Signalen 2018

1

Armoede blijft toenemen

Armoede blijft ook in Gent toenemen.  Vrijwel elke welzijns- en gezondheidswerker die er oog voor heeft, komt in confrontatie met signalen van armoede. Kinderen zijn in toenemende mate slachtoffer van armoede.

Voorbeelden uit het jeugdwelzijnswerk:

  • Kinderen dragen onverzorgde, vuile, niet seizoensgebonden of kapotte kledij. Ze komen naar de werking zonder vieruurtje en op uitstap hebben ze geen lunchpakket mee.
  • Meer en meer gezinnen kunnen het pasje van JONG niet betalen, hun kinderen niet laten deelnemen aan activiteiten die slechts € 1 kosten, boetes of vergoeding voor stukgemaakt of kwijtgeraakt speelgoed in de spelotheek niet (onmiddellijk) betalen. Daardoor lenen ze geen speelgoed meer uit of nemen ze niet meer deel aan activiteiten.
  • De vele aanvragen voor vrijetijdsparticipatie aan kansentarief  tonen aan dat er veel gezinnen zijn die moeten rondkomen met een laag inkomen.
  • Gemotiveerde en geïnteresseerde jongeren-monitoren hebben niet genoeg geld om middageten te kopen en vervangen dit door energiedranken. Ze kunnen niet deelnemen aan gratis animatorenactiviteiten omdat ze geen geld hebben om het openbaar vervoer te betalen.
  • Ook in de meisjeswerking zien we dat een groot deel van hen opgroeit in een vicieuze cirkel van armoede. Armoede bij de meisjes is meer dan alleen een gebrek is aan geld. Het bemoeilijkt hun levenskansen, huisvesting en gezondheid. Voor veel meisjes is studeren geen optie. Sommigen moeten zich redden met een zak chips als maaltijd. Dit alles heeft grote impact op hun psychische en fysieke gezondheid. We zien dat net deze gezinnen geen gelijke toegang krijgen/hebben tot adequate huisvesting. Hierdoor wonen velen in slechte woningen en in ongezonde en onveilige omstandigheden (vochtproblemen, gebrekkige elektriciteit, geen/weinig verluchting, krakkemikkige geisers, aanwezigheid van ongedierte…). De meisjeswerkingen zetten in op hulp bij het zoeken naar een woning. Dit is geen sinecure, gezien het moeilijke en complexe statuut van enkele gezinnen.
  • Heel veel minderjarige daklozen (een 250-tal kinderen en jongeren) komen bij de trajectbegeleiders van vzw JONG aankloppen om eten. De tieners die nu dakloos zijn, dwalen ’s nachts rond op straat en stelen om te overleven. De jongeren worden echt aan hun lot overgelaten. Ze zijn hier al wel een aantal jaar, maar gaan door omstandigheden niet naar school. Zo leren de jongeren geen Nederlands en raken ze moeilijk geïntegreerd.
  • Cijfergegevens bevestigen deze voorbeelden:

    In 2016 bedroeg het Belgisch armoederisico 17,2% bij de -15-jarigen en 21,2% bij de 16 tot 24 jarigen. Bron: EU-SILC 2016

    Het aandeel geboorten in kansarme gezinnen bedroeg 22,8%  in 2017 en was nooit eerder zo hoog. Bron: Kind en Gezin

Opvolging:

2

Hoge drempel naar residentiële en ambulante psychische zorg®

De drempel naar residentiële en ambulante psychische zorg is zeer hoog. Dit komt door de lange wachttijden, de hoge prijs, en de hoogdrempelige aanmeldingsprocedure. Enkele hindernissen bij aanmelding: brief met datum en uur voor intakegesprek, geen tolk bij eerste gesprek noch bij therapeutische gesprekken, meerdere keren terug moeten inbellen vooraleer je kan komen, …. Dit signaal geldt zowel voor jongeren als voor volwassenen. De stap naar hulp is bovendien extra moeilijk voor mensen met een dubbele diagnose omdat ze niet in een vakje passen.

  • Casus: In een gezin met een meervoudige problematiek stelt men bij Walter nu ook een psychiatrische problematiek vast. Psychiatrische begeleiding aan huis is voor hen de enige oplossing. Dit is slechts mogelijk voor een beperkte tijd, en niet totdat er een meer langdurige hulpverlening opstart. Het gezin kan de drempels naar psychische hulp in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg niet overwinnen: enorme angst voor de verplaatsing, financiële moeilijkheden, de voorwaarden voor hulp, …. Walter krijgt dus geen hulp en de situatie gaat snel achteruit. Er volgt een reeks opnames in psychiatrische centra. Zijn relatie overleeft dit niet, en hij kampt nu ook met suïcidegedachten.
  • In Gent was de wachttijd tussen aanmelding in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg en het eerste intakegesprek  in 2016 al opgelopen tot 29 dagen.  Bron: Stadsmonitor 2017
Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

3

Geen (residentiële) psychiatrische zorg voor anderstaligen®

Mensen met een psychiatrische problematiek die geen contacttaal spreken, krijgen geen toegang tot langdurige residentiële psychiatrische zorg. Voor deze zorg hanteert men de werkvorm groepstherapie in het Nederlands. Tolken acht men hierbij onhaalbaar. Anderstaligen krijgen daardoor geen hulp. Enkel (kortdurende) crisisopnames zijn voor hen mogelijk.

Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

4

Wat na de psychiatrie?®

Na ontslag uit een psychiatrisch ziekenhuis of na internering is er te weinig nazorg. Mensen krijgen weinig informatie, er is geen multidisciplinair overleg om te zorgen voor een goede opvolging, er is een tekort aan ambulante psychiatrische opvolging en er zijn wachtlijsten bij de Mobil teams. Er resten enkel dure alternatieven.

De vermaatschappelijking van de zorg ook voor een verhoging van druk op de nulde en eerste lijn.

  • Voorbeeld: Steeds meer mensen met een psychiatrische problematiek komen bij de huisarts of wachtdienst terecht na ontslag of  omdat ze niet meer worden toegelaten in de psychiatrie (zie signaal 13). Dit legt een zware druk bij huisartsen. Ook leeft bij hen een sterk onveiligheidsgevoel door agressief gedrag van patiënten. Daardoor durven sommige huisartsen geen wachtdienst meer doen.
  • Voorbeeld:  Vrijwilligers van KRAS-diensten voelen zich onzeker of overbevraagd als ze in hun werking te maken krijgen met mensen met een zware psychiatrische en verslavingsproblematiek. Zij zorgen voor verbaal geweld en agressie tegenover de infrastructuur. De vrijwilligers hebben nood aan extra ondersteuning (zie signaal 53).
  • Zie ook signaal 69
Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

5

Eerst betalen dan zorg®

De toegankelijkheid van de zorg komt in het gedrang voor mensen in financiële nood. Ze botsen in ziekenhuizen op voorschotfacturen. Ze moeten eerst een stuk van een openstaande schuld betalen. Ook al zoeken de sociale diensten van de ziekenhuizen, de huisartsen of de doorverwijzers samen naar oplossingen, het financieel aspect is en blijft een drempel.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

6

Zorg na ontslag®

Het ontslag van patiënten uit de Gentse ziekenhuizen kan beter. Vaak stuurt men mensen op vrijdagmiddag of -avond naar huis zonder afstemming (met huisarts, thuisverpleegkundige, thuiszorgdienst, vaste kinesist, mantelzorger), zonder overbruggingsmedicatie of aangepast materiaal. Vooral mensen zonder netwerk zijn hier het slachtoffer van.

  • Voorbeeld: Mensen met een beperkt sociaal netwerk kunnen na een operatie bijna nergens terecht voor ondersteuning bij verzorging en bij de zorg voor hun kinderen.
  • Voorbeeld: Dak- of thuislozen worden soms rechtstreeks met een ambulance naar de nachtopvang gebracht.
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

7

Gezondheidskennis- en vaardigheden niet algemeen

Veel mensen hebben beperkte gezondheidskennis en -vaardigheden. Dat ligt zeker niet alleen aan henzelf. Het gezondheidssysteem is ingewikkeld en de communicatie soms onvoldoende of onduidelijk.

Veel kwetsbare mensen hebben onvoldoende kennis over hun eigen lichaam. Ze weten niet wat ze moeten doen als ze iets voorhebben. Ze voelen zich onzeker en hebben geen verzorgingsmateriaal in huis.

  • Voorbeeld: Een EHBO-cursus kost al snel € 250, een huisapotheek tussen € 150 en € 175.
  • Studies uit 2012 en 2014 wezen uit dat 40% van de volwassenen beperkte gezondheidsvaardigheden heeft. Health literacy, of gezondheidsvaardigheid is een term die verwijst naar de capaciteit van mensen om gezondheidsinformatie op te zoeken, te begrijpen en te gebruiken.

Bron: Heerlijk helder in de zorg van Memori-Thomas More

Het onderscheid tussen de gratis wettelijke en de betalende aanvullende bijdrage van de ziekteverzekering is voor veel mensen onduidelijk. Zonder aanvullende ziekteverzekering lopen ze bepaalde voordelen mis (tussenkomst orthodontie, sportactiviteiten, kampen, …).

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

8

Veel gezondheidsproblemen ontkiemen al in de jeugdjaren

Overgewicht bij kinderen

Welzijns- en gezondheidswerkers zijn bezorgd over een enorme stijging van het aantal kinderen met overgewicht. Dit kan later leiden tot chronische ziekten als cardiovasculaire aandoeningen, type II diabetes en verschillende soorten kankers zoals darm- en borstkanker.

Kinderen bewegen te weinig

Ook merken ze dat steeds meer kinderen vooral zitten en te weinig bewegen. Ze ontwikkelen een verkeerde lichaamshouding door talloze uren voor de televisie, op de computer of de smartphone (zie signaal 19). Dit kan later leiden tot rugproblemen.

  • Onderzoek bevestigt deze trends:

Jongens en meisjes lopen (2014) nagenoeg hetzelfde risico om obees te zijn of te worden (16,4% bij de jongens t.o.v. 16,1% bij de meisjes). Dit is een stijging ten aanzien van 2010, toen 13,0% van de jongens en 9,6% van de meisjes obees was of overgewicht had. Hier speelt een duidelijke sociale gradiënt (zie grafiek 12). Het aandeel van jongeren dat voldoende beweegt, is zeer laag (14% algemeen, 17,5% van jongens, 10,5% van meisjes).

Wat betreft schermtijd, en meer specifiek tv kijken, gamen en computergebruik, haalt 51,4% van de jongens en 64,9% van de meisjes de norm van minder dan 2u per dag.

Bron https://www.zorg-en-gezondheid.be/voedingsgewoonten-bij-jongeren

20,8% van de Belgische bevolking van 15 jaar en ouder verklaart in de 12 maanden voorafgaand aan de gezondheidsenquête last te hebben gehad van een lage rugprobleem.

Bron https://www.zorg-en-gezondheid.be/hoe-goed-bewegen-jongeren

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

9

Cannabis genormaliseerd

Het goeie is dat 9 op 10 jongeren niet gebruiken (cijfers VAD). Bij jongeren die wel gebruiken, merken we helaas een normalisering van cannabisgebruik. Steeds vaker  gebruiken en bevoorraden ze elkaar in het openbaar. Cannabis is niet zonder gevaar. Preventie lijkt aangewezen.

Opvolging:

10

Verontrustend gebruik bij kwetsbare jongeren

Kwetsbare jongeren gebruiken andere (vrij verkrijgbare gassen die ze snuiven) en zwaardere middelen. Ze glijden af in verontrustend gebruik. Ze dealen om te overleven. Dit gebeurt openlijk en vooral in de parkjes van de 19de eeuwse gordel.

Opvolging:

11

Discriminatie in de gezondheidszorg door 2 snelhedensysteem

Mensen kunnen sneller bij een specialist terecht aan dubbel of driedubbel (niet-geconventioneerd) tarief. Een consultatie bij deze specialist aan het normale (geconventioneerde) tarief kan echter pas na enkele maanden.

Daarenboven verwijzen specialisten kwetsbare mensen vaak door naar dezelfde ziekenhuizen (vooral Jan Palfijn). Dit zorgt voor stigmatisering en categoriale zorg, overbelasting van de artsen en sociale dienst, extra lange wachttijden, … .

Specialisten (ook in ziekenhuizen), tandartsen en labo’s zijn op sommige momenten geconventioneerd en op andere niet. Dat is niet altijd duidelijk voor de mensen. Het gevolg is dat ze voor onaangename financiële verrassingen staan wanneer ze de rekening van hun consultatie of onderzoek ontvangen.

  • Mensen met een migratie-achtergrond gaan daardoor soms naar de dokter in hun land van herkomst. Daar betalen ze extra omdat de ziekteverzekering voor sommige handelingen (vooral voor tanden, ogen en esthetische ingrepen) geen tegemoetkoming voorziet. Bovendien is de zorg vaak niet voldoende of slecht en blijkt nazorg toch noodzakelijk.
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

12

Mondzorg duur en ontoegankelijk voor kwetsbare groepen®

Ondanks alle inspanningen (het project mondzorg Gent met verschillende partners en deelprojecten) blijft mondzorg duur en ontoegankelijk voor kwetsbare groepen:

  • De derdebetalersregeling is beperkt tot enkele niet-technische handelingen, terwijl een tandarts vooral technische ingrepen doet.
  • Tandartsen passen de derdebetalersregeling onvoldoende toe.
  • Het is niet duidelijk welke tandartsen wanneer geconventioneerd zijn.
  • Door deze drempels wachten mensen langer om naar de tandarts te gaan. Zo krijgen ze met de volgende zaken te maken:
    • Als ze het voorbije jaar niet op controle gingen, verliezen ze de tussenkomst in de kosten.
    • Te lang wachten verergert het probleem zodat de tand getrokken moet worden. Tandextractie wordt niet terugbetaald.
    • Hun tandprobleem veroorzaakt andere moeilijkheden: ze kunnen niet werken, komen minder buiten, en bovenop ontstaan nog andere gezondheidsproblemen, …
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

13

Nood aan psychische hulp voor vluchtelingen met traumatische ervaringen

Er is onvoldoende aangepaste psychische hulpverlening voor (minderjarige) vluchtelingen met traumatische ervaringen. Onbehandelde trauma’s van vluchtelingen kunnen leiden tot verslaving, dakloosheid en agressieproblemen. En ook in België blijven deze vluchtelingen zich vaak zorgen maken over achtergebleven familieleden in oorlogsgebied.

Ook jongeren die in een precaire verblijfssituatie leven, hebben psychosociale ondersteuning nodig. Ze leven in moeilijke omstandigheden, botsen vaak op onbegrip in hun omgeving, hebben veel twijfels en weinig toekomstperspectief. Ze weten niet waar ze hun prioriteiten moeten leggen: onderwijs, werk, huisvesting, hygiëne, …

Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

14

Zwarte lijst in de psychiatrische zorg®

In bepaalde psychiatrische centra werkt men met een zwarte lijst om opname te weigeren omwille van vroegere incident(en). De afspraken rond die lijst zijn onduidelijk. Wanneer kom je op de lijst? En vooral, wanneer geraak je er terug af?

  • Casus: Milan werd onlangs geweigerd omwille van een incident van 10 jaar geleden.
Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

15

Pesten bij jongeren

Kinderen en jongeren ervaren steeds vaker pestgedrag en agressie. De huidige pogingen om er iets aan te doen, helpen onvoldoende. Soms versterken sociale media het pestgedrag. Door het gebruik van sociale media neemt het aantal betrokken toe en duurt het pesten langer. Omgekeerd worden kinderen en jongeren ook uitgesloten en gepest omdat ze geen sociale media gebruiken.

  • Een UGent-onderzoek uit 2017-2018 bij 1.600 Vlaamse scholieren tussen 12 en 18 jaar toont aan dat 48% van de leerlingen in het secundair onderwijs al gepest werd en dat 18% bekent zelf al iemand gepest te hebben.
  • In 2017 waren 416 minderjarigen het slachtoffer van slagen en verwondingen. Dit is 17% van het totaal aantal slachtoffers. Bron: cijfers politie Gent, 2017
Trekker: Diete Glas
Opvolging:

16

Inzagerecht e-dossiers onvoldoende gekend

Patiënten en cliënten hebben inzagerecht in hun medisch dossier en dossiers opgemaakt door sociale hulpverleners. Ze kunnen bepaalde zaken die niet meer relevant zijn, verwijderen of onzichtbaar maken voor andere zorgverstrekkers. Kwetsbare mensen zijn daar vaak niet van op de hoogte. Of ze zijn niet mondig genoeg om ernaar te vragen. Soms kunnen ze door laaggeletterdheid of anderstaligheid de inhoud niet/onvoldoende lezen.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

17

Supplementen op 1-persoonskamer in het ziekenhuis

Patiënten krijgen onvoldoende informatie over de extra kosten in een 1- persoonskamer. Ze worden soms een 1-persoonskamer aangepraat of ze denken dat ze recht hebben op een tussenkomst via hun hospitalisatieverzekering.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

18

Personenalarmsysteem zinloos voor mensen zonder netwerk

Het personenalarmsysteem (PAS) is onbruikbaar voor mensen die geen netwerk hebben of geen netwerk in de nabijheid. Dit vergt immers een cascade van mensen die opgebeld kunnen worden op het moment dat de persoon het alarm activeert. Er bestaat een professionele PAS met enkel zorgverstrekkers. Deze is niet goedkoop en dus niet realistisch voor kwetsbare groepen.

Trekker: Jan Lambrecht
Opvolging:

19

Ingave in vaccinnet

Verschillende diensten (arbeidsgeneeskundige diensten, Fedasil Gent) dienen vaccins toe (vb. tetanus) aan patiënten zonder (correcte) ingave in vaccinnet. Hierdoor gaat die informatie verloren.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

20

Ongezond media-gebruik

Niet iedereen gaat op een gezonde manier met digitale media om. Dit brengt nieuwe vormen van grensoverschrijdend gedrag en verslaving met zich mee. We merken een toename van game- en gokverslaving (niet alleen via internet).

  • 3% van de Belgische 18-plussers gamede problematisch. Bij Vlaamse scholieren lag dit cijfer in 2015-2016 op 12%.

Bron: factsheet gamen 2017 VAD

  • In België hadden in 2016 naar schatting 467.081 18-plussers problemen met gokken. Het ging om 386.240 risicovolle spelers en 80.841 problematische gokkers. 72% is roker, 20% heeft een alcoholprobleem, 19% gebruikt cannabis. Ze hebben vaker somatische problemen, slaapproblemen, angst, depressie, en ook relationele en financiële problemen.

Bron: factsheet gokken 2017 VAD

Trekker: Diete Glas
Opvolging:

21

Ernstige gevolgen nijpend tekort betaalbare kwalitatieve woningen®

Schaarste aan betaalbare kwalitatieve woningen werkt discriminatie in de hand van al wie ‘anders’ is: jongeren, niet-begeleide minderjarigen en vluchtelingen, mensen met migratieachtergrond, mensen met een vervangingsinkomen, mensen met psychische problemen, (grote) gezinnen en/of erkende vluchtelingen die met hun gezin zijn herenigd. Praktijktesten helpen in de strijd tegen discriminatie, maar lossen de schaarste niet op. 

Voorbeelden:

  • Bepaalde immokantoren bouwen een drempel in en vragen een voorschot tot € 500 om een woning te mogen bezichtigen.
  • Rechten die gepaard gaan met het hebben van een officieel adres komen in het gedrang (zie signaal 60).
  • Er wordt misbruik gemaakt van de precaire situatie van mensen die geen woning vinden (huisjesmelkerij, wonen bij je werkgever, teveel betalen, …).

Anderzijds zijn de kwaliteitsnormen voor het verhuren van een woning zodanig hoog dat ze mensen in armoede uitsluiten.

  • Wat voor ons een slechte woning is, is dit niet altijd in de perceptie van vluchtelingen of van mensen die in armoede leven. Een slechte woning is nog altijd beter dan geen woning.
Opvolging:

22

Wachtlijsten en toewijs®

Er zijn extreem lange wachttijden voor een sociale woning.

Veel mensen missen de tweejaarlijkse actualisering van hun plaats op de wachtlijst voor een sociale woning. Daardoor staan ze zonder het te weten niet meer op de lijst. De campagne met informatie voor hulpverleners en met gekleurde brieven naar de mensen zelf, werkt goed.

Mensen die 2 keer een sociale woning weigeren, komen weer onderaan de wachtlijst terecht. Ook als ze weigeren op basis van de slechte staat of de prijs of omdat er een onaangepaste woning wordt aangeboden. Mensen die in aanmerking komen voor versnelde toewijs (zie signaal 69) kunnen niet weigeren.

  • Casus: Assem wordt uitgenodigd om een sociaal appartement te bezichtigen. Bij aankomst blijkt het om een appartement op de tweede verdieping te gaan, terwijl het huisreglement voorschrijft dat huisdieren enkel toegelaten zijn op 0 en 1. Assem heeft een hondje (wat genoteerd staat in zijn aanvraag). Om die reden gaat hij niet in op de kans. Dat wordt beschouwd als een weigering, zodat hij zijn huursubsidie verliest en bij een volgende weigering achteraan op de wachtlijst terecht komt.
  • Casus: Mira is een minder mobiele persoon met een rollator. Ze weigert een sociale woning omdat er een trap is in de woning (naar de woning is er wel een lift).
Opvolging:

23

Hulp nodig bij klusjes

Er is een tekort aan betaalbare en laagdrempelige klusjesdiensten. Veel mensen vinden geen oplossing voor allerlei huishoudelijke klusjes (toilet kapot, lavabo lekt, verlichting aansluiten, …).

Opvolging:

24

Huurwaarborg niet terug®

Kwetsbare mensen hebben meer kans om hun huurwaarborg kwijt te spelen. Zij hebben begeleiding nodig om bij de start van de huur een goede staat van bevinding op te maken. Ze moeten ook duidelijke informatie krijgen over welke kosten voor de eigenaar zijn en welke voor de huurder.

Voorbeelden:

  • Appartementen worden vaak verhuurd tot ze helemaal zijn uitgeleefd. Ze gaan over van de ene huurder op de andere zonder tussentijdse renovatie.
  • Bepaalde immobiliënkantoren vragen tot € 350 voor de opmaak van een plaatsbeschrijving.
Opvolging:

25

De kwaliteit van sociale woningen ondermaats®

De kwaliteit van de sociale woningen is soms ondermaats.

Geen warm water of verwarming

  • Casus Nieuw-Gent: In het appartement van Jochen en Samira werken de boilers niet en is er dus geen warm water. Ook de verwarming werkt niet of nauwelijks. Er is vocht en schimmel.  Als ze WoninGent bellen worden ze met een kluitje in het riet gestuurd.

De toegang tot veel sociale woningen laat te wensen over. De liften werken regelmatig niet. Daardoor zijn minder mobiele mensen van anderen afhankelijk voor boodschappen, om de vuilbak buiten te zetten, …

  • Casus: Julien is minder mobiel en woont op een hoge verdieping van een flatgebouw. De lift werk niet. Men stelt als oplossing voor om via het dak naar het andere gebouw te gaan waar de lift wel werkt.

De voordeur van de sociale woningen is niet altijd inbraakveilig.

  • Casus: In het appartementsblok van Jessica kun je de toegangsdeur openen door met je voet onderaan tegen de deur te duwen. Jessica voelt zich niet veilig.
Opvolging:

26

Aankoop woning vaak onmogelijk

Een privéwoning kopen is voor veel mensen onmogelijk. Laat staan dat ze dan nog geld overhouden voor renovatie om ook kwalitatief te kunnen wonen. Bovendien kunnen kwetsbare mensen niet altijd een lening krijgen. Ofwel hebben ze schulden, ofwel hebben ze onvoldoende eigen middelen om zelf de notaris- en registratiekosten te kunnen betalen. Soms komen ze net niet in aanmerking voor een sociale woonlening.

Opvolging:

27

Frusterende woonzoektocht®

Het woningaanbod is uiterst beperkt en kwetsbare mensen worden vaak slecht bejegend bij het zoeken naar een woning (discriminatie, allerlei bewijzen moeten voorleggen, …). Ze hebben nood aan professionele ondersteuning bij hun zoektocht. Nu kunnen ze enkel terecht bij de eigen hulpverlener of bij vrijwilligers voor hulp. Deze hulpverleners komen daardoor nog nauwelijks toe aan hun eigenlijke opdracht. Ook de vrijwilligers die ondersteunen bij de zoektocht lijden onder de vele frustraties.

Opvolging:

28

Caloriemeters niet fair

WoninGent werkt vaak met calorie- of warmtemeters van ISTA. Dat is geen fair systeem. De meters nemen ook de omgevingswarmte op en er geen transparantie tussen individuele en collectieve kosten.

Opvolging:

29

Kostendelend samenwonen bestraft®

Voor veel doelgroepen (jongeren, vluchtelingen, …) is samenwonen de enige optie. Deze creatieve en solidaire oplossing wordt financieel afgestraft. Mensen verliezen hun leefloon cat. 1, het heeft impact op hun werkloosheidsuitkering of pensioen.

Opvolging:

30

Nood aan doelgroepspecifieke thuislozenzorg®

In de thuislozenzorg moet er extra aandacht gaan naar jongeren, gezinnen met kinderen, mensen die gedwongen moeten verhuizen, bejaarden en zieken. Deze groepen komen nu soms in de nachtopvang terecht terwijl dit echt geen plaats noch oplossing is voor hen.

Voorbeelden:

  • Kinderen zitten moe in de klas omdat ze pas na 21u of 22u binnen kunnen in de nachtopvang.
  • Kinderen verblijven er samen met mensen met psychische of verslavingsproblemen.

Dakloze jongeren vormen een onzichtbare groep. Toch zijn er een 250-tal minderjarige daklozen zijn (zie signaal 1).

Door sloop of renovatie van woningen moeten mensen gedwongen verhuizen. Ze vinden geen alternatief. Zo komen gezinnen op straat terecht.

  • Sinds eind 2016 is er een stijging merkbaar van het aantal 60-plussers in de nachtopvang tot 7,6% begin 2018. Sinds september 2017 wordt specifieke gezinsnachtopvang voorzien. Over de gezondheidstoestand van de cliënten van de nachtopvang weten we het volgende (februari 2018): Bron: CAW Oost-Vlaanderen Nachtopvang Gent
Opvolging:

31

Nood aan grotere sensitiviteit rond armoede en diversiteit

Binnen schoolteams is er nood aan meer kennis en vaardigheden rond omgaan met kwetsbare leerlingen en met de diversiteit binnen de school. Er volgt soms een harde aanpak op het gedrag en de problemen die deze leerlingen stellen. Daardoor daalt de schoolmotivatie van deze leerlingen nog meer.

  • Enkele voorbeelden:

    • Kinderen/jongeren met een migratie-achtergrond en nieuwkomers uit een OKAN-traject worden vaker geconfronteerd met het watervaleffect. Ze worden naar beroeps- en buitengewoon onderwijs doorverwezen, ook al zijn ze cognitief sterk genoeg.
    • Ze staan zelf weinig stil bij hun eigen interesses of talenten. Ze ontwikkelen geen toekomstvisie. Onderschatting beïnvloedt hun zelfbeeld. Ze worden niet gestimuleerd of uitgedaagd om hoge(re) doelen voorop te stellen.
    • Door het hoofddoekenverbod in sommige secundaire scholen, rest er voor meisjes met hoofddoeken maar een beperkte keuze aan studierichtingen (vaak BSO).
    • Anderstalige/meertalige kinderen en jongeren die zich willen inschrijven in een nieuwe school/nieuwe richting krijgen de vraag of hun Nederlands wel goed genoeg is om mee te kunnen. Al te vaak beschouwen scholen anderstaligheid als beperking in plaats van als een talent.
  • Kinderen/jongeren die te laat komen, mogen het ganse eerste lesuur niet meer binnen. Daarom komen leerlingen vaak helemaal niet meer opdagen.
  • Kinderen/jongeren die definitief uitgesloten worden van school, krijgen vaak geen alternatief aanbod om hun studietraject verder te zetten. Bovendien gebeuren die schorsingen meestal na de ‘telling van de leerlingen’ in februari. Die telling bepaalt de middelen van de school voor het volgend schooljaar .
  • Bij bepaalde jongeren wordt er geen gevolg gegeven aan spijbelen. De school geeft op, CLB weet zich geen raad meer en jongeren hebben het gevoel een vrijgeleide te krijgen. De bestaande instrumenten zoals het Steunpunt Leerrecht-Leerplicht, het overleg spijbelactieplan, het netwerk samen tegen schooluitval, zijn te weinig gekend en hoogdrempelig.
  • Kinderen/jongeren die voor 1 vak niet geslaagd zijn, moeten tegen hun wil van richting veranderen terwijl ze voor de rest goed meekunnen (cfr rapport Unia).
  • Kinderen die hun getuigschrift basisonderwijs niet behalen en op basis van leeftijd overgaan naar 1B, blijven te vaak in de B-stroom/BSO hangen. Er wordt vanuit de lagere school te weinig info gegeven over de mogelijkheden die kinderen hebben na 1B. Men hangt een zware negatieve beladenheid vast aan instromen in 1B, terwijl je dit ook kan zien als een kans.
  • Met de ouders wordt enkel in één richting gecommuniceerd en vaak enkel over slechte schoolresultaten. Ouders worden nauwelijks echt betrokken bij de schoolcarrière van hun kind. Nochtans beschikken ze over een grote ervaringsdeskundigheid. Ook met de digitalisering kunnen veel ouders niet mee. Ze krijgen een login voor Smartschool maar kunnen hier niet mee werken. Soms hebben ze niet de vaardigheden, bezitten ze geen computer, kennen ze het systeem niet of zijn ze de taal niet machtig. Op deze manier lopen ouders belangrijke informatie mis.

Sommige scholen, leerlingenbegeleiders en brugfiguren doen heel erg hun best om leerlingen aan boord te houden. Zij worden echter overbevraagd.

Opvolging:

32

Onderwijs niet langer betaalbaar voor iedereen

Onderwijs is vaak erg duur en we merken een toenemende commercialisering.

  • In het secundair onderwijs is er geen maximumfactuur. Vaak komen de meest kwetsbare leerlingen in de duurste studierichtingen terecht (hout, kapper, hotel, …). Soms kiezen jongeren om die reden een andere richting, starten ze zonder materiaal of haken ze af omwille van de kosten. Sommige scholen kopen zelf materiaal aan. Maar het is moeilijk om al het materiaal up to date te houden. Enkel als iedereen materiaal krijgt, werkt dit niet stigmatiserend.
  • De schoolfacturen zijn duur en onduidelijk.
  • Soms moet je eerst een groot voorschotbedrag betalen voor alle kosten van het komende schooljaar. Anders zit je zonder materiaal of schoolboeken in de klas.
  • Scholen werken meer en meer samen met commerciële boekenfirma’s als IDDINK die een agressief financieel beleid hanteren: op de onlinelijst is het onduidelijk welke boeken verplicht en welke optioneel zijn, de boeken zijn duur, als voor één kind binnen het gezin de boeken nog niet zijn betaald, krijgt de andere zijn boeken niet, er is geen samenwerking met de sociale dienst van de school, …
  • Kinderen/jongeren zijn de dupe van onbetaalde facturen: zij krijgen ze mee of worden erop aangesproken, ze krijgen hun rapport pas na betaling van de factuur, ze krijgen nota’s in hun agenda, … en ze worden zo nog eens geconfronteerd met de armoede waarin ze leven.
  • Toezicht/studie/buitenschoolse opvang na de schooluren wordt door de scholen vrij geregeld. Soms gebeurt het op school zelf, soms gecentraliseerd in een andere school, soms via STIBO of sociale tewerkstelling. Door de hoge kostprijs van buitenschoolse opvang in sommige scholen, trekken gezinnen weg. Dit werkt de sociale ongelijkheid verder in de hand.
Opvolging:

33

Een tweede kans met financiële drempels

Mensen die tweedekansonderwijs volgen, komen niet in aanmerking voor een studietoelage, gratis studie-ondersteuning, …

Opvolging:

34

Het M-decreet mist zijn doel

Het M-decreet is binnen het reguliere onderwijs niet alleen zwaar voor leerkrachten. Het werkt vaak ook demotiverend voor de leerling. Cognitief sterkere leerlingen ergeren zich aan cognitief zwakkere leerlingen en de cognitief zwakkere leerlingen geraken gefrustreerd omdat ze harder moeten werken en toch slechtere punten halen. Binnen het buitengewoon onderwijs ontstaat een verschuiving en komt een steeds grotere concentratie aan leerlingen met zwaardere problemen voor. Er is onvoldoende ondersteuning om de doelstellingen van het M-decreet kwalitatief te verwezenlijken. Hierdoor voelen verschillende actoren zich onvoldoende gewapend om met de huidige diversiteit in de klas om te gaan en iedereen de aandacht en ondersteuning te bieden waar hij/zij recht op heeft.

Opvolging:

35

Schools aanbod sluit onvoldoende aan op de interesses van jongeren

Niet alle opleidingen worden op alle niveaus gegeven (vb. sportopleiding niet op BSO-niveau, schrijnwerkerij niet op TSO-niveau, ...). Daardoor kunnen jongeren niet volgen wat hen interesseert op hun schoolniveau.

Opvolging:

36

Nood aan brugfiguren in het secundair onderwijs

Net als in het basisonderwijs, slaat het project brugfiguren in het secundair onderwijs belangrijke bruggen tussen school en ouders. De brugfiguren fungeren als een soort coach die leerling en ouders kan begeleiden in het maken van een studiekeuze en hen kan helpen oriënteren (vb. na OKAN-onderwijs). Een verlenging van het project lijkt zinvol.  

Opvolging:

37

Moderne slavernij®

Bulgaren, Roma en andere kwetsbare groepen werken vaak in uitbuitende omstandigheden. Ze wonen samen in panden waar ze dagelijks opgehaald en teruggebracht worden met een busje. Er is zowel sprake van matrassenverhuur in slechte panden als van uitbuiting op het werk. Het gaat vooral om tewerkstelling binnen de vleesindustrie en de tuinbouwindustrie. Ze presteren te lange werkdagen tegen een veel te laag loon. In sommige gevallen gaat het ook om zwartwerk. Daardoor zijn ze niet verzekerd en hebben ze geen recht op sociale voordelen. Soms gaat het om hallucinante verhalen: opgesloten worden tot het werk gedaan is, een arbeidsongeval met diepe wonde die niet wordt verzorgd en waarmee mensen moeten blijven doorwerken, ….

Opvolging:

38

Nood aan aangepast werk voor laaggeschoolden

Er is te weinig aangepast werk voor kwetsbare laaggeschoolden (jongeren met een BSO of TSO- diploma, anderstaligen, …). Daardoor leveren intensieve sollicitatietrainingen en nazorg na doorstroming weinig op. Ze vinden geen job waarvoor ze werden opgeleid of enkel een interim job en hebben daardoor een laag inkomen. Ook na een eerdere job kunnen ze nauwelijks aan de slag ondanks de opgedane ervaring.

Opvolging:

39

Overgang onderwijs naar werk en omgekeerd loopt niet vlot

Jongeren worden op school te weinig voorbereid op de arbeidsmarkt.  Wanneer jongeren na een tijdje werken toch een diploma willen behalen, blijkt de terugkeer naar onderwijs heel moeilijk. Vaak kunnen ze pas opnieuw gaan studeren na fiat van de VDAB, de RVA of in sommige gevallen het OCMW. Tenminste als ze een vervangingsinkomen willen behouden zonder ook nog te moeten solliciteren. De enige uitzondering hierop zijn de opleidingen tot knelpuntberoepen.

Opvolging:

40

Interim zonder einde

Mensen die beginnen met interim-arbeid krijgen vaak de belofte van een vast contract na 6 maanden. De realiteit leert dat dit niet gebeurt. Soms wordt zelfs langdurig gewerkt met dagcontracten. De betaling is vaak niet in orde. Ze blijven tot 6 jaar via interim tewerkgesteld in hetzelfde bedrijf, ….

  • De duurtijd van de uitzendopdracht tot 12 maanden of langer stijgt jaarlijks, tot 19,8% in 2015.

Bron: Federgon 2015

Opvolging:

41

Noodgedwongen in zelfstandig statuut®

Van meer en meer werknemers wordt gevraagd om als zelfstandige te werken (medewerkers in een kapperszaak, leverdiensten, vervoerdiensten, kinderopvang, …). Daarnaast weten sommige mensen zelfs niet dat ze zelfstandig zijn (schijnzelfstandigheid). Mensen hebben niet altijd de knowhow om hun sociale zekerheid te regelen en worden vaak onvoldoende ondersteund. Ze weten niet dat ze zelf moeten instaan voor sociale zekerheid door een bijdrage te betalen. Daardoor zijn ze niet in orde met de ziekteverzekering en worden ze niet betaald als ze ziek zijn. Ze begrijpen niet dat er gevolgen zijn voor hun pensioen. Als de aangiftes (belastingen, sociale zekerheid) niet correct gebeuren, riskeren ze hoge facturen en zelfs boetes. Als gevolg daarvan komen ze in de problemen: schulden, faillissement, …

Opvolging:

42

Laattijdigheid werkgevers

Werkgevers zijn niet altijd stipt met de betaling van het loon en de overhandiging van de loonbrief of de C4. Daardoor komen werknemers in de problemen. Ze kunnen hun huur niet op tijd betalen, de opleg tot het leefloon kan pas later worden uitbetaald, de nieuwe werkgever kan niet verder, ze kunnen hun werkloosheidsuitkering niet in orde brengen, …

Opvolging:

43

Generalistische hulp- en dienstverlening ziet door het bos de bomen niet meer

Kwetsbare mensen krijgen nauwelijks begeleiding naar het gepaste hulpverleningsaanbod en te weinig ondersteuning als het gaat om rechtenuitputting. Vaak hebben hulp- of dienstverleners onvoldoende zicht op wat er allemaal bestaat en hoe het is georganiseerd (vb. jeugdhulpverlening, psychische zorg voor jongeren, zorgaanbod voor vluchtelingen, …). Ze geven niet mee welke documenten mensen moeten meenemen als ze worden doorverwezen en waar ze die kunnen vinden, …

Trekker: Joris Beaumon
Opvolging:

44

Tragiek van de grijze zone

Mensen die aan niet genoeg of aan te veel verschillende criteria voldoen (te jong/oud, te ziek/niet ziek genoeg, …), vallen overal buiten en krijgen geen zorg op maat.

  • Casus: Irma en André (80-plus) zouden graag beroep doen op thuiszorg aan verlaagd tarief. Irma is erg ziek en André moet voor een groot deel zelf instaan voor de zorg van zijn zieke vrouw. Ze komen niet in aanmerking voor een verlaagd tarief omdat ze een te hoog gezinsinkomen hebben (circa € 50 per maand teveel). Ze zitten in de grijze zone. Dit is erg jammer, want het koppel zou gebaat zijn met extra hulp.
Trekker: Joris Beaumon
Opvolging:

45

Aangepaste crisishulpverlening nodig bij intrafamiliaal geweld

Via de crisishulpverlening (Crisisteam Oost-Vlaanderen) krijgen slachtoffers van ernstige agressie-incidenten vaak niet waar ze nood aan hebben: opvang in een veilige, rustige context met respect voor de integriteit en met een integrale psychosociale begeleiding. Het is eigen aan de crisishulpverlening dat men contact opneemt met de andere partij. Het is problematisch als men slachtoffers van ernstige agressie-incidenten snel terug in verbinding brengt met de agressor.

Trekker: Ibel Tryhou
Opvolging:

46

Nood aan oppas aan huis voor personen met een beperking

Er zijn te weinig mogelijkheden voor meerderjarige personen met een beperking, senioren en zieken die nood hebben aan thuisoppas. Sommige mutualiteiten zetten vrijwilligers in die aan huis gaan voor gezelschap. Dit is niet bij elke mutualiteit mogelijk en slechts voor een beperkt aantal dagen per week. Geen oplossing dus voor personen die dagelijks oppas nodig hebben.

Trekker: Jakob Decavel
Opvolging:

47

Nood aan psychosociale hulpverlening op maat van jongeren®

Het is moeilijk om door te verwijzen naar contextuele jeugdhulpverlening[1]. Het aanbod is groot maar gefragmenteerd, niet laagdrempelig, niet outreachend of de jongeren komen niet in aanmerking. Ook zijn er vaak lange wachtlijsten terwijl het gaat over precaire situaties die onmiddellijk daadkracht nodig hebben.

 

[1] een vaste begeleider ondersteunt gezinnen met kinderen waar opvoedingsmoeilijkheden zijn in een zoektocht naar een positieve dynamiek

Opvolging:

48

Centralisatie schiet doel voorbij

Door centralisatie worden sommige organisaties (CAW, Kind en Gezin, huisvestingsmaatschappijen, …) steeds moeilijker bereikbaar  en herkenbaar op het terrein. In plaats van maatwerk krijgen we eenheidsworst. In plaats van een versterking van het basiswerk krijgen we een extra middenkader. In plaats van keuzemogelijkheid krijgen we toewijzing. Het streven naar organisatorische efficiëntie leidt tot ineffectiviteit. Een aandachtspunt bij het uitbouwen van het geïntegreerd breed onthaal.

Opvolging:

49

Onduidelijkheid rol en mandaat Vertrouwenscentrum Kindermishandeling

Wanneer eerstelijnswerkers na een lang proces van overwegingen en teamoverleg het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling contacteren omwille van een verontrustende opvoedingssituatie in een gezin, botsen ze vaak op handelingsverlegenheid. Het VK start niet zoals verwacht meteen (bijkomende) aanklampende hulpverlening op.   

Opvolging:

50

Aanmelding beschut wonen niet evident

De procedure voor aanmelding bij Beschut Wonen is onduidelijk. Als je te vroeg aanmeldt is de kandidaat er zelf nog niet klaar voor. Als je de aanmelding uitstelt, moet de kandidaat te lang wachten op een beschikbare plaats.

Trekker: Ilse De Neef
Opvolging:

51

Drempel door minder lokethulp en digitalisering®

Lokale kantoren of aanspreekpunten van openbare, semi-openbare en private voorzieningen verdwijnen. Ook de dienstverlening aan het loket vermindert (NMBS, De Post, banken, wijkmonitoren WoninGent, mutualiteiten, …). Laaggeschoolde en minder mobiele mensen zijn hiervan de dupe. Daarnaast is er ook een toenemende digitalisering en werkt men meer en meer met centrale online aanmeldsystemen (vb. kinderopvang, onderwijs, …). Ook deze evolutie treft de meest kwetsbaren. Zij beschikken immers niet altijd over computer, internet (te weinig publieke wifi)  en/of de nodige digitale vaardigheden. Hulpverleners moeten dit dan maar opvangen.

Opvolging:

In Gent zijn er 70 Digipunten. In een Digipunt kan elke Gentenaar terecht om een computer met internetverbinding te gebruiken. Op veel plaatsen kan je bij een begeleider terecht met digitale vragen of kan je les volgen. Heel wat Digipunten hebben ook gratis wifi. Een Digipunt in je buurt vinden? Het overzicht staat op www.stad.gent/digipunten. je kan ook een papieren brochure afhalen in de Stadswinkel (Botermarkt 17A) of aanvragen via GentInfo (09 210 10 10). Er zijn 10 wijkbrochures en 1 overzichtsbrochure. 

 

52

Gebrek aan voorzieningen in bepaalde wijken®

In de wijken Watersportbaan, Moscou-Vogelhoek, Robinia-Gentbrugge, Jan Yoens, Meulestede, Sint-Bernadette, Malem, Nieuw-Gent, … is er vaak een gebrek aan sociale en commerciële voorzieningen. Ook het openbaar vervoer ernaartoe schiet tekort.

Opvolging:

53

Ondersteuning vrijwilligers ontoereikend

In veel organisaties is de inzet van vrijwilligers onontbeerlijk. Zeker ook in het kader van de vermaatschappelijking van de zorg. Vrijwilligers komen meer en meer in contact met zware problematieken. Ondersteuning en omkadering van vrijwilligerswerk is daarom aangewezen. Het Vrijwilligerspunt beantwoordt duidelijk aan een nood. Maar ook specifieke ondersteuning blijft nodig (vb. op de werkvloer). 

Opvolging:

54

FOD Sociale Zekerheid voor personen met een beperking moeilijk bereikbaar®

Via het online contactformulier wordt de antwoordtijd van 10 dagen ruim overschreden. Telefonisch geraak je vaak niet binnen. De maandelijkse lokale zitdagen van de FOD Sociale Zekerheid (1ste en 3de dinsdag/maand) in AC Zuid zijn onvoldoende gekend bij de mensen.

Trekker: Karin De Moor
Opvolging:

55

Geen garantie tot ongediertebestrijding®

Ongediertebestrijding wordt steeds meer betalend. Enkel voor ratten is er nog een gratis bestrijding vanuit de Stad Gent. Voor kakkerlakken is het enkel gratis voor mensen met een verhoogde tegemoetkoming (anders is het 18 euro). De bestrijding van muizen, vlooien, wespen, bedwantsen en andere vervelende beestjes is in privéhanden en/of betalend. Het gaat veelal over ongedierte dat een impact kan hebben op de leefkwaliteit en -omgeving. Maar noch daarover noch over de definitieve bestrijding bestaat kwalitatieve informatie. De kostprijs voor bestrijdingen kan zo hoog oplopen dat het voor financieel kwetsbare mensen niet meer haalbaar is.

Trekker: Leen Van Zele
Opvolging:

56

Niet iedereen voelt zich welkom in de buurtvoorzieningen

De lokale dienstencentra, buurtcentra en open huizen zijn niet laagdrempelig voor kwetsbare groepen. Vaste gebruikers stellen vaak claimgedrag. Het activiteitenaanbod is divers en aantrekkelijk, maar het is moeilijk om binnen te geraken (aanbod is snel volzet) en moeilijk om zich te identificeren met de ‘reguliere gebruikers’. Extra drempels die het moeilijk maken: serveren van alcohol in de gebruikersruimte, racistische/discriminerende opmerkingen van sommige van de reguliere gebruikers en vrijwilligers. Deze plekken zijn bij uitstek een plaats waar iedereen welkom zou moeten zijn.

Trekker: Bert Seys
Opvolging:

57

Drempel naar sociale restaurants®

Bepaalde wijken hebben geen sociaal restaurant. Het is onduidelijk wie in aanmerking komt voor het laagste tarief van € 3 in sociale restaurants.  Deze onduidelijkheid leeft bij niet-leefloners die wel in aanmerking komen en bij mensen met verhoogde tegemoetkoming die denken in aanmerking te komen. Het tarief  voor mensen met verhoogde tegemoetkoming is te hoog (€ 5,5). Sommige mensen gaan daarom eten bij Poverello. Maar sinds kort bedienen zij enkel nog mensen van boven de 50. Ouders die 50+ zijn, kunnen hun kinderen dus niet meenemen.

Opvolging:

58

Misleidende communicatie door oneerlijke handelspraktijken

Bedrijven zijn onduidelijk of misleidend in hun communicatie (telecomtarieven en -werkwijzen, kopen op afbetaling). Vooral de meest kwetsbaren zijn daar de dupe van (vluchtelingen, mensen met E-kaart, mensen die in armoede leven, …).

Opvolging:

Dit signaal zal worden besproken op de werkgroep budget- en schuldhulpverlening. Marijke Heirman is contactpersoon bij Belfius en lid van de werkgroep. Misschien kunnen dit via haar signaleren bij Belfius. Er is een recht op een bankrekening. Juridisch is het duidelijk geregeld. De wet werd in 2018 nog aangepast. Het verbod op discriminatie werd daarbij expliciet opgenomen in de wet.

Artikel VII.57 e.v.WER regelt de basisbankdienst. Elke consument die legaal in het land verblijft heeft recht op een basisbankdienst (consument mag niet gediscrimineerd worden op basis van nationaliteit…). Iedere kredietinstelling moet de basisbankdienst aanbieden. De aanvraag tot opening van een basisbankdienst  gebeurt via  een formulier. De beslissing tot weigering  moet worden gemotiveerd. De klachten- en beroepsprocedures die voor de consument openstaan moeten vermeld worden in deze beslissing. Ook de gegevens van het beroepsorgaan en het toezichthoudende bestuur bij de FOD economie moeten vermeld worden.

Als mensen, die nog geen rekening hebben,  geen rekening kunnen open, kunnen deze mensen met onze hulp dit aankaarten bij : bemiddelingsdienst van de kredietinstelling in kwestie, de Algemene Directie Economische Inspectie, de Ombudsdienst voor financiële diensten.

59

Recht op bankrekening niet algemeen®

Banken volgen niet altijd de Europese regelgeving. Die stelt dat alle Europese onderdanen recht hebben op een bankrekening en de mogelijkheid om geld af te halen. Meestal zijn er bijkomende eisen zoals het hebben van een Belgisch identiteitsdocument en een officieel adres. Het al dan niet krijgen van een bankrekening blijkt ook afhankelijk van  het beleid van een bank, de individuele medewerker van de bank, de aanwezigheid van een hulpverlener, uiterlijke kenmerken, ….

Opvolging:

Het wetboek economisch recht regelt deze praktijken en beschermt de consument. De consument moet deze bescherming wel inroepen. Via onze zitdagen in de welzijnbureaus helpen we de mensen die het slachtoffer zijn van oneerlijke handelspraktijken.

60

Minder rechten voor mensen zonder adres®

Bepaalde groepen (daklozen, ambtelijk geschrapten, nieuwe EU-burgers) vallen door de mazen van het net omdat ze geen domicilie- of referentieadres hebben:

  • ze kunnen geen verblijfskaart krijgen
  • ze geraken niet ingeschreven bij een mutualiteit (dure gevolgen)
  • ze hebben geen recht op verhoogde tegemoetkoming met bijhorende voordelen zoals
    • lagere medische kosten
    • lagere vervoers- en telefoonkosten
    • lagere huisvuilkosten
    • een UiTPAS, …
  • ze hebben geen recht op kinderbijslag of op een  studietoelage, ….
Opvolging:

61

Drempel naar sociale voordelen

Sociale voordelen worden nog te weinig automatisch toegekend. Bovendien neemt men vaak een momentopname als referentiepunt (vb. 1 januari voor verhoogde tegemoetkoming en dus ook de afgeleide rechten als verlaagd tarief zorgpremie, korting bij De Lijn, gratis huisvuilzakken, ). Daardoor moeten mensen die in de loop van het jaar gerechtigd worden soms lang wachten (kan tot 11 maanden duren) of achteraf het teveel terugbetalen als hun situatie verbetert.

Huurders met kinderbijslaggerechtigde kinderen of personen met een handicap kunnen bijvoorbeeld een verminderde onroerende voorheffing krijgen. Dit recht is nog onvoldoende gekend en dus onderbenut. Zowel de huurder als de verhuurder kan dit aanvragen. Vervolgens krijgt de huurder jaarlijks een brief als de eigenaar de vermindering van de onroerende voorheffing voor huurders heeft ontvangen. De eigenaar moet het bedrag van de vermindering jaarlijks aftrekken van de huurprijs of doorstorten aan de huurder. De huurder krijgt dit voordeel dus niet rechtstreeks, maar via de verhuurder.

Opvolging:

62

Lang wachten op kinderbijslag

Het is vaak lang wachten op de uitbetaling van de kinderbijslag. De wachttijd kan soms (bij nieuw samengestelde gezinnen, bij gezinshereniging, ...) oplopen tot 4 maanden. Hierdoor komen mensen in een precaire financiële situatie snel in grote moeilijkheden.

Trekker: Els De Vos
Opvolging:

63

Officiële documenten kosten geld

Sommige kwetsbare mensen kunnen de kosten voor identiteitspapieren niet betalen. Er bestaat geen sociaal tarief voor. Deze kosten worden ofwel door vrijwilligers(organisaties) gedragen ofwel stellen de mensen deze kosten uit. Daardoor komen ook hun andere rechten in het gedrang.

Opvolging:

64

Financiële drempels naar openbaar vervoer

In het algemeen is openbaar vervoer duur. Voor mensen zonder wettig verblijf is bovendien enkel het duurste systeem (bus- of tramkaartje of 10-rittenkaart) toegankelijk en dus onhaalbaar. Daarom proberen ze soms zonder vervoerbewijs mee te rijden. Als ze betrapt worden, riskeren ze niet alleen een boete van de Lijn, maar ook een boete van € 200 omdat ze illegaal in het land verblijven. De Lijn blijft jarenlang met behulp van een incasso-kantoor achter de betaling aan zitten. Als mensen dan eindelijk in orde geraken met hun papieren en een domicilie-adres hebben, wacht hen een opgelopen boete van duizenden euro’s.

Kinderen zonder wettig verblijf onder de 14 jaar krijgen een Buzzy Pazz via school. Nu de Buzzy Pazz een MOBIB-kaart met pasfoto is, zorgt dit voor een extra drempel. Gelukkig heeft Stad Gent voor een oplossing gezorgd (gratis kaart, mogelijkheid tot gratis foto, voorlopige lijnkaart tot zolang de MOBIB-kaart niet in orde is, aanvraag via de school of de dienst asiel- en vluchtelingenbeleid). Alle kinderen met een Kids ID kregen de MOBIB-kaart automatisch opgestuurd.

  • Ongeveer 5900 Gentse kinderen bleken geen Kids ID en dus geen pasfoto te hebben via het rijksregister. Dit is 23% van de kinderen tussen 6 en 14 jaar.
Opvolging:

65

De nieuwe parkeermeters niet gebruiksvriendelijk

De parkeermeters staan ver van elkaar en slechts bij één op de drie kun je cash betalen. Daardoor worden mensen die geen bankkaart hebben of minder mobiele mensen uitgesloten. Ze zijn ook niet lees-toegankelijk, hebben knoppen die niet altijd goed werken, ....

Opvolging:

66

De fiets niet voor iedereen een waardig alternatief

Kwetsbare mensen ervaren drempels om te fietsen en daardoor zijn ze aangewezen op het te dure openbaar vervoer:

  • ze bezitten geen degelijke fiets
  • ze hebben geen plaats om hun fiets te stallen
  • ze hebben nooit leren fietsen
  • ze hebben  gezondheidsproblemen (slechtziend, medicatie, …)
  • de wijken waar ze wonen zijn meestal minder fietsvriendelijk- en veilig. 
Opvolging:

67

Vervoer mensen met een beperking

De vervoerssystemen Mobar en taxicheques zijn gekoppeld aan een medische indicatie en aan inkomen. Het jaarinkomen waarbij mensen recht hebben op verhoogde tegemoetkoming bij de mutualiteit geldt als referentiebedrag. De tarieven bij Mobar zijn € 2 opstapgeld en € 1 per km. Met de UiTPAS met Kansentarief vermindert dit bedrag  tot € 0,4 opstapgeld en € 0,2 per km. Deze tarieven gelden enkel binnen Gent, en enkel voor rolstoelvervoer. Blinde of slechtziende personen kunnen geen gebruik maken van dit tarief. Anderzijds is er ook tussenkomst in vervoerkosten voor personen met een handicap via het VAPH, Vlaamse overheid, VDAB,…. Dit is vaak niet gekend.

Opvolging:

68

Gebrek aan nabij aanbod en betaalbaar voor kwetsbare kinderen en jongeren®

Er is een gebrek aan ‘nabije’ en goedkope voorzieningen voor kwetsbare kinderen (en hun ouders) en jongeren:

  • aan plekken waar kinderen en jongeren rustig kunnen studeren,
  • aan voorzieningen (inloopteam, spelotheek, overdekte speel- of sportruimte)
  • aan vakantieaanbod voor jonge schoolgaande kinderen tussen 2,5 en 3 jaar
  • aan beschutte hangplekken voor jongeren.

(Kwetsbare) jongeren worden vaak geviseerd en niet getolereerd door volwassenen.

  • Op het vlak van buitenruimte woont 94,4% van de jongeren op 1000 meter van open jeugdruimte, en woont 71,2% van de Gentse inwoners en 74,1% van de kinderen op 400 meter van speelruimte. Binnenruimte is er veel minder. Bron: Stad Gent
Opvolging:

69

Sociale cohesie onder druk®

In verschillende sociale woningconcentraties in Gent zijn er problemen op het vlak van samenleven en sociale cohesie. Sociale woningconcentraties zijn niet zomaar woningen naast of boven elkaar. Het gaat om een mini-samenleving gekenmerkt door een concentratie aan diverse en vaak erg kwetsbare bewoners. En die kwetsbaarheid is de laatste jaren toegenomen: taalbarrières, extreme armoede, psychiatrische problematieken, …

Via de procedure van versnelde toewijs[1] komen mensen met een psychische en/of verslavingsproblematiek  vaak in dezelfde sociale woonblokken terecht. Ze worden verdeeld over gans het patrimonium van de Sociale Huisvestingsmaatschappijen, maar in de praktijk zijn er meer toewijzingen in buurten met een hoge verhuisbeweging. Dit zorgt voor een grote druk op de leefbaarheid en voor meer overlastdossiers. Bovendien is de geboden omkadering vaak ontoereikend om het samenleven van zoveel kwetsbare mensen op een goede manier te laten verlopen.

  • Het aantal plaatsen voor versnelde toewijs bedraagt 59 per jaar.

 

[1] Voor daklozen, jongeren in het kader van begeleid zelfstandig wonen en personen met een geestelijk gezondheidsproblematiek, kunnen bepaalde organisaties (OCMW, CAW, erkende diensten voor begeleid zelfstandig of beschut wonen, mobiele psychische hulp, …) binnen de sociale huisvesting versnelde toewijs vragen. Zij krijgen dan voorrang bij het huren van een sociale woning. De verhuurder kan vragen dat die organisaties begeleidende maatregelen voorzien.

Opvolging:

70

Slechte isolatie zorgt voor overlast

Door de slechte isolatie van sociale woningen zorgt normaal gedrag zoals spelende kinderen, werkende machines (naaimachine, wasmachine, …), bespelen van een muziekinstrument, organiseren van een verjaardagsfeestje en tv-kijken voor overlast en burenruzies.

Opvolging:

71

Zwerfvuil en sluikstort in de 19de eeuwse gordel®

De zwerfvuil- en sluikstortproblematiek is groot in de wijken rondom het centrum van Gent. Vaak komt de overlast voor in parken rondom de vuilbakken of voor een blinde muur. Je kan dit melden bij de stadsdienst, maar dat lost het probleem niet op.

Opvolging:

72

Zorg voor huisdieren niet evident

Huisdieren zijn voor heel wat kwetsbare mensen hun steun en toeverlaat. Zij hebben echter niet altijd de vaardigheden en mogelijkheden om ook goed zorg te dragen voor hun dieren. Dit kan leiden tot verkeerde zorg en samenlevingsproblemen.

  • Hondenscholen zijn duur en heel wat kwetsbare mensen voelen er zich niet op hun gemak.
  • Honden uit een asiel zijn niet in elke hondenschool welkom.
  • Er is geen betaalbare opvang voor hun huisdier als mensen ergens opgenomen moeten worden.
  • Hondenlosloopweides zijn niet altijd even aantrekkelijk voor de dieren en hun baasjes. We merken ook regelmatig claimgedrag van enkele bezoekers.
  • Slechts een beperkt aantal Krasdiensten biedt ook eten voor huisdieren.
  • Dierenartsen werken niet met een sociaal tarief. De Prins Laurent Stichting is een lovenswaardig alternatief. Het aantal dieren waarmee je er terecht kan is echter beperkt. Wie een groot nest puppy’s en kittens heeft, komt in de problemen.
Opvolging:

73

Collectieve schuldbemiddelaars benadelen kwetsbare mensen®

De communicatie tussen bepaalde collectieve schuldbemiddelaars en kwetsbare mensen verloopt vaak zeer moeilijk: de schuldbemiddelaars zijn moeilijk bereikbaar (kan tot 2 weken duren), ze kennen de leefwereld van mensen in armoede niet, ze gebruiken onaangepaste taal (ofwel vakjargon, ofwel kinderlijk), ze negeren of overbelasten de hulpverleners, ze geven onvoldoende informatie over de kosten van de collectieve schuldenregeling. Daarnaast wordt de collectieve schuldenregeling niet altijd vlot afgerond. Vaak voorzien de schuldbemiddelaars zonder uitleg of afstemming met de vaste maatschappelijk werker te lage leefgelden (wettelijk moet dit minstens barema leefloon en volledig kindergeld zijn).

Casussen:

  • Bij aanvang van een schuldbemiddeling heeft Adil een schuld van € 6000. Een eerste kennismaking is 'gratis' en betreft een verkenning van de situatie. Over de kosten van het verdere verloop wordt niet gesproken. Nadat de schuldbemiddeling is afgerond, werd een totaal van € 13.000 afbetaald, grotendeels aan kosten van de bemiddelaar: een fotokopie aan € 20; een telefoongesprek van 1 minuut aan € 15, ….
  • Ann krijgt bericht dat al haar schulden afbetaald zijn. Er wordt een verzoek ingediend bij de arbeidsrechtbank om de schuldbemiddeling definitief af te ronden. Dan kan Ann over haar geld beschikken. Het duurt ruim een half jaar voor dit uiteindelijk voorkomt. Al die tijd blijft de kinderbijslag van haar 5 kinderen op de schuldbemiddelingsrekening gestort omdat de kinderbijslagkas dit pas kan veranderen als er bewijs van stopzetting van de schuldbemiddeling is. Het gezin van Ann heeft 7 maanden lang een te laag inkomen om van te leven. Nochtans staat een aanzienlijk bedrag van kinderbijslag op een inactieve rekening. Hierdoor bouwt het gezin nieuwe schulden op.
Opvolging:

74

Drempels tot pro-Deoadvocaat

Mensen moeten steeds meer verklaringen voorleggen om aan te tonen dat ze in aanmerking komen voor een pro-Deoadvocaat en geen inkomsten of huis hebben (noch hier, noch in het land van herkomst). Daarnaast is het voor veel doelgroepen betalend en duur. Tot voor kort moesten ze een forfaitaire vergoeding betalen van € 20 per aanstelling en € 30 per aanleg voor elke gerechtelijke procedure (sommige categorieën zijn hiervan vrijgesteld) . Een arrest van het grondwettelijk hof van 21 juni 2018 zorgde voor de afschaffing van deze forfaitaire vergoedingen (mensen die al betaalden kunnen een terugvordering vragen). Kom je in aanmerking voor een gedeeltelijke kosteloze juridische tweedelijnsbijstand, dan betaal je toch nog een bedrag aan de advocaat tussen 25 en € 125.

Advocaten weigeren om mensen te helpen die onder bewindvoering staan en klachten hebben over hun bewindvoerder als dat een collega is aan dezelfde balie.

Opvolging:

75

Hoge kosten door schulden

Bij schulden die niet binnen de termijn betaald kunnen worden, lopen de bijkomende kosten vaak hoog op: interesten, deurwaarderskosten, gerechtskosten, kwijtrecht, …

  • Casus: Maria en Charlie krijgen een deurwaarder voor invordering van € 193. Na onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke factuur € 18 bedroeg voor de verdelging van kakkerlakken.
Opvolging:

76

Grote druk op vrouwen en meisjes met migratieachtergrond

Bij vrouwen en meisjes met een migratieachtergrond komen vaak psychosomatische klachten en psychische problemen voor. Dit heeft verschillende oorzaken. Familie en samenleving stellen te hoge verwachtingen en voorzien te veel opdrachten ten aanzien van deze vrouwen en meisjes. Daarnaast is er te weinig afstemming tussen verschillende diensten (vb. kinderopvang, inburgering, …). Dit zorgt voor extra druk en stress.

Voorbeelden:

  • In de klas worden moslimmeisjes geconfronteerd met het feit dat ze van hun ouders zeer weinig mogen. Ze merken daar dat hun leeftijdsgenoten en hun soms jongere broers wel van alles mogen (in het weekend een keertje uitgaan, gaan shoppen, …).
  • Nog altijd worden meisjes verloofd met partners waar ze zelf niet mee instemmen. Ouders maken afspraken, zonder dat de meisjes het eens zijn met deze keuze.
  • Casus: Ahmet, Fatma en hun 4 kinderen krijgen reactie van  de buren omdat ze onderling hun eigen taal praten. De buren nemen er aanstoot aan dat ze geen Nederlands met hun kinderen spreken. Fatma volgt een inburgeringscursus, maar heeft het heel moeilijk om de les altijd bij te wonen. Ze zorgt voor 4 kinderen en haar man Ahmet zit in een rolstoel. Ze probeert de lessen vol te houden, want anders krijgt ze een boete. Ze wil de cursus afwerken en eventueel nog naar school gaan. Haar schoonmoeder vindt echter dat ze thuis moet blijven, voor de kinderen zorgen en koken. Dat is haar rol als vrouw en moeder.
Opvolging:

77

Contract niet-verplichte inburgeringscursus

Een inburgeringscursus is verplicht voor derdelanders. Voor EU-burgers is dit niet verplicht, maar zij zijn wel rechthebbend. Eens aangemeld en het inburgeringscontract ondertekend, zijn ze wél verplicht om dit verder te volgen. Als ze stoppen of annuleren zonder grondige reden, krijgen ze een boete van € 50 tot € 5000. Daardoor stappen ze vaak niet in.

Trekker: Frank Philips
Opvolging:

Een rechthebbende inburgeraar die na vrijwillige ondertekening van het contract vroegtijdig stopt (dus niet start of minder dan 50% aanwezig is), riskeert een boete van €50 tot  €150.  

De sancties voor verplichte inburgeraars zijn dezelfde, maar lopen op bij elke nieuwe inbreuk op tot € 5000.  Deze boetes ontslaan de inburgeraar niet van zijn verplichting.

De bedragen van de sancties zijn gekoppeld aan de aard van de inbreuk (bv. laattijdig aanmelden, niet starten, te weinig aanwezig zijn,...), en worden opgelegd door de handhavingsambtenaren van de Vlaamse overheid.

Het signaal is niet correct.

78

Nood aan occasionele kinderopvang®

Er is nood aan (nabije) occasionele kinderopvang. Zo kunnen ook thuiswerkende ouders met niet-schoolgaande kinderen deelnemen aan netwerkversterkende en/of gezondheidsbevorderende activiteiten.

Opvolging:

79

Nevenkosten maken kinderopvang duur

Bijkomende kosten voor maaltijden, vervoer, pampers, zalfjes, … maken kinderopvang duur. Daardoor kunnen sommige mensen er geen gebruik van maken.

Opvolging:

80

Eenzaamheid en sociaal isolement®

Ondanks de vele initiatieven zijn meer en meer mensen eenzaam en sociaal geïsoleerd. Er is nood aan meer netwerkversterkende initiatieven.

Trekker: Bert Seys
Opvolging:

81

Ontoegankelijkheid en onderaanbod lessen Nederlands voor anderstaligen

Niet iedereen kan Nederlandse les volgen. Mensen zonder wettig verblijf of mensen die het minimumniveau niet aankunnen, mogen geen lessen volgen. Voor anderen kan de opstart van de Nederlandse taalles soms lang op zich laten wachten. Vaak start de groep met mensen van hetzelfde niveau nog niet meteen of zit de groep nog niet vol  of zijn de randvoorwaarden nog niet voldaan (trauma/psychische problemen nog te acuut, kinderopvang, …).

Opvolging:

82

Tolkenaanbod niet afgestemd op nood®

Het tolkenaanbod is niet afgestemd op de nood. Op dit moment is er in Gent nood aan meer tolken voor de talen Pashtoe, Dari, Somalisch, Eritrees (Tigrinya), Turks en Arabisch.

Opvolging:

83

Tolkenaanbod beperkt in gespecialiseerde hulpverlening®

De gespecialiseerde hulpverlening (jeugdhulp, gehandicaptenzorg, psychiatrie, ziekenhuizen,…) werkt onvoldoende met tolken. Daardoor blijven mensen die eigenlijk gespecialiseerde hulp nodig hebben in de eerstelijn (rechtstreeks toegankelijke hulp en zorg waaronder huisartsen, wijkgezondheidscentra, thuisverpleegkundigen, apothekers, tandartsen…) hangen.

Opvolging:

84

Moeilijk administratief taalgebruik en procedures

Nog te vaak gebruiken officiële instanties moeilijke taal (meld je aan, pensioenbrief, …). Ook de procedures en communicatiestrategieën zijn niet afgestemd op een groot deel van de bevolking.

  • Voorbeeld communicatiestrategieën: Om in januari van het zesde leerjaar voor het secundair onderwijs aan te melden, brengt men ouders al heel vroeg op de hoogte met name als hun kind in het vijfde leerjaar zit.

Voor veel mensen is moeilijk administratief taalgebruik een drempel die grote gevolgen kan hebben: voorrang broer/zus bij inschrijving school gemist, pensioen te laat geregeld, … Ook anderstalige nieuwkomers slagen er zonder hulp vaak niet in om de moeilijke documenten correct ingevuld en op tijd bij de juiste instanties te krijgen.

Opvolging:

85

Te weinig toegankelijk en aangepast sport- en vrijetijdsaanbod voor kwetsbare kinderen en jongeren

Kinderen uit kwetsbare gezinnen kunnen minder gebruik maken van ‘wijze’ sport- en vrijetijdsactiviteiten dan hun leeftijdsgenoten uit sterkere gezinnen.  Ze vinden hun weg niet naar het bestaande aanbod en er is een gebrek aan overzicht (dat van de Jeugddienst is onvoldoende gekend en niet gebruiksvriendelijk), afstemming en samenwerking. Ook de UiTPAS en andere tegemoetkomingen (mutualiteit, belastingen, …) zijn te weinig gekend en gebruikt.

Daarnaast is het aanbod na de schooluren en tijdens de vakanties te beperkt in de wijken waar zij wonen. Dit probleem is extra groot voor kinderen met specifieke zorgbehoeften en de jongste kinderen. 2,5 jarigen die al naar de kleuterschool gaan, kunnen in de vakantie vaak niet meer terecht in de kinderopvang en ze mogen nog niet deelnemen aan kampen.

Betaalbaarheid, bekendheid en bereikbaarheid zijn de meest evidente, maar zeker niet de enige drempels waardoor kwetsbare kinderen en jongeren zich minder inschrijven en sneller afhaken. Je moet lang op voorhand inschrijven. Vaak is de inschrijving online en zijn er wachttijden, …. Soms vertrouwt men het niet. Ook voor hulpverleners en andere sleutelfiguren is toeleiding naar vrijetijdsactiviteiten heel intensief en niet evident. Zij missen de nodige kennis en tijd voor een goede ondersteuning op dit vlak.

Opvolging: