelijk voor de mensen. Het gevolg is dat ze voor onaangename financiële verrassingen staan wanneer ze de rekening van hun consultatie of onderzoek ontvangen.

  • Mensen met een migratie-achtergrond gaan daardoor soms naar de dokter in hun land van herkomst. Daar betalen ze extra omdat de ziekteverzekering voor sommige handelingen (vooral voor tanden, ogen en esthetische ingrepen) geen tegemoetkoming voorziet. Bovendien is de zorg vaak niet voldoende of slecht en blijkt nazorg toch noodzakelijk.
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Op 25 april zal in het kader van de Eerstelijnszone Gent een eerste actiegroep doorgaan rond toegankelijkheid waarbij vanuit de verschillende signalen (uit de signalenbundel en andere) rond toegankelijkheid van gezondheids- en welzijnszorg een aanzet zal gedaan worden voor een actieplan 2020-2021 voor de voorlopige Zorgraad van de Eerstelijnszone Gent. Dit signaal zal daarin meegenomen worden.

12

Mondzorg duur en ontoegankelijk voor kwetsbare groepen®

Ondanks alle inspanningen (het project mondzorg Gent met verschillende partners en deelprojecten) blijft mondzorg duur en ontoegankelijk voor kwetsbare groepen:

  • De derdebetalersregeling is beperkt tot enkele niet-technische handelingen, terwijl een tandarts vooral technische ingrepen doet.
  • Tandartsen passen de derdebetalersregeling onvoldoende toe.
  • Het is niet duidelijk welke tandartsen wanneer geconventioneerd zijn.
  • Door deze drempels wachten mensen langer om naar de tandarts te gaan. Zo krijgen ze met de volgende zaken te maken:
    • Als ze het voorbije jaar niet op controle gingen, verliezen ze de tussenkomst in de kosten.
    • Te lang wachten verergert het probleem zodat de tand getrokken moet worden. Tandextractie wordt niet terugbetaald.
    • Hun tandprobleem veroorzaakt andere moeilijkheden: ze kunnen niet werken, komen minder buiten, en bovenop ontstaan nog andere gezondheidsproblemen, …
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Op de Gezondheidsraad van 1 april is dit thema uitvoerig besproken. De lokale hefbomen zijn hier echter beperkt. Er zal in eerste instantie een strategie uitgewerkt worden om met verschillende instanties op Vlaams en Federaal niveau het gesprek te openen. Aandachtspunten daarbij zijn de automatische toepassing van de derdebetalersregeling bij -18 en 75+, de mogelijkheid voor een complementair betalingssysteem voor tandartsen, de betaling en de rol van de mondhygiënisten etc. Ook zullen er vanuit de stuurgroep mondzorg aanbevelingen komen voor het lokaal bestuur om deze legislatuur op in te zetten. 

13

Nood aan psychische hulp voor vluchtelingen met traumatische ervaringen

Er is onvoldoende aangepaste psychische hulpverlening voor (minderjarige) vluchtelingen met traumatische ervaringen. Onbehandelde trauma’s van vluchtelingen kunnen leiden tot verslaving, dakloosheid en agressieproblemen. En ook in België blijven deze vluchtelingen zich vaak zorgen maken over achtergebleven familieleden in oorlogsgebied.

Ook jongeren die in een precaire verblijfssituatie leven, hebben psychosociale ondersteuning nodig. Ze leven in moeilijke omstandigheden, botsen vaak op onbegrip in hun omgeving, hebben veel twijfels en weinig toekomstperspectief. Ze weten niet waar ze hun prioriteiten moeten leggen: onderwijs, werk, huisvesting, hygiëne, …

Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

14

Zwarte lijst in de psychiatrische zorg®

In bepaalde psychiatrische centra werkt men met een zwarte lijst om opname te weigeren omwille van vroegere incident(en). De afspraken rond die lijst zijn onduidelijk. Wanneer kom je op de lijst? En vooral, wanneer geraak je er terug af?

  • Casus: Milan werd onlangs geweigerd omwille van een incident van 10 jaar geleden.
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

15

Pesten bij jongeren

Kinderen en jongeren ervaren steeds vaker pestgedrag en agressie. De huidige pogingen om er iets aan te doen, helpen onvoldoende. Soms versterken sociale media het pestgedrag. Door het gebruik van sociale media neemt het aantal betrokken toe en duurt het pesten langer. Omgekeerd worden kinderen en jongeren ook uitgesloten en gepest omdat ze geen sociale media gebruiken.

  • Een UGent-onderzoek uit 2017-2018 bij 1.600 Vlaamse scholieren tussen 12 en 18 jaar toont aan dat 48% van de leerlingen in het secundair onderwijs al gepest werd en dat 18% bekent zelf al iemand gepest te hebben.
  • In 2017 waren 416 minderjarigen het slachtoffer van slagen en verwondingen. Dit is 17% van het totaal aantal slachtoffers. Bron: cijfers politie Gent, 2017
Trekker: Diete Glas
Opvolging:

16

Inzagerecht e-dossiers onvoldoende gekend

Patiënten en cliënten hebben inzagerecht in hun medisch dossier en dossiers opgemaakt door sociale hulpverleners. Ze kunnen bepaalde zaken die niet meer relevant zijn, verwijderen of onzichtbaar maken voor andere zorgverstrekkers. Kwetsbare mensen zijn daar vaak niet van op de hoogte. Of ze zijn niet mondig genoeg om ernaar te vragen. Soms kunnen ze door laaggeletterdheid of anderstaligheid de inhoud niet/onvoldoende lezen.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Op 25 april zal in het kader van de Eerstelijnszone Gent een eerste actiegroep doorgaan rond toegankelijkheid waarbij vanuit de verschillende signalen (uit de signalenbundel en andere) rond toegankelijkheid van gezondheids- en welzijnszorg een aanzet zal gedaan worden voor een actieplan 2020-2021 voor de voorlopige Zorgraad van de Eerstelijnszone Gent. Dit signaal zal daarin meegenomen worden.

17

Supplementen op 1-persoonskamer in het ziekenhuis

Patiënten krijgen onvoldoende informatie over de extra kosten in een 1- persoonskamer. Ze worden soms een 1-persoonskamer aangepraat of ze denken dat ze recht hebben op een tussenkomst via hun hospitalisatieverzekering.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Op 25 april zal in het kader van de Eerstelijnszone Gent een eerste actiegroep doorgaan rond toegankelijkheid waarbij vanuit de verschillende signalen (uit de signalenbundel en andere) rond toegankelijkheid van gezondheids- en welzijnszorg een aanzet zal gedaan worden voor een actieplan 2020-2021 voor de voorlopige Zorgraad van de Eerstelijnszone Gent. Dit signaal zal daarin meegenomen worden.

18

Personenalarmsysteem zinloos voor mensen zonder netwerk

Het personenalarmsysteem (PAS) is onbruikbaar voor mensen die geen netwerk hebben of geen netwerk in de nabijheid. Dit vergt immers een cascade van mensen die opgebeld kunnen worden op het moment dat de persoon het alarm activeert. Er bestaat een professionele PAS met enkel zorgverstrekkers. Deze is niet goedkoop en dus niet realistisch voor kwetsbare groepen.

Opvolging:

Binnen het project “woonzorgzone Ledeberg” , werd met diverse actoren een personenalarmsysteem ontwikkeld voor senioren die geen of te weinig mantelzorgers hadden. Dit aanbod werd uitgebreid naar alle senioren in Gent. Momenteel bieden 2 organisaties PAS met professionelen aan;  Wit gele kruis en Z-plus. 

Voor Gentenaars met een laag inkomen , kan er gekeken worden of zij in aanmerking komen voor de mantelzorgpremie. Indien zij hiervoor in aanmerking komen , dan kunnen ze dit bedrag gebruiken om oa. deze PAS te betalen. Het is ook voor deze doelgroep belangrijk om te checken of ze recht hebben op IGO ( inkomensgarantie ouderen) of op de THAB ( nu onderdeel van de vlaamse sociale bescherming). OCMW Gent zet sinds verschillende jaren promotieacties op rond IGO en THAB. Er staan oa. artikels in het stadmagazine, tijdschrift Wijs, op broodzakken,… We roepen alle actoren die bij senioren aan huis gaan op om standaard na te zien of mensen recht hebben op deze tussenkomsten of hen door te verwijzen naar hun mutualiteit om dit te onderzoeken.

19

Ingave in vaccinnet

Verschillende diensten (arbeidsgeneeskundige diensten, Fedasil Gent) dienen vaccins toe (vb. tetanus) aan patiënten zonder (correcte) ingave in vaccinnet. Hierdoor gaat die informatie verloren.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

20

Ongezond media-gebruik

Niet iedereen gaat op een gezonde manier met digitale media om. Dit brengt nieuwe vormen van grensoverschrijdend gedrag en verslaving met zich mee. We merken een toename van game- en gokverslaving (niet alleen via internet).

  • 3% van de Belgische 18-plussers gamede problematisch. Bij Vlaamse scholieren lag dit cijfer in 2015-2016 op 12%.

Bron: factsheet gamen 2017 VAD

  • In België hadden in 2016 naar schatting 467.081 18-plussers problemen met gokken. Het ging om 386.240 risicovolle spelers en 80.841 problematische gokkers. 72% is roker, 20% heeft een alcoholprobleem, 19% gebruikt cannabis. Ze hebben vaker somatische problemen, slaapproblemen, angst, depressie, en ook relationele en financiële problemen.

Bron: factsheet gokken 2017 VAD

Trekker: Diete Glas
Opvolging:

21

Ernstige gevolgen nijpend tekort betaalbare kwalitatieve woningen®

Schaarste aan betaalbare kwalitatieve woningen werkt discriminatie in de hand van al wie ‘anders’ is: jongeren, niet-begeleide minderjarigen en vluchtelingen, mensen met migratieachtergrond, mensen met een vervangingsinkomen, mensen met psychische problemen, (grote) gezinnen en/of erkende vluchtelingen die met hun gezin zijn herenigd. Praktijktesten helpen in de strijd tegen discriminatie, maar lossen de schaarste niet op. 

Voorbeelden:

  • Bepaalde immokantoren bouwen een drempel in en vragen een voorschot tot € 500 om een woning te mogen bezichtigen.
  • Rechten die gepaard gaan met het hebben van een officieel adres komen in het gedrang (zie signaal 60).
  • Er wordt misbruik gemaakt van de precaire situatie van mensen die geen woning vinden (huisjesmelkerij, wonen bij je werkgever, teveel betalen, …).

Anderzijds zijn de kwaliteitsnormen voor het verhuren van een woning zodanig hoog dat ze mensen in armoede uitsluiten.

  • Wat voor ons een slechte woning is, is dit niet altijd in de perceptie van vluchtelingen of van mensen die in armoede leven. Een slechte woning is nog altijd beter dan geen woning.
Opvolging:

  • Het stadsbestuur zet verder in op uitbreiding en kwaliteitsverbetering  van de sociale huisvesting.
  • Het nieuwe stadsbestuur zet in op een verdubbeling van het aantal woningen verhuurd door het Sociaal Verhuurkantoor en op een verdriedubbeling van het aantal woningen verhuurd door het stedelijk huurkantoor Huuringent vzw à verhoging van het aanbod aan betaalbare, kwalitatieve woningen met woonzekerheid. Deze woningen worden toegewezen op basis van objectieve criteria, discriminatie is uitgesloten.
  • Oprichting (en verderzetting) van de Taskforce Wonen
    • uitbreiding van opvang of tijdelijk wonen voor doelgroepen in een preciare woonsituatie (bv. Vesalius, 13 kamers voor erkende vluchtelingen/subsidiair beschermden in woonnood en 5 kamers voor time-outers (daklozen met bijzondere zorgnood waardoor ze niet terecht kunnen in de bestaande opvanginitiatieven).
    • gespecialiseerde werkgroepen buigen zich over de aanbodverruiming op de sociale en de private huurmarkt
  • Verderzetting van de praktijktesten in de strijd tegen discriminatie op de huurmarkt, met uitbreiding van de doelgroepen (migratie-achtergrond, seksuele geaardheid, …)
  • De Stad Gent is niet bevoegd voor woningkwaliteitsnormen, dit is Vlaamse regelgeving. De kwaliteitsnormen voor woningen zijn een absoluut minimum voor een veilige en gezonde van de woning en zijn er om bewoners te beschermen (niet uit te sluiten). Afwijken van deze minimale normen is niet wenselijk.

22

Wachtlijsten en toewijs®

Er zijn extreem lange wachttijden voor een sociale woning.

Veel mensen missen de tweejaarlijkse actualisering van hun plaats op de wachtlijst voor een sociale woning. Daardoor staan ze zonder het te weten niet meer op de lijst. De campagne met informatie voor hulpverleners en met gekleurde brieven naar de mensen zelf, werkt goed.

Mensen die 2 keer een sociale woning weigeren, komen weer onderaan de wachtlijst terecht. Ook als ze weigeren op basis van de slechte staat of de prijs of omdat er een onaangepaste woning wordt aangeboden. Mensen die in aanmerking komen voor versnelde toewijs (zie signaal 69) kunnen niet weigeren.

  • Casus: Assem wordt uitgenodigd om een sociaal appartement te bezichtigen. Bij aankomst blijkt het om een appartement op de tweede verdieping te gaan, terwijl het huisreglement voorschrijft dat huisdieren enkel toegelaten zijn op 0 en 1. Assem heeft een hondje (wat genoteerd staat in zijn aanvraag). Om die reden gaat hij niet in op de kans. Dat wordt beschouwd als een weigering, zodat hij zijn huursubsidie verliest en bij een volgende weigering achteraan op de wachtlijst terecht komt.
  • Casus: Mira is een minder mobiele persoon met een rollator. Ze weigert een sociale woning omdat er een trap is in de woning (naar de woning is er wel een lift).
Opvolging:

Rechtzetting: als een kandidaat-huurder een tweede keer onterecht weigert, dan komt hij niet onderaan de lijst, maar moet hij zich opnieuw inschrijven als kandidaat-huurder.

Als een weigering als onterecht wordt beschouwd door de huisvestingsmaatschappij en men daardoor zijn voorrang/eerste kans/inschrijving verliest, dan kan dit uiteraard besproken worden met de maatschappij. Acht de maatschappij de weigering toch als onterecht, dan kan de kandidaat-huurder in beroep gaan bij de toezichthouder, die de weigering onderzoekt. De kandidaat-huurder motiveert in zijn brief waarom zijn weigering een terechte weigering is.

Oordeelt de toezichthouder dat de weigering terecht is, dan vervalt de weigering.

Oordeelt de toezichthouder dat de weigering onterecht is, dan blijft de beslissing van de huisvestingsmaatschappij van kracht.

23

Hulp nodig bij klusjes

Er is een tekort aan betaalbare en laagdrempelige klusjesdiensten. Veel mensen vinden geen oplossing voor allerlei huishoudelijke klusjes (toilet kapot, lavabo lekt, verlichting aansluiten, …).

Opvolging:

Er zijn verschillende diensten zoals het Dienstenbedrijf Sociale Economie (OCMW  en Stad Gent) , Wijk-werken (vroegere PWA), klusdiensten verbonden aan mutualiteiten en/of dienstenchequebedrijven die dergelijke klussen tegen een billijke betaling opnemen.

Dienst Wonen Stad Gent onderzoekt of een derde-betalerssysteem voor kleine kwaliteitsklussen met de focus op veiligheid een haalbaar project is.

24

Huurwaarborg niet terug®

Kwetsbare mensen hebben meer kans om hun huurwaarborg kwijt te spelen. Zij hebben begeleiding nodig om bij de start van de huur een goede staat van bevinding op te maken. Ze moeten ook duidelijke informatie krijgen over welke kosten voor de eigenaar zijn en welke voor de huurder.

Voorbeelden:

  • Appartementen worden vaak verhuurd tot ze helemaal zijn uitgeleefd. Ze gaan over van de ene huurder op de andere zonder tussentijdse renovatie.
  • Bepaalde immobiliënkantoren vragen tot € 350 voor de opmaak van een plaatsbeschrijving.
Opvolging:

  • Elke burger kan met woonvragen terecht bij de Woonwijzers van Dienst Wonen Stad Gent.
  • Ze zetten cliënten ‘op het goede spoor’ door  informatie, advies, bemiddeling en ondersteuning te verlenen met als doel de woonsituatie op korte en/of op lange termijn (recht op wonen) te verbeteren. Daarvoor kunnen meerdere gesprekken en huisbezoeken (zoveel als nodig) nodig zijn.
  • Cliënten kunnen indien nodig doorverwezen worden naar de Huurdersbond voor eerstelijns juridisch advies.
  • Met vragen rond woonkwaliteit brengt de woonconsulent een huisbezoek, zodat die goed kan inschatten wat de problemen zijn. In overleg met de cliënt wordt dan gezien welke stappen er best verder gezet worden; bv. melding van de gebreken per aangetekende brief aan de verhuurder, aanvraag geschiktheidsonderzoek, …

25

De kwaliteit van sociale woningen ondermaats®

De kwaliteit van de sociale woningen is soms ondermaats.

Geen warm water of verwarming

  • Casus Nieuw-Gent: In het appartement van Jochen en Samira werken de boilers niet en is er dus geen warm water. Ook de verwarming werkt niet of nauwelijks. Er is vocht en schimmel.  Als ze WoninGent bellen worden ze met een kluitje in het riet gestuurd.

De toegang tot veel sociale woningen laat te wensen over. De liften werken regelmatig niet. Daardoor zijn minder mobiele mensen van anderen afhankelijk voor boodschappen, om de vuilbak buiten te zetten, …

  • Casus: Julien is minder mobiel en woont op een hoge verdieping van een flatgebouw. De lift werk niet. Men stelt als oplossing voor om via het dak naar het andere gebouw te gaan waar de lift wel werkt.

De voordeur van de sociale woningen is niet altijd inbraakveilig.

  • Casus: In het appartementsblok van Jessica kun je de toegangsdeur openen door met je voet onderaan tegen de deur te duwen. Jessica voelt zich niet veilig.
Opvolging:

We bevelen sociale huurders om via de reguliere kanalen bij de sociale huisvestingsmaatschappij melding te maken van gebreken. Als dit niet volstaat kan men formeel klacht indienen bij de maatschappij. Als ook de klacht niet serieus genomen wordt kan de sociale huurder in extremis bij de Vlaamse Ombudsdienst terecht alhoewel dit niet laagdrempelig is.

Alle Gentse huisvestingsmaatschappijen zijn actief rond het renoveren van hun bestanden. Er zijn heel wat gebouwen die voor vervanging of structurele renovatie in aanmerking komen, maar niet alle locaties kunnen gelijktijdig aangepakt worden. Dit neemt niet weg dat de maatschappij de basisvoorzieningen en basiskwaliteit moet kunnen garanderen inzake eigenaarsverplichtingen.

26

Aankoop woning vaak onmogelijk

Een privéwoning kopen is voor veel mensen onmogelijk. Laat staan dat ze dan nog geld overhouden voor renovatie om ook kwalitatief te kunnen wonen. Bovendien kunnen kwetsbare mensen niet altijd een lening krijgen. Ofwel hebben ze schulden, ofwel hebben ze onvoldoende eigen middelen om zelf de notaris- en registratiekosten te kunnen betalen. Soms komen ze net niet in aanmerking voor een sociale woonlening.

Opvolging:

Het garanderen van betaalbaar wonen kan niet altijd via het kopen van een eigen woning worden verzekerd. Binnen de stad zetten we in op de huurmarkt (sociale huur en het ontwikkelen van budgethuur) om betaalbaarheid te garanderen.

Zo is er het nieuw project/model CODAK dat betaalbare, compacte wooneenheden wil bouwen en verhuren binnen een coöperatief geheel. Als huurder koop  je aandelen van de coöperatie en geniet je van een ‘korting’ op de huurprijs.  Als huurder investeer je volgens eigen mogelijkheden in vastgoed zonder schuldopbouw.

Dienst Wonen onderzoekt met de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning welk kader nodig is om dit nieuw model op grotere schaal mogelijk te maken.

Verder ondersteunt de stad ook het CLT-project in Gent. CLT Gent hoopt tegen 2022 34 à 35 betaalbare woningen te realiseren.

Voor noodkopers/eigenaars werd, met Europese middelen, het project ICCARus opgestart op 1 november 2018. Dit project betekent een opschaling van Dampoort Knapt op. Hierdoor kunnen tegen 2021 100 woningen van noodkopers/eigenaars gerenoveerd worden. Per woning wordt een budget van 30.000 euro voorzien.  Bij vervreemding van de woning keert het geld terug naar het rollend fonds en kan een nieuw renovatietraject gestart worden. Het stadsbestuur heeft de ambitie om ook na 2021 per jaar 50 woningen van noodkopers/eigenaars via hetzelfde principe te renoveren.

27

Frusterende woonzoektocht®

Het woningaanbod is uiterst beperkt en kwetsbare mensen worden vaak slecht bejegend bij het zoeken naar een woning (discriminatie, allerlei bewijzen moeten voorleggen, …). Ze hebben nood aan professionele ondersteuning bij hun zoektocht. Nu kunnen ze enkel terecht bij de eigen hulpverlener of bij vrijwilligers voor hulp. Deze hulpverleners komen daardoor nog nauwelijks toe aan hun eigenlijke opdracht. Ook de vrijwilligers die ondersteunen bij de zoektocht lijden onder de vele frustraties.

Opvolging:

De nood aan woonzoekondersteuning is gekend en er zijn reeds verschillende kleine initiatieven, vooral vanuit vrijwilligershoek, gegroeid. We merken dat vrijwilligers vaak ontmoedigd worden door de moeilijke zoektocht, de hoge huurprijzen, het niet toegewezen krijgen van de wooneenheid, …
De zoektocht naar een woning is een intensief gebeuren en men moet ook kort op de bal kunnen spelen. De meeste hulpverleners hebben onvoldoende tijd om dit voor hun cliënten te doen. Ook is het zo dat alle hulpverleners in ‘dezelfde vijver’ aan het vissen zijn en vaak ook ‘concurrent’ van elkaar zijn.

Het zou mooi zijn mochten de bestaande initiatieven zich bundelen en kunnen uitbreiden met professionele ondersteuning.

Het feit dat er te weinig betaalbaar aanbod is en de keuze van de verhuurder bepalend is, maakt dat de kwetsbare bewoners, vaak met een vervangingsinkomen, alleenstaand, al dan niet met kinderen, al dan niet gekleurd, …. aan een quasi hopeloze zoektocht start.

Misschien zijn eigenaar-verhuurders wel bereid om aan een kwetsbare doelgroep tegen een haalbare huurprijs te verhuren, als ze garantie hebben dat hun huurder voor een langere periode en op verschillende vlakken(ook financieel) begeleid, worden en dat ze bij de hulpverlener terecht kunnen als er toch problemen reizen.

Mensen hebben meestal een voorkeur voor Gent, gezien ze hier gebruik maken van tal van voorzieningen en ze hier een netwerk hebben. Echter soms gaan ze uit noodzaak op zoek buiten Gent.

28

Caloriemeters niet fair

WoninGent werkt vaak met calorie- of warmtemeters van ISTA. Dat is geen fair systeem. De meters nemen ook de omgevingswarmte op en er geen transparantie tussen individuele en collectieve kosten.

Opvolging:

Geen specifiek beleid hieromtrent. Ook met individuele verwarmingssystemen zijn er ongelijke gebruiken afhankelijk van de typologie of de ligging van een appartement ten opzicht van andere appartementen. Ook zijn er verschillen tussen gebouwen en gebruikers onderling.

Sociale huisvestingsmaatschappijen moeten evenwel duidelijk en correct communiceren en factureren.

De installatie van collectieve systemen neemt opnieuw toe. Dit blijft dus van groot belang.

29

Kostendelend samenwonen bestraft®

Voor veel doelgroepen (jongeren, vluchtelingen, …) is samenwonen de enige optie. Deze creatieve en solidaire oplossing wordt financieel afgestraft. Mensen verliezen hun leefloon cat. 1, het heeft impact op hun werkloosheidsuitkering of pensioen.

Opvolging:

In het bestuursakkoord werd opgenomen dat Stad Gent solidair samen huren mogelijk wil maken op Gents grondgebied. Dit zal uitgewerkt worden aan de hand van enkele proefprojecten. Daarnaast zal de Stad de hogere overheden blijven responsabiliseren op de hiaten en de complexiteit in/van de regelgeving met betrekking tot samen huren.

30

Nood aan doelgroepspecifieke thuislozenzorg®

In de thuislozenzorg moet er extra aandacht gaan naar jongeren, gezinnen met kinderen, mensen die gedwongen moeten verhuizen, bejaarden en zieken. Deze groepen komen nu soms in de nachtopvang terecht terwijl dit echt geen plaats noch oplossing is voor hen.

Voorbeelden:

  • Kinderen zitten moe in de klas omdat ze pas na 21u of 22u binnen kunnen in de nachtopvang.
  • Kinderen verblijven er samen met mensen met psychische of verslavingsproblemen.

Dakloze jongeren vormen een onzichtbare groep. Toch zijn er een 250-tal minderjarige daklozen zijn (zie signaal 1).

Door sloop of renovatie van woningen moeten mensen gedwongen verhuizen. Ze vinden geen alternatief. Zo komen gezinnen op straat terecht.

  • Sinds eind 2016 is er een stijging merkbaar van het aantal 60-plussers in de nachtopvang tot 7,6% begin 2018. Sinds september 2017 wordt specifieke gezinsnachtopvang voorzien. Over de gezondheidstoestand van de cliënten van de nachtopvang weten we het volgende (februari 2018): Bron: CAW Oost-Vlaanderen Nachtopvang Gent
Opvolging:

31

Nood aan grotere sensitiviteit rond armoede en diversiteit

Binnen schoolteams is er nood aan meer kennis en vaardigheden rond omgaan met kwetsbare leerlingen en met de diversiteit binnen de school. Er volgt soms een harde aanpak op het gedrag en de problemen die deze leerlingen stellen. Daardoor daalt de schoolmotivatie van deze leerlingen nog meer.

  • Enkele voorbeelden:

    • Kinderen/jongeren met een migratie-achtergrond en nieuwkomers uit een OKAN-traject worden vaker geconfronteerd met het watervaleffect. Ze worden naar beroeps- en buitengewoon onderwijs doorverwezen, ook al zijn ze cognitief sterk genoeg.
    • Ze staan zelf weinig stil bij hun eigen interesses of talenten. Ze ontwikkelen geen toekomstvisie. Onderschatting beïnvloedt hun zelfbeeld. Ze worden niet gestimuleerd of uitgedaagd om hoge(re) doelen voorop te stellen.
    • Door het hoofddoekenverbod in sommige secundaire scholen, rest er voor meisjes met hoofddoeken maar een beperkte keuze aan studierichtingen (vaak BSO).
    • Anderstalige/meertalige kinderen en jongeren die zich willen inschrijven in een nieuwe school/nieuwe richting krijgen de vraag of hun Nederlands wel goed genoeg is om mee te kunnen. Al te vaak beschouwen scholen anderstaligheid als beperking in plaats van als een talent.
  • Kinderen/jongeren die te laat komen, mogen het ganse eerste lesuur niet meer binnen. Daarom komen leerlingen vaak helemaal niet meer opdagen.
  • Kinderen/jongeren die definitief uitgesloten worden van school, krijgen vaak geen alternatief aanbod om hun studietraject verder te zetten. Bovendien gebeuren die schorsingen meestal na de ‘telling van de leerlingen’ in februari. Die telling bepaalt de middelen van de school voor het volgend schooljaar .
  • Bij bepaalde jongeren wordt er geen gevolg gegeven aan spijbelen. De school geeft op, CLB weet zich geen raad meer en jongeren hebben het gevoel een vrijgeleide te krijgen. De bestaande instrumenten zoals het Steunpunt Leerrecht-Leerplicht, het overleg spijbelactieplan, het netwerk samen tegen schooluitval, zijn te weinig gekend en hoogdrempelig.
  • Kinderen/jongeren die voor 1 vak niet geslaagd zijn, moeten tegen hun wil van richting veranderen terwijl ze voor de rest goed meekunnen (cfr rapport Unia).
  • Kinderen die hun getuigschrift basisonderwijs niet behalen en op basis van leeftijd overgaan naar 1B, blijven te vaak in de B-stroom/BSO hangen. Er wordt vanuit de lagere school te weinig info gegeven over de mogelijkheden die kinderen hebben na 1B. Men hangt een zware negatieve beladenheid vast aan instromen in 1B, terwijl je dit ook kan zien als een kans.
  • Met de ouders wordt enkel in één richting gecommuniceerd en vaak enkel over slechte schoolresultaten. Ouders worden nauwelijks echt betrokken bij de schoolcarrière van hun kind. Nochtans beschikken ze over een grote ervaringsdeskundigheid. Ook met de digitalisering kunnen veel ouders niet mee. Ze krijgen een login voor Smartschool maar kunnen hier niet mee werken. Soms hebben ze niet de vaardigheden, bezitten ze geen computer, kennen ze het systeem niet of zijn ze de taal niet machtig. Op deze manier lopen ouders belangrijke informatie mis.

Sommige scholen, leerlingenbegeleiders en brugfiguren doen heel erg hun best om leerlingen aan boord te houden. Zij worden echter overbevraagd.

Opvolging:

32

Onderwijs niet langer betaalbaar voor iedereen

Onderwijs is vaak erg duur en we merken een toenemende commercialisering.

  • In het secundair onderwijs is er geen maximumfactuur. Vaak komen de meest kwetsbare leerlingen in de duurste studierichtingen terecht (hout, kapper, hotel, …). Soms kiezen jongeren om die reden een andere richting, starten ze zonder materiaal of haken ze af omwille van de kosten. Sommige scholen kopen zelf materiaal aan. Maar het is moeilijk om al het materiaal up to date te houden. Enkel als iedereen materiaal krijgt, werkt dit niet stigmatiserend.
  • De schoolfacturen zijn duur en onduidelijk.
  • Soms moet je eerst een groot voorschotbedrag betalen voor alle kosten van het komende schooljaar. Anders zit je zonder materiaal of schoolboeken in de klas.
  • Scholen werken meer en meer samen met commerciële boekenfirma’s als IDDINK die een agressief financieel beleid hanteren: op de onlinelijst is het onduidelijk welke boeken verplicht en welke optioneel zijn, de boeken zijn duur, als voor één kind binnen het gezin de boeken nog niet zijn betaald, krijgt de andere zijn boeken niet, er is geen samenwerking met de sociale dienst van de school, …
  • Kinderen/jongeren zijn de dupe van onbetaalde facturen: zij krijgen ze mee of worden erop aangesproken, ze krijgen hun rapport pas na betaling van de factuur, ze krijgen nota’s in hun agenda, … en ze worden zo nog eens geconfronteerd met de armoede waarin ze leven.
  • Toezicht/studie/buitenschoolse opvang na de schooluren wordt door de scholen vrij geregeld. Soms gebeurt het op school zelf, soms gecentraliseerd in een andere school, soms via STIBO of sociale tewerkstelling. Door de hoge kostprijs van buitenschoolse opvang in sommige scholen, trekken gezinnen weg. Dit werkt de sociale ongelijkheid verder in de hand.
Opvolging:

33

Een tweede kans met financiële drempels

Mensen die tweedekansonderwijs volgen, komen niet in aanmerking voor een studietoelage, gratis studie-ondersteuning, …

Opvolging:

34

Het M-decreet mist zijn doel

Het M-decreet is binnen het reguliere onderwijs niet alleen zwaar voor leerkrachten. Het werkt vaak ook demotiverend voor de leerling. Cognitief sterkere leerlingen ergeren zich aan cognitief zwakkere leerlingen en de cognitief zwakkere leerlingen geraken gefrustreerd omdat ze harder moeten werken en toch slechtere punten halen. Binnen het buitengewoon onderwijs ontstaat een verschuiving en komt een steeds grotere concentratie aan leerlingen met zwaardere problemen voor. Er is onvoldoende ondersteuning om de doelstellingen van het M-decreet kwalitatief te verwezenlijken. Hierdoor voelen verschillende actoren zich onvoldoende gewapend om met de huidige diversiteit in de klas om te gaan en iedereen de aandacht en ondersteuning te bieden waar hij/zij recht op heeft.

Opvolging:

35

Schools aanbod sluit onvoldoende aan op de interesses van jongeren

Niet alle opleidingen worden op alle niveaus gegeven (vb. sportopleiding niet op BSO-niveau, schrijnwerkerij niet op TSO-niveau, ...). Daardoor kunnen jongeren niet volgen wat hen interesseert op hun schoolniveau.

Opvolging:

36

Nood aan brugfiguren in het secundair onderwijs

Net als in het basisonderwijs, slaat het project brugfiguren in het secundair onderwijs belangrijke bruggen tussen school en ouders. De brugfiguren fungeren als een soort coach die leerling en ouders kan begeleiden in het maken van een studiekeuze en hen kan helpen oriënteren (vb. na OKAN-onderwijs). Een verlenging van het project lijkt zinvol.  

Opvolging:

37

Moderne slavernij®

Bulgaren, Roma en andere kwetsbare groepen werken vaak in uitbuitende omstandigheden. Ze wonen samen in panden waar ze dagelijks opgehaald en teruggebracht worden met een busje. Er is zowel sprake van matrassenverhuur in slechte panden als van uitbuiting op het werk. Het gaat vooral om tewerkstelling binnen de vleesindustrie en de tuinbouwindustrie. Ze presteren te lange werkdagen tegen een veel te laag loon. In sommige gevallen gaat het ook om zwartwerk. Daardoor zijn ze niet verzekerd en hebben ze geen recht op sociale voordelen. Soms gaat het om hallucinante verhalen: opgesloten worden tot het werk gedaan is, een arbeidsongeval met diepe wonde die niet wordt verzorgd en waarmee mensen moeten blijven doorwerken, ….

Opvolging:

38

Nood aan aangepast werk voor laaggeschoolden

Er is te weinig aangepast werk voor kwetsbare laaggeschoolden (jongeren met een BSO of TSO- diploma, anderstaligen, …). Daardoor leveren intensieve sollicitatietrainingen en nazorg na doorstroming weinig op. Ze vinden geen job waarvoor ze werden opgeleid of enkel een interim job en hebben daardoor een laag inkomen. Ook na een eerdere job kunnen ze nauwelijks aan de slag ondanks de opgedane ervaring.

Opvolging:

Daarop zal de Dienst Werk inzetten gedurende deze bestuursperiode. Dit hebben we reeds meegegeven van bij de opmaak van de omgevingsanalyse voor Werk.

Omgevingsanalyse 2018:
Cijfers Werk en Economie
-    netto jobcreatie tussen 2009 en 2015 : hoog, dus hoge jobratio : 116,7 jobs per 100 inwoners (centrumsteden : gemiddeld 104 jobs per 100 inw ; Vlaams Gewest 75 jobs/100 inw)
Maar :
-    Relatief lage werkzaamheidsgraad
              Gent , 2016 : 68,6 %(centrumsteden : 67,8 %, Vlaams Gewest : 72,6 %)
-    relatief hoge werkloosheid
Gent, maart 2018 :10,7 % (Antwerpen : 14,2% ; Vlaams Gewest : 6,5 %)
In vgl met Vlaanderen heeft Gent meer langdurig werkzoekenden (34,9 % tov 32,3%) en meer allochtone werkzoekenden (35,5 % tov 29,1 %) Personen met een migratieachtergrond hebben een lagere werkgelegenheidsgraad en een hogere werkloosheidsgraad dan personen van Belgische herkomst. Er zijn grote verschillen tussen de verschillende groepen van vreemde herkomst. Bij de EU-13 met vooral Bulgaren, Slovaken en Polen, nemen de Bulgaren een tussenpositie in. Er is v oor de 3 landen wel een positieve evolutie, de werkgelegenheidsgraad stijgt. Maar vanop het terrein weten we echter dat heel wat personen met kwetsbare profielen in eerder onzekere arbeidsomstandigheden aan het werk zijn. We mogen dus niet van de veronderstelling uitgaan dat een registratie als werkende een goede financiële situatie garandeert.

Mismatch tussen vraag en aanbod
Onder invloed van automatisering en offshoring verdwijnen er heel wat jobs uit het lagere en middensegment van de arbeidsmarkt. Vooral administratieve bedienden en productiearbeiders zijn daar het slachtoffer van. Dat is duidelijk te zien bij de vacatures bij de VDAB : de vraag naar hooggeschoolde kandidaten stijgt, die voor midden- of kortgeschoolde kandidaten daalt. De daling van de vraag naar laag- en middengeschoolden wordt niet weerspiegeld in het aanbod.
In 2018 is nog steeds 48 % van de NWWZ laaggeschoold. We merken bij de groep jonger dan 25 j op dat 59 % kortgeschoold is. Schoolverlaters die zonder enige kwalificatie op de arbeidsmarkt komen, hebben het bijzonder moeilijk om een eerste job te vinden. Meer dan 40 % van de Gentse schoolverlaters is een jaar na het schoolverlaten nog steeds op zoek naar werk. Voor heel Vlaanderen is dat 34 %.
Het aandeel laaggeschoolde wz ligt lager dan het gemiddelde van de Vlaamse centrumsteden en lager dan Antwerpen.Waarom ? Gent heeft een meer arbeidsintensieve economie.

Sociale economie
IN Gent werken ca. 1.500 mensen in de sociale economie. Daar bovenop voldoen ca 750 mensen (begin 2018) aan alle criteria om in de sociale economie te werken, maar hebben geen plaats. Dit wijst op een nood aan groei in arbeidsplaatsen binnen de sociale economie.
Over wie gaat het ?
- kwetsbare jongeren
- kwetsbare laaggeschoolden
- mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt
- Laag inkomen
- werkende armen :
Werken en toch in armoede leven: het bestaat ook in België
https://www.demorgen.be/economie/werken-en-toch-in-armoede-leven-het-be… in De Morgen, vacature.com, 4/1/2019
- !! betogingen gele hesjes (F), vakbondsacties (stakingen), politiek : taxshift,

Stappen naar oplossingen :
Bestuursakkoord  nieuwe legislatuur, ivm Werk (2019-2024)
•    Daarnaast richten we in samenwerking met een aantal partners een House of Skills op. Daarin ontwikkelen we loopbaanprogramma’s om werkenden en werkzoekenden met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt te helpen zich verder te ontplooien. Zo worden mensen weerbaarder en kunnen ze beter om met de uitdagingen van een bewegende arbeidsmarkt en conjunctuurschommelingen.
•    We zorgen voor een actieve begeleiding van Gentenaars, met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren. We verbinden daarom de bestaande begeleidingsprogramma’s bij VDAB en andere partners. De klemtoon ligt op de verwerving van 21ste-eeuwse vaardigheden.  De begeleiding gebeurt gedifferentieerd, op mensenmaat en op basis van een realistisch stappenplan dat de werkzoekende zelf mee aanstuurt. We stimuleren levenslang leren voor zowel werkenden als werkzoekenden om hun persoonlijke ontwikkeling en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verhogen. We werken hiervoor samen met het jeugdwelzijnswerk, het onderwijs en andere partners.

Keynote over diversiteit en ondernemerschap  (startfest 2018)
"Ondernemingen in Vlaanderen zijn op zoek naar werknemers die ze niet vinden. En in de grootsteden zijn er duizenden jongeren die geen werk hebben." Sihame El Kaouakibi vertelt over hoe ze die kloof wil dichten.

39

Overgang onderwijs naar werk en omgekeerd loopt niet vlot

Jongeren worden op school te weinig voorbereid op de arbeidsmarkt.  Wanneer jongeren na een tijdje werken toch een diploma willen behalen, blijkt de terugkeer naar onderwijs heel moeilijk. Vaak kunnen ze pas opnieuw gaan studeren na fiat van de VDAB, de RVA of in sommige gevallen het OCMW. Tenminste als ze een vervangingsinkomen willen behouden zonder ook nog te moeten solliciteren. De enige uitzondering hierop zijn de opleidingen tot knelpuntberoepen.

Opvolging:

40

Interim zonder einde

Mensen die beginnen met interim-arbeid krijgen vaak de belofte van een vast contract na 6 maanden. De realiteit leert dat dit niet gebeurt. Soms wordt zelfs langdurig gewerkt met dagcontracten. De betaling is vaak niet in orde. Ze blijven tot 6 jaar via interim tewerkgesteld in hetzelfde bedrijf, ….

  • De duurtijd van de uitzendopdracht tot 12 maanden of langer stijgt jaarlijks, tot 19,8% in 2015.

Bron: Federgon 2015

Opvolging:

Met betrekking tot het gebruik van dagcontracten:

In mei 2017 vroeg de Minister van Werk aan de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) om een grondige evaluatie te maken van het systeem van de opeenvolgende dagcontracten in uitzendarbeid. Na lange onderhandelingen werd er in juli 2018 een akkoord bereikt. Dit akkoord diende als basis voor cao nr. 108/2.1 De datum van inwerkingtreding van deze cao is 01/10/2018.

Eén van de nieuwe afspraken betreft het globaal engagement om over een periode van 2 jaar te komen tot een vermindering met 20% van het aandeel opeenvolgende dagcontracten ten opzichte van het totale aantal uitzendcontracten.

Gewone dagcontracten zijn toegestaan zonder enige procedure of informatieverplichting. Daarnaast is ook het gebruik van de opeenvolgende dagcontracten toegestaan, op voorwaarde dat er een nood aan flexibiliteit kan bewezen worden. Opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid worden gedefinieerd als “de arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker, die elk een looptijd van vierentwintig uur niet overschrijden, en die elkaar onmiddellijk opvolgen of hooguit gescheiden worden door een feestdag en/of door de gewone inactiviteitsdagen die binnen de onderneming van de gebruiker gelden voor de categorie van werknemers waartoe de uitzendkracht behoort.”

In cao 108 wordt aangegeven dat opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker alleen toegestaan zijn voor zover de nood aan flexibiliteit voor het gebruik van opeenvolgende dagcontracten wordt bewezen door die gebruiker.

“De nood aan flexibiliteit wordt door de gebruiker bewezen voor zover en in de mate dat het werkvolume bij de gebruiker afhankelijk is van externe factoren of het werkvolume sterk fluctueert of gekoppeld is aan de aard van de opdracht.”

Het is de bedoeling om vanaf 2018 te komen tot een aanzienlijke vermindering van het aandeel opeenvolgende dagcontracten ten opzichte van het totale aantal uitzendcontracten.

De verwezenlijking van deze doelstelling zal gemeten worden via de door de RSZ aangeleverde trimestriële gegevens. Het refertejaar (beoordelingsjaar) wordt het jaar 2016. Zodra de cijfers met betrekking tot de jaren 2018 en 2019 beschikbaar zijn, volgt de beoordeling van het naleven van dit engagement. Indien uit deze beoordeling zou blijken dat de doelstelling niet werd behaald, dan engageren de sociale partners zich om dwingendere maatregelen af te spreken. Nadien wordt er om de 2 jaar een evaluatie gehouden.

Daarnaast zal ook het oneigenlijk gebruik van opeenvolgende dagcontracten bestreden worden via een oproep aan alle actoren om de engagementen en procedures, voorzien in cao nr. 108, strikt na te leven. De haalbaarheid van een vermindering moet steeds op ondernemingsvlak worden bekeken, rekening houdend met de specifieke bedrijfsactiviteit en moet worden afgestemd met de vakbondsafvaardiging, indien aanwezig. Er werd ook overeengekomen dat het gebruik van opeenvolgende dagcontracten een uitzondering omwille van economische redenen moet blijven en dus geen businessmodel op zich mag zijn.

< https://federgon.be/fileadmin/media/pdf/nl/COM201848_Brochure_ODC_Klant-gebruiker.pdf

Controleorgaan - bevoegdheid

Indien er bezwaren tegen het gebruik van opeenvolgende dagcontracten worden gemaakt in de ondernemingsraad (of bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging), kan een individueel dossier aanhangig worden gemaakt op het niveau van het paritair comité (verzoeningsbureau) van de sector waartoe de onderneming van de klantgebruiker behoort. De bezwaren geformuleerd door de ondernemingsraad (of bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging) dienen te gaan over het bewijs van de nood aan flexibiliteit. Het Paritair Comité kan zich alleen uitspreken over individuele dossiers en mag alleen interpretaties geven in overeenstemming met het kader dat werd opgelegd door de cao gesloten in de NAR. De Paritaire Comités kunnen dus niet raken aan het principe dat (opeenvolgende) dagcontracten toegelaten zijn. Ze mogen geen bijkomende beperkingen opleggen of andere punten doorvoeren met een algemene draagwijdte.

Sanctie: Wanneer de gebruiker de nood aan flexibiliteit niet kan bewijzen in het kader van de hierboven vermelde informatie en raadplegingsprocedure, is het uitzendbureau aan de uitzendkracht, bovenop het loon, een vergoeding verschuldigd die overeenstemt met het loon dat had moeten betaald worden indien er een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid van twee weken zou zijn gesloten.

https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20170612_UitzendarbeidEnFlexibiliteit_RAP_StIA.pdf

Actueel:

In het najaar 2018 was er sprake van krimp in de Belgische uitzendsector. Federgon liet toen optekenen door De Tijd dat dit een gevolg kan zijn van de toenemende omzetting van tijdelijke (interim)contracten in vaste contracten. Dat kan dan weer te maken hebben met de nijpende schaarste op onze arbeidsmarkt.

41

Noodgedwongen in zelfstandig statuut®

Van meer en meer werknemers wordt gevraagd om als zelfstandige te werken (medewerkers in een kapperszaak, leverdiensten, vervoerdiensten, kinderopvang, …). Daarnaast weten sommige mensen zelfs niet dat ze zelfstandig zijn (schijnzelfstandigheid). Mensen hebben niet altijd de knowhow om hun sociale zekerheid te regelen en worden vaak onvoldoende ondersteund. Ze weten niet dat ze zelf moeten instaan voor sociale zekerheid door een bijdrage te betalen. Daardoor zijn ze niet in orde met de ziekteverzekering en worden ze niet betaald als ze ziek zijn. Ze begrijpen niet dat er gevolgen zijn voor hun pensioen. Als de aangiftes (belastingen, sociale zekerheid) niet correct gebeuren, riskeren ze hoge facturen en zelfs boetes. Als gevolg daarvan komen ze in de problemen: schulden, faillissement, …

Opvolging:

42

Laattijdigheid werkgevers

Werkgevers zijn niet altijd stipt met de betaling van het loon en de overhandiging van de loonbrief of de C4. Daardoor komen werknemers in de problemen. Ze kunnen hun huur niet op tijd betalen, de opleg tot het leefloon kan pas later worden uitbetaald, de nieuwe werkgever kan niet verder, ze kunnen hun werkloosheidsuitkering niet in orde brengen, …

Opvolging:

Wettelijk kader:

Het tijdstip van betaling kan op 3 verschillende manieren vastgesteld worden :

  • door een collectieve arbeidsovereenkomst (op sectoraal vlak of op ondernemingsvlak) : de wet legt geen uiterste tijdstip vast ;
  • in het arbeidsreglement (document dat moet bijgehouden worden) : in dit geval mag het tijdstip van uitbetaling van het loon niet later vastgesteld worden dan de zevende werkdag na de arbeidsperiode waarvoor het loon verschuldigd is ;
  • bij ontstentenis van een precisering in een collectieve arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement, moet het loon uiterlijk worden uitbetaald op de vierde werkdag na de arbeidsperiode waarvoor het loon verschuldigd is.

bron: <http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=44658>

Controleorgaan - bevoegdheid

Als je werkgever koppig volhoudt en je loon systematisch te laat betaalt of laks omgaat met afspraken, dan kan je stappen ondernemen. Je kan bijvoorbeeld de sociale inspectie inschakelen (dat kan anoniem), waarop de bevoegde inspecteurs een onderzoek zullen starten.  Botsen ze op onregelmatigheden dan mogen en zullen ze) een boete uitschrijven. Bij grove nalatigheid kan men de werkgever zelfs voor de rechter dagen, maar dan moet men wel een stevig dossier samen stellen, en stevig in zijn schoenen staan. In de praktijk gebeurt dat niet zo vaak. Een rechtszaak is bovendien niet in drie tellen afgehandeld.

Het loont wel de moeite om te achterhalen waarom het loon - misschien plots - zo laat gestort wordt. Het kan zijn dat het bedrijf in slechte papieren zit of dat een faillissement nakend is. 

43

Generalistische hulp- en dienstverlening ziet door het bos de bomen niet meer

Kwetsbare mensen krijgen nauwelijks begeleiding naar het gepaste hulpverleningsaanbod en te weinig ondersteuning als het gaat om rechtenuitputting. Vaak hebben hulp- of dienstverleners onvoldoende zicht op wat er allemaal bestaat en hoe het is georganiseerd (vb. jeugdhulpverlening, psychische zorg voor jongeren, zorgaanbod voor vluchtelingen, …). Ze geven niet mee welke documenten mensen moeten meenemen als ze worden doorverwezen en waar ze die kunnen vinden, …

Trekker: Joris Beaumon
Opvolging:

Zowel binnen departement sociale dienstverlening als binnen het geïntegreerd breed onthaal wordt werk gemaakt van dit probleem, onder meer door de opmaak van een informatiesysteem en afspraken tussen de kernpartners van het GBO. Gezien de schaalgrootte van de stad en de complexiteit van het welzijnslandschap is dit echter een aanzienlijk werk.

Er zijn natuurlijk diverse 'deelsectoren' die met hetzelfde probleem kampen en evengoed inspanningen doen...

44

Tragiek van de grijze zone

Mensen die aan niet genoeg of aan te veel verschillende criteria voldoen (te jong/oud, te ziek/niet ziek genoeg, …), vallen overal buiten en krijgen geen zorg op maat.

  • Casus: Irma en André (80-plus) zouden graag beroep doen op thuiszorg aan verlaagd tarief. Irma is erg ziek en André moet voor een groot deel zelf instaan voor de zorg van zijn zieke vrouw. Ze komen niet in aanmerking voor een verlaagd tarief omdat ze een te hoog gezinsinkomen hebben (circa € 50 per maand teveel). Ze zitten in de grijze zone. Dit is erg jammer, want het koppel zou gebaat zijn met extra hulp.
Trekker: Joris Beaumon
Opvolging:

Op basis van deze ene casus is het niet evident een precies beeld te krijgen over hét probleem. Wat is precies die 'grijze zone' en wie vertoeft er (jammerlijk) in... Dit zou in eerste instantie beter in kaart gebracht moeten worden ipv te spreken over 1 anecdote.  Anderzijds wordt het probleem wel reeds langer aangekaart, vaak mbt tot de meest kwetsbare inwoners van gent met een zware multiproblematiek en een verleden van (over)last.

Het bepalen van criteria om aanspraak te kunnen maken op een specifieke vormen van hulp of dienstverlening is vaak geen lokale bevoegdheid en we hebben hier dan ook weinig impact op. In het verleden werden vanuit het lokale politiek bestuur wel reeds formele signalen gestuurd naar de bevoegde bovenlokale verantwoordelijken om een aantal problemen aan te kaarten. 

In het buitenland bestaan wel voorbeelden van ofwel ketenregie of van hulpverleningsnetwerken die het principieel engagement nemen om gelijk welke situatie op te nemen en steeds samen naar een oplossing te zoeken. Kern van de zaak ligt in de capaciteit (personeel, middelen, flexibiliteit) en het aanklampende engagement om samen met betrokkenen hardnekkig naar een oplossing te zoeken

45

Aangepaste crisishulpverlening nodig bij intrafamiliaal geweld

Via de crisishulpverlening (Crisisteam Oost-Vlaanderen) krijgen slachtoffers van ernstige agressie-incidenten vaak niet waar ze nood aan hebben: opvang in een veilige, rustige context met respect voor de integriteit en met een integrale psychosociale begeleiding. Het is eigen aan de crisishulpverlening dat men contact opneemt met de andere partij. Het is problematisch als men slachtoffers van ernstige agressie-incidenten snel terug in verbinding brengt met de agressor.

Trekker: Ibel Tryhou
Opvolging:

Verkennende gesprekken met volgende diensten

- Gebeurd: Wijkgezondheidscentrum Botermarkt Gent - Crisisteam O-VL - Els Devos (Huis van het Kind), ondersteunend - IN-Gent 

- Gepland: Bureau Politionele Zorg Gent - Sociale Dienst Jan Palfijn

Via het GIPS-overleg en andere kanalen, werd reeds een rondvraag gedaan, tot nu toe weinig respons. 

46

Nood aan oppas aan huis voor personen met een beperking

Er zijn te weinig mogelijkheden voor meerderjarige personen met een beperking, senioren en zieken die nood hebben aan thuisoppas. Sommige mutualiteiten zetten vrijwilligers in die aan huis gaan voor gezelschap. Dit is niet bij elke mutualiteit mogelijk en slechts voor een beperkt aantal dagen per week. Geen oplossing dus voor personen die dagelijks oppas nodig hebben.

Trekker: Jakob Decavel
Opvolging:

Het signaal wordt mee opgenomen in het bredere mantelzorgbeleid (nu in opstartfase)

1) Opmaken stappenplan signaalopvolging: ok

2) In kaart brengen van het probleem: van waar komt het signaal? Wat is de vraag naar oppasdiensten? Wat is het aanbod naar oppasdiensten? Wie zijn de spelers? Wat zegt de wetgeving?

3) Evalueren van het probleem/signaal

4) In kaart brengen mogelijke oplossingen: good practices? wie wil er probleem helpen oplossen?

5) Evalueren mogelijke oplossingen: kostprijs, haalbaarheid, termijn, effectiviteit, efficiëntie,...

6) Uitwerken oplossing

7) Uitvoeren oplossing

47

Nood aan psychosociale hulpverlening op maat van jongeren®

Het is moeilijk om door te verwijzen naar contextuele jeugdhulpverlening[1]. Het aanbod is groot maar gefragmenteerd, niet laagdrempelig, niet outreachend of de jongeren komen niet in aanmerking. Ook zijn er vaak lange wachtlijsten terwijl het gaat over precaire situaties die onmiddellijk daadkracht nodig hebben.

 

[1] een vaste begeleider ondersteunt gezinnen met kinderen waar opvoedingsmoeilijkheden zijn in een zoektocht naar een positieve dynamiek

Opvolging:

Samen1Plan Gent is een nieuw opgestart samenwerkingsverband tussen RTJ-aanbieders (intersectoraal) actief in het Gentse, het Welzijnsoverleg Regio Gent vzw en de lokale overheid Stad Gent en OCMW Gent ondersteund door en met linken naar Huis van het Kind Gent, Provinciaal Crisisnetwerk, RADAR (netwerk geestelijke gezondheid kinderen, jongeren en hun context), Huis voor Jongeren Gent (OverKop Gent), onderwijs (scholen) via TOPunt vzw (i.e. de sectoroverschrijdende samenwerking van de 3 CLB’s in Gent), en de vorming van de eerstelijnszone in Gent. 

Het is ontstaan onder impuls van de Vlaamse oproep 'meer capaciteit en meer samenwerking in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp' en sluit aan bij het beleidssignaal. De missie van Samen1Plan Gent is om kinderen, jongeren en gezinnen in Gent tijdige en betekenisvolle jeugdhulp te bieden indien daar nood aan is.

Acties van de afgelopen maanden:

- sinds 15 november 2018 is het verbindingsteam actief in Gent. Zij kunnen via de brede instap worden betrokken indien de reguliere hulpverlening geen tijdige of gepaste hulp kan bieden. Het is de keuze van het netwerk om dit verbindingsteam flexibel en wijkgericht in te zetten.  Het verbindingsteam wil betekenisvolle hulp bieden door een gezin te helpen om vanuit de eigen kracht en het netwerk (sociaal en professioneel) een antwoord te vinden op de eigen bepaalde doelen.

- sinds 1 maart 2019 zijn twee eerstelijnspsychologen actief. Zij bieden kortstondige hulp bij milde psychologische klachten van kinderen.

In het komende jaar wordt verwacht door de Vlaamse overheid dat een 1g1p registratiesysteem wordt uitgerold dat zal monitoren welke vraag welk traject volgt. Met de huidig aanwezige middelen voor Gent zullen er zeker hiaten blijven bestaan, maar het is wel de bedoeling van het netwerk om de aanwezige middelen zo goed mogelijk in te zetten. Het monitorsysteem zal helpen om de sterktes en de pijnpunten beter in kaart te krijgen, en eventuele bijsturingen te maken. 

48

Centralisatie schiet doel voorbij

Door centralisatie worden sommige organisaties (CAW, Kind en Gezin, huisvestingsmaatschappijen, …) steeds moeilijker bereikbaar  en herkenbaar op het terrein. In plaats van maatwerk krijgen we eenheidsworst. In plaats van een versterking van het basiswerk krijgen we een extra middenkader. In plaats van keuzemogelijkheid krijgen we toewijzing. Het streven naar organisatorische efficiëntie leidt tot ineffectiviteit. Een aandachtspunt bij het uitbouwen van het geïntegreerd breed onthaal.

Opvolging:

49

Onduidelijkheid rol en mandaat Vertrouwenscentrum Kindermishandeling

Wanneer eerstelijnswerkers na een lang proces van overwegingen en teamoverleg het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling contacteren omwille van een verontrustende opvoedingssituatie in een gezin, botsen ze vaak op handelingsverlegenheid. Het VK start niet zoals verwacht meteen (bijkomende) aanklampende hulpverlening op.   

Opvolging:

Stand van zaken:

  • Eerste verkenning gedaan: over welke soort casussen gaat het, waar knelt het schoentje? Om met dit signaal aan de slag te gaan, bieden concrete cases immers het meest interessante werkmateriaal. Resultaat: we hebben nog geen concrete cases, maar hebben wel wat meer zicht op de diversiteit van cases waarbinnen dit signaal naar boven kwam. 
  • Op 26/02/19 werden casustafels georganiseerd ifv betere afstemming tussen jeugdhulpactoren en gemandateerde voorzieningen. Een 30-tal jeugdhulpverleners waren toen aanwezig, samen met VK en OCJ. Daaruit bleek dat vooral informatie over de werking van de gemandateerde voorzieningen (waarom doen ze wat wanneer, wat is het verschil tussen de reguliere werking van het VK en de mano-procedure, wat is het verschil met een strafrechtelijke weg, wanneer wordt iets opgenomen en wanneer niet) zeer sterk werd gewaardeerd. 
  • Het bespreken van het verdere plan van aanpak staat gepland eind maart '19.

50

Aanmelding beschut wonen niet evident

De procedure voor aanmelding bij Beschut Wonen is onduidelijk. Als je te vroeg aanmeldt is de kandidaat er zelf nog niet klaar voor. Als je de aanmelding uitstelt, moet de kandidaat te lang wachten op een beschikbare plaats.

Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

De verschillende initiatieven beschut wonen van Oost-Vlaanderen zijn bezig met het ontwikkelen van een gemeenschappelijk aanmeldingsformulier. Het ontwerp is er al; de implementatie vraagt nog verdere afstemming.

51

Drempel door minder lokethulp en digitalisering®

Lokale kantoren of aanspreekpunten van openbare, semi-openbare en private voorzieningen verdwijnen. Ook de dienstverlening aan het loket vermindert (NMBS, De Post, banken, wijkmonitoren WoninGent, mutualiteiten, …). Laaggeschoolde en minder mobiele mensen zijn hiervan de dupe. Daarnaast is er ook een toenemende digitalisering en werkt men meer en meer met centrale online aanmeldsystemen (vb. kinderopvang, onderwijs, …). Ook deze evolutie treft de meest kwetsbaren. Zij beschikken immers niet altijd over computer, internet (te weinig publieke wifi)  en/of de nodige digitale vaardigheden. Hulpverleners moeten dit dan maar opvangen.

Opvolging:

In Gent zijn er 70 Digipunten. In een Digipunt kan elke Gentenaar terecht om een computer met internetverbinding te gebruiken. Op veel plaatsen kan je bij een begeleider terecht met digitale vragen of kan je les volgen. Heel wat Digipunten hebben ook gratis wifi. Een Digipunt in je buurt vinden? Het overzicht staat op www.stad.gent/digipunten. je kan ook een papieren brochure afhalen in de Stadswinkel (Botermarkt 17A) of aanvragen via GentInfo (09 210 10 10). Er zijn 10 wijkbrochures en 1 overzichtsbrochure. 

52

Gebrek aan voorzieningen in bepaalde wijken®

In de wijken Watersportbaan, Moscou-Vogelhoek, Robinia-Gentbrugge, Jan Yoens, Meulestede, Sint-Bernadette, Malem, Nieuw-Gent, … is er vaak een gebrek aan sociale en commerciële voorzieningen. Ook het openbaar vervoer ernaartoe schiet tekort.

Opvolging:

In stadsvernieuwingsprojecten wordt hier rekening mee gehouden. Daarnaast loopt in Robinia ook een bewonersproject om een sociale kruidenier te voorzien in de wijk en wordt met verschillende stadsdiensten bekeken hoe de huidige middelen efficiënter ingezet kunnen worden zodat er in alle wijken een basisvoorziening kan zijn.

53

Ondersteuning vrijwilligers ontoereikend

In veel organisaties is de inzet van vrijwilligers onontbeerlijk. Zeker ook in het kader van de vermaatschappelijking van de zorg. Vrijwilligers komen meer en meer in contact met zware problematieken. Ondersteuning en omkadering van vrijwilligerswerk is daarom aangewezen. Het Vrijwilligerspunt beantwoordt duidelijk aan een nood. Maar ook specifieke ondersteuning blijft nodig (vb. op de werkvloer). 

Opvolging:

54

FOD Sociale Zekerheid voor personen met een beperking moeilijk bereikbaar®

Via het online contactformulier wordt de antwoordtijd van 10 dagen ruim overschreden. Telefonisch geraak je vaak niet binnen. De maandelijkse lokale zitdagen van de FOD Sociale Zekerheid (1ste en 3de dinsdag/maand) in AC Zuid zijn onvoldoende gekend bij de mensen.

Trekker: Karin De Moor
Opvolging:

Contactformulieren moeten binnen de 10 werkdagen beantwoord worden. De voorbije maanden zijn er serieuse inspanningen gedaan om deze termijn te halen. Binnen het team van Oost Vlaanderen zijn er geen achterstanden bij het beantwoorden van de contactformulieren. Dit wordt ook van nabij opgevolgd binnen de dienst zelf op basis van cijfergegevens die worden bijgehouden.

Er wordt verder gezocht naar een betere bereikbaarheid via het 0800 nummer. Er zijn momenteel testen met een nieuwe tool bezig om meer oproepen te kunnen beantwoorden. Deze nieuwe tool zou over een paar maanden in gebruik genomen worden.

De dienst is zelf bezig om te bekijken op welke manier de zitdagen van de maatschappelijk werkers nog beter kunnen bekend gemaakt worden. Momenteel worden deze zitdagen al op bepaalde brieven die de dienst verstuurd, vermeld. Op de website is ook een overzicht te vinden van de verschillende zitdagen. Het overzicht wordt maandelijks geupdatet. In de digitale sociale kaart staan de zitdagen ook vermeld. Andere mogelijkheden worden onderzocht.

55

Geen garantie tot ongediertebestrijding®

Ongediertebestrijding wordt steeds meer betalend. Enkel voor ratten is er nog een gratis bestrijding vanuit de Stad Gent. Voor kakkerlakken is het enkel gratis voor mensen met een verhoogde tegemoetkoming (anders is het 18 euro). De bestrijding van muizen, vlooien, wespen, bedwantsen en andere vervelende beestjes is in privéhanden en/of betalend. Het gaat veelal over ongedierte dat een impact kan hebben op de leefkwaliteit en -omgeving. Maar noch daarover noch over de definitieve bestrijding bestaat kwalitatieve informatie. De kostprijs voor bestrijdingen kan zo hoog oplopen dat het voor financieel kwetsbare mensen niet meer haalbaar is.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

Voor bedwantsen voorziet het OCMW terugbetaling voor een behandeling na een financieel en sociaal onderzoek. Sinds 2017 zijn er 15 meldingen geweest, waarbij sprake van een 70-tal personen. Vooral binnen de werkgroep vluchtelingen worden ze daarmee geconfronteerd. Signalen hierrond worden opgevangen in het SOGA en verder opgevolgd met het OCMW. 

56

Niet iedereen voelt zich welkom in de buurtvoorzieningen

De lokale dienstencentra, buurtcentra en open huizen zijn niet laagdrempelig voor kwetsbare groepen. Vaste gebruikers stellen vaak claimgedrag. Het activiteitenaanbod is divers en aantrekkelijk, maar het is moeilijk om binnen te geraken (aanbod is snel volzet) en moeilijk om zich te identificeren met de ‘reguliere gebruikers’. Extra drempels die het moeilijk maken: serveren van alcohol in de gebruikersruimte, racistische/discriminerende opmerkingen van sommige van de reguliere gebruikers en vrijwilligers. Deze plekken zijn bij uitstek een plaats waar iedereen welkom zou moeten zijn.

Opvolging:

Het is een voortdurend aandachtspunt om de ontmoetingsplaatsen laagdrempelig toegankelijk te houden voor diverse doelgroepen. De LDC onderzoeken of het gebruik van de gelijke kansenmethodiek een ondersteuning kan bieden om hierin nog verdere stappen vooruit te kunnen zetten. De open huizen worden – waar mogelijk – omgevormd tot buurthuizen die nog meer open en buurtgericht zijn. Meer algemeen wordt de versterking van het aanbod laagdrempelige buurtontmoetingsplaatsen ook meegenomen als ambitie in de strategische meerjarenplanning voor deze nieuwe legislatuur.

57

Drempel naar sociale restaurants®

Bepaalde wijken hebben geen sociaal restaurant. Het is onduidelijk wie in aanmerking komt voor het laagste tarief van € 3 in sociale restaurants.  Deze onduidelijkheid leeft bij niet-leefloners die wel in aanmerking komen en bij mensen met verhoogde tegemoetkoming die denken in aanmerking te komen. Het tarief  voor mensen met verhoogde tegemoetkoming is te hoog (€ 5,5). Sommige mensen gaan daarom eten bij Poverello. Maar sinds kort bedienen zij enkel nog mensen van boven de 50. Ouders die 50+ zijn, kunnen hun kinderen dus niet meenemen.

Opvolging:

  • Bepaalde wijken hebben geen sociaal restaurant

Een uitbreiding van het aantal sociale restaurants volgens het huidige model ligt moeilijk wegens een zware investeringskost tov een vrij beperk bereik van de meest kwetsbaren. We willen daarom eerst de cartografie van het Gentse voedingslandschap in kaart brengen. HoGent werkt aan een meerjarig onderzoek over de rol van de sociale restaurants in de realisatie van het recht op voeding. De resultaten van dit onderzoek zullen mee bepalen waar de bijkomende noden het grootst zijn.  

  • Het is onduidelijk wie in aanmerking komt voor het laagste tarief van € 3 in sociale restaurants.  Deze onduidelijkheid leeft bij niet-leefloners die wel in aanmerking komen en bij mensen met verhoogde tegemoetkoming die denken in aanmerking te komen. Het tarief  voor mensen met verhoogde tegemoetkoming is te hoog (€ 5,5).

De tarievenstructuur probeert tegemoet te komen aan een aantal criteria: uniforme toekenningsvoorwaarden en zoveel mogelijk automatische rechtentoekenning. Personen die niet in het "automatische circuit" zitten moeten hun rechten actief laten onderzoeken door het OCMW.

Vanuit Uitpas Gent werd, in samenwerking met het OCMW, een vorming georganiseerd aan de (nieuwe) medewerkers van de Gent Info Punten om deze onduidelijkheid weg te werken. Daarnaast werd een handleiding opgesteld voor de sociale restaurants zodat zij de klanten gericht kunnen doorverwijzen. Bijkomend voorzien we een infosessie per restaurant om alles nogmaals toe te lichten. Voor de klanten zelf voorzien we de opmaak van een flyer met beknopte info om zelf al vooraf in te schatten of ze in aanmerking zouden komen.

  • Sommige mensen gaan daarom eten bij Poverello. Maar sinds kort bedienen zij enkel nog mensen van boven de 50. Ouders die 50+ zijn, kunnen hun kinderen dus niet meenemen.

Dit signaal wordt nog verder opgenomen met Poverello.

58

Misleidende communicatie door oneerlijke handelspraktijken

Bedrijven zijn onduidelijk of misleidend in hun communicatie (telecomtarieven en -werkwijzen, kopen op afbetaling). Vooral de meest kwetsbaren zijn daar de dupe van (vluchtelingen, mensen met E-kaart, mensen die in armoede leven, …).

Opvolging:

Het Wetboek Economisch Recht regelt deze praktijken en beschermt de consument. De consument moet deze bescherming wel inroepen.

De Juridische dienst van OCMW Gent verleent juridische bijstand rechtstreeks via zitdagen in de welzijnsbureaus of onrechtstreeks via de maatschappelijk werkers. Ook (kwetsbare) Gentenaars die nog niet in begeleiding zijn bij het OCMW, kunnen in het welzijnsbureau in hun buurt bij de onthaal maatschappelijk werker een afspraak vragen met de jurist die juridische bijstand verleent in dat welzijnsbureau.

Via deze juridische bijstand kan de Juridische dienst consumenten die het slachtoffer zijn van oneerlijke marktpraktijken, helpen en adviseren. Indien nodig kan de Juridische dienst specifieke praktijken ook signaleren aan de bevoegde instanties.

59

Recht op bankrekening niet algemeen®

Banken volgen niet altijd de Europese regelgeving. Die stelt dat alle Europese onderdanen recht hebben op een bankrekening en de mogelijkheid om geld af te halen. Meestal zijn er bijkomende eisen zoals het hebben van een Belgisch identiteitsdocument en een officieel adres. Het al dan niet krijgen van een bankrekening blijkt ook afhankelijk van  het beleid van een bank, de individuele medewerker van de bank, de aanwezigheid van een hulpverlener, uiterlijke kenmerken, ….

Opvolging:

Dit signaal zal ook worden besproken in de werkgroep budget- en schuldhulpverlening van OCMW Gent.

Artikel VII.57 e.v. Wetboek Economisch Recht regelt de basisbankdienst. Elke consument die legaal in het land verblijft, heeft recht op een basisbankdienst (de consument mag niet gediscrimineerd worden op basis van nationaliteit…). Iedere bankinstelling moet de basisbankdienst aanbieden. De aanvraag tot opening van een basisbankdienst  gebeurt via een formulier. De beslissing tot weigering  moet worden gemotiveerd. De klachten- en beroepsprocedures die voor de consument openstaan, moeten vermeld worden in deze beslissing. Ook de gegevens van het beroepsorgaan en het toezichthoudend bestuur bij de FOD economie moeten vermeld worden.

De Juridische dienst van OCMW Gent verleent juridische bijstand rechtstreeks via zitdagen in de welzijnsbureaus of onrechtstreeks via de maatschappelijk werkers. Ook (kwetsbare) Gentenaars die nog niet in begeleiding zijn bij het OCMW, kunnen in het welzijnsbureau in hun buurt bij de onthaal maatschappelijk werker een afspraak vragen met de jurist die juridische bijstand verleent in dat welzijnsbureau.

Via deze juridische bijstand kan de Juridische dienst advies geven aan mensen die geen basisbankdienst krijgen.

Indien nodig kunnen de Juridische dienst en de dienst Vreemdelingen van OCMW Gent betwiste praktijkgevallen ook signaleren aan de bevoegde instanties.

Beide diensten kregen ook al het signaal dat bankinstellingen in de praktijk voor de toekenning van de basisbankdienst strenger zijn dan wettelijk vereist.

In dit verband vernam de dienst Vreemdelingen dat het Agentschap Integratie en Inburgering en Myria (Federaal Migratiecentrum) een knelpuntennota willen opmaken en een onderhoud willen vragen bij de Nationale Bank (en eventueel Belfius, Febelfin,…) i.v.m. deze problematiek.

60

Minder rechten voor mensen zonder adres®

Bepaalde groepen (daklozen, ambtelijk geschrapten, nieuwe EU-burgers) vallen door de mazen van het net omdat ze geen domicilie- of referentieadres hebben:

  • ze kunnen geen verblijfskaart krijgen
  • ze geraken niet ingeschreven bij een mutualiteit (dure gevolgen)
  • ze hebben geen recht op verhoogde tegemoetkoming met bijhorende voordelen zoals
    • lagere medische kosten
    • lagere vervoers- en telefoonkosten
    • lagere huisvuilkosten
    • een UiTPAS, …
  • ze hebben geen recht op kinderbijslag of op een  studietoelage, ….
Opvolging:

Het toekennen van een referentieadres is een tijdelijke maatregel die in duur zo kort mogelijk moet gehouden worden. Het is namelijk de bedoeling dat de personen met een referentieadres zo snel als mogelijk over een vast adres beschikken.
Het OCMW gaat steeds de dialoog aan met de cliënt en eventueel de doorverwijzer om enerzijds de cliënt volledig te informeren (bijvoorbeeld over de potentiële effecten van OCMW-steun op het verblijfsrecht) en anderzijds om samen te bepalen of een referentieadres een (tijdelijk) middel kan zijn om mensen terug ingeschreven te krijgen op een vast adres en rechten te openen.
Het OCMW zal bijvoorbeeld voor EU-burgers die aantonen dat zij aan de verblijfsrechtelijke voorwaarden voldoen voor de onmiddellijke aflevering van een E-kaart een referentieadres toekennen om deze kaart te bekomen en de zoektocht naar een woning te faciliteren.

61

Drempel naar sociale voordelen

Sociale voordelen worden nog te weinig automatisch toegekend. Bovendien neemt men vaak een momentopname als referentiepunt (vb. 1 januari voor verhoogde tegemoetkoming en dus ook de afgeleide rechten als verlaagd tarief zorgpremie, korting bij De Lijn, gratis huisvuilzakken, ). Daardoor moeten mensen die in de loop van het jaar gerechtigd worden soms lang wachten (kan tot 11 maanden duren) of achteraf het teveel terugbetalen als hun situatie verbetert.

Huurders met kinderbijslaggerechtigde kinderen of personen met een handicap kunnen bijvoorbeeld een verminderde onroerende voorheffing krijgen. Dit recht is nog onvoldoende gekend en dus onderbenut. Zowel de huurder als de verhuurder kan dit aanvragen. Vervolgens krijgt de huurder jaarlijks een brief als de eigenaar de vermindering van de onroerende voorheffing voor huurders heeft ontvangen. De eigenaar moet het bedrag van de vermindering jaarlijks aftrekken van de huurprijs of doorstorten aan de huurder. De huurder krijgt dit voordeel dus niet rechtstreeks, maar via de verhuurder.

Opvolging:

Het OCMW startte eind 2018 met het project proactieve rechtenbenadering.
Een van de doelstellingen van het project is om voor een aantal specifieke rechten en voordelen de onderbescherming tegen te gaan door het informeren van zowel de hulpverleners (OCMW, lokale actoren, GBO-kernpartners) als de potentieel rechthebbenden, het vereenvoudigen van de betreffende aanvraagprocedures en waar mogelijk het automatiseren van de toekenning.
Een andere doelstelling van het project betreft het signaleren van mogelijkheden voor automatisering voor rechten en voordelen die niet op lokaal vlak worden toegekend. Hiervoor zal het OCMW in dialoog gaan met de betrokken instanties.
Het overkoepelende doel is dat elke persoon in armoede op elk moment zijn rechten volledig uitput.

62

Lang wachten op kinderbijslag

Het is vaak lang wachten op de uitbetaling van de kinderbijslag. De wachttijd kan soms (bij nieuw samengestelde gezinnen, bij gezinshereniging, ...) oplopen tot 4 maanden. Hierdoor komen mensen in een precaire financiële situatie snel in grote moeilijkheden.

Trekker: Els De Vos
Opvolging:

Sinds 1 januari 2019 is de kinderbijslag een Vlaamse bevoegdheid geworden. Kinderbijslag heet nu 'het groeipakket'. 

Aangezien er heel wat gewijzigd is ten opzicht van de vroegere kinderbijslag, is het nog wat afwachten wat in het nieuwe systeem vlotter of juist minder vlot loopt.

We hebben alvast een aantal afspraken gemaakt met de 5 uitbetalingsactoren en met de partners van Huis van het Kind. Zo kunnen medewerkers vaak voorkomende vragen en problemen aan ons bezorgen. Wij bundelen ze en gaan hierover in gesprek met de uitbetalingsactoren., met als doel zo snel mogelijk structurele oplossingen hiervoor te vinden. Verder kunnen onze partners bij individuele vragen rechtstreeks bellen met de uitbetalingsactoren.

63

Officiële documenten kosten geld

Sommige kwetsbare mensen kunnen de kosten voor identiteitspapieren niet betalen. Er bestaat geen sociaal tarief voor. Deze kosten worden ofwel door vrijwilligers(organisaties) gedragen ofwel stellen de mensen deze kosten uit. Daardoor komen ook hun andere rechten in het gedrang.

Opvolging:

In het huidige bestuursakkoord neemt toegankelijke dienstverlening een prominente plaats in. Daaronder is onder meer begrepen een betaalbare dienstverlening.

 Momenteel wordt de concretisering daarvan verder uitgewerkt. Daarbij wordt ook bekeken welk beleid kan worden gevoerd met betrekking tot de tarieven van producten die de burger zich verplicht moet aanschaffen (identiteits- of verblijfskaart, ...)

64

Financiële drempels naar openbaar vervoer

In het algemeen is openbaar vervoer duur. Voor mensen zonder wettig verblijf is bovendien enkel het duurste systeem (bus- of tramkaartje of 10-rittenkaart) toegankelijk en dus onhaalbaar. Daarom proberen ze soms zonder vervoerbewijs mee te rijden. Als ze betrapt worden, riskeren ze niet alleen een boete van de Lijn, maar ook een boete van € 200 omdat ze illegaal in het land verblijven. De Lijn blijft jarenlang met behulp van een incasso-kantoor achter de betaling aan zitten. Als mensen dan eindelijk in orde geraken met hun papieren en een domicilie-adres hebben, wacht hen een opgelopen boete van duizenden euro’s.

Kinderen zonder wettig verblijf onder de 14 jaar krijgen een Buzzy Pazz via school. Nu de Buzzy Pazz een MOBIB-kaart met pasfoto is, zorgt dit voor een extra drempel. Gelukkig heeft Stad Gent voor een oplossing gezorgd (gratis kaart, mogelijkheid tot gratis foto, voorlopige lijnkaart tot zolang de MOBIB-kaart niet in orde is, aanvraag via de school of de dienst asiel- en vluchtelingenbeleid). Alle kinderen met een Kids ID kregen de MOBIB-kaart automatisch opgestuurd.

  • Ongeveer 5900 Gentse kinderen bleken geen Kids ID en dus geen pasfoto te hebben via het rijksregister. Dit is 23% van de kinderen tussen 6 en 14 jaar.
Opvolging:

Door de inspanningen van De Lijn i.s.m. het Onderwijscentrum Stad Gent stelden 95% van de jongeren zonder pasfoto in het rijksregister via verschillende aangeboden kanalen een pasfoto beschikbaar. Er zijn dus nog ongeveer 300 kinderen die niet reageerden of zelfs niet gecontacteerd konden worden. Mogelijks woont een deel daarvan intussen niet meer in Gent.

65

De nieuwe parkeermeters niet gebruiksvriendelijk

De parkeermeters staan ver van elkaar en slechts bij één op de drie kun je cash betalen. Daardoor worden mensen die geen bankkaart hebben of minder mobiele mensen uitgesloten. Ze zijn ook niet lees-toegankelijk, hebben knoppen die niet altijd goed werken, ....

Opvolging:

  • Samen met de toegankelijkheidsambtenaar hebben we reeds in het verleden gewerkt aan de gebruiksvriendelijkheid en blijven we eraan werken. Samen met de leverancier kijken we ook steeds naar de kwaliteit van het materiaal. Zo zullen alle stickers aan de startknoppen vervangen worden om de knoppen beter te beschermen.
  • Om de cash parkeerautomaten makkelijker te vinden hebben we infoborden in het straatbeeld geplaatst (die ook aangeven in welk betalend gebied je je bevindt en tot wanneer het precies betalend is).
  • Door nog wel cashbetalingen toe te laten, maar niet meer op alle parkeerautomaten, willen we het signaal geven dat we minder mobiele mensen of personen zonder een bankkaart niet willen uitsluiten.
  • Een ander product om de minder mobiele personen te ondersteunen/helpen, is het app- en sms-parkeren. De code hiervoor staat vermeld op de parkeerautomaat EN op het infobord.
  • De genomen parkeertickets dienen niet meer voor te liggen in het voertuig, dus personen kunnen aan elke parkeerautomaat in dezelfde tariefzone hun parkeerrecht aankopen. De maximum afstand tussen 2 parkeerautomaten mag sowieso niet meer dan 200m bedragen en hier wordt steeds op gelet.
  • Wat we niet kunnen doen is bijkomende parkeerautomaten plaatsen. Er wordt sinds 2015 gekeken om parkeerautomaten zoveel mogelijk op kruispunten en op pleinen te plaatsen. Met als bedoeling ervoor te zorgen dat -gelijk welke kant de bezoeker opgaat- hij/zij een automaat passeert om een parkeerrecht aan te kopen.
  • We ondernemen ook op case-basis acties. Zo hebben we voor 1 specifieke burger die omwille van handicap aan zijn hand de bankkaart niet meer uit de betaalgleuf kon halen, een hulpmiddel gekocht dat hem in staat stelt om dit te doen (Gripr). Er zijn enkele exemplaren hiervan voorradig aan de balie van het Mobiliteitsbedrijf.
  • het aantal voorbehouden parkeerplaatsen voor mindervaliden blijft stijgen en wordt ingericht op case-basis actie. Op deze parkeerplaatsen mag gratis geparkeerd worden, mits voorleggen van een geldige mindervalidenkaart.

66

De fiets niet voor iedereen een waardig alternatief

Kwetsbare mensen ervaren drempels om te fietsen en daardoor zijn ze aangewezen op het te dure openbaar vervoer:

  • ze bezitten geen degelijke fiets
  • ze hebben geen plaats om hun fiets te stallen
  • ze hebben nooit leren fietsen
  • ze hebben  gezondheidsproblemen (slechtziend, medicatie, …)
  • de wijken waar ze wonen zijn meestal minder fietsvriendelijk- en veilig. 
Opvolging:

  • Er wordt momenteel onderzocht of een project zoals Bike Experience uit Brussel kan worden toegepast in een Gentse context. Dit project heeft als doel om drempels die mensen ervaren bij het beginnen fietsen (skills, kostprijs, ...) weg te werken.
  • Er wordt momenteel een oplijsting gemaakt van het huidige vervoersaanbod in Gent, gericht op personen die zich in een context van vervoersarmoede bevinden. Deze lijst zal worden gebruikt om gerichter naar bepaalde doelgroepen te communiceren en hen bijvoorbeeld erop te wijzen welke financiële ondersteuning er bestaat bij de aankoop van een vervoersbewijs.

67

Vervoer mensen met een beperking

De vervoerssystemen Mobar en taxicheques zijn gekoppeld aan een medische indicatie en aan inkomen. Het jaarinkomen waarbij mensen recht hebben op verhoogde tegemoetkoming bij de mutualiteit geldt als referentiebedrag. De tarieven bij Mobar zijn € 2 opstapgeld en € 1 per km. Met de UiTPAS met Kansentarief vermindert dit bedrag  tot € 0,4 opstapgeld en € 0,2 per km. Deze tarieven gelden enkel binnen Gent, en enkel voor rolstoelvervoer. Blinde of slechtziende personen kunnen geen gebruik maken van dit tarief. Anderzijds is er ook tussenkomst in vervoerkosten voor personen met een handicap via het VAPH, Vlaamse overheid, VDAB,…. Dit is vaak niet gekend.

Opvolging:

68

Gebrek aan nabij aanbod en betaalbaar voor kwetsbare kinderen en jongeren®

Er is een gebrek aan ‘nabije’ en goedkope voorzieningen voor kwetsbare kinderen (en hun ouders) en jongeren:

  • aan plekken waar kinderen en jongeren rustig kunnen studeren,
  • aan voorzieningen (inloopteam, spelotheek, overdekte speel- of sportruimte)
  • aan vakantieaanbod voor jonge schoolgaande kinderen tussen 2,5 en 3 jaar
  • aan beschutte hangplekken voor jongeren.

(Kwetsbare) jongeren worden vaak geviseerd en niet getolereerd door volwassenen.

  • Op het vlak van buitenruimte woont 94,4% van de jongeren op 1000 meter van open jeugdruimte, en woont 71,2% van de Gentse inwoners en 74,1% van de kinderen op 400 meter van speelruimte. Binnenruimte is er veel minder. Bron: Stad Gent
Opvolging:

(zie ook overzicht acties ikv rapportage kindvriendelijke stad)

Vanuit de Dienst Kinderopvang is het traject rond Afstemming van vrijetijd en kinderopvang met een pilootproject in Sluizeken Tolhuis Ham opgestart waarbij het de bedoeling is sterker samen te werken ikv de noden rond opvang. Ook hier blijft, ondanks diverse maatregelen, de nood aan opvang nog altijd veel groter dan het aanbod. 

De Jeugddienst zet verder in op het geven van laagdrempelige informatie rond vrijetijd en beschikt naast een infobalie ook over een medewerker die diverse oudergroepen afgaat. Ook de uitpas met kansentarief kan ter plekke verkocht worden.  Daarnaast wordt ingezet om intermediairen goed te informeren over het laagdrempelig aanbod in Gent.

Heel wat grote spelers (Freetime, Ideekids, enz.) en meer en meer aanbieders gericht op jeugd werken ondertussen met de Uitpas en voorzien een kansentarief.

Brede school zet sterk in op een vrijetijdsaanbod na schooltijd en organiseert ook in de zomervakantie kampen.

Er is sinds 2017 een samenwerkingsovereenkomst met vzw Sportaround voor de organisatie van Omnisportactiviteiten voor Gentse kinderen. Zij bereikten hiermee een 1.200-tal kinderen tijdens naschoolse opvang, zomerwerking en bij evenementen en zitten in op trajectbegeleiding. Daarnaast kwam ook binnen de Sportdienst een diversiteitsmedewerker.

69

Sociale cohesie onder druk®

In verschillende sociale woningconcentraties in Gent zijn er problemen op het vlak van samenleven en sociale cohesie. Sociale woningconcentraties zijn niet zomaar woningen naast of boven elkaar. Het gaat om een mini-samenleving gekenmerkt door een concentratie aan diverse en vaak erg kwetsbare bewoners. En die kwetsbaarheid is de laatste jaren toegenomen: taalbarrières, extreme armoede, psychiatrische problematieken, …

Via de procedure van versnelde toewijs[1] komen mensen met een psychische en/of verslavingsproblematiek  vaak in dezelfde sociale woonblokken terecht. Ze worden verdeeld over gans het patrimonium van de Sociale Huisvestingsmaatschappijen, maar in de praktijk zijn er meer toewijzingen in buurten met een hoge verhuisbeweging. Dit zorgt voor een grote druk op de leefbaarheid en voor meer overlastdossiers. Bovendien is de geboden omkadering vaak ontoereikend om het samenleven van zoveel kwetsbare mensen op een goede manier te laten verlopen.

  • Het aantal plaatsen voor versnelde toewijs bedraagt 59 per jaar.

 

[1] Voor daklozen, jongeren in het kader van begeleid zelfstandig wonen en personen met een geestelijk gezondheidsproblematiek, kunnen bepaalde organisaties (OCMW, CAW, erkende diensten voor begeleid zelfstandig of beschut wonen, mobiele psychische hulp, …) binnen de sociale huisvesting versnelde toewijs vragen. Zij krijgen dan voorrang bij het huren van een sociale woning. De verhuurder kan vragen dat die organisaties begeleidende maatregelen voorzien.

Opvolging:

In de Taskforce wonen werd de ‘adviesgroep kwalitatieve woonomgeving in sociale hoogbouw/woningconcentraties’ opgestart. Deze wil een integrale visie en bijhorende set van (preventieve) maatregelen formuleren om de woonomgeving in wijken met hoge concentraties sociale woningen en/of sociale hoogbouw te verbeteren. Daarnaast worden vanuit sociale regie, ontmoeten en verbinden, stadsdiensten, OCMW en wijkorganisaties projecten geïnitieerd zoals bijvoorbeeld het aanloophuis Poco Loco in Nieuw Gent, project Groene Briel, projecten rond onthaal nieuwe bewoners.

70

Slechte isolatie zorgt voor overlast

Door de slechte isolatie van sociale woningen zorgt normaal gedrag zoals spelende kinderen, werkende machines (naaimachine, wasmachine, …), bespelen van een muziekinstrument, organiseren van een verjaardagsfeestje en tv-kijken voor overlast en burenruzies.

Opvolging:

Geen specifiek beleid hieromtrent mogelijk. Voor structurele renovatie en nieuwbouw zijn er wettelijke normen mbt akoestische prestaties van gebouwen en woning scheidende wanden.

71

Zwerfvuil en sluikstort in de 19de eeuwse gordel®

De zwerfvuil- en sluikstortproblematiek is groot in de wijken rondom het centrum van Gent. Vaak komt de overlast voor in parken rondom de vuilbakken of voor een blinde muur. Je kan dit melden bij de stadsdienst, maar dat lost het probleem niet op.

Trekker: Kaat Luyckx
Opvolging:

De cel Regie Netheid, Dienstenbedrijf, Gemeenschapswacht en de Coördinator team thematische ondersteuning hebben dit signaal bekeken en volgende acties reeds geformuleerd:

- Info voorzien aan de lokale welzijnsdiensten over wat er reeds wordt gedaan vanuit de verschillende Stadsdiensten en IVAGO : zoals de visie over afvalkorven; wat doet de werkgroep Sluikstort en Zwerfvuil; werking Gemeenschapswachten en andere stadsdiensten rond dit thema; welke acties worden ondernomen… door een infoavond te organiseren of op een sessie op een thema-avond

- Selecteren van 1 of 2 parken waar  o.a. nudgingstechnieken kunnen uitgetest worden en doelgroepgericht gewerkt kan worden. De selectie zal gebeuren op basis van input van het Dienstenbedrijf (die voornamelijk actief zijn in de 19e eeuwse gordel), Gemeenschapswachten, aantal sluikstortmeldingen (~vervuilingsgraad) en de werkgroep Sluikstort en Zwerfvuil. In de tweede helft van maart zal bekeken worden met verschillende diensten van de Stad welke technieken/ acties ondernomen zullen worden om de sluikstortoverlast aan te gaan in deze parken.

72

Zorg voor huisdieren niet evident

Huisdieren zijn voor heel wat kwetsbare mensen hun steun en toeverlaat. Zij hebben echter niet altijd de vaardigheden en mogelijkheden om ook goed zorg te dragen voor hun dieren. Dit kan leiden tot verkeerde zorg en samenlevingsproblemen.

  • Hondenscholen zijn duur en heel wat kwetsbare mensen voelen er zich niet op hun gemak.
  • Honden uit een asiel zijn niet in elke hondenschool welkom.
  • Er is geen betaalbare opvang voor hun huisdier als mensen ergens opgenomen moeten worden.
  • Hondenlosloopweides zijn niet altijd even aantrekkelijk voor de dieren en hun baasjes. We merken ook regelmatig claimgedrag van enkele bezoekers.
  • Slechts een beperkt aantal Krasdiensten biedt ook eten voor huisdieren.
  • Dierenartsen werken niet met een sociaal tarief. De Prins Laurent Stichting is een lovenswaardig alternatief. Het aantal dieren waarmee je er terecht kan is echter beperkt. Wie een groot nest puppy’s en kittens heeft, komt in de problemen.
Opvolging:

Er werd  naar aanleiding van de verhuis en bekendmaking van de nieuwe  locatie samengezeten met de stichting Prins Laurent Stichting om te bekijken hoe we mensen in armoede nog beter gebruik kunnen laten maken van hun dienstverlening.  Er lopen onderhandelingen om de toegang  voor mensen met leefloon te vereenvoudigen en te verbreden. Daarnaast wordt ook onderzocht of mensen zonder wettig verblijf toegang kunnen krijgen. 

73

Collectieve schuldbemiddelaars benadelen kwetsbare mensen®

De communicatie tussen bepaalde collectieve schuldbemiddelaars en kwetsbare mensen verloopt vaak zeer moeilijk: de schuldbemiddelaars zijn moeilijk bereikbaar (kan tot 2 weken duren), ze kennen de leefwereld van mensen in armoede niet, ze gebruiken onaangepaste taal (ofwel vakjargon, ofwel kinderlijk), ze negeren of overbelasten de hulpverleners, ze geven onvoldoende informatie over de kosten van de collectieve schuldenregeling. Daarnaast wordt de collectieve schuldenregeling niet altijd vlot afgerond. Vaak voorzien de schuldbemiddelaars zonder uitleg of afstemming met de vaste maatschappelijk werker te lage leefgelden (wettelijk moet dit minstens barema leefloon en volledig kindergeld zijn).

Casussen:

  • Bij aanvang van een schuldbemiddeling heeft Adil een schuld van € 6000. Een eerste kennismaking is 'gratis' en betreft een verkenning van de situatie. Over de kosten van het verdere verloop wordt niet gesproken. Nadat de schuldbemiddeling is afgerond, werd een totaal van € 13.000 afbetaald, grotendeels aan kosten van de bemiddelaar: een fotokopie aan € 20; een telefoongesprek van 1 minuut aan € 15, ….
  • Ann krijgt bericht dat al haar schulden afbetaald zijn. Er wordt een verzoek ingediend bij de arbeidsrechtbank om de schuldbemiddeling definitief af te ronden. Dan kan Ann over haar geld beschikken. Het duurt ruim een half jaar voor dit uiteindelijk voorkomt. Al die tijd blijft de kinderbijslag van haar 5 kinderen op de schuldbemiddelingsrekening gestort omdat de kinderbijslagkas dit pas kan veranderen als er bewijs van stopzetting van de schuldbemiddeling is. Het gezin van Ann heeft 7 maanden lang een te laag inkomen om van te leven. Nochtans staat een aanzienlijk bedrag van kinderbijslag op een inactieve rekening. Hierdoor bouwt het gezin nieuwe schulden op.
Opvolging:

Er zijn in het arrondissement Gent ongeveer 5.000 lopende collectieve schuldenregelingen. Veel collectieve schuldenregelingen lopen goed.

Soms zijn er echter terecht klachten over schuldbemiddelaars of over het verloop van de procedure collectieve schuldenregeling.

Het verloop van de procedure collectieve schuldenregeling is wettelijk geregeld en de schuldenaar heeft ook rechten en procedurele waarborgen in deze procedure. Daarnaast is het aanrekenen van kosten en erelonen eveneens wettelijk geregeld.

In geval van klachten kan de schuldenaar zich wenden tot de arbeidsrechtbank (die de schuldbemiddelaars aanstelt en de procedures opvolgt). De arbeidsrechtbank heeft geen boodschap aan een algemeen signaal maar bekijkt telkens de concrete dossiers.

De Juridische dienst van OCMW Gent verleent juridische bijstand rechtstreeks via zitdagen in de welzijnsbureaus of onrechtstreeks via de maatschappelijk werkers. Ook (kwetsbare) Gentenaars die nog niet in begeleiding zijn bij het OCMW, kunnen in het welzijnsbureau in hun buurt bij de onthaal maatschappelijk werker een afspraak vragen met de jurist die juridische bijstand verleent in dat welzijnsbureau.

Via deze juridische bijstand kan de Juridische dienst in geval van klachten i.v.m. procedures collectieve schuldenregeling advies geven en helpen.

In geval van klachten is het wel belangrijk om ook rekening te houden met de context van een procedure collectieve schuldenregeling en met de positie van de schuldbemiddelaar.

Het is zo dat de schuldbemiddelaar onafhankelijk en onpartijdig moet zijn en dus ook rekening moet houden met de belangen van de schuldeisers. De procedure collectieve schuldenregeling is een evenwichtsoefening tussen de belangen van de schuldeisers en de belangen van de schuldenaar. Het doel van de procedure collectieve schuldenregeling is een menswaardig bestaan te waarborgen én tegelijkertijd in de mate van het mogelijke de schulden terug te betalen. Op het einde van de collectieve schuldenregeling is er zelfs een kwijtschelding van het niet-betaalde saldo van de schulden maar daar staan inderdaad inspanningen van de schuldenaar tegenover. Een schuldbemiddelaar kan en mag dus niet zomaar aan alle verwachtingen en vragen van de schuldenaar tegemoetkomen… En dan kan iemand al eens ontevreden zijn, maar dat betekent nog niet per se dat de schuldbemiddelaar zijn werk niet goed doet…

Inhoudelijke meningsverschillen worden soms herverpakt als communicatieproblemen. Maar dat neemt niet weg dat er inderdaad soms schuldbemiddelaars zijn die niet goed communiceren of die te weinig bereikbaar zijn.

De ervaring leert ook dat mensen vooraf niet altijd goed geïnformeerd zijn over het verloop van een procedure collectieve schuldenregeling en zo ontstaan er vaak ook misverstanden.

De Juridische dienst van OCMW Gent helpt ook cliënten en burgers die informatie vragen over een procedure collectieve schuldenregeling en/of die een vraag hebben naar het opstarten van een procedure collectieve schuldenregeling. De Juridische dienst maakt ook verzoekschriften op voor het bekomen van een collectieve schuldenregeling en daarbij probeert de Juridische dienst om zo goed mogelijk informatie te geven over de procedure collectieve schuldenregeling (zowel over het verloop van de procedure als over de rechten en de plichten).

74

Drempels tot pro-Deoadvocaat

Mensen moeten steeds meer verklaringen voorleggen om aan te tonen dat ze in aanmerking komen voor een pro-Deoadvocaat en geen inkomsten of huis hebben (noch hier, noch in het land van herkomst). Daarnaast is het voor veel doelgroepen betalend en duur. Tot voor kort moesten ze een forfaitaire vergoeding betalen van € 20 per aanstelling en € 30 per aanleg voor elke gerechtelijke procedure (sommige categorieën zijn hiervan vrijgesteld) . Een arrest van het grondwettelijk hof van 21 juni 2018 zorgde voor de afschaffing van deze forfaitaire vergoedingen (mensen die al betaalden kunnen een terugvordering vragen). Kom je in aanmerking voor een gedeeltelijke kosteloze juridische tweedelijnsbijstand, dan betaal je toch nog een bedrag aan de advocaat tussen 25 en € 125.

Advocaten weigeren om mensen te helpen die onder bewindvoering staan en klachten hebben over hun bewindvoerder als dat een collega is aan dezelfde balie.

Opvolging:

De voorwaarden om een pro-Deoadvocaat te kunnen krijgen, zijn geregeld via federale wetgeving en het klopt inderdaad dat de drempels verhoogd zijn. Dat is een bewuste keuze van de federale overheid die wil vermijden dat mensen een advocaat kunnen betalen maar toch op kosten van de gemeenschap een pro-Deoadvocaat krijgen.

Intussen zijn de forfaitaire vergoedingen inderdaad al vernietigd door het Grondwettelijk Hof.

De Juridische dienst van OCMW Gent verleent juridische bijstand rechtstreeks via zitdagen in de welzijnsbureaus of onrechtstreeks via de maatschappelijk werkers. Ook (kwetsbare) Gentenaars die nog niet in begeleiding zijn bij het OCMW, kunnen in het welzijnsbureau in hun buurt bij de onthaal maatschappelijk werker een afspraak vragen met de jurist die juridische bijstand verleent in dat welzijnsbureau.

Via deze juridische bijstand kan de Juridische dienst in geval van klachten of moeilijkheden advies geven en helpen.

I.v.m. het laatste signaal m.b.t. de bewindvoerders: dit kan kloppen maar het is wel zo dat de deontologie van de advocaat verbiedt om op te treden/een procedure te voeren tegen een advocaat van de eigen balie. Dan moet er een advocaat van een andere balie optreden.

75

Hoge kosten door schulden

Bij schulden die niet binnen de termijn betaald kunnen worden, lopen de bijkomende kosten vaak hoog op: interesten, deurwaarderskosten, gerechtskosten, kwijtrecht, …

  • Casus: Maria en Charlie krijgen een deurwaarder voor invordering van € 193. Na onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke factuur € 18 bedroeg voor de verdelging van kakkerlakken.
Opvolging:

Het aanrekenen van kosten is zowel bij minnelijke als bij gerechtelijke invordering geregeld via federale wetgeving.

Er zijn wel wetgevende initiatieven om de kosten te beperken (o.a. een wetsontwerp om de kosten te beperken bij minnelijke invordering). Het is nog afwachten of dit omgezet wordt in concrete wetgeving.

Anderzijds is het ook zo dat schuldeisers kosten hebben en moeten maken in geval van niet betaalde vorderingen. Het is ook zo dat schuldenaars niet altijd (tijdig) reageren op betalingsherinneringen.

Elk concreet dossier moet eigenlijk apart bekeken worden.

De Juridische dienst van OCMW Gent verleent juridische bijstand rechtstreeks via zitdagen in de welzijnsbureaus of onrechtstreeks via de maatschappelijk werkers. Ook (kwetsbare) Gentenaars die nog niet in begeleiding zijn bij het OCMW, kunnen in het welzijnsbureau in hun buurt bij de onthaal maatschappelijk werker een afspraak vragen met de jurist die juridische bijstand verleent in dat welzijnsbureau.

Via deze juridische bijstand kan de Juridische dienst advies geven en helpen.

De collectieve schuldenregeling kan ook een oplossing zijn in geval van een overmatige schuldenlast met veel intresten en kosten. Via de procedure collectieve schuldenregeling kunnen de kosten en intresten niet meer oplopen en is er vaak ook sprake van kwijtschelding van de reeds aangerekende kosten en intresten.

Tot slot is het nog interessant om te vermelden dat stad en OCMW Gent waar mogelijk de invorderingskosten trachten te beperken en o.a. werken aan het principe van “eenheid van schuld” met de bedoeling ook om bij schuldvorderingen van de stad en het OCMW de kosten zoveel mogelijk te beperken. Dit is voorzien in het bestuursakkoord van de huidige coalitie.

76

Grote druk op vrouwen en meisjes met migratieachtergrond

Bij vrouwen en meisjes met een migratieachtergrond komen vaak psychosomatische klachten en psychische problemen voor. Dit heeft verschillende oorzaken. Familie en samenleving stellen te hoge verwachtingen en voorzien te veel opdrachten ten aanzien van deze vrouwen en meisjes. Daarnaast is er te weinig afstemming tussen verschillende diensten (vb. kinderopvang, inburgering, …). Dit zorgt voor extra druk en stress.

Voorbeelden:

  • In de klas worden moslimmeisjes geconfronteerd met het feit dat ze van hun ouders zeer weinig mogen. Ze merken daar dat hun leeftijdsgenoten en hun soms jongere broers wel van alles mogen (in het weekend een keertje uitgaan, gaan shoppen, …).
  • Nog altijd worden meisjes verloofd met partners waar ze zelf niet mee instemmen. Ouders maken afspraken, zonder dat de meisjes het eens zijn met deze keuze.
  • Casus: Ahmet, Fatma en hun 4 kinderen krijgen reactie van  de buren omdat ze onderling hun eigen taal praten. De buren nemen er aanstoot aan dat ze geen Nederlands met hun kinderen spreken. Fatma volgt een inburgeringscursus, maar heeft het heel moeilijk om de les altijd bij te wonen. Ze zorgt voor 4 kinderen en haar man Ahmet zit in een rolstoel. Ze probeert de lessen vol te houden, want anders krijgt ze een boete. Ze wil de cursus afwerken en eventueel nog naar school gaan. Haar schoonmoeder vindt echter dat ze thuis moet blijven, voor de kinderen zorgen en koken. Dat is haar rol als vrouw en moeder.
Trekker: Kristel Danel
Opvolging:

77

Contract niet-verplichte inburgeringscursus

Een inburgeringscursus is verplicht voor derdelanders. Voor EU-burgers is dit niet verplicht, maar zij zijn wel rechthebbend. Eens aangemeld en het inburgeringscontract ondertekend, zijn ze wél verplicht om dit verder te volgen. Als ze stoppen of annuleren zonder grondige reden, krijgen ze een boete van € 50 tot € 5000. Daardoor stappen ze vaak niet in.

Trekker: Frank Philips
Opvolging:

Het signaal is niet helemaal correct.Een rechthebbende inburgeraar die na vrijwillige ondertekening van het contract vroegtijdig stopt (dus niet start of minder dan 50% aanwezig is), riskeert een boete van €50 tot  €150.  De sancties voor verplichte inburgeraars zijn dezelfde, maar lopen op bij elke nieuwe inbreuk op tot € 5000.  Deze boetes ontslaan de inburgeraar niet van zijn verplichting. De bedragen van de sancties zijn gekoppeld aan de aard van de inbreuk (bv. laattijdig aanmelden, niet starten, te weinig aanwezig zijn,...), en worden opgelegd door de handhavingsambtenaren van de Vlaamse overheid.

78

Nood aan occasionele kinderopvang®

Er is nood aan (nabije) occasionele kinderopvang. Zo kunnen ook thuiswerkende ouders met niet-schoolgaande kinderen deelnemen aan netwerkversterkende en/of gezondheidsbevorderende activiteiten.

Opvolging:

Opvang voor baby- en peuter: 

  • er worden specifieke projecten opgezet zoals Koala en Pace om de nood aan occasionele kinderopvang verder te onderzoeken en om mogelijkheden voor occasionele opvang te ontwikkelen;
  • in het kader van Pace werd een "pop-up kinderopvang" ingericht waarbij occasionele kinderopvang mogelijk is bij events waar ouders bij elkaar samenkomen of opleiding volgen;

Buitenschoolse kinderopvang:

  • in de geest van het nieuw decreet buitenschoolse opvang dat in ontwikkeling is wordt een lokale samenwerking uitgebouwd met alle betrokken partners (kinderopvang, jeugd, sport, cultuur, onderwijs);
  • tevens wordt een pilootproject voor deze geïntegreerde buitenschoolse opvang opgezet voor de wijk Sluizeken/Tolhuis/Ham
  • ervaringen en expertise worden gedeeld in het Lokaal Overleg Kinderopvang Gent

79

Nevenkosten maken kinderopvang duur

Bijkomende kosten voor maaltijden, vervoer, pampers, zalfjes, … maken kinderopvang duur. Daardoor kunnen sommige mensen er geen gebruik van maken.

Opvolging:

Dit signaal dient verder onderzocht te worden.  Het aanbod kinderopvang voor baby's en peuters in Gent werkt voor 80% volgens het inkomen van het gezin en wordt daarvoor betoelaagd door Kind en Gezin.  In de ouderbijdrage zijn de kosten voor voeding en de verzorgingsproducten inbegrepen,  de toegelaten  maximale nevenkosten die aan ouders mogen aangerekend worden door Kind en Gezin sterk beperkt.  Bij de meeste kinderdagverblijven en onthaalouders dienen pampers, specifieke zalfjes,  zelf door de ouders te worden meegebracht. Vervoer komt zelden voor bij de opvang van baby's en peuters.

80

Eenzaamheid en sociaal isolement®

Ondanks de vele initiatieven zijn meer en meer mensen eenzaam en sociaal geïsoleerd. Er is nood aan meer netwerkversterkende initiatieven.

Opvolging:

Eenzaamheid en sociaal isolement hebben een grote impact op het welbevinden van mensen. Overheden, organisaties,… kunnen geen hulp- of dienstverlening aanbieden die de eenzaamheid an sich wegneemt, maar ze nemen wel heel wat initiatief om ontmoeting te stimuleren en individuele mensen te ondersteunen om hun sociaal netwerk te herstellen of te versterken.

De lokale dienstencentra organiseren heel wat activiteiten met de bedoeling mensen samen te brengen rond gedeelde interesses. Voor de meest kwetsbare bezoekers zijn er in de LDC de surplus-activiteiten (laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten met begeleiding). In het project buren-voor-buren bijv. worden heel wat mensen gedetecteerd die een vraag hebben naar gezelschap. Zij worden gekoppeld aan een buur die bereid is bijv. gezelschapsspelen te spelen, samen te gaan wandelen, te helpen met de kerstversiering,…

Ook de dienst ontmoeten en verbinden faciliteert heel wat open ontmoeting en creëert ontmoetingsmogelijkheden.

Kwetsbare senioren kunnen opgenomen worden in de telefoonster en krijgen zo wekelijks een telefoontje van een vrijwilliger. We leveren inspanningen om intergenerationeel te werken rond deze problematiek en mensen uit verschillende generaties te verbinden. Bijv. gebeurt dit via een intergenerationele telefoonster. In 2018 liep ook het innovatieproject ‘Hello Jenny’, waarbij een nieuwe technologische oplossing bedacht en gebruikt werd om vereenzaam(en)de senioren en studenten samen te brengen. Heel wat projecten zijn terug te vinden op de site jongenoudingent.be.

Bovenop de inspanningen die verder gezet worden, wordt onderzocht om de buurtgerichte verzorgenden van de LDC bijkomend in te zetten op netwerkondersteunende begeleiding van senioren in sociaal isolement.

81

Ontoegankelijkheid en onderaanbod lessen Nederlands voor anderstaligen

Niet iedereen kan Nederlandse les volgen. Mensen zonder wettig verblijf of mensen die het minimumniveau niet aankunnen, mogen geen lessen volgen. Voor anderen kan de opstart van de Nederlandse taalles soms lang op zich laten wachten. Vaak start de groep met mensen van hetzelfde niveau nog niet meteen of zit de groep nog niet vol  of zijn de randvoorwaarden nog niet voldaan (trauma/psychische problemen nog te acuut, kinderopvang, …).

Opvolging:

82

Tolkenaanbod niet afgestemd op nood®

Het tolkenaanbod is niet afgestemd op de nood. Op dit moment is er in Gent nood aan meer tolken voor de talen Pashtoe, Dari, Somalisch, Eritrees (Tigrinya), Turks en Arabisch.

Opvolging:

83

Tolkenaanbod beperkt in gespecialiseerde hulpverlening®

De gespecialiseerde hulpverlening (jeugdhulp, gehandicaptenzorg, psychiatrie, ziekenhuizen,…) werkt onvoldoende met tolken. Daardoor blijven mensen die eigenlijk gespecialiseerde hulp nodig hebben in de eerstelijn (rechtstreeks toegankelijke hulp en zorg waaronder huisartsen, wijkgezondheidscentra, thuisverpleegkundigen, apothekers, tandartsen…) hangen.

Opvolging:

84

Moeilijk administratief taalgebruik en procedures

Nog te vaak gebruiken officiële instanties moeilijke taal (meld je aan, pensioenbrief, …). Ook de procedures en communicatiestrategieën zijn niet afgestemd op een groot deel van de bevolking.

  • Voorbeeld communicatiestrategieën: Om in januari van het zesde leerjaar voor het secundair onderwijs aan te melden, brengt men ouders al heel vroeg op de hoogte met name als hun kind in het vijfde leerjaar zit.

Voor veel mensen is moeilijk administratief taalgebruik een drempel die grote gevolgen kan hebben: voorrang broer/zus bij inschrijving school gemist, pensioen te laat geregeld, … Ook anderstalige nieuwkomers slagen er zonder hulp vaak niet in om de moeilijke documenten correct ingevuld en op tijd bij de juiste instanties te krijgen.

Opvolging:

85

Te weinig toegankelijk en aangepast sport- en vrijetijdsaanbod voor kwetsbare kinderen en jongeren

Kinderen uit kwetsbare gezinnen kunnen minder gebruik maken van ‘wijze’ sport- en vrijetijdsactiviteiten dan hun leeftijdsgenoten uit sterkere gezinnen.  Ze vinden hun weg niet naar het bestaande aanbod en er is een gebrek aan overzicht (dat van de Jeugddienst is onvoldoende gekend en niet gebruiksvriendelijk), afstemming en samenwerking. Ook de UiTPAS en andere tegemoetkomingen (mutualiteit, belastingen, …) zijn te weinig gekend en gebruikt.

Daarnaast is het aanbod na de schooluren en tijdens de vakanties te beperkt in de wijken waar zij wonen. Dit probleem is extra groot voor kinderen met specifieke zorgbehoeften en de jongste kinderen. 2,5 jarigen die al naar de kleuterschool gaan, kunnen in de vakantie vaak niet meer terecht in de kinderopvang en ze mogen nog niet deelnemen aan kampen.

Betaalbaarheid, bekendheid en bereikbaarheid zijn de meest evidente, maar zeker niet de enige drempels waardoor kwetsbare kinderen en jongeren zich minder inschrijven en sneller afhaken. Je moet lang op voorhand inschrijven. Vaak is de inschrijving online en zijn er wachttijden, …. Soms vertrouwt men het niet. Ook voor hulpverleners en andere sleutelfiguren is toeleiding naar vrijetijdsactiviteiten heel intensief en niet evident. Zij missen de nodige kennis en tijd voor een goede ondersteuning op dit vlak.

Opvolging:

 (zie ook overzicht acties ikv rapportage kindvriendelijke stad)

Het aantal bloklocaties voor studenten werd uitgebreid en een aantal kleinere projecten voor scholieren werden opgestart. De spelotheek in Nieuw Gent wordt dit jaar sterker uitgebouwd tot een ontmoetingsplek voor ouders in de buurt. Nieuw Gent kreeg een impuls op vlak van vrijetijd door middelen uit het Stadsvernieuwingsfonds en ook in Moscou wordt met verschillende organisaties samengewerkt om een sportaanbod te realiseren. Vanuit een samenwerking met verschillende diensten wordt ervoor gezorgd dat in 2019 in elke precaire wijk een vakantieaanbod komt van minstens 2 dagen. Mobiel jeugdwerk werd ingezet aan de Zuid en in de Muide. Dit neemt niet weg dat in sommige wijken (Sint-Bernadette, Macharius, enz.) de vraag naar een vrijetijdsaanbod groot blijft.

De voorbije legislatuur werd meer dan 10 ha park (her)aangelegd. In het kader van de speelweefselplannen in diverse buurten worden ook jongeren als prioritaire doelgroep meegenomen en in 2019 start een onderzoek naar meisjes in de publieke ruimte. Aan de zuid-site werd een piloot opgestart om samen met de jongeren een pop-up hangplek te realiseren, dit geldt ook voor de Wasstraat waar een hangplek voor en door jongeren en buurtbewoners werd geïnstalleerd. Op een 10-tal diverse locaties kwamen speelcontainers.

In een aantal  wijken werd speelzones gecreëerd of vernieuwd met bijzonder aandacht voor Muide en Nieuw Gent.  Op de Lubecksite werd sinds 2018 een bouwspeelplaats tijdens de zomerperiode georganiseerd.

Als Stad willen we ons engageren om te werken rond een positief klimaat voor jongeren in het algemeen. Jongeren mogen gebruik maken van en vorm geven aan de publieke ruimte. In 2019 wordt gewerkt aan een visietekst waarbij we het behandelen van klachten vanuit dit idee willen aanpakken (zowel politiek, als administratief).

Signalen 2018